Een Santegoets aan de galg?!!!!! deel 4

We hebben gezien dat Adriaan Santegoets in Maasniel gevangen is genomen en in Dalenbroek gevangen was gezet. Daar werd hij door de drossaard van Boxtel opgehaald en in Boxtel gevangen gezet. Later wordt dit de Gevangen Poort in den Bosch.

Uit zijn verblijf in Limburg is bekend geworden dat hij daar verdacht wordt van het stelen van een paard in Lottum. Hij wordt stevig aan de tand gevoeld, maar blijft hardnekkig ontkennen dat hij dit op zijn kerfstok heeft. Dan besluiten de schepenen op 17 december dat hij harder moet worden aangepakt, de scherprechter moet er aan te pas komen, dus ‘een torture of scherp examen mogte worden geappliceert’. Folteren is in die tijd een gebruikelijk middel om de waarheid te achterhalen (naar men dacht).

Dus zijn de schepenen de volgende dag in de ‘voorsale van de Gevangene Poorte’ in den Bosch te vinden, tesamen met Jan Bowier, de drossaard en de gevangene Adriaan Santegoets.
Adriaen geeft de diefstal van het linnen toe, maar de diefstal van een paard blijft hij ontkennen.

Ende alsoo den gevangene bij sijne hertnekkige ontkentenisse bleef persisteren, is het appoinct tot scherper examen in dat 17 Xbre 1753 gepronuncieert (is het besluit van 17 december tot foltering uitgesproken) en vervolgens den gevangene naar de plaatse van de tortuur gebragt sijnde, heeft dezelve geconfesseert, soo als in het boek van attestatien, examinatien etc. staat aangetekent.

Ja logisch, als je de martelkamer wordt binnen gebracht dan wil je wel! Een volledige bekentenis volgt:

Alsoo Adriaan Santegoets oudt vierentwintigh à vijffentwintigh jaaren, gebooren tot Boxtel, gevangene en gedetineerde, buijten eenige pijn off banden van ijser, vrijwillig aan mijn heeren schepenen der Baronnije van Boxtel bekend en beleeden heeft en ook andersints gebleeken is, dat hij gevangene tusschen vrijdagh en saturdag, zijnde geweest den seevende en agste julij des gepasseerden jaars 1700 twee en vijftigh des nagts van de bleijk van Marcelis Johan Goossens, schepen en inwoonder en linnereder tot Boxtel, een stuk linne gestoolen en dat stuk linnen ontrent zijns gevanges huijs in een sloot onder waater verborgen heeft, gelijk dan ook dat stuk linnen op aanwijsinge van hem gevangene door het gerecht alhier uijt die sloot gehaalt is.’

Dat hij gevangene sig des avonds van den eenentwintigsten september deses jaars 1753 zig tot Lottum bevonden, en des nagts uijt de stalling van Dirk Ligtervelt, woonende tot Lottum, welkers deur met een top geslooten was, die deur door het affdoen van die top open gemaakt hebbende, een zwart paart, sijnde middelmatig zes jaaren oud, gestolen heeft. Daar mede des s’morgens den 22ste september daar aan volgende tusschen zeven en agt uuren het Beugenomse veer over de Maas gepasseert is en het selve paard aan Post Peterke in het houdschap Broekhuijsen, onder Egelse geleegen, verkogt heeft voor ses en een halve pattacon en dat de helftvan die penningen daar voor ontfangen heeft.

Hoedanige dieverijen, want zaaken zijn, die in een land van justitie en goede politie niet kunnen off mogen werden getolereert, maar anderen ten exempel en affschrik ten hoogsten strafbaar sijn, bijsonder ten opsigte van den gevangene welke zeer suspect is van meer grove dieverijen gepleegt te hebben en daar en boven tot twee distincte reijsen, te weten op 30 julij des gepasseerden en den veertienden september deses loopende jaars middels gevonden heeft om uijt sijne gevangenis tot Boxtel uijt te breeken‘.

Zoo is het dat mijn heeren schepenen voorschreve op alles wel ende rijpelijk gelet hebbende waar op eenigsints te letten stonde , gesien tot dien het schrriftelijk versoek van regt bij den weldedele gestrenge heer Jan Bowier, drossard deser Baronnije, jegens de gevangene gedaan als mede het appoinctement van decreet van apprehensie van dato den agsten julij 1752 ten lasten van den gevangene verleend, mede gehad het praeadvijs van twee onpartijdige regtsgeleerdens, regt doende, verklaaren voor regt dat de gevangene ter saake voorsz. gebragt sal werden ter plaatse alwaar men binnen dese Baronnije gewoon is de executie van criminele justitie te doen om aldaar door den meester van den scherpe geregte met de koorde te worden gestraft dat er de dood naar volgt.
Dat vervolgens desselfs dood lichaam na het buijten geregt gebracht en aldaar ten thoon zal worden gehangen.
Den gevangene en gedetineerde in voors straffe mitsgader in de kosten van regt en misen van justitie condemnerende.
Actum den agtienden december 1700 drie en vijftigh, present de ondergetekende heeren schepenen.

Het is me nog al wat. Er wordt eerst uitdrukkelijk vermeld dat hij zonder dwang zijn bekentenis heeft afgelegd en vervolgens wordt hij ter dood veroordeeld. Nu was de diefstal van een paard in die tijd een groot misdrijf want daarmee ontnam je een boer zij middel van bestaan en bracht je hem en zijn gezin tot de bedelstaf. Maar toch! En vervolgens wordt je lijk ook nog ten toon gesteld ter lering en afschrikking. Ten slotte moet je ook de kosten betalen, wat hier niet is gelukt omdat er totaal geen geld was, zoals we eerder al hebben gezien.

De afsluiting is heel simpel:
Dit vorenstaande vonnis gepronuncieert en geëxecuteert heden tot Boxtel den twintigste Xbre 1700 drie en vijfftig. Quod attestor J. Blankert, secretaris

Zijn vrouw Adriana heeft 3 maanden na de ophanging nog een zoon gekregen. Blijkbaar wist Adriaan tijdens zijn zwerftochten c.q. landloperij dus nog wel eens thuis aan te wippen. Maar het moet voor haar een vreselijke ellende hebben betekend.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *