Generatie 06

GENERATIE 06 1560 – 1650

06.a1   ADRIAEN SANTEGOOTS, zoon van Henrick   05.a1
06.a2   BARBARA SANTEGOOTS, dochter van Henrick 05.a1
06.a3   JAN SANTEGOOTS, zoon van Henrick   05.a1
06.a4   HENRICK SANTEGOOTS, zoon van Henrick   05.a1
06.a5   HEYLKE  SANTEGOOTS, dochter van Henrick   05.a1
06.b1   HENRICK SANTEGOETS, zoon van Roelof   05.a2
06.c1   JAN SANTEGOETS, zoon van Jan   05.a5
06.c2   HENRICK SANTEGOETS, zoon van Jan   05.a5
06.c3   MATHYS SANTEGOOTS, zoon van Jan   05.a5
06.c4   PEETER  SANTEGOOTS, zoon van Jan   05.a5
06.d1   PEETER  SANTEGOETS, zoon van Aert   05.a6
06.d2   ADRIAEN  SANTEGOETS, zoon van Aert   05.a6
06.d3   ANNA  SANTEGOETS, zoon van Aert   05.a6
06.e1   DANIEL  SANTEGOETS, zoon van Andries   05.a7
06.e2   JAN  SANTEGOETS, zoon van Andries   05.a7
06.e3   ROELOFF SANTEGOOTS, zoon van Andries   05.a7

De zesde generatie van het geslacht Santegoets heeft geleefd in een tijd, welke als de minst aangename in de geschiedenis van Brabant kan worden beschouwd. Het is de tijd van de tachtigjarige oorlog, waarin de bevolking te lijden had van muitende Staatse en Spaanse troepen, brandschattingen en brandstichtingen, dubbele belastingen omdat zowel de Staatsen als de koning van Spanje vonden dat ze er het recht toe hadden, vorderingen van mensen en vervoermiddelen om hand en spandiensten voor de legers of de steden te verlenen en andere onaangename toestanden. In tegenstelling met vorige hoofdstukken zal hier echter geen uitgebreid verslag van de gebeurtenissen worden gegeven. Vanwege het feit dat deze generatie inmiddels zodanig omvangrijk is dat het een tijdsbestek van meer dan een eeuw omvat, worden de geschiedkundige feiten verwerkt in de beschrijvingen van de personen en in het hoofdstuk Geschiedenis van Brabant. Als u daarvan kennis wilt nemen klik dan hier.

06.a1   ADRIAEN SANTEGOOTS

06.a1   ADRIAEN SANTEGOOTS,   zoon van Henrick   05.a1

Geboren : rond 1560 ,  overleden : in 1612 in Best.
Gehuwd met : Margriet, dochter van Laurens Joachim Scoonen. Zij is overleden na 1641.
Kinderen :
07.e1   Henrick,   geboren in 1600
07.e2   Anna,  geboren rond 1602
07.e3   Isabella,  geboren rond 1604
07.e4   Angela,  geboren rond 1606
07.e5   Maria,  geboren rond 1608
07.e6   Jenneke,  geboren rond 1610

De eerste vermelding van Adriaen in een akte komt voor bij de erfdeling van de goederen van zijn ouders in 1586 [1], het jaar waarin Staatse troepen de Meyery opnieuw trachten te plunderen en brandbrieven sturen aan diverse dorpen. Bij de erfdeling ‘ is den voernoemde Adrianen Henrickssen by loote te deele gevallen:
– een eckerlant geheyten het Soeulant, gelegen in Oirschot onder Naestenbest, ……
– een ecker geheyten de Dasunt, gelegen ter plaetschen voerscreven, ……..
– een derdegedeelt in een beempt geheyten de Braexbeempt onder Liemde gelegen,
met last hier vuyt jaerlix te gelden den chyns vande gronde die drop ende vuyt gaet, noch eenen gulden tsiaers aenden kinderen Frans Eymkens.

Het volgend jaar (1587) begint met een periode van kou [2] :
Opten paesdach is dit jaer alsoo coudt geweest, gevrosen ende gesneeuwt, dat het volck van couwen hen inde kercken nyet en costen behouden. Halff aprille hevet noch dick ijs gevrosen ende soo cout continuelyck geweest, dat egeen coren noch looff vuyt en mocht.
Is oyck dit jaer alsoo grote contributie gegeven worden ende sulcke broothonger geleden, datter menich mens van honger gestorven is.

In deze tijd verkoopt ‘ Adriaen soen wylen Henrick Santegoots het selve huys ende hoff metten erfenisse daeraen geleghen in Oerschot onder Naestenbest  ‘. [3]

De geuzen zyn ‘ alsoo sterck hier rontsomme gecomen, te voet ende te peerde datmen nauelyckx alhier buyten de dreijbomen oft slachbomen (dyer nochtans over de duysent binnen Oerschot syn ende wel gesloot) dorven comen sonder gevangen te syn ‘.
In augustus was het Oirschots brood ‘ nyet te crygen, ende de gemeynen man at alleen spooryenbroot, daeruyt vele siecken ende pestilentiën quamen, want daer het volck goede spyse begost te eeten, syn gevoerden voer doot gebleven. Ende de peste is in allen hoecken, dat allen dage Best uytgescheyden) ten minste ses off seve lycken syn. Ende de peste is in allen hoecken, dat allen dage (Best uytgescheyden) ten minste ses off seve lycken syn. ‘
Daaraan voorafgaand zijn in mei enkele compagnieën voetvolk in Oirschot geweest en hebben daar nogal huis gehouden ‘ ende ganselyck besondere inden kerckhoff ende daerontrent gespolieert van beesten, peerden, meublen, graen ende dyergelycke, oyck vele huysen besonder om het slootken van vlierden gelegen, verbrant, oyck menich menich mens ten rantchoene gestelt die syne persone ende goeden mosten rantchoenen, vrouwen ende jonge dochters geschoffeert ‘
Ook in 1588 blijft dergelijke ellende voortduren. Karren, paarden en werklieden
( ‘pyonieren’ ) worden opgetrommeld om rond Bergen op Zoom dienst te doen.
Een jaar later zijn de levensmiddelen weliswaar goedkoop, maar de oorlogslasten drukken zo sterk op de bewoners dat velen de Meyereij verlaten.

Adriaen slaagt er echter in om zich te handhaven en zelfs een ‘ stuck eckerlants genoempt de Waterlaet, groot ontrent een sestersaet in Oerschot onder Naestenbest gelegen, ‘ te kopen [4].
Hij heeft daarvoor de verkoper gegeven ‘een peert totter somme van tsestich gulden

Bij de aanvang van de negentiger jaren is er in Oirschot heibel over het aanblijven of aftreden van schepenen en borgemeesteren. Den Bosch laat mensen uit de Meijereij opdraven om grachten mee te helpen graven. Men heeft echter wel een mooie maar droge zomer :
Zedert int ierst vande vasten tot halff julio heevet noyt maer eens een donderschoer geregent soo vele dat de goten hebben gelopen, maer al even droge gebleven, datter egeen somergoet en is gewassen, ende de locht ende eerde is altyt vol roox geweest, tot op Sinte Jacops dach toe, doen hevet wat begost te regenen, maer nyet vele, alsoo datter seer luttel corens is gewassen doer droocbten, ende egeen hoy, ter want de ganse Kempen mosten hoy halen opte Mase ‘.

In deze warme zomer vindt aflossing plaats van ‘drye gedeelten in eenen malder rogs erfpachts’ afkomstig uit een huis met erf in Cleyn Liempde [5]. Het recht daarop deelt Adriaen samen met zijn broer Jan. Eveneens met Jan en een zwager verkoopt Adriaen een ‘stucksken hey-velts gelegen inne die procbie van Boxtel ter plaetssen genoemd Munsel’ aan zijn oom Andries [6]. In Oirschot staat nog iemand bij Adriaen in het krijt en deze persoon belooft dan Adriaen ‘ te dienen met syn karre ende perdt, vier reyssen op Sbertogenbosscbe ende van daerop Eyndoven, op syns selffs cost ende last, ende elcke reyse te laeden drye sacken sauts ende kyndeken seepen ofte sweerde in anderen waere, ende dat binnen vier naestcomende weecken, elcken weecke een vaerte ‘.[7]

In 1592 overlijdt de hertog van Parma, waarna achtereenvolgens de graaf van Mansveld (tot 1594), aartshertog Ernst van Oostenrijk (1595), de graaf van Fuentes (1596) en de aartshertog Aelbrecht van Oostenrijk als landvoogd optreden. Voor de gewone man is het natuurlijk van geen betekenis dat er andere personen aan het roer staan. Voor hem is het weer en de oogst van groter belang. Het koren is in dit jaar goedkoop.

In 1595 worden weer wagens, pyonieren en voedsel gevorderd. Adriaen Santegoots koopt voor 80 gulden ‘eenen beempt genoempt de Eelsdonck, in Oirschot onder Straten gelegen ‘ [8].

In juni ‘ eest alsoo vreselyck cout geweest ende soo geregent ende gewaijt oft inde winter hadde geweest, ende was Pinxtavont dan tegen den avont beterden t wat ‘.

Behalve het weer is ook de politieke toestand erg vervelend :
‘ Ende nu gaget vuyten goeden speelken (God betert) met allen dagen wagens ende pyonieren, soo aen deen als dander syde, de leveringen van broot etc. Godt wil ons helpen.’
In juli wordt het zo mogelijk nog erger als een leger zich in Oirschot ophoudt:
Opten 16e july is zyne excellentie graeff Peter Ernst van Mansvelt comen logeren met ontallycken vele pertvolckx ende voetvolckx, wagens ende andere sebite tot Oirschot by het andere deel vant leger, ende alsdoen eest coren voerts bedorven met affsnyden ende vervoederen ende besondere inde ackeren omtrent den Kerckhoff gelegen, vande molen aff tot Boterwyck toe, ende van Hovel totter Notelen toevuyt, ende daerenboven vele huysraets verbrant ende hoven bedorven.’
Bij dit leger was ‘ eenen soldaat die opten hogen toren van Sinte Peters kercke clom, ende ginck sitten opten pinnaeckel van de peu, ende dickwils omkerende, syn handen ende voeten slaande, syn hooft crouwende ende gelyckende van beneden offer een grote craye hadde geseten, overmidts de hoochde.’
De volgende dag ‘ is de voerscreven soldaet daer wederom opgeclommen ende geseten als boven, hebbende een groot houten cruys daerboven op gesteecken, dwelck hy tsavonts tusschen lichten ende donckeren daer wederom aff haelden, ende wederom daerop gaen sitten, wesende soo doncker datmen hem nauwlyx coste gesien.‘ Vanwege ‘ den voerscreven leger is het volck met hennen meublen soe verre sy vermochten inde kercke geweecken, die sy daer preserveerden, ende metten beesten elders
Verder wil het in juli en augustus nog al eens regenen zodat het moeilijk is om het koren en ’t hooi binnen te krijgen. De ziekte van ‘danielsoen’ breekt uit en maakt slachtoffers. De rogge oogst valt erg tegen, hoewel het weer van regen omslaat in zonnig en droog.
Ook in het najaar blijft het onveilig :
de boeven syn overal soo rudich geweest een lange wyl ende alnoch van allen canten doer t crijchsvolck, datmen sonder pericule van spoliatie nergent en heeft mogen verkeeren, jae naulijx tsavonts buyten shuys gaen.’

Aanvang 1594 koopt Adriaen ‘twee lopensaets lants, genoempt het Laer, in Oirschot onder Naestenbest’. [9]  Het waait en stormt dan zodanig dat het geen pretje is om buiten te zijn, te meer niet omdat men ook nog de kans loopt door soldaten of ander tuig ‘geschobbeert’ te worden. Eind april verhandelt Adriaen zijn paard : 

’s Hertogenbosch R.1408 f.82v 30 april 1594

Adriaen soone wylen Henricx Henricx filius Santegoets, een bruyn ruijn pert, hebbende een cleyn wit teken int dierhoet ontrent groot eenen stuvers, mit zwarte manen ende eenen swarten start, hem toebehorende  omtrent den auderdom van acht ofte negen jaren ende geprijseert op seven ende tseventich gulden eens, den gulden tot twintich stuvers gerekent soe hy seecbt, heeft hy wittelyck geredeert, getransporteert ende overgegeven, Cornelissen soone wylen Henricx Henricxsen Ansems ende heeft helmelinge daer op vertegen inne manieren inne dien gewoontlyck zynde. Gelovende die voorscreven Adriaen super omnia et habenda ratum servare, omnes obligationem et impetitionem deponere.
Testes vander Mere et Hase, datum ultimo aprilis anno 1594.’

De akte vervolgt dan met de belofte van Adriaen dat hij aan Cornelis bovendien nog 23 gulden zal betalen. In ruil voor paard en geldsom (totaal dus ter waarde van 100 gulden) ontvangt Adriaen :
‘ de helft van eenen huyse, erfve, hof, scoppe ende erffenisse daerby liggende int geheel drie loopensaet lants ofte daeromtrent begrypende, gelegen inne de prochie van Oirschot inden hertganck van Naestenbest. ‘
Uit dit goed moet worden betaald :
‘ een rente van drie ort stuvers oft eenen stuver den heere van Oerschot,
– twee gulden der weduwe Jans van Haren, een jaerlycke ende erffelycke pacht van zes loopen rogge der maten van Oerschot der tafelen vanden Heyligen Geest tot Oerschot,
– ende noch der vryheyt commer van ende vuyten voerscreven geheelen huys, erfve, hoff, scop ende erfenisse ierst jaerlicx van rechte wegen te vergelden. ‘

Mogelijk heeft Adriaen deze akte laten registreren terwijl hij last had van hoesten en hoofdpijn, want : ‘ Op dese tyt heefter tot Oerschot ende hier rontsom eenen quade hoest met grooten hooftepijn geregneert over de menschen, sulx datter menich mensch sieck te bedde aff heeft gelegen.’
Na een hete maand mei met enkele dagen koud weer, zelfs hagel en sneeuw, volgt een junimaand met enkele dagen zeer veel regen.

In die periode verkoopt Adriaen met zijn broers en zusters in Boxtel [10]:
‘ een vierdegedeelt in een hoybempt, gelegen inde prochie van Boxtel ter plaetssen Cleyn Liemde, het Hulser genaemt ‘, alsmede ‘ een stuxken lants groot omtrent acht thanen royen ofte in sulker voegen ende grootte als inde prochie van Boxtel aende groote brugge vanden heerlyckheyt van Oirschot comende, gelegen is ‘ en     ‘de tochte in een stuxken ackerlants, groot ontrent een lopensaet, gelegen inde prochie van Boxtel aende groote brugge naer Oirschot gaende. ‘
In ruil voor het eerstgenoemde stuk land belooft de koper :
‘alsulcken jaerlycke ende erffelycke chyns van drie carolus gulden jaerlycx , als Aert Dircxsen van Lille jaerlycx vuyt huys ende hooff der voorscreven kynderen tot Best jaerlycx is heffende’ te gaan voldoen uit de verkregen beemd.

Het weer blijkt zich in de hierna volgende maanden te ontwikkelen op een wijze die heden ten dage graag als een speciaal kenmerk van het atoomtijdperk wordt gezien :
Den oigst en is noch nyet inne vande rogge, gemerckt van halff juny tot den 10e deser maent augusti noyt dach noch nacht sonder enigen regen en is geweest.
Opden 27e augusti eest soe couden weder geweest, offer Kersmisse hadde geweest, ende begonst wederom te regenen durende dagelyx tot den vierde september toe.

Dan vermeldt de schrijver : ‘ Den regen heeft opgehouden ende werm weder geweest, maer tis aen alle canten soo onveylich, dat nyemant syn dore tsavonts open en heeft mogen doen sonder vrese, noch lanx der straten gaen. Siet hier wat oortuyten den crych in brengt. A fructibus cognescetis eis.’

In dezelfde kroniek waaruit bovenstaande wetenswaardigheden zun overgenomen, komt in oktober onze eigen Adriaen voor [11] :                 
Crackeel van een pert
Opden selven dach (14 oktober) crackeel geresen tusschen Adriaen Henrix Santegoots ende Henricken Aert Lambersen ter cause van eenen peerde.

Over deze zaak wordt een week later in de schepenprotocollen nog een akte opgetekend [12]:
Adriaen Henrick Santegoets heeft in presentie van ons, schepenen ende meesteren Aerden Janssen, vorstere, geprotesteert tegen Henricken Aert Lambrechtsen, dat naedemael hem van sheeren wegen bevolen was het peert (daer tusschen henlieden questie is) in sheeren handen te brengen, ende nyet gedaen en hadde (soo hy seyden , hy alle costen schaden ende interesten op hem soude verhalen, oft soo hy anderssins te rade soude bevinden) behorende, gemerckt diversche personen hadde doen vergaderen omme opt selve peert te tuygen, die daervoer op zynen costen waeren terende, begerende aen de voerscreven vorstere hier aff aen partie ins matie (?) gedaen te worden, dwelck oyck de selve vorster heeft gedaen. Actum den 20e october1594. Testes Gestel et Buckinx. ‘ 
Over de afloop van deze zaak is verder niets bekend.

In 1595 koopt Adriaen [13]:
‘een ackerlants soo heylandt als seylandt groot ontrent tien loopensaet of inder grootheyd ende met allen zynen toebehoorten gelyck den selven gelegen is in Oirschot onder Verrenbest inde Vleute ‘.
In feite is dit echter meer een verpachting of hypotheek, want de verkoper heeft het recht
‘ desen acker oft campe altyt nae zynder beloften op oigst sal mogen lossen metter somme van viertich gulden te 20 stuyver de gulden, behoudelyck tselve Sinte Jacops dach te vorens op te seggen ende te Bamis daernae wel betaelt ‘.

Enkele dagen later vindt opnieuw een transactie plaats. [14] Adriaen verkrijgt ‘ eenen eckerlants groot ontrent vyfftalff lopenssaet oft inder grootheyt etc., genoempt den Hogenacker in Oirschot onder Naestenbest gelegen . Adriaen belooft daarbij te betalen aan de verkoper een bedrag van 79 gulden, alsmede aan een ander persoon over een jaar een bedrag van 150 gulden plus 8% rente daarover.

In september verkrijgt hij een gedeelte van het recht op ‘eenen rente van seven gulden ende sess stuvers tsiaers ‘ [15], en zijn er problemen met zijn broer Henrick. Deze is in het gevang terecht gekomen en Adriaen is bereid om voor hem borg te blijven [16] :
‘ Adriaen ende Jan, gebroederen, soonen Henrick Santegoidts syn borgen ende cautionarissen gebleecken voor Henricken hennen broeder. Gelovende dat alle tgene de schoutet nomine officii opten voorscreven Henricken, gevangene, met recht can geheyschen ende gewinnen, dat zij tselve sullen voldoen onder verbant van henne personen ende goeden, realiter. Wel verstaende dat de schoutet onder dese gelooftenisse consenteert dat de gevangene sal mogen gaen ten huyse vanden vorster. ‘

1596 is een jaar waarin Staatse krijgsbenden Brabant afstropen en de bevolking veel te lijden heeft. Adriaen verkoopt ‘eenen beempt soo hey als wey inder vuegen gelyck tselve gelegen is, genoempt de Eelsdonck, in Oirschot onder Straten gelegen ‘, welke hij in 1593 voor 80 gulden gekocht had.[17]  
In deze tijd heeft waarschijnlijk ook zijn huwelijk plaatsgevonden met Margriet, de dochter van Laurens Joachim Schoonen, ook wel als Schennen geschreven, en die ongeveer tien jaar jonger was dan hijzelf.

Over de volgende jaren valt alleen de gebruikelijke ellende vanwege de oorlog te vermelden; een transactie van Adriaen is er weer in 1599, als hij ‘ het vierde gedeelte in allen den goeden van wylen Corsten Aertsen van Roy in Oirschot in Naestenbest gelegen ‘ verkrijgt door het overnemen van een schuld, het kwijtschelden van een andere schuld en een bedrag van 24 gulden. [18] Enkele dagen later doet hij de in 1594 voor 100 gulden verkregen
helft van huys, hoff ende erffenisse, in Oirschot onder Naestenbest ‘ van de hand voor 43 gulden, waarbij de nieuwe eigenaar (pachter ?) ‘ sal moeten betalen vande pachten vuyten erve gaende, ende verscheenen pachten de lopende ‘. [19]

Ruim een jaar hierna koopt Adriaen de andere helft van dit goed (welk in Naestenbest ter plaatse genoemd den Tolhovel blijkt te liggen), maar verkoopt het meteen weer door aan degene waaraan hij ook de eerste helft had overgedragen. [20]  Waarom deze transactie zo verloopt is niet duidelijk.

Eind 1600 wordt aan de kinderen van wijlen Henrick Santegoets (waaronder Adriaen) ‘een mauwer roggen tsiaers’, waar zij recht op hebben, afgelost door middel van ruil tegen eenzelfde hoeveelheid rogge die de kinderen jaarlijks aan de kerk en het armenbestuur in Esch moeten betalen. [21]
Een half jaar later lost Adriaen voor 64 gulden een jaarlijkse rente af van 5 gulden die hij moet betalen met als onderpand zijn ‘huysinge, hovinghe, schuer ende erffenisse tsamen metten erffe groot omtrent int geheel sestalff lopensaet in Oirschot tot Naestenbest ‘. [22]

De zeventiende eeuw blijkt niet beter te beginnen dan de vorige is geëindigd : muitende soldaten, brandschattingen, ellende. Er komt een strenge winter zodat Maurits het beleg van Den Bosch moet opbreken. Bij het krijgsvolk van de Spanjaarden breekt weer muiterij uit. In deze woelige tijd vindt er in het gezin van Adriaen regelmatig uitbreiding plaats, heel gewoon wanneer kinderrijkdom een vorm van rijkdom is en tenminste voor de oude dag een bepaalde zekerheid biedt. Omdat kindersterfte in deze tijd heel veel voorkomt, is het waarschijnlijk dat er meer kinderen geboren zijn dan er uiteindelijk het stadium van volwassenheid bereiken.

In de herfst van 1602 worden de wederzijdse verplichtingen tussen Adriaen en een ander persoon samengeteld, hetgeen als uitkomst oplevert een bedrag van 17 gulden wat aan Adriaen betaald moet worden. [23] Eind 1604 treedt Adriaen op als momboir voor zijn zuster Heylke als deze enkele transacties verricht. [24]

In deze jaren vraagt het optreden van Maurits en van de muiters regelmatig om aandacht, waarna in 1607 een wapenstilstand van 8 maanden tot de mogelijkheden behoort en in 1609 zelfs het bekende twaalfjarige bestand van kracht wordt.

Inmiddels heeft Adriaen belooft om een schuld van 20 gulden af te lossen [25] en draagt hij ‘ alle syne actie, recht ende gedeelte in alle de beroerlycke ende omberoerlycke, haeffelycke ende erffelycke goederen, waer die selve binnen Oerschot oft elders gelegen moegen syn oft bevonden mochten worden, inde selve vuegen ende manieren gelyck hem die by syns huysvrouwe vaeder vercregen heeft ‘ over aan een broer van zijn vrouw. [26]

Dat het twaalfjarig bestand is ingegaan betekent weliswaar voor de bevolking een vermindering van de last die men had van de krijgsverrichtingen, maar de financiële offers worden er niet minder om. De lasten zijn zo drukkend dat een aantal personen, waaronder Adriaen Henrick Santegoitz, iemand machtigen om namens hen in Brussel te gaan pleiten om vermindering te verkrijgen in een betaling van 1158 gulden welke van hen wordt geëist. [27] Men zou er ziek van kunnen worden, en dat gebeurt dan ook een jaar later in die mate dat Adriaen het einde voelt naderen en een testament laat registreren [28] :

‘ In nomine domini nostri, amen. By desen openbaeren tegenwoordygen instrumente kennelyck zy eenen igelyken, dat inden jare des selffs ons Heeren 1612 den 2de octobris in myns parochiaens der kalm(?) van Best ende der getuyghen met my hier onder  genoempt tegenwoordicheyt, zyn verschenen de eerbaere personen Adriaen Hendrick Santegoets, sieck naer lichaem maer zyns verstans wel mechtich, ende Maergriet zyn wittighe (huysvrouw) gaende ende staende, overdenckende dat wy altesamen moeten sterven ende nyet en weten wanneer, willende aldus voorcomen den noot des doots, hebben met goede voorsichticheyt ende vryen wille van malcanderen willen maken ende gemaeckt midts desen, hunnen uytersten wille off testament in manieren als hier nae volcht.
Wederoepende alle andere testamenten die zy voor datum van desen gemaeckt mochten hebben, daer dit tegenwoordiche syn cracht door soude moghen verliesen, willende dat dit alleen van werden sal blyven gelyck der overleden testamenten syn naden werlyken off gheestelyken syn schuldich te blyven, niettegenstande dat hier in eenighe clausulen off solemniteyten in waren geomitteert, welcke zy tesamen te vreden zyn datmen die daer in sal hauden, in noot van recht zynde, al off sy nyet achtergelaten ende vergeten waren.
Inden eersten bevelen zy testateuren hare zielen , et begerende dat deen den anderen een eerlyck uytvaert sal nae doen. Voorts ordineren ende maken zy malcanderen reciproce 100 carolus guldens eens, die de lanxt levende, by dien hy hen nyet en verandere met twede haulyck, sal moghen maken ende furneren uyt off van henne guderen in noot zynde met raet van momboren ende anders off vorders nyet.
Item ordineren dat hunne kynderen sullen blyven onbedeylt tot dat het jonxten 16 off 17 jaeren sal audt wesen onbegrepen.
Item ordineren dat den lanxten levenden sal moghen ligten ende vercopen die jaerlyxe rente van 6 gulden die de wedue van Lambrecht Goiers hunlieden is geldende ende met penningen daer van comende oplimmen het nieuwe gasthuys.
Item sal den lanxten levenden van haer testateuren voornoemt noch moghen aenverden ende vercopen een rente van 2 guldens tsiaers die Geraet Goert Witten met zyn sustere hunliden is geldende uyt huys, hoff ende erfenis volgens den beschede daer van zynde.
Dese dingen zyn aldus gedaen ten huyse vande voerscreven testateuren, daer in ende over waren de eerbare mannen hier toe gecoren als getuychen, Adriaen Leyten, Jan Hendricken. Atestor Heerbeeck.’

Best Not. 343 f.30 2 october 1612

Dat Adriaen spoedig na dit testament is overleden, blijkt uit een akte van 4 december 1612, waarin
Jan Henrick Santegoets ·.. den selven pacht van een mauwer roggen erffpachts, … vuyt erffenisse in Oirschot onder Staeten gelegen, … ende die de selve Jan Hendruck oyck aen Arien Henricks Santegoets over seventhien jaeren oft daeromtrent vercocht hadde, hoewel hy het transpoort daervan aen voerscreven Arien Henricks Santegoets synen broeder noyt gedaen en heeft, dat heeft hy met seventhien jaeren achterstels ende die daer te voerens verschenen waeren, mit aelingen recht daerinne hem competerende, wettelyck ende erffelyck opgedragen mit affgaen ende vertyden overgegeven, Margrieten dochtere Laureys Joachim Schennen, naegelaeten weduwe wylen des voerscreven Arien Henricx Santegoets syne geswye…..‘ [29]

De eerstvolgende keer dat Margriet ten tonele verschijnt is in 1620, als zij een ‘somme van drije guldens ende twee stuyvers, procederende van huere ende arbeytsloon by haer dochter ten huyse vanden voorscreven Jannen verdient ‘ op eist.[30]  Deze eis wordt toegewezen.
De tijd tussen 1612 en 1620 is voor Margriet ongetwijfeld een moeilijke tijd geweest, waarin zij haar kinderen in de leeftijd van ongeveer 2 tot 12 jaar alleen moest verzorgen. Haar dochters zijn kennelijk zodra dit mogelijk was buitenshuis gaan werken, maar als de werkgever dan niet betaalt, moet men wel de rechterlijke macht inschakelen.

Na 1625, als de kinderen langzamerhand getrouwd beginnen te raken, Wordt Margriet regelmatig gevraagd als peettante voor haar kleinkinderen.[31]  Over de hulp van haar zoon Henrick is ze zeer tevreden, zoals blijkt uit een akte van 1632 [32]:
Margriete weduwe wylen Adriaen Santegoets, dochtere wylen Laurens Joachim Schoonen heeft verclaert, dat alsoo Henrick haeren soone haer extraordinarie meer dyensten gedaen ende bewesen heeft als haer andere kynderen, dat sy den selven gegeven heeft een pert mette karre om by hem tselve voor ende in regaerde vande voorscreven dyensten ten erffrechte te hebben ende te behouden. Ende soo haer andere kynderen schier offt magen daer op souden willen querulen ende hem tselve nyet en soude willen laeten volgen ende dat sy daer soo veele tegen souden willen hebben, soo heeft sy comparante, geassisteert met Joachim Laurens Schonen haeren broedere, als haer in desen gecoren momboire ende haer byden richter naer ouder gewoonten gegeven, den voorscreven Henricken inden gevalle als boven opgedragen ende overgegeven voorde voorscreven diensten alsulcke achte gedeelte in eenen hoeybeempt, gemeyndelyck genoempt den Deken, gelegen inde parrochie van Sinte Odulphus inden hertganck van Verrenbest, ter plaetsen gemeynelyck genoempt mt Besterbroeck, als haer comparante van Henrick Jan Hermens haeren oome in haeren weduwelycken stoele aengecomen is, ende heeft helmelinge daerop vertegen met manieren inne dyen gewoonelycken zynde, promittens ut moris est ratum servare et omnes obligatienem et impetitionem ex parte sua omnino deponere, op conditie soo de andere kynderen Henricken t voerscreven pert liber ende vry voor vuyt laeten hebben ende behouden, dat de voorscreven opdracht vant achte gedeelte sal wesen, syn ende blyven van nulle ende van ouwen.
Aldus gedaen den 27e merte anno 1632. ‘

Een jaar later verkoopt Margriet samen met dezelfde Henrick [33] :
eenen jaerlycken ende erffelycken chyns van ses carolus guldens, … van ende vuyt een stuck eckerlants groot entrent vyer lepensen, gemeyne-lyck genoemt den Hoegenecker, gelegen binnen der vryheyt van Oirschot parochie Sinte Odulphus, inden hertganck van Naestenbest. ‘
In de marge staat vermeld dat de rente in 1644 is afgelost.

Tot in 1645 blijft Margriet verder optreden als peettante [34], waarna pas in 1660 sprake is van een erfdeling, 48 jaar na het overlijden van Adriaen. [35]  Bij deze erfdeling blijkt de nalatenschap wat onroerende goederen betreft te bestaan uit :
in Naestenbest,
huys, hoff, gront van dyen ende aengelegen erffve, groot omtrent twee lopensen vijer roijen,
een stuck ackerlants genoempt den Waterlaet, groot emtrent 2 loopensaet 57 roijen,
een stuck ackerlants genoempt ‘t Soerlant, groot ontrent 10½ loopensaet 99 roijen 35 voeten,
een heijbeempt ombedeijlt genoemt de Geenckens Dijcken,
een schuere, met het schuerackerken, groot ontrent een loopensaet negenthijen roijen ende 19 voeten,
het hout opden Hulsbosch, ‘

in Verrenbest,
‘ huys, hoff gront vandijen ende aengelegen erffve, groot ontrent twee loopensaet twelff roeden ende acht
voeten,
een stuck ackerlants genoempt de Hoeghacker, groot ontrent 5 loopensaet 32 roijen,
een coeijweyde, genoempt de Cuijlen, groot ontrent 2 loopensaet 70 roijen 10 voeten,
een stuck ackerlants gemeynelyck genoempt den Berkenbosch, groot ontrent 2 loopensaet 32 roijen,
een stuck weylants gemeijnelyck genoempt den Hulsbosch, groot ontrent twee loopensaet ses roijen thyen

voeten,
het achste gedeelte in eenen hoijbeempt ombedeijlt genoemt den Dovens Deecken.

Een en ander is belast met
‘ 3½ loopen roggen jaerlijcx aen t’capittel van Hilvarenbeeck,
6 stuyvers chijns aende domeynen van Brabant,
de hellichte van sess loopen reducibel roggen jaerlijcx aende kercke van Ste. Peter deser vryheijt,

wordende betaelt met vyff stuyvers t’vat,
vijftich gulden capitael aenden Grooten Gasthuijse binnen Shertogenbossche

Bij deze erfdeling blijkt zoon Henrick reeds overleden te zijn.
Margriet leeft dan nog wel, want nog in 1647 komt haar naam voor in een akte. [36]


[1] Oirschot R.145 f.199v   [2] Idem jaar 1587  [3] Oirschot R.143 f.236v  [4] Idem f.336  [5] Liempde R.17 f.55  
[6] Boxtel R.75 f.48   [7] Oirscbot R.144 f.59v  [8] Idem  f.114  [9] Idem  f.200v  [10] Boxtel R.75 f.128 
[11] Oirschot R.144 f.198v  [12] Idem f.264  [13] Idem f.297   [14] Idem f.299   [15] Idem f.331v    [16] Idem f.337  
[17] Idem f.404   [18] Oirschot R.145 f.99v  [19] Idem f.110   [20] Idem f.192   [21] Idem f.206v   [22] Idem f.261
[23] Idem f.315v   [24] Idem f. 445v  [25] Oirschot R.146 23 jan 1608  [26] Idem 16 feb 1608  [27] Not.5039 f.2v 
[28] Not. 343 f.30  [29] Oirschot R.147 dd 4 dec 1612  [30] Oirschot Gem.Arch. losse akte   [31] Best R.1 f.47 , 54 en 66 
[32] Oirschot R.157 f.139   [33] Oirschot R.158 f.204  [34] Best 1 f.94v , 99 , 100 , 101 en 102   [35] Oirschot R.211 f.69  
[36] Oirschot R.171 f.1

naar Top

06.a2   BARBARA SANTEGOOTS

06.a2   BARBARA SANTEGOOTS,   dochter van Henrick 05.a1

Geboren: rond 1562 ,  overleden : voor 1642
Gehuwd met Adriaen, zoon van Rutger van Heesch, welke eveneens voor 1642 overleden is.
Kinderen : Henrick, Rutger, Adriaen

Barbara, genoemd naar haar grootmoeder van moeders zijde, is betrekkelijk jong gehuwd, want bij de erfdeling in 1586 is zij reeds gehuwd. Zij erft dan [1]:
een ecker genoempt den Lampkens acker in Oerschot onder Naestenbest, ….. het derdendeel in eenen beempt geheyten den Brakenbeempt onder groter Liemde, …..

In 1590 wordt haar en haar broers ‘een malder rogs‘ afgekocht, die afkomstig was uit een huisje gelegen in Klein Liemde.[2]  Vier jaar later verkoopt zij met haar broers en zuster een hooibeemd in dezelfde plaats [3], alsmede een stuk land gelegen in Boxtel aan de brug naar Oirschot, waarvoor hen een jaarlijkse rente van 3 gulden wordt kwijtgescholden.

In 1600 wordt aan hen een jaarlijkse last van een mauwer rogge afgelost.[4]  Barbara en broer Jan blijken gezamelijk enkele goederen te bezitten, welke zij in 1607 splitsen.[5]  Daarbij krijgt ‘ Adriaen Rutgers van Hees, huys hoff ende hoffstadt mit synen toebehoerten in Oerschot onder Naestenbest gelegen ‘.

In andere aktes, daterend van 1642 en 1645, zijn noch Adriaen van Hees, noch Barbara vermeld maar alleen de zonen, zodat mag worden aangenomen dat beiden dan zijn overleden.[6, 7]


[1] Oirschot R.143 f.199v   [2] Liempde R.17 f.55   [3] Boxtel R.75 f.128   [4] Oirschot R.145 f.206v   
[5] Oirschot R.146 dd 5 feb 1607   [6] Oirschot R.167 f.330   [7] Oirschot R.170 f.427

naar Top

06.a3   JAN SANTEGOOTS

06.a3   JAN SANTEGOOTS,   zoon van Henrick   05.a1

Geboren : in 1564 ,  overleden : in Best op 22 maart 1646.
Gehuwd met : Aleyda, dochter van Goyaert Frank Goyaerts en Mechtel Jacops.
            Zij is overleden in Best op 24 februari 1641.
Kinderen :
07.d1   Niclaes,  geboren in 1594
07.d2   Maria,  geboren rond 1596
07.d3   Henrick,  geboren in 1598
07.d4   Mechteld,  geboren rond 1602
07.d5   Adriaen,  geboren rond 1604
07.d6   Goyaert,  geboren rond 1606

De eerste vermelding van Jan komt voor in de akte betreffende de erfdeling in 1586 [1]
‘ Midts welcker erffdeylinghe den voernoemde Jannen is by lote te dele gevallen, huys, hoff ende
erffenisse daeraen gelegen in Oerschot onder Naestenbest, tsamen met allen synen toebehoerten,
Is noch te deele gevallen de helfte in eenen beempt, geheyten den Scholembeempt onder Lyemde gelegen,
Met last hier vuyt jaerlix te gelden den chynsen vanden gronde daerop staet.

Voor de bevolking en dus ook voor Jan breekt nu een zeer zware tijd aan. Niet alleen is er gebrek aan levensmiddelen en brak de pest uit, welke zeer veel slachtoffers eiste, maar bovendien wordt de omgeving onveilig gemaakt door rondtrekkende krijgsbenden. Van de bevolking wordt bovendien door de strijdende partijen verlangt dat men paarden, karren en mankracht ter beschikking stelt om verdedigingswerken aan te leggen.

De jaren negentig beginnen in Oirschot met problemen betreffende het benoemen van schepenen, maar wat het weer betreft gaat men een mooie zomer tegemoet. In die zomer vindt aflossing plaats van ‘drye gedeelten in een malder rogs erfpachts‘ afkomstig uit een huis met erf in Klein Liempde ten behoeve van Jan met zijn broer en een zus. [2]

In 1592, het jaar waarin de hertog van Parma overlijdt en wordt opgevolgd door de graaf van Mansveld, verkoopt Jan in naam van zijn vrouw ‘ een vierde gedeelt in eenen beempt, genoempt de Quinkert in Oirschot onder Straten gelegen, ‘. [3] Vermeldenswaardige voorvallen van de jaren 1593 en 1594 zijn vermeld bij de beschrijving van broer Adriaen. In laatsgenoemd jaar koopt Jan voor 52 gulden ‘ eenen beempt noch tegen den copere ombedeylt liggende, genoempt de Veerdonck, in Oirschot onder Straten gelegen ‘[4], verkoopt hij met zijn broer en zusters ‘ een vierde gedeelte in eenen hoybempt, gelegen in de prochie van Boxtel ter plaetssen Cleyn Liemde, het Hulser genaemt, groot wesende den geheelen bempt omtrent twee dachmaten hoys ‘ alsmede ‘ een stuxken lants groot acht thanen royen ofte in sulker voegen ende groote als inde prochie van Boxtel aende groote brugge vanden heerlyckheyt van Oirschot comende, gelegen is ‘. [5] Een stuk land wat daar eveneens gelegen is geven zij qua tochtrecht aan hun zuster Heylke, en een jaarlijkse chijns van 3 gulden wordt teniet gedaan.

Broer Henrick heeft kennelyck een misstap begaan, want in 1595 wordt hij als gevangene genoemd in een akte, waarin Adriaen en Jan beloven om voor hem borg te blijven. [6]

In de volgende jaren stropen Staatse krijgsbenden Brabant af, worden de levensmiddelen erg duur, mislukt een poging om den Bosch in te nemen, slaan de Spaanse troepen aan het plunderen en muiten en overlijdt Philips II. In 1599 en 1600 houden de plunderingen en brandstichtingen van de muiters aan, komt er een strenge winter en houdt Maurits zich onledig met het veroveren van enkele forten rond den Bosch.

In het najaar van 1601 krijgt Jan ‘een stuck ackerlants in Oerschot onder Naestenbest ‘ wat reeds aan twee zijden aan zijn land grenst, in ruil voor een ander stuk akkerland daar [7].  Een jaarlijkse pacht van 2½ mud rog blijft echter voor Jan zijn rekening.

In deze zelfde tijd wordt den Bosch belegerd door Maurits, maar wanneer het winter wordt en er strenge vorst optreedt is de lol er af en wordt het beleg op-gebroken. Het volgende jaar trekt Maurits naar Helmond en heerst er weer muiterij bij de Spanjaarden. In 1603 houden zowel de aartshertog als Maurits zich met hun legers op in plaatsen rondom den Bosch, maar tot een veldslag komt het niet.

In het voorjaar van 1604 ruilt Jan ‘ een ackerlants genoempt den Dries, groot ontrent vier lopensaet oft inder grootheydt gelyck deselve gelegen is ter plaetsen voirnoemd (Naestenbest) ‘ tegen ‘een ackerlants groot ontrent vyff lopensaet off inder grootheydt gelyck de selve onlanx vander gemeynte innegegraven gelegen is in Oirschot onder Naeste-best ‘, waarbij hij belooft nog 50 gulden te betalen en zolang dat bedrag niet betaald is daarover een ‘intereste naer advenanth tegen thondert seven’ te betalen [8]. In de loop van dit jaar ontstaat er pest in den Bosch en treedt Jan nog op als momboir voor zijn zuster Heylke [9].  Ruiters plunderen Eindhoven, en het bevalt hen daar in die zin, dat wij hen daar twee jaar later weer aantreffen. Gelukkig komen zij dan tot overeenstemming met de aartshertog, worden uitbetaald en vervolgens ontslagen.

In 1607 kan er warempel een wapenstilstand van 8 maanden van af, tijdens welke een ‘erfmangeling’ plaats vindt tussen Jan en zus Barbara. Jan doet afstand van ‘huys hoff ende hoffstadt mit synen toebehoerten’ in Naestenbest en krijgt daarvoor ‘eenen acker, genoempt Lemkens ecker’ eveneens in Naestenbest [10].  In 1609 wordt het bekende Twaalfjarig Bestand van kracht en koopt Jan een belendend perceel ‘ecker met toebehoerten gelyck die gelegen is in Naestenbest’, ‘voer elck lopensaet seve ende veertich gulden’ Het totale bedrag wordt 100 gulden, hetgeen 7% rente moet opbrengen [11].

Broer Adriaen overlijdt in 1612 en dan herinnert Jan zich kennelijk dat zeventien jaar geleden is afgesproken om een pacht van een mauwer rog per jaar aan Adriaen te laten uitbetalen. In werkelijkheid is dat echter nooit uitgevoerd, zodat Jan nu deze zaak met terugwerkende kracht afrekent met zijn schoonzus [12].  Samen met de broer van deze schoonzus belooft hij een lening van 26 gulden in 1617 af te zullen lossen [13]. In deze tijd zijn de Hervormden aktief en laat Jan zich als peetvader noteren [14].

Ondanks het Bestand is het leven in deze tijd niet louter rozengeur. Het aanleggen en herstellen van vestingwerken wordt bekostigd door het heffen van belastingen die de gewone man moet opbrengen. Deze kan hierdoor of om andere redenen in financiële nood komen te verkeren en moet dan bekenden vragen om voor hem borg te blijven. In 1618 doet een neef van zijn vrouw in deze zin een beroep op Jan [15],  omdat hij een akker wil kopen. Ook vanwege het geld spannen een aantal ingezetenen van Oirschot een proces aan tegen de heer van Duffele [16].  Onze Jan is daarbij ook van de partij. Dit speelt zich af in 1620, hetzelfde jaar waarin de vaste koers voor de munten voor den Bosch en de Meijerij problemen met zich mee brengt. Men verzoekt 6% meer, oogluikend wordt 4% getolereerd. In dit jaar wordt tevens het haardstede en ploeggeld ingevoerd. Jan betaalt verder 15 stuiver voor een stuk grond bij zijn schuur [17].

Tegen het einde van het Bestand worden veel levensmiddelen ingeslagen door de bevolking. Zoals later nog zal blijken is Jan in dit jaar ‘schadtheffer‘. Na afloop van het Bestand in 1622 gaat de oorlog weer verder : de Verenigde Nederlanden vorderen driedubbele brandschattingen, muitende Spanjaarden schrijven brandbrieven, Frederik Hendrik komt in Brabant, verbrandt dorpen en neemt boeren gevangen. Maurits doet een vergeefse aanval op den Bosch en vervolgens op Antwerpen en de Staatsen belasten het verkeer van en naar den Bosch. In het volgende jaar mogen tenminste vrouwen en kinderen op het platte land vrij reizen voor zover ze daar de moed toe hebben. Jan Henrick Santegoitz verkoopt de helft van ‘huys hoff schop schuer gront ende aengelaech’ in Naestenbest aan de Broeckstraet gelegen aan de eigenaar van de andere helft ‘ [18].

Begin 1624 trouwt zijn dochter Maria en daarbij is Jan als getuige aanwezig [19].  
In het volgende jaar worden weer karren gevorderd voor het leger bij Breda, waarna beide partijen verordonneren dat er voor de tegenpartij geen vervoer mag plaats vinden. Tot overmaat van ramp breekt nog de pest uit die enkele jaren aanhoudt, zodat in Oirschot nog in 1628 regels worden uitgevaardigd die daarop betrekking hebben. Inmiddels heeft Jan met nog 6 andere lieden en mede namens 5 reeds overleden ‘consoirten’ het proces tegen de heer van Duffele voortgezet betreffende ‘ de restitutie van seeckere penningen vande beleende heerlyckheyt van Oirschot ‘ [20] en wordt hij als peetvader genoemd [21].  In het pestjaar zelf wordt bij het ‘Jaergedinge gehouden den 17e january Ao 1628′ genoemd bij de ‘Gemeyne waerheyt’ voor Naestenbest Jan Henrick Santegodts ‘ [22], trouwt zijn zoon Nicolaas [23] en weet hij bij een verkoping van huisraat voor 29 stuivers een koebak op de kop te tikken [24].  In oktober van dat jaar heeft o.a. in Naestenbest ‘ de ruyterye vanden Bosch gelogeert, gecomen smergens ontrent ten seven vueren ende wederom vertrocken ten selven dage ontrent ten twelff vueren’, waarbij ‘Jan Henrick Santegodts, twee persoonen ende twee perden’ kreeg te verzorgen [25].

1629 is een zeer belangrijk jaar voor geheel Brabant en wel in het bijzonder voor de Meijerij van den Bosch : Frederik Hendrik slaagt er dan namelijk in den Bosch te veroveren waarna de Staatsen van mening zijn dat heel de Meijerij hen toebehoort, zodat zij overal de belastingen gaan innen. In Brussel, de hoofdstad van Brabant, is men echter een andere mening toegedaan en ook van daaruit blijft men deze activiteiten uitoefenen. De kerken moeten aan de hervormden worden afgestaan, maar vanuit Spanje komt een tegenbevel. Kortom de ellende blijft voortduren.

Het dopen van kinderen blijft doorgaan en in 1630 wordt Jan weer als peetoom genoemd [26]. Twee jaar later koopt Jan samen met de kinderen vande Maerselaer
‘ eenen beempt gelegen binnen der vryheyt van Oirschot, parochie van Sinte Odulphus, inden hertganck van Naestenbest ‘ [27] en treedt zijn vrouw op als peettante [28].

In 1633 worden in enkele dorpen hervormde predikanten aangesteld, maar deze durven hun positie toch niet te gaan innemen, omdat de gehele bevolking zich tegen hen keert. Verder ontstaat er veel schade door het rondtrekkende leger van de prins van Oranje.

In dit jaar koopt Jan ‘ de hellichte in een hoeybeempt gemeynelycken genoemt de Baenryth, gelegen binnen der vryheyt van Oirschot, parochie van Sinte Peter, in den hertganck van Naestenbest ‘ [29]. Kennelijk gaat het hierbij om de andere helft van de bovengenoemde beemd en werd abusievelijk ‘Sinte Peter’ vermeld.

In 1634, als de predikanten gelast worden hun plaatsen in te nemen, is Jan in Oirschot ‘schadtheffer‘, en koopt hij met een compagnon naast juist genoemde beemd nog een koeweide [30].  De pest, welke eigenlijk sinds 1624 nooit geheel afwezig is geweest, steekt in 1635 weer sterker de kop op. Mogelijk is deze ziekte de oorzaak van het testament wat de echtelieden dan laten opmaken [31]:
Inden naam ons Heeren, amen. Bij deesen openbaren instrument sy kennelyck eenen yegelycken, dat den 22e aprilis anno 1635 syn gecompareert voor my, Jan van Audenhoven, pastoor tot Best ende getuygen naegenoemt, Jan Hendrick Santegoets, sieck synde maer syn verstant genoch machtich, wil, memorie ende vyff sinnen volcomelyck gebruyckende als heeft gebleecken, ende Aleydt syn wittige huysvrou, gesont synde, deese hebben met wil ende consent van malcanderen gemaeckt hun testament in manieren nae volgende.
– Inden iersten bevelen sy testateuren henne sielen Godt Almachtich, Marie syne lieve moeder met
‘t geheel hemels geselschap, hunne lichamen der gewyder erden, verscheyden synde.
– Item maecken ter eeren vande H. Moeder Godts ende vande H. Odulphus elck eenen gulden eens

nae doot vanden iersten afflyvingen in hunne parochie kercken voor onrechtverdich goet oft sy
onweetende eenich hadden.
(Marge 🙂

den 13e juny A0 1641 heeft Jan Hendrickx die kerck voldaen des …Jan van Audenhoven.
– Item nae doot vande iersten afflvvigen een mouwer roggen voor de huyscreyen (?) eens, als oock

thien sielmissen voorden iersten afflyvingen sullen worden bestelt.
– Item maecken malcanderen den lestlevenden tot deeses vryen wille te mogen vercoopen ende opdragen

een stuck ackerlants geheeten den Streep, groot ontrent drie loopensaet, tot Naestenbest in parochie
St.Odulphi onder Oirschot gelegen, neven erve van Pauwels Meussen, dander syde neffens erve deeser
testateuren.
– Item maecken malcanderen den lestlevenden die tochte van hunne alle andere goeden.

– Voorts noemen ende stellen sy met vollen recht hunne erffgenamen hunne beyder wittige kynderen
nae hunder beyder doot aen te verden.
Welcke voorscreven puncten sy testateuren verclaerden te weesen hun testament, willende datse sullen valideeren so best can ende mach geschieden, jest nyet als testament emmers als codicille guste ter oorsaecke des doots oft andersins so best can ende mach geschieden al waren hier eenige clausulen van rechtsweegen versocht, waren overgeslagen.
Actum ten dage, jaer ende maent als boven, voor getuygen hier toe geroepen ende gebeden ende byden selven onderteeckent met seeckere mercken so sy nyet en costen schryven, neffens testateuren die oock nyet connende schryven dese seeckere mercken hebben gestelt
.

Best Not.344 f.151  22 april 1635

Dit is Janss testateurs merck       Dit is Aleydts testatricis merck
Getuygen: Dit is Jans Pauwels Dirckx merck Dit is Jan Arien Kemps merck
Aa testor ad permissie requisitus Joannes van Audenhoven.

Gelukkig hoeft het testament niet meteen te worden uitgevoerd, want Jan komt zijn ziekte te boven en in 1637 koopt hij bij een openbare verkoop ‘ een stuck ackerlants gemeynelycken genoempt het Eeussel, gelegen binnen der vryheyt van Oirschot, parochie van Sinte Odulphus inden hertganck van Naestenbest ‘ waaruit jaarlijks betaald moet worden 17 gulden en 10 stuiver [32]. Dit kan worden afgekocht voor 350 gulden. Verder wordt hij in dit en de volgende jaren regelmatig gevraagd om als peetvader op te treden [33].

In 1639 trouwt zoon Henrick en in een belastingboek wordt onder Naestenbest Jan Henrick Santegoedts genoemd met 3 kinderen en een bedrag van 7 den. [34, 35]

In 1641 overlijdt zijn vrouw : ‘ 24 februani objit Aleydis Joannis Santegoets ‘ [36].

Omdat broer Henrick al enige tijd verdwenen is en de door hem in de steek gelaten goederen en verplichtingen voor zijn broers en zusters aanleiding tot onenigheid vormt, wordt in 1642 vastgelegd dat Jan en zijn zwager aan de kinderen 150 gulden zullen betalen uit de goederen van Henrick. Als Henrick toch nog op zou duiken moeten die penningen natuurlijk weer worden teruggegeven [37].  Verder neemt de zwager van Jan een jaarlijkse betaling van twee lopensaet rog over [38].  Ruim een jaar later wordt vastgelegd dat de volledige nalatenschap van Henrick door Jan wordt overgenomen, waarbij de kinderen van wylen zus Barbara als genoegdoening seecker penningen krijgen [39].

Inmiddels is er in Oirschot onenigheid ontstaan over de functie ‘schadtheffer‘. Diverse personen komen opdraven om te getuigen hoe de gang van zaken was in de tijd dat zij schadtheffer waren, en daarbij hoort ook :
‘ Jan Handrick Santegoets, oudt omtrent 80 jaeren, tweemael geweest schadtheffer, ierstmael inden jaere 1621 ende andermael in den jaere 1634.
Verclaerden ter instantie et cum presentatio juramente als voor dese volgende schadthefferen voce consona :
Dat naerden voorgaende gedaene eedt de scepenen hun wel merckelyck met henne medehefferen hebben belast eenen goeden borgemeester te kiezen, die den dorpe nut ende proffytelyck soude wesen, gelyck sy oock dyenvolgende naer hennen sin hebben gedaen ende is deselve borgemeester sonder tegenseggen byde scepenen geeedt geweest ende gekent gelyck behoort.         Consenterende etc. Actum 2 octobris 1644.
Coram testibus Wilbert Nathys Daemen ende Willem Peters van Kimenayen ende Dirck Cents.’

Volgens deze akte[40] is het kiezen van een borgemeester een taak van de schadheffers maar zijn er lieden die daar anders over denken. Enige dagen later wordt dezelfde verklaring door de oude Jan nogmaals afgelegd [41].

In dit zelfde jaar 1642 koopt Jan nog ‘ een stuck ackerlants gemeynelycken genoemt het Hopvelt, groot ontrent een lopensaet oft soo groot ende cleyn tselve gelegen is binnen der vryheyt van Oirschoth parochie van Sinte Odulphus inden hertganck van Naestenbest ‘ [42].

Dit is voor zover bekend de laatste actieve daad van Jan welke in een akte is vastgelegd. Hij overlijdt in 1646 volgens een aantekening in het pastoorsregister [43]:
22 martii obiit Johannes Henrici Santegoets ‘

Zijn uitvaart is kennelijk erg luisterrijk geweest want de kinderen betalen maar liefst 5 gulden 12 den. voor 6½ pond kaarsen [44].


[1] Oirschot R.143 f.199v   [2] Liempde R.17 f.55   [3] Oirschot R.144 f.41v   [4] Idem f.200v   [5] Boxtel R.75 f.128  
[6] Oirschot R.144 f.337   [7] Oirschot R.145 los f.56   [8] Idem f.405   [9] Idem f.445v   [10] Oirschot R.146 dd 5 feb 1607  
[10] Idem dd 22 jan 1609   [12] Oirschot R.147 dd 4 dec 1612   [13] Not.5040 dd 24 mei 1616   [14] Best DTB.1 f.8  
[15] Oirschot R.149 f.18v   [16] Not.5044 dd 22 oct 1620   [17] Oirschot Gem. Arch. Kerkrek.II f.20v  
[18] Oirschot R.150 f.28v   [19] Best 1 f.27v   [20] Not.5044 dd 13 jan 1626   [21] Best 1 f.47   [22] Oirschot R.153 f.II.209v  
[23] Best DTB.1 f.53v  [24] Oirschot R.153 f.II.118   [25] Idem f.II.339v  [26] Best DTB.1 f.63  [27] Oirschot R.157 f.257  
[28] Best DTB.1 f.71   [29] Oirschot R.158 f.413   [30] Idem R.159 f.275   [31] Not.344 f.305  [32] Oirschot R.162 f.281 
[33] Best DTB.1 f.84 , 85 , 88v , 89, 94v en 96v   [34] Idem f.87   [35] Brussel Rek.45060 f.364v   [36] Best DTB.1 f.92v  
[37] Oirschot R.167 f.330   [38] Idem f.333   [39] Idem R.170 f.427   [40] Not.4719 f.5v   [41] Idem f.15  
[42] Oirschot R.169 f.453   [43] Best DTB.1 f.103v   [44] Oirschot Gem.Arch. Kerkrek.II f.45v

naar Top

06.a4   HENRICK SANTEGOOTS

06.a4   HENRICK SANTEGOOTS,   zoon van Henrick   05.a1

Geboren : rond 1566 ,  overleden : na 1595.
Huwelijk en/of kinderen niet bekend.

Henrick is enigszins een buitenbeentje zoals we zullen zien. In 1586 deelt hij mee bij de erfdeling van de goederen van zijn ouders, waarbij hem ten deel valt [1] :
‘ eenen ecker lants genoemt de Huyst, gelegen in Oirschot onder Naestenbest,
het derde deel in eenen beempt geheyten den Braken onder groter Liemde gelegen,
een eckerken genoempt het Hopvelt ter plaetsen voernoemd aende Waterlaet gelegen, ‘

In 1594 verkoopt hij samen met zijn broers en zusters in Klein Liempde ¼ hooibeemd en in Boxtel aan de brug naar Oirschot een stuk land [2].  In ruil daarvoor wordt van hen een jaarlijkse cijns van 3 gulden overgenomen. Aan zus Heylke wordt tevens de tochte uit een stuk land in Boxtel afgestaan.

In 1595 is er iets goed mis met Henrick, hij zit gevangen [3] :
Adriaen ende Jan, gebroederen, soonen Henrick Santegoidts syn borgen ende cautionarissen gebleecken voor Henricken hennen broeder, gelovende dat alle tgene de schouteth nomine officii opten voirscreven Henricken, gevangene, met recht can geheysohen ende gewinnen, dat zy tselve sullen voldoen onder verbant van henne personen ende goeden realiter.
Actum et testes ut supra. (den 30e septembris 1595).

Wel verstaende dat de schoutet onder dese voirscreven gelooftenisse consenteert dat de gevangene sal mogen gaen ten huyse vanden vorster.

Wat er precies aan schort is niet bekend, maar mogelijk dat verder onderzoek hierover wat meer feiten aan het licht kan brengen.

Over mogelijke kinderen van Henrick valt iets op te maken uit een akte van 1600, waarin de dochter en de ‘ soonen Henrick Santegoets, ….. voor hen selven ende hen sterck makende voor den onmundighen kinderen van Henricken soon Henrick voernoemd, ‘ bekennen dat een ‘mauwer roggen tsiaers‘ aan hen is afgelost [4]. Zowel de oude Henrick als de jonge zijn een zoon van Henrick, maar gezien de zinsconstructie zou hier sprake moeten zijn van de kinderen van de jonge Henrick. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de oude Henrick nog onmundige kinderen bezat rond deze tijd. Hoe het ook zij, van deze kinderen is verder niets meer vernomen. Henrick jr. wordt in de akte als niet aanwezig genoemd en is mogelijk dan reeds met de noorderzon vertrokken. Betreffende zijn afwezigheid wordt in 1642 een akte opgesteld [5] :
Alsoo Henrick Henrick Santegodts over lange vuyt dese vryheyt vertrocken is, sonder te hebben geseecht waer henen offt oyck tsedert gehoort is hebben waer den selven gebleven soude mogen wesen, sulx dat vastelycken te vermoeden is dat den selven deser werelt is overleden.
Ende dat daerom tusschen de broeders ende susteren ende broeders kynderen twist ende differentie alreede geresen is ter saecken vanden goeden byden vobrscreven Henrick Henrick Santegodts achter gelaeten, ende noch meerdere geschaepen waeren te gerysen tot grooten coste, haat ende nyt van soo nae vryenden, omme allen de welcke te euten ende schouwen ende alien twist, haet ende nyt ter neder te leggen, soo syn gestaen ende gecompareert ……

Kortom, de hele familie van Henrick komt in het geweer en er wordt afgesproken dat de kinderen van wylen broer Adriaen 165 gulden krijgen waarna ze zich niet meer met de nalatenschap van Henrick mogen bemoeien, :
onder expresse conditie dat by aldyen dye voirscreven Henrick wederom gereieckte te comen, dat dye voirscreven kynderen van wylen Arien Santegodts de voirscreven penningen wederom sullen moeten restitueren …..’

In 1645 wordt hierop door geborduurd [6] :
‘Al soomen presumeert dat Henrick Henrick Santegoets, over vele jaeren vuyt dese vryheyt gegaen synde ende vanden selven int minsten nyet vernoemen offte verstaen hebbende, deser werelt al in testate soude overleden wesen ende dat dyen volgende des selffs Henrix achtergelaeten goederen souden verstorven wesen op Jannen Henrick Santegoets synen broedere voor deen hellicht ende op Henricken, Rutgeren ende Anthonissen kynderen wylen Arien Rutgers van Heesch byden selven Adriaen ende wylen Barbara syne huysvrouwe, dochtere wylen Henrick Santegoets te samen verweckt, voor dander hellicht, soo sy verclaerden, …..

Hierbij wordt overeen gekomen dat Jan alle rechten krijgt en de kinderen van Adriaen een niet met name genoemd bedrag. Omdat zowel hier als in de vorige akte niet over kinderen van Henrick wordt gerept, zijn deze kennelijk als kind overleden of samen met hun vader met onbekende bestemming vertrokken. Wat er van Henrick zelf geworden is, is eveneens volledig onbekend.


[1] Oirschot R.143 f.199v   [2] Boxtel R.75 f.128   [3] Oirschot R.144 f.337   [4] Oirschot R.145 f.206v  
[5] Oirschot R.167 f.330 [6] Oirschot R.170 f.427

naar Top

06.a5   HEYLKE  SANTEGOOTS

06.a5   HEYLKE  SANTEGOOTS,   dochter van Henrick   05.a1

Geboren : rond 1568 ,  overleden : in Best op 27 jan 1632.

Bij de erfdeling in 1586 is Heylke [1]  ‘ by lote te dele gevallen,
– eenen ecker genoempt de Streepe, vyff lopensaet groot wesende, off inder grootheyt ende met allen synen toebehoeren gelegen in Boxtel onder Onrode,
– is noch te deele gevallen de helft van eenen beempt genoempt den Schelenbeempt, onder Liemde gelegen, ….’

In 1594 verkoopt zij samen met haar broers en zuster enkele stukken land in Boxtel [2] en wordt aan haar overgedragen ‘ de tochte in een stuxken ackerlants, groot ontrent een lopensaet, gelegen inde prochie van Boxtel aende groote brugge naer Oirschot gaende …. , haren leven lanck gedurende, gereserveert nae hare afflyvicheyt hen transportanten de erffelycheyt, ten ware de selve tot onderhout van hare lichame tselve nodich hadde, dat in dien gevalle sy tesame erffelyck sullen mogen aenverden ende haren vryen wille daer mede doen.

Ook hierbij wordt Heylke door twee momboiren bijgestaan, dus is het duidelijk dat zij niet getrouwd is.

Tien jaar later koopt Heylke samen met twee broers als momboir [3]
eenen halven beempt, genoempt sBrouwers Broeck beempt, groot ontrent int geheel drye buender off inder grootheydt de selve gelegen is in Oirschot onder Aerle, ·… ,
noch eenen ackerlants groot ontrent een sestersaet off inder vuegen ende grootheydt gelyck hy dyen vercregen heeft, … , genoempt den Grooten Laeracker, in Oirschot onder Naestenbest, ‘

Aan de verkoper wordt toegezegd dat hij
den voirnoemde halffven beempt ende Laeracker wederom sal mogen naer hem nemen ende lossen metten sommen van twee hondert ende vierthien carolus gulden tot twintich stuyvers den gulden, ende de quantiteyt van een mudde roggen, mate van Oirschot, eens te leveren, behoudelyck dat tselve sal moeten geschieden van Sinte Jacopsdach Apostel toecomende over een jaer, te weeten alsmen scryven sal vanden geboirten ons Heeren duysent seshondert ende ses ‘ ·
Bovendien belooft de verkoper op dat tijdstip een bedrag van 100 gulden te zullen betalen.

Het blijft verder stil rond Heylke tot in 1632 een eenvoudig zinnetje in het pastoorsboek haar einde vermeldt [4] : ‘ 27 januari obiit Helwigis Henrici Santegoets


[1]Oirschot R.143 f.199v   [2]Boxtel R.75 f.128  [3]Oirschot R.145 f.445v   [4]Best 1 f.69  

naar Top

06.b1   HENRICK SANTEGOETS

06.b1   HENRICK SANTEGOETS,   zoon van Roelof   05.a2

Geboren : in 1558 ,  overleden : na 1625.
Over een eventueel huwelijk is niets bekend.

De vader van Henrick is ten tijde van zijn geboorte of spoedig daarna overleden, mogelijk ten gevo1ge van de pest. In ieder geval is zijn vader reeds overleden als in 1561 de goederen van zijn grootvader Henrick worden verdeeld. [1]
Hij erft dan op driejarige leeftijd:
‘- eenen acker landts gemeyndelycken genoempt den Ouden Boogaert gelegen onder die prochie van Boextel tot Onroede,
– die hellicht in eenen acker landts genoempt den Steenoeven, gelegen onder die prochie voirscreven, noch die hellicht in eenen hoeybeempt, gelegen inde prochie van Haeren onder Belveren, …
– ende die hellicht in eenen heycamp gelegen indt Vuylbroick,

Zijn zaken worden door de momboiren goed beheerd, want in 1564 is iemand hem 34 gulden schuldig. [2] Volgens afspraak wordt deze schuld in 1565 afgelost, waarna dezelfde persoon voor een jaar 48 gulden en 15 stuiver leent. [3]

Gedurende de nu volgende vijftien jaar groeit Henrick kennelijk voorspoedig, maar zijn er namens hem geen handelingen opgetekend. In 1579, op 21 jarige leeftijd maar volgens de toen geldende norm nog niet volwassen, blijkt hij aan zijn oom Arndt 42 gulden 15 stuiver en aan twee andere personen respectievelijk 94 gld 2½ st en 132 gld 5 st voor een tijd van twee jaar te hebben uitgeleend. [4]
In de marge bij deze akte staat vermeld :
‘ Henrick Roelofs Henricx (Santegoets) in dit contract genomineert, oudt zoo hy verclaert twee en twintich jaeren, ende met hem Jan Santegoets zyn geconstitieerde momboir, de twee en veertich gulden ende vyftien stuvers in dit contract begrepen, hebben zy wittelyck ende erffelyck opgedraegen ende overgegeven Peteren van Gerwen Ambrosius zoon, simul cum litteris et jure etc. Promittentes dicti Henricus et Joannes super omnia et habenda ratum servare notanter et omnem obligationem ex parte eorum deponere. Testes Merten Machariss vande Laer ende Aert van Lille.
Datum 20a februani Ao 1580. ‘

Ook de andere twee akten hebben hetzelfde bijschrift. Enkele maanden voor hij deze overdracht laat registreren blijkt hij als ‘onbeiaert zoon wylen Roelofs Henricxsen‘ nog 56 gulden voor een jaar te hebben uitgeleend. [5]

Weer blijft het nu ruim tien jaar rustig rond Henrick tot hij in 1593 in den Bosch een verkoop van ‘ pratum terre pascualis seu fenalis duas diminatas vel circiter continendum, situm in parochia de Haren juxta pontem, dictum die Belversche Brugge ‘ laat vastleggen. [6]  
Inmiddels is Henrick ruimschoots volwassen geworden.

In de tijd die hierna volgt zijn er de nodige ongeregeldheden door plunderende Staatse krijgsbenden en muitende Spanjaarden. Maurits doet enkele vergeefse pogingen om den Bosch te veroveren. In 1601 vindt er een grote verandering plaats in het leven van Henrick. Hij ruilt al zijn bezittingen in Boxtel tegen [7] ‘ alle eenyegelicke alsulcke gronden van erven met haren richten ende toebehoirten, oic met alsulcke gerichticheeden ende servituyten der selve, die hy Jan Adams Duyssen liggende heeft ende hem toebehoirende syn in die dorpe van Lieshout, egeene der selve gronden wtgesceyden, met de timmeragien daer op staende ende daer toebehoorende, soo wel die hem by successie ende versterff van syne ouders aengecomen syn ende by hem gecoft ende vercregen syn tegens synen mede erffgenaemen ende andere persoonen,.., wtgenomen diverse grontchynsen daer wt van rechtswegen jaerlix te betaelen, bedragende int geheel te samen achtien stuvers oft daer ontrent onbegrepen.
Ende gesciet dese opdrachte by maniere van erffmangelinge tegens diverse grontgoederen inder prochie van Boxtel ende onder de dingbanc aldaer gelegen ende noch tegens sekere renten byden voirnoemde Henrick Roeloffszen op huyden date deses voor den ondergescreven heren scepenen opgedragen synde aen Jannen Adamssen voirnoemd. ‘

Deze akte betekent voor Henrick een volledige omschakeling en hoogstwaarschijnlijk ook een verhuizing naar Lieshout. Er blijkt niet uit of dit misschien met een huwelijk verband houdt. De rente waarover hierboven sprake is en welke eveneens aan Jan Adams wordt overgedragen blijkt te bestaan uit ‘ alsulcken jaerlicken ende erffelicken chyns van eenentwintich carolus gulden tot twintich stuvers tsuck, te betalen alle jaer erffelicken int hoochtyt van Sinte Marten inden wynter, van ende wt sekere onderpanden gelegen in de prochie ende dingbanc van Boxtel, wesende een hoeve lants gemeyndelick genoempt de Elsbroeck, ende alnoch eenen jaerlicken ende erffelicken chyns van sess carolus gulden tot twintich stuvers tstuc, verscynende Natum Baptiste, van en wt een onderpant genoempt het Ront Beemdeken, gelegen inde prochie ende onder de dingbanc van Boxtel ter plaetsen genoempt Onroede, ‘

Uit de verkregen goederen verkoopt Henrick in 1605 een stuk land gelegen aan de Houtstraat. [8] Meer informatie over zijn bezittingen in Lieshout is vervat in een akte uit 1607 ten tijde van de wapenstilstand van acht maanden, welke als volgt luidt [9] :
Henrick zoone wylen Roelofs Zantegoets heeft wittelyck ende erffelyck vercocht, ende vercoopt midts desen, eenen jaerlicken ende erffelicken chyns van thien ende eenen halven carolus gulden tot 20 st. inne goeden gelde ten tyde der betalinghe binnen der stadt Shertogenbossche ter bursen gerneynelick cours ende loop hebbende, elcken gulden gereeckent, te betaelen alle jaer erffelick den vyfthienden dach der maent van septembris, ende voirden iersten termyn van betalinghe, den vyfthiende dach der maent van septembri anno 1600 ende acht, ende binnen der stadt Shertogenbossche vry van allen beeden ons heeren des hertochs, exactien, subventien, thiende, twintichste, honderste, mindere ende meerdere penningen, commeren, schattinghen ende lasten, ordinarisse, extraordinarisse, gewoenlick ende ongewoenlick, ingestelt ende alnoch naemaels ingestelt te wordden, egheene lasten wtgescheyden, te leveren ende te vergelden, van ende wt huys, erve, hoff ende byliggende erffenis, twee lopensaet lants ofte daeromtrent groot zynde, gelegen binnen der parochie van Lieshoudt, …..
– noch van ende wt een stuck erffenis genaempt den Hooghen Dries mitte Steenhaghe, negen lopensaet lants ofte daerontrent groot zynde, gelegen binnen der parochie voirscreven, …..
– item van ende wt eene hoybeempt, groot wesende omtrent eenen halven buender, …..
– item wt een stuck groeslandts, gelegen binnen der parochie voirscreven, eenen buender lants ofte daeromtrent groot zynde, …..
– item wt een stuck erffenis genoempt den Mortel, gelegen binnen der parochie voirscreven, …..

– noch wt een stuck lants genoempt den Langhen Streep, groot anderhalff lopensaet, gelegen binnen der parochie voirscreven, …..
– noch wt een stuck lants genoempt het Herick stuck, groot omtrent een lopensaet ende dertich royen,
– noch wt een stucxken lants een lopensaet ende twintich roeden groot zynde, genoempt den Haver Ecker, gelegen binnen der parochie voirscreven, …..

– noch van ende wt een zille hoybeempts, gelegen inde Lieshoudtsche beempden, …..
– ende alnoch van ende wt een stuck heybeempts genaempt Vellen Herst, groot omtrent eenen halven buender, gelegen binnen der parochie van Lieshoudt voirscreven,·…
mit conditien inne desen toegedaen, dat die voirscreven vercoopere den voirscreven jaerlicken ende erffelicken chyns van thien ende eenen halven carolus gulden zullen moeghen lossen ende quijten tot allen tyden, teffens ende ten eenenmaele mittere somme van hondert ende vyftich gelycke carolus gulden et cum censu anni et arrestadys, behoudelick datmen de voirscreven losch gehouden ende verbonden zall wesen een halff jaer te voirens wittelick te vercondighen ende op te seggen. ‘
In de marge van deze akte is vermeld :
‘ dat Henrick Roeloffs Zantegoets desen chyns van tien ende eenen halven gulden heeft gelost ende gequeten ende alle d’achterstellen voldaen. Actum 6 septembris 1625. ‘

In 1609 gaat het twaalf jarig Bestand in en als dat twee jaar van kracht is blijkt Henrick plotseling in Breugel te wonen. [10]  In een te den Bosch geregistreerde akte belooft
‘ Henrick sone wylen Roeloffs Henrix Santegoets, wonende inden dorpe van Brögel ‘ dat hij Cornelis van Tilborch ‘ met syne goederen, erffgenaemen ende nacomelingen van allen costen ende schaden ende interesten die hem Cornelissen ter saecke synder voorscreven gedane geloofte enichsins souden mogen overcomen ten eeuwigen dagen tegens eenyegelycke zal costeloos ende schadeloos houden.
Deze Cornelis is waard in de Gulden Hant inde Vuchterstraat in den Bosch en heeft beloofd te zullen zorgen : ‘ voorde prompte voldoeninge van alsulcke costen van recht als de voirnoemde geintimeerden (H. Geestmeesters in Boxtel) bij sententie ende taxatie van mijne voirscreven heeren scepenen ter saecken des voirscreven processe opte supplianten voirgevuert (Henrick Jan Santegoets c.s.) sullen mogen comen te winnen ende te obtineren. ‘
Waarschijnlijk was het de bedoeling om Henrick als borg te laten fungeren voor zijn neef, maar is hij te laat verschenen om dat te laten vastleggen. Genoemde waard is toen zo vriendelijk geweest als tussenpersoon op te treden.

Een jaar hierna zit Henrick kennelijk in geldnood, want hij leent 300 gulden waarvoor hij jaarlijks 21 gulden chyns moet opbrengen. [11]  Dezelfde goederen als vijf jaar geleden fungeren daarbij als onderpand, zoals huis, erf, hof en bijliggende erffenis
(2 lopensaet), den Hooghen Dries met de Steenhaghe (9 lop.), een hooibeemd
(½ buender), een buender groesland, den Mortel, den Langhen Streep (1½ lop.),
den Leeghen Acker (2 lop. 43 roeden), den Haver Ecker (1 lop. 20 r.), een zille hooibeemd in de Lieshoutse beemden en een hooibeemd van een halve buender, Vellen Horst.

In 1613 is in een akte sprake van ‘ Henrick zoene wylen Roeloffs Zantegoets, woonende tot St.Oedenrode ‘ welke geld heeft geleend en daarbij belooft over een jaar 100 gulden terug te betalen. [12]

Twee jaar later is Henrick in een rechtszaak verwikkeld met een weduwe en is hij gedwongen om haar te ‘ veronderpanden ende verobligeren ‘ ….. ‘ zeeckere zyne huysinghe, erve, hoff ende andere erffenis dyen aenliggende, vyftich lopensaet ofte daerontrent int geheel groot zynde, gelegen binnen der parochie van Lieshoudt ter plaetsche genoempt mt Cattenzoel, … ‘ [13]
Uit de genoemde belendende percelen valt op te maken dat het om hetzelfde huis gaat als in de vorige akte, hoewel daar slechts twee lopensaet als grootte wordt aangegeven.

In de laatste akte die over Henrick bekend is, wordt hij inwoner van Lieshout genoemd. [14]  Daarbij verkoopt hij ‘ tot behoeff vande fundatie der sess bursen van scholieren wylen heere ende meestere Peeters vande Water presbytere ende canonick in zynen leven, der cathedrale kercke van St.Jan Evangelist binnen der stadt, eenen jaerlycken ende erffelycken chyns van veerthien carolus gulden, tstuck tot 20 st. goets ganckbaer gelts gerekent ‘. Dit gebeurt dan weer uit zijn huis met twee lopensaet land int Cattenhool in Lieshout, den Hooghen Dries mette Steenhaghe (9 lop.), een hooibeemd van een halve buender, een stuk groesland en den Mortel samen 1 buender, de Langhen Streep (1½ lop.), het Herick Stuck (1 lop. 30 r.), den Legen Acker (2 lop. 43 r.), den Haver Acker (1 lop. 20 r.), een zille hooibeemd en tenslotte een halve buender hooibeemd genoemd Vellen Horst.
Op dit alles blijkt dan al te rusten een grondchyns van 18 stuiver, een jaarlijke chyns van 10½ gulden, vervolgens van 21 gulden en nog een van 7 gulden.
De nieuwe chyns is aflosbaar met 200 gulden

Afgezien van de reeds genoemde aantekening in de marge van een akte uit 1607 en daterend van 1625, is hiermee onze kennis over Henrick uitgeput. Mogelijk dat bestudering van de bronnen met betrekking tot de plaatsen Lieshout, Breugel en St.Oedenrode meer informatie aan het licht brengt.


[1]den Bosch R.1425 f.281v  [2]den Bosch R.1479 f.290  [3]den Bosch R.1457 f.73v  [4]den Bosch R.1486 f.392v  
[5]den Bosch R.1488 f.52   [6]den Bosch R.1490 f.416  [7]den Bosch R.1464 f.250v  [8]Boxtel R.68 f.190   [9]Idem R.70 f.45v   [10]Idem f.125v   [11]Boxtel R.72 f.39v   [12]Boxtel R.72 f.48v   [13]den Bosch R.1407 f.446v   [14]den Bosch R.1441 f.69  

naar Top

06.c1   JAN SANTEGOETS

06.c1   JAN SANTEGOETS,   zoon van Jan   05.a5

Geboren : rond 1561 ,  overleden : na 1617.
Gehuwd met : Marycke, dochter van Coenraert Janssen Kemp
Kinderen : ?????

De eerste maal dat Jan in een akte genoemde wordt is in 1598 als man en momboir van zijn vrouw Marycke. [1]  Hij verkoopt dan een jaarlijkse pacht van 3½ gulden
de et ex pecia terre partim arabilis et partim pascualis, in toto quatuor lopmatus terre vel circiter continentem, dicta communiter den Straetackers, site in parochia de Helvoirt ad locum dictum aenden Raem, ‘ welke pacht losbaar is met 50 gulden.
Het valt op dat het stuk land in Helvoirt ligt, terwijl zijn ouders steeds in Boxtel gewoond hebben. In de marge staat vermeld dat de aflossing heeft plaats gevonden, maar als datum van die vermelding staat 1660 en we mogen aannemen dat Jan dat jaar niet gehaald heeft, dus zullen zijn erfgenamen dat wel geweest zijn.

Ook de volgende akte heeft betrekking op Helvoirt. [2]  Daarbij verkoopt Jan namens Marycke 2 lopensaet ackerland genoemd Aende Gheesel. Kennelijk zijn de goederen door zijn huwelijk in zijn bezit gekomen. Om onbekende redenen staat de nieuwe eigenaar het land weer aan Jan af, waarna in 1602 dezelfde persoon het toch weer koopt. [3] In de marge staat geschreven dat een broer van Marycke in 1603 voor de schepenen is verschenen ‘ ende heeft getoont ende geboden blyckende penningen, die hy verclaerde hem eygen toebehorende met woorden daertoe bequame, om daermede mits den recht vanden naerderscappe te lossen ende te quyten het voirscreven stuck acker-lants ‘.
Er bestaat dus een bepaald voorkeursrecht voor een persoon wiens familie dat stuk land reeds heeft bezeten.

Wat de historie betreft bevindt Jan zich rond deze tijd in een tijdvak van plunderingen, brandstichting, muiterij, allemaal ten gevolge van de Tachtigjarige Oorlog. Met name Boxtel heeft het zwaar te verduren omdat muiters het kasteel aldaar hebben bezet en van daaruit rooftochten ondernemen. In 1607 is er een wapenstilstand van acht maanden en in die periode doet ‘Jenneke weedue Jans Santegoetsz‘ ten behoeve van haar zoon Jan afstand van : ‘ de tochte haer competerende in het vyfte gedeelte van allen ende eenyegelyke de goederen, zoo gereede als ongereede, haeffelycke ende erffelycken, waer ende tot wat plaetschen die gelegen ende bevinden zijn, egheen van allen deselve wtgescheyden, daerinne de voirscreven wylen Jan Zantegoetz bestorven is ende de welcke hy mitter doot geruympt ende achtergelaeten heeft ende in sulcker vueghen gelyck zy allen deselve tegenwordelick in tochte is besittende ‘
ten behoeve van haar zoon Jan. [4]

En onze Jan geeft dit vijfde gedeelte weer door aan zijn drie broers, die op hun beurt beloven hem daarvoor te betalen ‘ de somme van hondert ende veertich carolus gulden tot 20 st. inne goeden gelde ten tyde der betalinghe binnen der stadt Shertogenbossche ter burse gemeynelycken cours ende loop hebbende, elcken gulden gereeckent te voldoen ende te betaelen terstondt ende zoo gevinghe Jenneken weedue Jans Santegoetz henne moedere afflijvich geworden zall wesen ende eer nyet

In de marge is vermeld dat dit in 1616 is afgehandeld.


[1]den Bosch R.1470 f.232   [2]den Bosch R.1410 f.79v  [3]den Bosch R.1473 f.33  [4]Idem R.1479 f.157

naar Top

06.c2   HENRICK SANTEGOETS

06.c2   HENRICK SANTEGOETS,   zoon van Jan   05.a5

Geboren : rond 1563 ,  overleden : voor 1624.
Gehuwd met : Hilleke, dochter van Gysbert Wouters. Zij is voor 1605 reeds overleden.
Kinderen :
07.a1   Jan,  geboren rond 1588
07.a2   Metke,   geboren rond 1590

Henrick wordt voor het eerst genoemd in 1593 [1]:
Beybeurders van Kersmis 93, Lennishovel : Henrick Jan Santegodts ‘.
Dit houdt in, dat hij mee helpt bij het ophalen van bepaalde belastingen of gelden.
In deze tijd van de Tachtigjarige Oorlog komt het regelmatig voor dat er voor de Spaanse troepen of de Staatse krijgsbenden of voor muitende soldaten of voor zich verdedigende steden geld moeten worden opgebracht. Het ophalen van dergelijke gelden gebeurde door plaatselijke personen, die soms werden gekozen, soms werden aangesteld of die bij een openbare aanbesteding zich daarvoor hadden gemeld.

In 1596, als Staatse benden Branbant afstropen, wordt Henrick voor het gerecht gedaagd vanwege [2] ‘ betalinge der somme van achthien gulden, procederende van sekere gebruyc by den gedaghde gehadt in een weyvelt vanden selven aenleggere gepacht ende gebruyckt heeft gehadt. ‘
Of Henrick betaald heeft is niet bekend.

Het blijft nu een poos stil rond Henrick, maar niet in de Meierij. Staatse troepen proberen den Bosch in te nemen en muitende Spanjaarden plunderen enkele dorpen. Rondom de eeuwwisseling is Maurits aktief rond den Bosch, maar kan tegen de stad niet veel uitrichten. Als muiters het kasteel in Boxtel innemen en vandaar op strooptocht gaan wordt het voor de plattelandsbevolking nog ellendiger.

In deze tijd overlijdt Henricks vrouw, want in 1605 lost hij af [3] :
als naegelaten weduwer van wijlen Hilleken zynen huysvrouwe, dochtere wijlen Gijsberts Wouters, ·… , een jaerlicke ende erffelycke rente van twee carolus gulden, tot twintich stuvers elcken gulden te rekenen off die weerde daer voer inne anderen goeden ganckbaeren gelde, van ende vuyt een stuck hoeylants den voirscreven Henricken van weghen zynder voirscreven huysvrouwen aengecomen, gemeynelicken genoempt Heylenvelt, gelegen onder die parochie van Liempde ter plaetschen geheyten aen Goessen Buender. ‘

In 1607 is het op het militaire vlak rustig, want er geldt dan een wapenstilstand van 8 maanden. In deze tijd blijkt de moeder van Henrick nog steeds in leven en de goederen uit het ouderlijk huis zijn nog niet verdeeld. Broer Jan wil naar Helvoirt vertrekken maar wil zijn erfdeel eerst ten gelde maken. Daartoe verkoopt hij dat erfdeel aan zijn broers voor 140 gulden, welke echter pas betaald hoeven te worden nadat ‘ henne moedere afflyvich geworden zall wesen ende eer nyet.’ [4]
Volgens een bijschrift in de marge is dit gebeurd in 1616.

Inmiddels heeft die moeder ten behoeve van Henrick, Mathys en Peeter reeds in 1608 afstand gedaan [5] ‘ van allen ende eenyegelycke goederen, zoo gereede als ongereede, haeffelycke ende erffelycke, waer ende tot wat plaetschen die gelegen ende te bevynden zyn, egheen van allen de selve wtgescheyden, daerinne wylen Jan Santegoets bestorven is ende de welcke hy mitter doot geruympt ende achtergelaten heeft.
De broers beloven daarvoor  ‘ dat zy der zelver Jenneke hender moeder voirtsien in cost, cleedere ende andere nootelickheeden, zoo wel sieck als gesont wesende, haere leven lanck geduerende, eerlycken ende deechlycken naer eysch haers staets, zullen alimenteren ende onderhouden ofte doen onderhouden ende alimenteren, zulcx dat zy haer dyen aengaende mit reeden nyet en zall hebben te beclaegen.

Hierboven is in ’t kort iets over belastingen vermeld. Een van de gebruikelijke belastingen is de contributie. De setters van de contributie hebben als taak om de grootte van het bedrag voor iedereen vast te stellen al naar gelang de hoeveelheid grond die men bezit. In 1604 wordt voor Henrick Jan Santegoidts een bedrag van 8 gulden vastgesteld voor goederen in Munsel en Onrode in Boxtel. [6]  De meeste bedragen in de lijst zijn veel lager, dus Henrick heeft kennelijk aanzienlijke bezittingen daar.

In 1610 behoort Henrick zelf tot de contributie setters voor Munsel en Onrode. [7] Tevens komt hij voor in de lijst waaruit de borgemeesters worden gekozen, waarbij hij 1 stem verwerfd. [8]  Een borgemeester is niet te vergelijken met onze huidige burgemeester. Het is namelijk een funktie op het gebied van het innen van bepaalde gelden.

Met laatstgenoemde akte zijn we inmiddels aangeland in het tijdperk van het Twaalfjarig Bestand. Dat het toen voor de bevolking niet louter rozengeur en maneschijn was moge blijken uit het hierna vermelde feit [9]:
‘ Specificatie van wagenen, bij den ingesetenen der Baenderije van Boxtel in de voerleden maent van aprili ende de tegenwoirdighe maent van meye anno 1610 doer ordre vande baenderheere van Grobbendonck ten laste vanden quartiere van Oisterwyck uuytgedaen, daermede de bagagie vande garnisoenen uyter stadt van Shertogenbosch is gevoert als volght :
Inden iersten hebben de borgemeesteren der voirsoreven baenderye gehuert ten eynde voirscreven zes waegenen van naebescreven persoenen – te weten van …. Henrick Santegoits (e.a.) – die welcke den 13e aprilis voirscreven ‘s morgens goets tyts zyn uuytgevaeren ende ‘s avonts den 15e der zelver wederom thuysgecomen, elcken waeghen daeghs aengenomen zynde voor vier gulden. Compt alzoe vande voirscreven zes waegenen voerde voirscreven drie daeghen tsamen : 72 gld.
   Opden 21e may smorgens zyn de naebescreven persoenen uuytge vaeren met zes waegenen, te weten ·…  Henrick Santegoits . ..(e.a.), zynde sondaechs savonts daernae weder thuysgecomen. ‘

Men krijgt weliswaar betaald voor het verrichten van hand- en spandiensten, maar deze kosten worden over de bevolking omgeslagen.

In 1611 is ‘ seker proces communicatoir geresen oft opgestaen tusschen Henrick sone wylen Jans Santegoets ende consoirten soo sy ageren supplicanten ter eenre, ende Heilige Geest meesters tot Boxtel ter andere syden, geintimeerden. ‘ [10]
Voor de kosten die daaruit voort kunnen komen stelt eerst de waard van Inde Gulden Hand in de Vuchterstraat in den Bosch zich borg en voor de waard treedt Henrick Roeloff Henrix Santegoets als borg op.

In hetzelfde jaar belooft Henrick 200 gulden te laten betalen na zijn overlijden [11] :
Hanrick sone wylen Jans sone Henric Willems Santegoets wonende tot Boxtel heeft mits desen gelooft op speciael ende reael verbant van een stuxken ackerlants genoemt Uykens Acker groot ontrent een sestersaet, gelegen in de prochie van Boxtel onder Lennisheuvel, … streckende tot erffhe genoempt den Heesteracker, alnoch van een ander stuxken ackerlants groot ontrent derdalff lopensaten, gelegen in de voirscreven parochie onder Lennisheuvel aen Hansfelt, …. ende voorts op verbant van allen syn andere goederen, present ende toecomende, Adriaenssen van Gestel, priester, tot behoeff des susteren convents vande Marienborch des derde regele van Sint Franciscus, gelegen bynnen deser Stadt opte Uulenborch, de somme van tweehondert carolus gulden, elcken carolus gulden tot twintich stuvers te rekenen oft die werde daer voer in anderen goeden gelde ten tyde der betalinge van desen in Shertogenbosch gemeynlyck gancber synde, terstont nae afflyvicheyt des voirscreven Henrix gelovere te worden voldaen ende betaelt ende in Shertogenbossche vry van alle commeren ende lasten te worden gelevert, ende dit ter oirsaecken van dat Metken des voirscreven Henrix dochtere by hem ende saliger Hilleken syn huysvrouwe verwect, is ontfangen, gecleet, geprofessyt ende haren leven lang sal worden onderhouden int convent voirscreven, ende dit inne volle satisfactie van alletgene de voirnoemde Metken oft convent namaels voirders souden mogen pretenderen opte goederens by Hilleke metter doot geruympt ende by Henrick Janszn after te laten, soo de selve Henric ende heer Gysbrecht voirnoemd in name des convents openlick ter eenre ende ter andere syden hebben bekent ende bekennen mits desen. ‘

Verdere gegevens over Henrick ontbreken, tot in 1624 de erfgoederen van hem door zijn zoon Jan door middel van een openbare verkoping van de hand worden gedaan. [12] Alvorens een dergelijke verkoping plaats vond, werd in een verkoopcedulle vastgelegd waar een koper zich aan had te houden. In dit geval luidt de akte als volgt :
‘ Vercoopcedulle vande erffgoederen Henrickx Jans Santegoodts.
Onder conditien ende voorwaerden naebeschreven will Jan soone wylen Henrix Jans Santegodts openbaerlycken ten hoochsten ende schoonsten voor eenen yegelycken vercopen de naebeschreven parcheelen van erffgoederen den voirschreven Jannen by doot ende overlyden van wylen Henrick Jans Santegodts ende wylen Hille syne huysvrouwe dochtere wylen Gysberts Gysberts Wouters syne ouders aengecomen, aenbestorffen ende achtergebleven, soo ende gelyck de selve hyer nae naerder ende breeder sullen worden gespecificeert.

Inden iersten seecker woonhuys, schuer, hoffstadt, hoff, boomgaert, potingen, erffenisse ende ackerland daer aen gelegen, inne der parochie van Lyempde ter plaetschen gemeynelycken genoempt Aen Dloo Eynde, ….
De coperen vande selve erffenisse sullen t’selve aenverden in voegen ende manyeren hyer nae volgende, te weten den Beethoff te halff meie, de huysinge met de weyde ende canten te Pincxten ende het ackerlant t’oogst aende bloote stoppelen, allet inden toecomenden jaere sesthyen hondert ende vyffentwintich, des soo sal de copere hyer van genyeten het halff cooren nae laetsrechte, dwelcke Peter Lamberts als tegenwoordigen pachter ende gebruycker inde toecomenden sayenstytsayen sal. Eride sal den vercoopere alnoch nae belyeven vande copere opte huysinge laeten verdecken vyer vymen loffbaer dack stroey.

Dye voorschreven vercoopere reserveert aen hem alle alsulcken opgaende boomen met eenen cleynen jongen nootboome als op ende tegens de erfenisse onder ende beneffens de andere potingen met eender smetten geteeckent zyn, omme by hem binnen den toecomenden bleckenstyt affgehouwen ende vanden gronden geruympt te worden.
Den copere sal hyer vuyt jaerlycx moeten op Lichtmisse vergelden een erffmalder roggen dwelck den pachtheffer jaerlyckx alhyer inden voorschreven woonhuyse met eenen Bosch lopen moet coomen ontfangen. Van welcken pachte dye vercoopere d’achterstellen aff doen sal tot eenen staenden ende lopenden pachte toe.
Sal alnoch den copere hyer vuyt jaerlycken moeten vergelden ende betaelen precis des anderen daechs naer Baemis alhier tot Lyemde aenden rentmeestere des heeren van Helmont anderhalff stuyver grontchyns waer vanden vercoopere d’achterstelle aff doen sal tot den yersten betaeldach toe excluys.
Alnoch een stuck ackerlants genoemt den Laeracker, drye ende een halff loopensaet off daerontrent begrypende offe soo groot ende cleyn als tselve stuck ackerlants gelegen is binnen der parochie van Lyempde aen Hezelaer ter plaetschen gemeynelycken genoempt aende Luckstraete met den voorhooffde ende potinge van dyen, Den copere sal hyer vuyt jaerlycken aenden drossaert van Sinte Michyels Gestel aldaer op St. Michyels dach moeten vergelden ende betaelen precis 1 stuyver gewinchyns, welcke chyns d’achterstellen den vercooper aff doen sal tot den yersten betaeldach van dyen yerstcoomende excluys. Den coopere sal den stuck ackerlants nyet eer mogen aenverden dan van t’oogst yerstcomende over een jaer alsmen schryven sal sesthyenhondert vyff en twintich aende bloote stoppelen alsdan, behoudelyck dat den copere de hellichte vant coren dwelck Peter Lamberts pachtere nu inden toecomenden sayenstyt opten acker seyden sal nae laets rechte sal moegen ontfangen ende genyeten.
Alnoch een stuck heylants gemeynelycken genoempt Kerckhoffs Heye gelegen binnen der parochie van Lyempde ter plaetschen gemeynelycken genoempt Aenden Berch, …. , met den voorhooffde ende potinge van dyen.
Den copere sal de heye aenverden nu t’oogst yerstcomende offt soo dree als den boeckweyt dye daer inne geseyt is aff gemeyt ende vander offe vuyten velde sal wesen.
Den copere sal hyer vuyt jaerlycken moeten vergelden aenden rentmeester vanden baenderheer van Boxtel ende heer van Lyempde ontrent drye oort gewincyns jaerlycken te betaelen binnen der heerlycheyt van Lyempde des anderendaechs naer Baemis, waervan den vercoopere dtachterstellen aff doen sal tot den yerstcomenden betaeldach toe excluys.

Sal alnoch vercoopen seeckere syne koeyweyde gelegen binnen der parochie van Lyempde ter plaetschen gemeynelycken genoempt inde Hamsche Straete , …  los ende vry aente verden te Pincxten yerstcoomende 1625.
Ende offt naemaels met wegen van recht bevonden worde yet min offte meer vuyt enige vande voorschreven parchelen van erffven te vergelden staen dan voorschreven is, t’selve meer offte min sullen dye vercooper ende coperen respective malcanderen elcken mt syne refunderen ende goet doen, mits gevende voor elcken penninck grontchyns dertich gelycke penningen, erffchyns twintich gelycke penningen ende losschyns nae teneure ende inne houden der lossbryeven daer van zynde.

Allen dwelcke gedaen zynde sullen de coopere elck mt zyne opte verbintenisse van henne persoonen ende allen henne andere goederen, hebbende ende vercrygende, gehouden zyn van alsdan voortaan alsulcke chynsen, renthen ende pachten opte respective parchelen by hen gecocht staende soo wel hyer voor genoempt als dyer noch naemaels van rechtswegen op soude mogen coomen alsoo jaerlycken te vergelden ende betaelen, losschen ende aff te quyten, dat de coperen vande andere parchelen daer door nimmer meer gemolesteert, belast noch beschaedicht en sullen worden in eniger manyeren.
Boven allen de voorschreven lasten ende conditien will den voorschreven vercoopere de goeden vercoopen mits percheelen elcke besondere met carolus guldend tot twintich stuyver elcken gulden gerekent offt dye werde daer voor in anderen goeden gepermitteerden gelde, mits conditie dat de coperen int betaelen ende namptizeren vande penningen geen cleynder munte en sullen mogen tellen dan penninghen van drye stuyver, te betaelen te weten de principaele cooppenningen in manyeren hyernae volgende, te weten opte huysingen ende hoff byde veste seven hondert carolus gulden ende de reste te Kersmisse naestvolgende. Opden Laeckacker byde veste drye hondert carolus gulden ende de reste te Kersmisse. De principael cooppenningen vande heye geheelycken byder vesten ende de cooppenningen vant koeyweyken geheelycken te Kersmisse alles ten tyde voorschreven promptelycke als vereyckte ende overwonnen schult sonder enige exceptie, contradictie, dylrye offte vuytstelle op parate heerlycke ende reeele executie.
Item de voorschreven goederen sullen staen ten hoochsele tot van heeden over acht daegen, wesende den twintichsten dach der maent van julio ende sal t’selve hoochsel alsdan vuytgaen met een eyndeken bernender kerssen nae ouder gewoonten ten huyse vanden secretaris van Lyempde ontrent ten vueren naer middach ombegrepen van precisen tyt, middeler tyt salmen mogen hoogen ende slaen aen handen Geraerts Goossens, schryver deser voorwoorden met goeder waerheyt, doende elcken slach twee gulden halff ende halff, dyenende nae ouder gewoonten.
Item opte voorschreven goederen sal staen ten wyncope op elcken gulden soo de selve ten beurde gemynt sullen worden eenen stuyvere byden vercoopere te betaelen t’synen belyffven ende byden cooperen elck mt syne neffens de slaegen te betaelen gereet ende promptelyck als vereyckte ende overwonnen schuldt terstont byden hoochsele van desen mits gevende alsdan oock sonder der vercoopere schaede van het huys vyff gulden, vande Laeckacker 3 gulden, vande heye 1 gulden ende vant koeweyken twee gulden tot schryffgelt, willende van alles nyet vuytgescheyden vry gelt te ontfangen.
De coperen sullen gehouden wesen voorde resterende penningen die genemptizeert souden moeten worden byder vesten ende te Kerssmisse nae den vuytganck des hoochsels te stellen goede sufficiente cautie offt bestande borgen dye geloven sullen indivisie ende een voor al als principaele schulderen opte verbintenisse van henne persoonen ende alle henne goederen hebbende ende vercrygende, daer by dye voorschreven penningen sullen sonder enige exceptie egeene vuytgescheyden by foute der copere promptelyck voldoen ende namptizeren.
Offte andersins by foute weygeringe offte merckelycke vertreck van dyen, soo sal den vercoopere alsulcke coopen daerinne gebreck van voldoeninge valt, wederom anderwerff mogen vercoopen vuyter hant offte ten hoochsten ten laste vanden gebreckelycken geldense alsdan min t’selve sullen alsulcke coperen moeten goed doen ende beyleggen ende geldense meer daer by en sullen sy nyet prositeren.
Item die vercoopere sal den cooperen elck int syne de voorschreven goeden vesten ende opdragen voor scepenen der heer-lycheyt van Lyempde ende inder selver vesten gelooven als schuldenaer principael opte verbintenisse van synen persoone ende alle syne goederen hebbende nede vercrygende dat hyde coperen vande parcheelen schuldig ende gerechte sal doen waerschappe, ende dat hy allen commer, calangie ende aentaele daerinne wesende offt coomende boven t’gene voorschreven is den coperen sullen aff doen geheelycken.
Item dye coperen vande erffgoederen sullen schuldich syn ten versuecke vande vercoopere binnen den tyt van veerthyen daegen naeden hoochsele te compareren voor schepenen voorschreven naer synen belyeffven omme de veste ende opdrachte vande goederen te ontfangen ende de cooppere vandyen in vuegen ende maeten voorschreven op te leggen ende te laten.
De hoochste leggers sullen voor mynen hebben onder expresse protestatie dat hem den vercoopere sal mogen houden aenden yersten, tweeden, derden offte meer dye opte goeden sullen hebben geleecht, gemynt, geslagen offt ontslagen aenden tgeene hem van allen dyen gelye sal inder voegen dyen hy den palmslach geven sal, dye sullen copers wesen ende d’inhout deser voorwaerden moeten voldoen ende achtervolgen  allet sonder bedroch offt argeliste.
(Veiling 🙂
Op heden derthyen daegen inde maent van julio inden jaere ons heeren duysent seshondert ende vyerentwintich syn de naebeschreven parcheelen van gronden van erffven byde naebeschreven persoonen gemynt ende is by de selve respective daerop geslaegen als volcht in presentie vande scepenen hyer onder geschreven.
Het huys, schuer, hoffstadt, boomgert ende erffenisse daer aen gelegen heeft gemynt ter beterschappen Dirok Huyberts voor achthondert gulden ende slaet 10 slagen. Noch 10 slagen. Noch 10 slagen.
Adriaen Jan Laurenssen den 15e july 1624 geslaegen 12 slagen.
(Marge 🙂 Den onraet van wyncoop, schryffgelt ende slagen beloopt 87 gulden. Solvit 200 gulden. Noch 250 gulden. Noch 263 gulden.
Den voorschreven Laeckacker ter beterschappen heeft gemynt Corst Ariens voor vyerhondert 21 gulden. Slaet 8 slagen. Noch 4 slagen. Henrick Corsten noch vyff slagen, den selven noch vyff slagen. Adriaen Janssen noch 2 slagen. Henrick Corsten noch 2 slagen. Vyer slagen quyt.
(Marge 🙂 Onraet 46 gld 1 st. Solvit 346 gld 1 st.
De beterschappe der voorschreven heye heeft gemeynt Lambert Jans voor hondert twee ende tnegentich gulden ende slaet 17 slagen. Thyen slagen geschonelyck.
(Marge 🙂 Onraet 18 gld 12 st. Solvit hyer op ende opde principaele cooppenningen een hondert vyerentsestich gulden 4 st. Rest ses ende veertich gulden 8 st. Voldaen.
Het voorschreven koeweyken heeft gemynt :

Dit koeyweyken aen Lambert Janssen overgelaten voor drye hondert vyff ende t’seventich gulden.
(Marge 🙂 Solvit 100 gld. Voldaen.
Alles aldus gedaen ten dage maent ende jaer als boven in presentie van Laurens Henrix ende Henrick Pauwels, schepenen in Lyempde.
Op heden den twintichsten dach der maent van julio 1624 allen de voorschreven gemeynde ende beslaegene percheelen met een brandende keerssen ten hoochsele gestelt wesende, want nyemant gecompareert en is meer opte voorschreven parcheelen van erffven begerende te hoogen offte slaen, syn de leste slaegen by vuytgange des kerssen aen henne respective gemeynde offt wel beslagene parcheelen gebleven dye alle als schuldenaer principael opte verbintenisse van henne respective persoonen ende allen hennen goederen haeffelyck ende erffelyck, reurlyck ende onreurlycke, egene vuytgescheyden, gelooft hebben de vercoopcedulle in allen henne puncten voor soo veele het yegelyck int syne voor syn particulyer aentreffen sal, sullen voldoen effectueren, volbrengen ende achtervolgen, sonder dat sy hen daer tegens met enige beneficien, remedien ende behulpselen van rechte hoedanich dye wesen mochte, sullen mogen behelpen. Aldus gedaen ten daegen, maent ende jaere als voer. In presentie van Henrick Pauwels ende Henrick Joordes.
Den dach des hoochsels geraempt op een saterdach yerstcoomende 27e july anno 1624.’

Het is niet zeker of het hier slechts een gedeelte van de erfgoederen betreft of nagenoeg de gehele nalatenschap van Henrick omvat. In ieder geval is het totaal bedrag aanzienlijk, zeker in die tijd

[1]Boxtel R.10 f.6v  [2]Boxtel R.11 f.34v   [3]Liemde R.19 dd 1605-12-12  [4]den Bosch R.1479 f.157 
[5]den Bosch R.1480 f.335v  [6]Boxtel R.50 f.205v  [7]Boxtel R.12 f.7v  [8]Idem f.45  [9]Kwart. Oisterwijk 80 dd 1610-06-02 
[10]den Bosch R.1457 f.73v  [11]den Bosch R.1457 f.283  [12]Liemde R.70 f.32v  

06.c3   MATHYS SANTEGOOTS

06.c3   MATHYS SANTEGOOTS,   zoon van Jan   05.a5

Geboren : rond 1565 ,  overleden : in Boxtel op 12 okt 1642.
Gehuwd met : Aleyda, dochter van Dirck Jans de Moldere. Zij is overleden voor 1634.
Kinderen :
07.b1   Helena,  geboren rond 1595
07.b2   Anna,  geboren rond 1597
07.b3   Maria,  geboren rond 1599
07.b4   Jenneke,  geboren rond 1601

De eerste vermelding van Mathys komt voor in de marge van een akte in Boxtel. [1]  
In bedoeld bijschrift wordt Mathys al genoemd als de man van Aleyt en de datum is 5 april 1595. We mogen aannemen dat vanaf die tijd ongeveer zijn dochters zijn geboren, 4 in getal.

Een en ander speelt zich af in een tijd die voor de bevolking de nodige ellende en narigheid meebracht : de Tachtigjarige Oorlog. Staatse krijgsbenden zwerven rond en plunderen de dorpen, muitende Spanjaarden gedragen zich op dezelfde wijze. Met name rond de eeuwwisseling, als Maurits een poging doet om den Bosch te veroveren, heeft Boxtel zwaar te lijden. Als in 1603 muiters het kasteel van Boxtel innemen is de ellende helemaal niet te overzien. Behalve deze zaken als vernieling, plundering, roof en brandstichting moet de bevolking aan beide strijdende partijen nog grote hoeveelheden geld afdragen. Enige verlichting ontstaat er als in 1607 een wapenstilstand van acht maanden van kracht is. In die tijd nemen Mathys en zijn broers het erfdeel van broer Jan over voor 140 gulden, op voorwaarde dat de betaling pas plaats zal vinden na het overlijden van hun moeder welke inmiddels weduwe is geworden. [2]  
Een jaar later doet hun moeder afstand van de goederen, waarbij Henrick, Mathys en Peeter beloven ‘ dat zy der zelver Jenneke hender moeder voirtsien in cost, cleedere ende andere nootelicheeden, zoo wel sieck als gesont wesende, haere leven lanck geduerende. ‘ [3]
Dat leven duurt dan nog tot 1616.

In 1608 verkoopt ‘ Mathys sone wylen Jans Henrix Santegoets, wonende tot Boxtel als wittich man van Aleydt syne huysvrouwe dochter wylen Dirix Janssen de Moldere, ende de zelve Aleydt met den voornoemde Matyssen haren man als met hare wittege momboir, …..eenen jaerlycken ende erffelycken chyns van seve carolus gulden tot twintich stuvers tstuc goets gancbaer gelts, te betalen alle jaer erffelic int hoochtyt van Pinxten ende voorden iersten termyn van betalinge int hoochtyt van Pinxten anno 1600 ende negen, ende in Shertogenbossche vry van allen hertochs beden,vyfte, tienste, twintichste, honderste ende allen anderen meerderen ende minderen penningen, commeren ende lasten gewonelicke. ongewonelicke, ingestelt ende naemaels ingestelt te wordene, egeene lasten wtgescheyden te leveren ende te vergelden, van ende wt eenen hoybeempt, zess lopensate lants oft daerontrent begrypende, gelegen inde prochie van Boxtel ter plaetssen genoempt Lennishovel, …… , ab eodem emptore etc. et effestucando. Gelovende de voornoemde vercoopers super omnia et habenda warandiam, omnes alias obligationes et impetiones deponere, wtgenomen den chyns vande gronde tot twee oirt stuvers siaers aenden heere van Boxtel jaerlycx van te voren ende van rechts wegen van ende wt de voorschreven onderpant te vergelden staende soo hy seede, atque satisfacere.
Ende sal de voornoemde vercoopere desen chyns van seven gulden ten allen tyden mogen lossen ende quyten, teffens ten eenen male met de somme van een hondert carolus gulden tot twintich stuvers elcke carolus gulden te rekenen, off de werde daervoer in sulcken andere goede gelde ende tot sulcker valerie gelyc als t gelt ten tyde deser lossinge bynnen de stadt Shertogenbossche gemeynelyck sal ganckbaer
syn ‘. [4]

Het wordt nu 1616 alvorens we Mathys weer tegenkomen. Inmiddels is dan in 1609 het Twaalfjarig Bestand van kracht geworden en worden de vestingwerken van den Bosch hersteld en versterkt. De hervormden preken in sommige dorpen en er wordt een verbod uitgevaardigd om daarnaar te gaan luisteren. Hier en daar verschijnt de pest weer.
De akte met betrekking tot Mathys gaat over ‘ eenen jaerlicken ende erffelicken chyns van drye carolus gulden, ….. , van ende wt huys, erffve, hoff metten aengelaege, tsaemen vier lopensaten oft daeromtrent groot zynde, gelegen onder de baenre-heerlicheyt van Boxtel ter plaetschen genoempt Lennishoevel geheeten opt Hootschot,       , wtgenoemen eenen erffelycke chyns van drye cappuynen aenden heere van Boxtel ende alnoch eenen erffelycke chyns van drye gulden aen Mari, woonende int clooster tot Boxtel ‘ [5] welke door Mathys wordt verkocht en door hem kan worden afgelost voor 50 gulden.
Een maand hierna wordt hem 2/5 gedeelte van een rente van 9 gulden gelost. [6]

Over de resterende jaren van het Bestand valt nog te melden dat een vaste prijs voor de munten wordt vastgesteld en opgelegd, welke voor den Bosch 6% te laag uitvalt. Oogluikend wordt een 4% hogere koers toegestaan. Tegen het aflopen van het Bestand worden veel levensmiddelen ingeslagen. Als de strijd weer wordt hervat begint ook de ellende weer : muitende Spaanse troepen schrijven brandbrieven, Frederik Hendrik steekt dorpen in brand en neemt boeren gevangen, Maurits pleegt vergeefse aanslagen op den Bosch en Antwerpen. Mathys vinden we vermeld, optredend namens enkele neven en nichten. [7]

In 1625 worden 600 karren gevorderd om graan voor het leger bij Breda aan te voeren, hetgeen door de Staatsen niet wordt geapprecieerd en dus verboden. Bij dit conflict worden burgers gevangen genomen. In de volgende jaren heerst de pest in de Meierij en wordt den Bosch weer belegerd. Deze keer lukt het echter de stadt in te nemen, hetgeen een keerpunt in de oorlog betekent. De Staatsen zijn van mening dat zij met den Bosch ook de Meierij in handen hebben, hetgeen door Brabant (Brussel) wordt bestreden. Het gevolg is dat beide partijen gewone en buitengewone belastingen gaan heffen en dat de Staatsen alle kerken aan de hervormden toekennen en diverse bezittingen als hun eigendom beschouwen.

In 1632 verkoopt Mathys voor 125 gulden ‘een stuck ackerlants groot omtrent een sestersaet, ghelegen binnen de Baronye van Boxtel inde hertganck van Lennisheuvel ‘. [8]  De betaling vindt overigens eerst plaats in 1638. Voor het zover is, is Mathys weduwnaar geworden, want in 1634 staat hij als ‘achtergelaten weduwer van Alit, dochtere Dirck Jans, …. de tochte hem competerende in zekeren acker teullants, genoemt den Rontacker, mettet ledich lant in alder grooten ende toebehoorten groot ontrent met graven ende canten ontrent sesdalff loopensaet, gelegen binnen deser baronie van Boxtell inde heertganck van Lennisheuvel ‘ af aan zijn kinderen. [9]
In het volgende jaar wordt de pest weer heviger in de Meierij en tot eind 1638 zullen er slachtoffers vallen. Inmiddels treedt Mathys als doopheffer op [10], en in 1639 leent hij geld om ‘vyfftich carolus gulden capitael penningen ende den verloopen intreste ten vollen vandien’ [11] af te kunnen lossen, en wordt hij wederom als doopheffer genoemd. [12]  
Mathys blijkt met anderen ‘een geheel torffrecht opde gemeynten van Cleyn Liemde ende Lennisheuvel’ [13] , te bezitten, hetgeen in 1641 wordt verdeeld, zodat Mathys een vierde deel ten deel valt.

In 1642 neemt het leven voor Mathys een einde. Hij is dan bijna 80 jaar oud. Het doodboek in Boxtel vermeldt [14]: ‘ October 12 , Mathias Santegoits
Een maand later verdelen zijn kinderen de nagelaten goederen. [15]  Deze bestaan uit :
Lennisheuvel: ‘ Woonhuys mette hoffstat, hoff, boogart ende erffenisse daeraen gelegen, …..
– een sestersaet teullants, …..
– het sevenste deel in een parceel erven, soo hoyelant als heylant, …..
– een parceel teullants houdende ontrent een sestersaet, genoemt den Grootacker, …..
– een sestersaet teullants inde Mylestraet, …..
– een hoyebemdeken,

Luycel : een Camp, genoemt den Heycamp, nu teullant, …..
Bovendien : een keuteren torffrechts jaerlycx op Oetendonck ende Barisvelt, …..
– alnoch opde gemeynte van Kempen, …..’

De lasten op een en ander blijken te zijn
– 4 loopen erffroggen,
3 capuynen,
100 gulden capitael ende vervallen intrest, …

Hiermee zou het verhaal over Mathys ten einde zijn, ware het niet dat het verpondingenboek van Boxtel,  welk omstreeks 1650 is opgesteld, de vermelding bevat met betrekking tot Lennisheuvel [16]:
‘ De weduwe Matthys Santegoets, proprietaris van een teulhuys metten hoff.
Desselffs bocht by thuys, 1 lopensaet 20 roeden :                                  0 – 18 – 14
Grootacker voor haer part, 23 roeden :                                              0 –   6 –   4
1/6 part in een weyke aende Mars :                                                 0 –   5 – 10
                                                                                                 1 – 10 – 12

Men zou hieruit kunnen concluderen dat Mathys voor een tweede maal gehuwd is, maar verdere gegevens hierover ontbreken.


[1] Boxtel R.72 f.5   [2]den Bosch R.1479 f.157   [3]den Bosch R.1480 f.335   [4]den Bosch R.1451 f.102v  
[5]den Bosch R.1493 f.46v    [6]Boxtel R.65 los f.16   [7]Boxtel R.50 f.398   [8]Idem f.80   [9]Boxtel R.94 f.171v  
[10]Boxtel 2 dd 1636-03-26   [11]Boxtel R.94 f.371   [12]Boxtel 2 dd 1639-11-05   [13]Boxtel R.95 f.8 
[14]Boxtel 2 dd 1642-10-12   [15]Boxtel R.95 f.36   [16]Boxtel Gem.Arch. F2 Lennisheuvel f.4  

naar Top

06.c4   PETER  SANTEGOOTS

06.c4   PETER  SANTEGOOTS,   zoon van Jan   05.a5

Geboren : in 1573 ,  overleden : in april 1655.
Gehuwd met:  Marycke, dochter van Adam Dirx.
Zij overlijdt in Boxtel op 18 november 1640.
Kinderen :
07.c1   Henrica,  gedoopt in Boxtel op 19 september 1609
07.c2   Maria,  gedoopt in Boxtel op 2 april 1612
07.c3   Adriaen,  geboren rond 1615
07.c4   Jan,  gedoopt in Boxtel op 19 januari 1619
07.c5   Adam,  gedoopt in Boxtel op 26 oktober 1619
07.c6   Joanna,  gedoopt in Boxtel op 6 juli 1626

Peeter wordt voor de eerste maal vermeld in 1607, als zijn broer Jan zijn erfdeel verkoopt voor 140 gulden, welk bedrag door Peeter en zijn andere broers moet worden voldaan na het overlijden van hun moeder, die inmiddels weduwe is geworden. [1]  Deze afrekening heeft plaats gevonden in 1616. In 1608 krijgen Peeter en zijn broers Mathys en Henrick de erfgoederen in hun bezit, als hun moeder er afstand van doet op voorwaarde dat zij gedurende de rest van haar leven onderhouden zal worden ‘ in cost, cleederen ende andere nootelicheeden ‘. [2]  

Wat de geschiedenis betreft heeft Peeter het niet getroffen want hij heeft de ellende van de Tachtigjarige Oorlog gedurende nagenoeg zijn hele leven ervaren. Op het moment van bovenstaande transacties is het echter een beetje gunstiger omdat in 1607 een bestand van 8 maanden in acht werd genomen en in 1609 het Twaalfjarig Bestand in gaat. Van deze pauze in de schermutselingen maakt Peeter gebruik door een trouwen en een gezin te stichten. Bovenstaande kinderen moeten waarschijnlijk ook aan hem worden toegerekend, maar helemaal zeker is dit niet omdat de pastoor in Boxtel in het doopboek alleen de voornamen van de vader en de moeder vermeld heeft. [3] Alleen bij Adam staat ook de achternaam vermeld. De doopakte van Henrica luidt bijvoorbeeld : ‘ September 19    Henrica filia Petri Johannis et Marie uxoris eius.
Patrini : Conrardus Cornehi Buscoducendis et Gerarda uxor Johannis Henrici’.

Verder valt op dat in 1619 twee kinderen worden gedoopt die kennelijk slechts iets meer dan 9 maanden na elkaar zijn geboren. Waarschijnlijk is bij een van die data het jaar foutief vermeld.

Na het aflopen van het Bestand begint de ellende weer:  muitende Spaanse soldaten schrijven brandbrieven, Frederik Hendrik brandt dorpen plat en neemt boeren gevangen om losgeld te kunnen eisen, Maurits doet vergeefse pogingen om den Bosch en daarna Antwerpen te veroveren. In 1625 worden karren gevorderd om graan te vervoeren, maar dit wordt door de Staatsen verboden terwijl de eigen partij dit blijft eisen. Ook hiervan is de burger weer de dupe.

In 1626 belooft Peter Santegoits
de somme van eenhondert vyff carolus gulden ende vyff stuyvers, tot 20 st. tstuck off die weerde daer voer inne andere goeden gepermitteerde gelde als vereycte ende overwonnen schult aen te leggen ende te namptiseren inden hoochtyde van Kersmisse 1627, procederende deselve somme ter saecke van goeden geleende gelde, d’welck die voerscreven Peter bekent heeft te danck ontfangen te hebben. Geloovende alsoo wederom te restitueren alsulcke penningen als hy ten daghe deser heeft geschooten ende getelt, te weten vyff en dartich cruysdaelders, twee ducatons, drie halff cruysdaelders, twee vierendeelkens, seventhien schillingen ende twee stuyver in payement. ‘ [4]

In de jaren hierna heerst de pest weer in de Meierij en in 1629 slaagt Frederik Hendrik er in om den Bosch te veroveren. Dit betekent een keerpunt in de geschiedenis omdat daarmee de gehele Meierij onder de invloed van de Staatse troepen komt. Totdat in 1648 de vrede van Munster wordt getekend blijven echter ook de Spaanse soldaten in dit gebied actief, hetgeen o.a. tot gevolg heeft dat men aan beide partijen belasting moet betalen.

Ten behoeve van het zieleheil van een overleden lid van het kapittel in Boxtel stelt Peeter Jans Santegoits in 1630 ‘eene jaerlycxe ende erffelycke rente van vyff carolus gulden permissie gelt’ beschikbaar ‘te leveren van ende vuyt een stuck ackerlants genoemt den Ouaetcoop, ghelegen binnen dese baronnie inde hertganck Lennisheuvel’. Men kan deze rente lossen met 50 gulden. [5] In een andere akte van dezelfde datum is sprake van een rente van 6 gulden welke losbaar is met 100 gulden. [6]  

Twee jaar later verkoopt Peter nog ‘eene jaerlycke ende erffelycke rente van drye guldentsjaers, den gulden tot 20 st. vel valorem etc., …. te leveren ende te vergelden van ende vuyt een stuck weylants groot ontrent drye loopensaet, eensdeels ackerlant, gelegen binnen deser baronye inden gehuchte van Lennisheuvel op Hanschot’, [7]

welke te lossen is met 50 gulden. Blijkens het bijschrift in de marge is dit gebeurd in 1656. Overigens bleek op dat stuk land al een jaarlijkse chyns van 28 stuiver aan de koster ten laste te liggen alsmede een blanck jaarlijks.

Over de volgende tien jaar is niets over Peter bekend. De Staatsen ondernemen pogingen om in de Meierij predikanten te plaatsen, maar dat stuit op verzet van de bevolking. In 1642 verkoopt Peeter wederom een jaarlijkse rente, ditmaal van 5 gulden, welke losbaar is met 100 gulden, met als onderpand ‘ huys, hoff, hofstat, boogart ende erfenisse daeraengelegen, houdende ontrent een mauwersaet, binnen deser baronie van Boxtel inden gehuchte van Lennisheuvel …. onder last van 28 st. aende costerye tot Boxtell ‘. [8]
In de marge is vermeld dat de lossing in 1657 is geschied.

In 1645 legt ‘Peeter Jan Zantegoits, out ontrent 72 jaeren‘ een verklaring af ‘ ter instantie van de heeren deken ende canonicken van de capittele der collegiale kercke van Sinte Peeter tot Boxtel ‘. Het gaat daarbij over de tienden, die zes jaar daarvoor zowel door de heer van Boxtel als door de kapittelheren werden geïnd. [9]  
Deze akte is door Peter zelf ondertekend met ‘Peter Janssen’ :

1645
Boxtel  R.51 f.264v          24 november 1645

Peeter wordt voor het laatst genoemd in een akte uit 1655. Inmiddels is dan de Vrede van Munster gesloten die een einde maakt aan de Tachtigjarige Oorlog, maar voor Brabant het begin betekent van een periode van achterstelling en uitbuiting. De akte heeft betrekking op de aankoop van ‘ een stuck ackerlants gemeynelyck genoemt den Grietenacker, groot ontrent ses loopensaet off soo groot ende cleyn als den selven daer gelegen is binnen deser baronnye van Boxtell inden hertganck van Brueckelen ‘. [10] Op dit stuk land rust 4½ st. chyns aan de heer van Boxtel.

Twee maanden later wordt contractueel vastgelegd dat de erfgenamen van Hendricxke, een dochter van Peeter Jan, hun deel van de nalatenschap van Peeter Jan reeds hebben ontvangen en dus geen aanspraak meer kunnen maken op de rest van de erfenis. Kennelijk is Peeter dus inmiddels overleden, waarschijnlijk in april 1655. Laatsgenoemde akte is namelijk gedateerd op 18 mei.[11]

De erfdeling van de goederen tussen de andere kinderen vindt plaats eind 1656 en betreft de volgende bezittingen [12]:
in Lennisheuvel,
huys, hoffstadt, hoff ende aengelegen erffenisse
– een stuck weylants
– een stuck ackerlants met een stuck weylants daer teynde
– een stuck ackerlants , genoempt aent Coevoort
– een driesken
– een seste gedeelte in een stuck hooylants inde Hedingen
– een stuck ackerlants int Bayenslant
– een stuck ackerlants met een hooyveltjen daer teynde aen-gelegen, tsamen groot
ontrent vier loopensaet, gelegen aent Coevoort
– een stuck erve wesende soo ackerlant als weylant, gelegen ter plaetse genoempt aende
Steechde.
– een ceuteren torffrecht opde gemeynte van Kempen  (2x)

– een halff ceuteren torffrecht opde gemeynte van Barnisvelt
met last hieruit
– een rente van 5 gulden jaerlycx, losbaer met 100 gulden
– noch een rente van 5 gld jaerlyox, losbaer met 100 gld
– ½ braspenninck chyns
– ¼ part van ½ braspenninok chyns
– 9 st. 2 oort chyns
– 1/8 deel van 3 st. 2 oort gebueren chyns
– 1/6 deel van 15 penningen chyns


[1]den Bosch R.1479 f.157   [2]den Bosch R.1480 f.335   [3]Boxtel DTB.1   [4]Boxtel R.86 f.49   [5]Boxtel R.92 f.43  
[6]Boxtel R.94 f.387   [7]Idem f.72   [8]Boxtel R.95 f.40   [9]Boxtel R.51  f.264  [10]Boxtel R.99 f.16v   [11]Boxtel R.99 f.32 
[12]Idem f.91v   

naar Top

06.d1   PETER  SANTEGOETS

06.d1   PETER  SANTEGOETS,   zoon van Aert   05.a6

Geboren : rond 1570 ,  overleden : na 1607
Gehuwd met : Styntgen, dochter van Jan Kemp
Kinderen : ?????

Tegen het einde van de zestiende eeuw komen we Peter tegen in een akte waarin hij als man van Christine, dochter van wijlen Johannis Kemp een jaarlijkse rente van 3½ gulden verkoopt, van en uit een huis, hof en aangelegen land in totaal 10 lopensaet groot, gelegen in de parochie Haren ter plaatse genoemd de Heesacker, [1]  alsmede nog uit 4 lopensaet teullant en 4 lopensaet weiland aldaar. Peter kan deze rente lossen met 50 gulden. Bij de eeuwwisseling zit Peter in geldnood en leent hij geld onder de belofte dit over een jaar terug te betalen [2]: ‘ Peeter sone Arts Henricxzn Zantegoets, als wittich man ende momber van Styntgen syn huysvrouw, dochter Jans Kemp, op speciaal verbant van huys, erven hoff ende ackerlant daer toe behoorende ende de beemden ende houtwasse daer toebehoorende ende annex synde oft daerontrent, gelegen inde prochie van Haaren ter plaetsse genoempt Hezeacker, ende gelyc die byGerarden Peeterssen als huerlinok gebruyct worden soo hy verclaerde, ….. de somme van eenhondert ende vyftien carolus gulden tot twintich stuvers tstuc goets ganckbaers gelts, int hoochtyt van Onser Lieve Vrouwen Lichtmisse anno duysent zeshondert ende een te voldoen ende te betalen ‘
Uit deze akten blijkt dat zijn vrouw uit Haren afkomstig is. Dat Peter daar ook is gaan wonen blijkt in 1607 [3]: ‘ Peeter sone wylen Aert sone wylen Henrix Santegoets, wonende tot Haren by Cisterwyck, heeft mits desen geloeft super omnia et habenda ……de somme van tweehondert ende vyftich carolus gulden tot twintich stuvers tstuc goets gancbaer gelts ‘ Dit bedrag belooft hij aan dezelfde persoon als in de vorige akte, dus kennelijk heeft Peter onvoldoende middelen gehad om het geleende bedrag af te lossen of de rente te betalen.

Met deze akte is onze kennis over Peter uitgeput. Eventuele kinderen zijn niet bekend, noch hoe het hem verder verging.


[1]den Bosch R.1469 f.559v   [2]den Bosch R 1458 f.286v   [3]den Bosch R.1448 f.237  

naar Top

06.d2   ADRIAEN  SANTEGOETS

06.d2   ADRIAEN  SANTEGOETS,   zoon van Aert   05.a6

Geboren : rond 1572 ,  overleden : voor 1628.
Gehuwd met : Heylke, dochter van Wouter Peter van Thuyl.
Kinderen :
07.f1   Wouter,  geboren rond 1602
07.f2   Maria,  geboren rond 1604
07.f3   Gisela,  geboren rond 1606
07.f4  Aert,  geboren rond 1608

Over Adriaen is ook niet veel bekend. Hij wordt vermeld in een akte uit 1605 [1]:
‘ Adriaen sone Ardts Henrixssen Santegoets, als wittich man ende momboir van Heylken syn huysvrouwe, dochter wylen Wouters van Thuyl, heeft wittelyc ende erffelic vercofft, ….. eenen jairlicken ende erffelicken chyns van drie ende eenen halven carolus gulden tot twintich stuvers tstuc goets gancbaer, te betaelen alle jaer erffelic Purificationis, ende voorden iersten termyn van betalinge Purificationis 1600 ende sesse ende in Shertogenbosch vry van alle beden, tienden, twintichsten, hondersten ende allen anderen meerderen ende minderen penningen, commeren, schattingen ende lasten, gewoonlicke, ongewoonlicke, innegestelt ende namaels ingestelt te wordene, egeene lasten wtgesceyden, te leveren ende te vergelden van ende wt een stuc ackerlants, vyff loopensaten lants off daerontrent begrypende, genoempt den Langenacker van vyff loopensaten, gelegen onder de dingbanc van Boxtell onder Munsel aldaer .’
Deze chyns is losbaar met 50 gulden. Volgens een bijschrift heeft aflossing plaats gevonden in 1631, door de kinderen van Adriaen.

In 1613 wordt Heylke genoemd als doopheffer in Boxtel [2]  en tenslotte komt Adriaen nog voor in 1622 als hij optreedt namens anderen. [3]  De daarna volgende akte betreft de erfdeling door zijn vier kinderen in 1628. [4]  Er is dan te verdelen :
In Munsel :
een stuck ackerlants,
– een heycamp
– een stuck ackerlants, gemeynelyck ghenoempt het Langhwillichstuck
– een stuck weylants, ghemeynelyck ghenoempt het Dommelweyken
– een stuck hoylants, ghemeynelyck ghenoempt den Tuyerdries
– een venne, geleghen ter plaetssen ghenoempt aende Langenberch
– een stuck weylants, ghenoempt Cootweyken, gheleghen inde Vier Ghemaelen,

ter plaetssen ghenoempt den Bodem van Elle
– huys, schuer, hoff, boomgaert, ackerlant, weylant, hoylant ende houtwasch

daer rontsom gheleghen
In Liempde : – een hoycamp, ter plaetschen ghenoempt het Wechmans
Broeck
In Gemonde : – een acker ghenoempt den Schomberch. ‘
Alles bij elkaar was het een redelijke hoeveelheid bezittingen.


[1]den Bosch R.1445 f.158   [2]Boxtel 1 dd 1613-07-22   [3]Boxtel R.83 f.18   [4]Boxtel R.88 f.31v  

naar Top

06.d3   ANNA  SANTEGOETS

06.d3   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Aert   05.a6

Geboren : rond 1574 ,  overleden : na 1613.
Gehuwd met : Nicolaus Valerius. De ondertrouw vindt plaats in
Boxtel op 13 januari 1613. [1]
Kinderen :  Valerius, gedoopt in Boxtel op 22 juli 1613. [1]

Verdere gegevens over dit gezin of over Anna ontbreken.


[1]Boxtel DTB.1  

06.e1   DANIEL  SANTEGOETS

06.e1   DANIEL  SANTEGOETS,   zoon van Andries   05.a7

Geboren : rond 1570 ,  overleden : na 1594.
Huwelijk of kinderen niet bekend.

Daniel was gehandicapt in die zin, dat hij volgens een uitdrukking uit zijn tijd ‘onnosel‘ was. Zijn ouders hebben echter hun best gedaan om hem een stuk bestaanszekerheid te verschaffen, door hem land te geven. In 1592 koopt ‘ Andries Henrick Santegodts, synen leven ende huysvrouwen leven gedurende de tochte ende derffrechte nae hender beyder afflyvicheyt ten behoeve van Daniel synen ombejerden onnoselen sone, …  een stucksken heyvelts gelegen inne die prochie van Boxtel ter plaetssen genoemd Munsel ‘ [1]

Anderhalf jaar later koopt zijn vader voor hem en zijn twee broers ‘de hellicht in allen eenen iegelycken goederen ende erffenissen inde prochie van Boxtel onder den hertganck van Onroy’[2]. Aan de verkoper wordt een som van 75 gulden toegezegd. De kopers zullen de volgende lasten gaan betalen :
– negen st. grontchyns
– ende een chyshoen, …
– een mud roggen, ·..
– noch eenen erffpacht van 14 lopen roggen, …
– item eenen erffpacht van 6½ loopen roggen,
– item eenen erffohyns van drie carolus gulden, …
– item alnoch eenen erffchyns van drie carolus gulden, …
– item eenen erffchyns van vier bos ponden payments …
– ende drie gulden ende eenen halve st.

Twee maanden later kopen Daniel en zijn broers ‘ een heycamp groot omtrent omtrent seven wertsen, ofte soo groot ende cleyn als den selven in de prochie van Boxtel ter plaetsen Munsel in Elde genaemt’ 3 waarvoor hun vader 34 gulden 10 st aan de verkoper belooft te betalen.
Dit is dan de laatste akte die over Daniel bekend is.


[1]Boxtel R.75 f.48   [2]Idem f.115   [3]Idem f.118v 

naar Top

06.e2   JAN  SANTEGOETS

06.e2   JAN  SANTEGOETS,   zoon van Andries   05.a7

Geboren : in 1575 ,  overleden : in 1650.
Gehuwd met : Anna, dochter van Goyaert Bernaerts. Zij is overleden in 1654.
Kinderen :
07.g1   Henrick, natuurlijke zoon van Jan, geboren rond 1604
07.g2   Goyaert, geboren rond 1606
07.g3   Adriana, gedoopt in Boxtel 7 augustus 1608. Verder van haar niets bekend.
07.g4   Andries, geboren  rond 1610
07.g5   Helena,  gedoopt in Boxtel op 10 juni 1613. Verder van haar niets bekend.
07.g6   Catelyn, geboren rond 1615
07.g7   Jan,  gedoopt in Boxtel op 1 januari 1617
07.g8   Marike,  geboren rond 1618
07.g9   Peter,  gedoopt in Boxtel op 9 mei 1620

Jan is in zijn leven op een dusdanige wijze actief geweest, dat er van hem de nodige gegevens bekend zijn geworden. Voor het eerst wordt hij genoemd in 1594, als ‘ Daniel, Jan ende Roeloff, kynderen AndriesHenrick Santegodts, … de hellicht in allen eenen iegelycken goederen ende erffenissen inde prochie van Boxtel onder den hertganck van Onroy ‘ kopen [1], waarvoor vader Andries een bedrag van 75 gulden belooft te betalen aan de verkoper. Op deze goederen rusten nogal wat lasten, te weten :
– negen st. grontchys ende een chyshoen, ..
– een mud roggen, …
– noch eenen erffpacht van 14 lopen roggen, …
– item eenen erffpacht van 6½ loopen roggen,
– item eenen erffchyns van drie carolus gulden, …
– item alnoch eenen erffchyns van drie carolus gulden, …
– item eenen erffchyns van vier bos ponden  payments, …
– ende drie gulden ende eenen halven stuyver ‘

Twee maanden later kopen dezelfde broers ‘ een heycamp groot omtrent seven wertsen, … ofte soo groot ende cleyn als den selven inden prochie van Boxtel ter plaetsen Munsel in Elde genaemt ‘, waarvoor hun vader 34 gulden 10 st. zal betalen. [2]

In deze tijd is de toestand in de Meierij weinig rooskleurig. Staatse krijgsbenden stropen Brabant af, muitende Spanjaarden plunderen dorpen en de prijzen van levensmiddelen zijn erg hoog. Rond de eeuwwisseling is Maurits weer rondom den Bosch bezig, maar om de stad te veroveren lukt ook deze keer niet. In 1603 nemen muiters het kasteel van Boxtel in, snijden de toevoer naar den Bosch af en bedrijven allerlei moedwil.  Een jaar later wordt Eindhoven geplunderd. In deze woelige tijd is Jan op een gegeven moment getrouwd, maar hij slaagt er ook in om in het bezit te komen van een “natuurlijke” zoon. Andere kinderen worden op de meer gebruikelijke wijze aan het gezin toegevoegd.

De bevolking kan even opgelucht ademhalen als in 1607 een wapenstilstand van 8 maanden in acht wordt genomen en het ziet er helemaal gunstig uit als in 1609 het Twaalfjarig Bestand van kracht wordt. Aangezien deze tijd echter door beide partijen wordt benut om vestingwerken en dergelijke te repareren en te vernieuwen, is het voor de gewone man toch geen lolletje, want hij moet voor de kosten opdraaien.

In 1611 belooft ‘ Jan zoene wylen Andriss Santegoits, … de somme van tzestich carolus gulden tot twintich stuyvers tstuck off die weerde daervoer inne anderen goeden ganckbaren gelde te betalen ende zonder enige contradictie ofte oppositie te namptiseren vanden hoochtyde van Kerstmisse naestcomende over een jaer, procederende deselve schult ter cause van goeden geleenden gelden, d’welck die voirscreven Jan Andriessen bekende te danck ontfangen te hebben ‘. [3] In de marge staat vermeld dat de betaling inderdaad heeft plaats gevonden.

In het volgende jaar vindt een soortgelijke transactie plaats, maar nu betreft het
eenen jaerlicken ende erffelicken chyns van veerthien gulden, elcken gulden tot twintich stuvers goets ganckbaer gelts ten tyde der betalinge binnen der stadt Shertogenbossche ter bursen loop hebbende gerekent, te betalen alle jaer erffelick int hoochtyt van Sint Anthonis des Abts, ende voor den iersten termyn van betalinghe int hoochtyt van St. Anthonis des Abts alsmen scryven sall zestienhondert ende derthien, ende binnen der stadt van Shertogenbossche vry van allen beden ons heeren des hertochs, exactien, subventien, thiende, twintichste, honderste, mindere ende meerdere penningen, commeren, schattingen ende lasten, ordinarisse, extraordinarisse, gewoonlicke, ongewoonlicke, ingestelt ende noch namaels ingestelt te wordden, egeene lasten wtgescheyden te leveren ende te vergelden, van ende vuyt een stuck ackerlants een maldersaet lants oft daeromtrent greet zynde des voorsereven vercoopers, gelegen inder prochie van Boxtel ter plaetsse genoempt Onrode ‘. [4] Lossing kan geschieden met een bedrag van 200 gulden, maar het is de weduwe van Jan die dit vele jaren later doet.

Gedurende de resterende jaren van het Twaalfjarig Bestand vinden we Jan alleen genoemd als vader [5] of peetvader [6] in het doopboek van Boxtel. Na het Bestand gaat de oorlog weer verder, Spaanse muiters sturen brandbrieven, Frederik Hendrik brandt dorpen plat en gijzelt boeren en Maurits belegert den Bosch.

In 1622 leent Jan enig geld en belooft ter zake van dien 53 gulden te zullen betalen. [7]
In het volgende jaar sluiten Spanje en de Staten een overeenkomst waardoor het aan vrouwen en kinderen wordt toegestaan in de Meierij vrij te reizen. Op andere gebieden bestaat er tussen de twee partijen duidelijk geen overeenstemming, o.a. als het gaat over het vorderen van karren voor het leger. Als de ene partij dit eist, wordt het door de ander verboden, zodat de bevolking hoe zij ook handelt steeds door een van beiden in gebreke kan worden gesteld met alle gevolgen van dien. De pest wordt weer gesignaleerd en zal gedurende enkele jaren slachtoffers blijven eisen.

In 1627 wordt Anna, de vrouw van Jan, genoemd als doopheffer in Boxtel. Twee jaar later ‘compareerde etc Jan Andriessen Santegoets, out omtrent 54 jaeren ende Joest soone Gorissen Henricx, out omtrent 39 jaeren, dewelke ter instantie van Jan Corstiaens Smits, inwoonder der voorschreven baenderye, hebben vercleert ende ghecertificeert opten aert by hun handen myns notaris ghedaen, waerachtigh te wezen dat seecker schimmelgrau ruynpert, out wesende vyff jaeren, ghevolent is ende geboeren binnen dese baenderye ten huyse vande voirschreven Jan Corstiaens Smits, sonder daernaer op enighe vremde ofte en-vrye plaetschen verbracht te zyn, welc pert dye voerschreven Jan Corstiaens Smits vercocht heeft aan eender ghenoempt Jan van Hamet. ‘ [8]
Waarom deze verklaring over een ‘schimmelgrau pert‘ werd afgelegd is onduidelijk.

Overigens gebeuren er in dit jaar belangrijker dingen voor de Meierij. Frederik Hendrik slaagt er in om den Bosch te veroveren, hetgeen een keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog betekent. Voor de bevolking verandert er weinig ten goede, want beide partijen blijven aanspraak maken op het platteland, heffen er belasting en leveren er strijd. De hervormden krijgen allerlei voorrechten en er worden predikanten benoemd welke echter door de bevolking niet worden geaccepteerd. In 1635, als de pest weer heviger wordt (tot eind 1638), is Jan lid van het armenbestuur, hetgeen destijds met “Heylige Geest meester” werd aangeduid. De vereniging zelf heette “de tafel van de Heilige Geest”. Uit een handtekening blijkt dat Jan kon schrijven:

Boxtel R.50  f.341          10 januari 1635

In 1639 koopt ‘ Jan Andriessen Zantegoits …. zeker parceel teullants genoemt tNeerlager, houdende ontrent drye loopensaet, gelegen ter plaetsen voirsoreven, met synen rechten van weghen ende zervituten ende previlegien van outs als voor.’ [9]

Een maand later is hij aanwezig bij het vastleggen van de huwlijksvoorwaarden waarop zijn zoon Andries een huwelijk wil aangaan. [10]

In 1643 treedt Jan op ten behoeve van enkele vrouwen of meisjes [11], twee jaar later koopt hij ‘een stuck hoeylants, gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Onroy‘ [12] samen met een neef. De politieke toestand in de Meierij blijft onduidelijk tot in 1648 de Vrede van Munster wordt gesloten. Dan is het pleit definitief beslecht en begint een tijd van uitbuiting, afpersing en onderdrukking door de noordelijke Nederlanden. Alle ambten en bezoldigde functies worden gereserveerd voor hervormden.

In 1649 maken Jan en Anneke een testament [13]:

Comparerende voor ons, schepenen ende secretaris der baronnye van Boxtel naebeschreven, Jan Andries Santegoets ende Anneken dochter wylen Goyaert Bernarts, wittege beddegenoten, dye welcke hebben gemaeckt dit hun testament, lesten ende vuytersten wille in voegen ende manieren hier naer volgende, beyde haer verstant wel machtich wesende, wederroepende alle testamenten oft maeckselen by hun voor date van desen gemaeckt, willendeende dat desen alleene syn volcomen effect sal grypen ende sorteren.
Inden iersten hebben dye voorschreven testateuren d’eene d’andere te weeten de lancxtlevende van hun beyden gemaeckt vrye volcomen heer ende meester van de hellichte van eenen hoeybeempt, gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Onroye .., Item een stuck ackerlants gelegen binnen der baronnye voorschreven tot Munsel ….., Item een stuck ackerlants genoemt den Steenoven, gelegen inden hertganck van Onroye omme de selve te mogen vercoopen, belasten ende beswaeren ende alles daermede te doen oft sy beyden in levende lyve waeren, gelijck oock den lancxtlevende sal moegen doen met allen het opstaende hout.
Item hebben dije voorschreven testateuren gewilt ende begeert dat Goyaert haerder beyder wittege soone naer doot vande lancxtlevende sal hebben ende besitten de hellichte vande Steenoven, by hem met Henrick Roeloffs gecocht. Item eenen weycamp met nyeuwlant gelegen aen Elde, …..  midts conditie in desen toegedaen dat de lancxtlevende ende syne kynder tselve sullen mogen lossen met vier hondert vyfftich guldens eens, ende oft gebeurde dat tselve werde gelost binnen sjaers naer doot vande yersten afflyvigen, dat den voorschreven Goyaert alsdan nyet en sal genyet het incomen vande voorschreven twee parcheelen.
Item hebben dye voorschreven testateuren gewilt ende begeert dat Jan ende Peeter henne ongetroude kynder yeder tot een vuytsetsel sullen hebben een pert met twee koije off een hondert ende vyfftich guldens daervoor tot hennen gelieve, een bedde met syn toebehoorte, een kiste, twee mud roggen met twee nyeuwe sacken, een nyeuwen coperen moespot met eenen koperen ketel ende voorts gelyck dandere gehadt hebben cleyn meubelen, ende Peeter een paer nyeuwe swaerte cleederen. Voorts hebben de voorschreven testateuren gewilt dat Adam Bartholomeussen hennen swaegere tot voldoeninge van syn vuytsetsel noch sal genyeten hondert guldens oft de weerde daer voor. Item hebben de voorschreven testateuren gewilt ende begeert dat yeder van syne twee ongetroude soonen sal hebben eene koetse gelyck oyck vande getroude die de selve nyet en hebben gehadt, ende sal Jan hebben de beste kiste ende Peeter dandere met twelff guldens daer toe.
Item hebben dye testateuren gemaeckt ende gelegateert aen Goyaerden ende Andriessen henne kynderen een stuck ackerlants gelegen tot Munsel, genoempt de Lege Drye Lopensaeten, hem opgedraegen by jr. Henrick van Bergaengien om het selve naer doot vande testateur by deene oft beyde der selver mt geheel opgedraegen te worden aen Henricken synen natuerlycken soone, als hy tselve gerichtelyck sal versuecken ende eer nyet, met de lasten daer op staende. Ende off den voorschreven Henrick synen natuerlycken soone quam te sterven voor ende alleer de voorschreven opdrachte is geschiet, dat tselve alsdan (ingevalle hy sonder wittege geboorte compt te sterven) sal versterven op der voorschreven testateuren gelycke kynderen, de doode handt mette levende te deylen.
Item hebben die voorschreven testateuren gemaeckt ende gelegateert aen Henricken des testateurs natuerlycken soone hondert carolus guldens eens, om naer hender beyder doot vuytgereyckt te worden met eene kiste, staende opten solder midts den voorschreven Henrick yerst sal hebben te versoecken legitimatie.
Alle henne voordere goederen hebben de testateuren den lancxtlevende gelaeten ter tochten ende hender beyder wittege kynderen naer doot vande lancxtlevende ten erffrechten de selve henne erffgenaemen instituerende.
Allen tgene voorschreven hebben de testateuren verdaert te wesen hun testament. Actum den 26e november 1649 ter presentie van Goyaert van Hees ende Willem Verbeeck, schepenen. (Getekend:)

Boxtel R.51 f.148  26 november 1649

Waarschijnlijk is Jan vrij spoedig na dit testament overleden.

In het verpondingsboek van Boxtel komt Jan Andries Santegoets voor onder Munsel en Onroy [14]:
proprietaris vande halve Loopacker, 1 1. 16 r.                     0   –  18  –  12
desselffs halven Beuckum, 1 1. 6 r                                     0   –  15  –    2
desselffs helfft vande wey aende Hoogstraet                      0   –    9  –    0
desselffs halff Coppenhoef, hoy ende groes                          0   –    9  –    0
                                                                                   2   –    6  –  14

Bij de erfdeling in 1654 blijkt hij een aanzienlijke hoeveelheid land te hebben [15]:
in Onroy :
een stuck ackerlant genoempt de Beucom mette cortte stucken daer eynde
aengelegen,
– een stuck weylants, gemeynelycken genoempt de Hoochstraet,
– een stuck heylants, gemeynelycken genoempt in Coppenhoefve
– een stuck ackerlants, gemeynelycken genoempt het Achterste inde Bocht,

groot drie loopensaet negen rooyen,
– een stuck ackerlants, gemeynelycken genoempt den Heyacker,
– een stuck weylants, genoempt de Weehaege,
– een stuck hoeylants, gemeynleycken genoempt de Loobeempt
– seeckere schuer, esthuys, boogaert ende aengelegen erffenisse groot drie

loopensaet negen rooyen,
– een stuck ackerlants genoempt den Steenhoeven,
– een stuck hoeylants, gemeynelycken genoempt den Steenoven,
– huys, hoffstadt, hoff ende aengelegen erffenisse groot ontrent drie loopensaet

vier rooyen ende een halff,
– een stuck ackerlants met een wey daer teynde aen gelegen, genoempt inden
Bunder,
– een heycamp,

in Munsel :
een stuck ackerlants, genoempt den Benacker, en : een centeren torffsrecht
opde gemeynte van Kempen,
waaruit betaald moet worden :
aende heere van Boxtel, 6 chynshoenderen, een half chyns hoey, 12 stuyver
8 oort 2 penningen, 6 stuyver chyns, 8 oort chyns,
aende kercke tot Boxtel, 30 stuyvers ende 12 penningen,
aen het cappittel tot Boxtel, 6 loopen ende 2 vierdevath roggen,
aen den H.Geest tot Shertogenbosch, een mud reducabel rogge dwelck betaelt

wort met 6 gulden,
op het Groot Begeynhof ten Bosch, 6 sester roggen,
aen seecker outaer in de St.Janskercke binnen Shertogenbosch 6 sester garsten,
aen het Groot Gasthuys ten Bosch, twelff stuyvers twee oort,
aende arme Clarissen tot Shertogenbosch, twee sester ende eenen halven garsten,
aende Carduysers tot Vucht, 5 ponden payement dwelck elck pond betaelt

wort met seven stuyvers,
aende capelle tot St.Oedenrooy , negen ende een halff loopens coorens, soo garste als rogge, ende het vyfste deel van een half loopen rogs,
aende rentmeester vande domeynen, drie oort chyns.


[1]Boxtel R.75 f.113  [2]Idem f.118v   [3]Boxtel R.77 f.24   [4]den Bosch R.1486 f.217   [5]Boxtel DTB.1  
[6]Idem f.24 , 25 , 29   [7]Boxtel R.83 f.18   [8]Not. 416 f.30v   [9]Boxtel R.94 f.351v   [10]Not.4708 f.57  
[11]Boxtel R.95 f.50   [12]Boxtel R.96 f.39v   [13]Boxtel R.51 f.148  [14]Boxtel Gem.Arch. F2, Munsel en Onroy f.48  
[15]Boxtel R.98 f.199

naar Top

06.e3   ROELOFF SANTEGOOTS

06.e3   ROELOFF SANTEGOOTS,   zoon van Andries   05.a7

Geboren : rond 1574 ,  overleden : in Boxtel op 8 feb. 1639.
Gehuwd met : Agnes, dochter van Henrick Dirck de Bresser. Zij overlijdt omstreeks 1661.
Kinderen :
07.h01   Catelyn,  geboren rond 1606
07.h02   Marycke,  gedoopt in Boxtel op 14 aug. 1608
07.h03   Goelke,  geboren rond 1610
07.h04   Henrick,  geboren rond 1612
07.h05   Evert,  geboren rond 1614
07.h06   Andries,  geboren rond 1616
07.h07   Jan,  gedoopt in Boxtel op 19 mei 1618
07.h08   Heylke,  geboren rond 1620
07.h09   Anna,  gedoopt in Boxtel op 13 jan. 1622
07.h10   Adriaen,  geboren rond 1624

Roelof wordt samen met zijn broers Daniel en Jan het eerst genoemd in enkele akten in 1594. Dan koopt hun vader voor 75 gulden voor hen van een persoon in Boxtel ‘ de hellicht in allen eenen iegelycken goederen ende erffenissen inde prochie van Boxtel onder den hertganck van Onroy, ….  in voegen, grootte ende maete gelyc t aldaer gelegen is ‘ [1] en twee maand later voor ‘ de somme van vier ende dertich gulden thien stuvers, …. een heycamp groot omtrent seven wertsen, ofte soo groot ende cleyn alsden selven inden prochie van Boxtel ter plaetsen Munsel in Elde genaemt gelegen is ‘. [1] Samen met enkele familieleden verkoopt hij in datzelfde jaar verder nog ‘een stuck heyvelts, de Cleyn Hey genoempt. [3]

De toestand in de Meierij is rond deze tijd allerbelabberdst. Het is de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, waarin Staatse krijgsbenden Brabant afstropen, muitende Spanjaarden dorpen plunderen en de schaarste aan levensmiddelen hoge prijzen tot gevolg heeft. De bevolking heeft van dit alles veel te lijden, maar toont zich eensgezind om samen de gevolgen te verwerken.

Zo worden in 1603 in Boxtel door het krijgsvolk beesten en goederen meegenomen, waarvoor aan de gedupeerden een schadeloosstelling wordt uitgekeerd [4]:
Memorie van tgene byden ruyteren ende crychsvolcke van henne hoocheden opten 30e octobris 1603 is genoemen onder de baenderye van Boxtel, zoo aen beesten, vercken, meublen ende anderssins. De beesten deureen geëstimeert op 20 gld, de vercken elk op 12 gld.
Roeloff Andriessen (Santegoets) :
twelff vercken ende alnoch aen cleeden, lynen, wullen, meublen ende huysraet, tzamen wel voer 30 gld.

Mogelijk is deze schade veroorzaakt door de muiters die in dat jaar het kasteel in Boxtel hebben ingenomen en van daaruit allerlei moedwil bedrijven. Maurits scharrelt in die tijd rond den Bosch maar ziet toch geen kans om de stad zelf in te nemen. Daar breekt overigens de pest weer uit.

Roelof trouwt rond deze tijd met Neeske de Bresser en daarmee is de basis gelegd voor het stichten van een groot gezin, waarvan in ieder geval 10 kinderen ons bekend zijn. Aangezien kindersterfte in deze tijd zoveel voorkomt, dat slechts de helft van de geboren kinderen volwassen wordt, is het erg waarschijnlijk dat er nog meer kinderen dan de genoemde geboren zijn. Omdat het doopboek in Boxtel onvolledig is, [5] is niet van alle kinderen een doopakte bekend.

Na een wapenstilstand van 8 maanden in 1607, wordt in 1609 het Twaalfjarig Bestand van kracht. Deze pauze in de schermutselingen wordt door beide partijen benut om hun posities te verstevigen en om de vestingwerken te repareren en uitte breiden. De bevolking moet uiteraard zowel het een als het ander bekostigen.

In 1610 koopt Roelof ‘ eenen ackerlants, genoempt den Putacker, seven lopensaet lants off daerontrent begrypende, gelegen inde prochie van Boxtel ter plaetsen genoempt int Elsbroeck,
tesamen metten recht van te mogen wegen beneven eenen ackerlants genoempt den Platkenacker, …. ende dat met wagens carren, perden, beesten, gaen, staen, dryven, passeren ende repasseren ten naeste velde ende minsten scade ende soe voerts doer thecken ten straete waert vuyt, in alsuicker groote, vuegen ende manieren den voorschreven ackerlants aldaer gelegen is, sonder inde mate te leveren gehouden te zyn. ‘ [6]
Roelof belooft daarvoor te betalen met Pinksteren een bedrag van 146 gulden en 6½ stuiver en een jaar later nog een bedrag van 106 gulden en 5 stuiver. Volgens het bijschrift in de marge hebben deze betalingen inderdaad plaats gevonden.

Roelof is vele jaren schepen geweest in Boxtel. Als zodanig wordt hij voor het eerst genoemd in 1613, en verder alle twintiger jaren. [7] In 1621 loopt het Bestand af en begint de ellende weer met brandbrieven van Spaanse muiters, een Frederik Hendrik die dorpen verbrandt en boeren gijselt en een Maurits die den Bosch tracht te veroveren. Tussen de Staten en Spanje komt een overeenkomst tot stand waardoor vrouwen en kinderen vrij mogen reizen, dat wil zeggen zonder paspoort. Om het reizen te beperken komt het vaak voor dat men andere personen procuratie verleent om elders bepaalde transacties te laten afsluiten. Als zodanig treedt Roelof op in 1624 namens een persoon uit Bommel.8  In het jaar daarop worden karren gevorderd voor vervoer van graan naar het leger voor Breda, waarop de Staten verbieden aan die eis gevolg te geven. Als de burgers worden verplicht dit wel te doen, worden sommigen gevangen genomen. De gewone man is weer de dupe.

Boxtel verkeert in financiële moeilijkheden en maakt in 1625 gebruik van het haar verleende recht om bij de plaatselijke bevolking geld te lenen. Roelof leent daarbij 300 gulden uit tegen een rente van 16½ gulden per jaar [8]:
Wy schoutheth, schepenen, borgemeesteren, kermeesteren ende Heyligeestmeesteren, representerende het gemeyn corpus der selver baenderye van Boxtel, doen te wetene eenen iegelycken dat wy bekennen ende lyden midts desen, vuyt crachten der machten van sekere brieven van octroye van haere doirluchtigste hoocheden als hertogen van Brabant desen innegesetenen oft corpus van Boxtele, voorst naer voirgaende advys van de heere Geraert de Homes, grave van Banerguys als baenreheere van Boxtele etc. gegeven ende verleent, onder den vuythangen segele van haere hoicheeden in dobbele sterte besegelt, inden Raede van Brabant geexpedieert inne date den 5e octobris anno 1600, waerinne den innegesetenen oft corpus van Boxtele georloft ende geconsenteert is, t gemeyn corpus te mogen belasten totte somme van twelff duysent gulden eens wittelyck ende erffelyck, soe in onse als in allen der gemeyne innegesetenen der selver baronie van Boxtele naeme te hebben vercocht aen Roeloffven Andries Santegoits, eenen jaerlycke ende erffelycke chyns van sesthien carolus gulden ende thien stuyver tot 20st. elcken gulden te rekenen, off ander gelt daervoer, alle jaer erffelyck te betaelen op Nieuwe Jaersmis dach, ende voirden iersten termyn van betaelinge op Nieuwe Jaersdach anno 1600 ses ende twintich ende van allen beden van gen. heeren den Conincx ende allen anderen meerderen oft minderen penningen, commeren, schattingen ende lasten, gewoinlycke oft ongewoinlycke, ordinaris oft extraordinaris, alreede innegestelt oft noch naemaels ingestelt te worden ende geene vuytgescheyden, te leveren ende te vergelden.
Ende ten eynde den voirschreven chyns van 16 gld 10 st alle jaer ten voirschreven termyne metter daet worde betaelt, soe hebben wy schoutheth, schepenen, borgemeesteren, kerckmeesteren ende Heyligeestmeesteren voirde jaerlycke betaelinge desselffs chyns, vuyt crachten der brieven van octroye, wittelyck ende erffelyck verobligeert ende verbonden, het gemeyn corpus van Boxtele ende onse, midtsgaders allen andere gemeyn innegesetenen ende naebueren persoenen aldaer, nu zynde ende naemaels comende, onverscheyden, ende een voir all, ende allen onse ende henne gereede haeffelycke, erffhaeffelycke, erffelycke goederen, present ende toecomende, onverscheyden ende een voir all, waer die gelegen sullen moigen wesen ende te bevinden zyn om die onverscheyden ende een voir all te moigen arresteren, becommeren, aenveerden ende houden, omme de betaelinge des voirscreven chyns telcken maele daeraen te moigen verhaelen, ende houden, sonder andere rechtvoirderinge daeromme
te derven doene tzy oft waeren die persoenen van scepe-nen, borgemeesteren, kerckmeesteren, Heyligeestmeesteren, oft andere gemeyn innegesetenen van Boxtel voirs, oft haere goederen, oft enige van dien int particulier, onverscheyden ende een voir all, present ende toecomende, waer ende tot wat plaetschen die becomen ende te bevynden sullen moigen wesen, tzy binnen deser baronie van Boxtele, oft der stadt van Shertogenbossche oft haerder Meyerye, tot dat de voirschreven chyns t’elcken termyne betaelt ende voidaen sall worden oft de betaelinge desselffs chyns by andere weghen ende middelen van recht te moigen prosequeren ende invoirderen, soe dat de heffere deses chyns teickenmaele tzynen optie best ende geraedsaemste verduncken sall, vertydende wy bovengeschrevenen inde naem ende vuyt cracht als boven, tot behoeff vande voirschreven Roeloffven op allen vryheeden, previlegien, exceptien, van steeden, stroomen, plaetsschen, jaermerckten, weeckmerckten ende allen andere vryheeden, costuymen, ordonnantien, relievementen, atterminantien, gratien, reductien, respyten, oyck der exceptien do. noy num draca pecuniae, ende allen andere saecken ende provisien, die welcke dien van Boxtele voirschreven, tegens de jaerlycxe betaelinge deses chyns behulpich ende den hefferen desselffs chyns hinderlyck zoude moigen wesen, met conditien inne desen toegedaen dat die vande baenderye van Boxtele, desen chyns van 15 gld 10 st jaerlycx, tot allen tyden zuilen moigen losschen ende quytten mette somme van driehondert carolus gulden eens, ten tyde der afflossinge van weghen den raede van Brabant gepermitteert ende metten jaerchyns ende achterstellen ten tyde der lossinge ten achtere ende ombetaelt staende, behoudelyck datmen gehouden sall zyn de afflossinge vande selven chyns een halff jaer te voirens wittelyck te vercondigen ende opseggen, mede bekennende wy bovengeschrevenen dat de driehondert gulden permisse gelt die voirschreven Roeloff heeft getelt tot betaelinge als voir.
Datum ut supra.
Het is blijkens deze akte een ingewikkelde procedure indien een dorp van een persoon geld wil lenen. Zojets komt dan ook slechts sporadisch voor.

Op het einde van hetzelfde jaar 1625 koopt Roelof met een compagnon nog ‘ een stuck beempt, een dachmaet lants oft daeromtrent groot zynde, gelegen onder die prochie van Boxtel ter plaetschen genoempt Onrode. ‘ [10] Twee jaar later koopt hij ‘ een seker busselke, soo groot ende cleyn als tselve onder dese prochie tot Onroede ter plaetsen Bueckonis is gelegen, met zyne rechten ende toebehoirten ‘ [11], treed hij op als momboir van enkele ‘ombejaerde‘ kinderen [12]  en koopt hij ‘een stuck ackerlants oft teulants groot ontrent twelff loepensaeten, genoempt den Rondacker oft Schyffacker, oft soe groot ende cleyn als den selven binnen deser baronie is gelegen ter plaetsen genoempt Munsell ‘. [13] Vanwege het eerstgenoemd stuk land zal Roelof jaarlijks moeten betalen ‘twee stuyver drie oirt grontchyns jaerlyox aende heere van Boxtele ‘ en uit het akkerland ‘ 21 st. chyns jaerlycx aende cappelle deser kercke tot Boxtele ende daerenboven sall den coopere gehouden zyn den wech daer beneffens gaende ende alle gebuerlycke lasten naer ouder gewointe onderhouden‘.
Het busselke en de akker werden beide verkocht door joffr. Anna de Borchgranie, wiens zoon jr. Chaerl van Vlierden in 1628 pogingen onderneemt deze goederen weer terug te krijgen. Daartoe laat hij enkele personen voor de notaris verkaren [14]:
dat eenen Roeloff Andries Santegoits, president ofte voirschepen der baenderye, van joffr. Anna de Borchgranie hadde ghecocht eene weye oft groesvelt binnen dese baenderye (het welck men verstaet by den voirschreven jr. van Vlierden, in desen requirant, te zyn vernaerschapt), oyck hadde ghecocht eenen acker ghenoempt den Schyffacker, welcke acker men verstaet oyck ten selven daghe mette voirschreven weye te syn opgedraghen ende gevest, wesende alsoo subiect den voirschreven acker aen de gherechticheyt van vernaerderschap. Alle gerende voir redenen van welwetendheyt dat sy de voirschreven schepenen seer wel kennen ende oversulcx van tgene voirschreven, seer goede kennisse syn
hebbende ‘.

In 1629 treedt Roelof op als momboir [15]  en als doopheffer . [16] Dat jaar is voor de Meierij van groot belang want het is het jaar van de verovering van den Bosch door Frederik Hendrik. Daarmee vangt een periode aan van verwarring en dubbele lasten, aangezien beide partijen van mening zijn dat het platteland met alle dorpen aan hen toebehoort, zodat zij daar de belastingen kunnen innen. Voor de bevolking betekent dat de nodige ellende. Zo bevelen de Staten dat de kerken moeten worden overgedragen aan de hervormden, terwijl uit Spanje het tegenbevel komt.

Roelof koopt in 1630 ‘ eene jaerlycke ende erffelycke renthe van seven gulden thien stuyvers, den gulden tot twintich stuyvers ghereeckent, ofte die weerde daervoer inne anderen goeden gangbaeren gelde te betaelen, ….. van ende vuyt de hellicht van een stuck ackerlants gheheele groot omtrent vier loopensaet, ghelegen binnen dese baronye van Boxtele inde heertganck van Onroy ‘ [17] welke rente gelost kan worden met 50 patacons.
In de marge staat vermeld dat deze aflossing in 1635 heeft plaatsgevonden.

Eveneens in 1630 vindt de aankoop plaats van ‘ een halff ploech ende nabuerenrecht opte ghemeyne intendingh ‘ [18] , in 1632 van ‘ eenen bempt inder grootheyt ende met syne toebehoirten gelegen ter plaetsen voirschreven (Munsel) int Elsbroeck, … metten recht vuyt te wegen over erve Gerarts Heist, toebehoorende totten Elsacker,‘ met als last ‘ derdalven schellinck ende thyen denieren sheeren chyns ‘ [19], vervolgens van ‘ sekere hoffstat ende boogart, hoff, weyde ende teullant, gelegen ter plaetse voorschreven (Onroy) inne alder groote‘ waaruit betaald moet worden ‘ twee st. ses denier chyns jaerlycx aenden baender heere van Boxtell, item de hellicht van drye gulden seven st. twee oort jaerlycx ‘ [20], en ‘ eenen jaerlycken ende erffelycke renthe van ses rens gulden tot 20 st. vel valorem te betaelen ….. van ende wt zeker stuck erve groot ontrent een sestersaet, gelegen binnen deser baronye tot Onroye ‘ .[21]

Uit 1633 valt over Roelof te melden zijn optreden als doopheffer [22], de aankoop van ‘zeker acker teullants groot ontrent twee loopensaet ofte in alder grooten ende toebehoorten gelegen binnen deser baronie van Boxtell inde Gemonschge ackeren, genoemt het Haverlant ‘ [23]
en verleent hij procuratie aan een Hagenaar : ‘den eersamen Roeloff Andriessen Santegoits, innewoonder der baronie van Bocstel, heeft wettelyck machtich gemaeckt ende in zyne stede gestelt ende constitueert, maeckt wettelyck machtich ende stelde in zyne stede ende constitu-eert mits desen, den eersamen Johan vande Lissen, woonende in Sgravenhaeghe, absent, om inden naem ende van weghen hem constituant, aldaer in Sgravenhaeghe zekere parcheelen van goederen ende gerechticheden te leene te verheffen met hulde ende eedt van trouwen ende alle andere devoiren ende solemniteiten daertoe gerequireert ende van outs geploegen, welcke parceelen lestmael binnen der stadt Bruessele verheven zyn opden 5e september 1614, ….. zynde de voorschreven goederen gelegen binnen der voorschreven baronie ende dat allet naer style ende scryvens aldaer ter plaetsse gerequireert zynde ende voorts meer allet daerinne te doene ende hanterene, dat hy constituant aldaer present ende voor oogen wesende, doen soude moeghen, alwaert dat de zake breeders speciaelder macht behoefden dan voorschreven staet.’ [24] Uit deze akte blijkt duidelijk dat Den Haag al een aantal zaken regelt welke vroeger in Brussel plaats vonden.

Voor de Meierij zijn diverse predikanten benoemd welke gelast worden hun plaatsen in te nemen, maar omdat de bevolking hen niet accepteert en zelfs tegen werkt, kunnen deze niets uitrichten. De pest wordt weer heviger en blijft tot eind 1638 slachtoffers eisen.

In 1634 koopt Roelof weer land, ditmaal ‘ eene coeweyde in alder grooten ende toebehoorten gelegen binnen deser baronie inden hertganck van Onroy, ter plaetse genoempt inde Bencoms.‘ [25] Een jaar later worden enkele goederen verdeeld die zijn vrouw Agneeske met haar zuster samen in eigendom hebben. Roelof valt daarbij ten deel [26]:
‘ een parceel teullants … ,
– alnoch een parceel groeslant ·… ,
– item alnoch de gerechte hellicht in zekeren acker teullants, genoemt den Hoeckacker … ,
– de hellicht inde Driesacker … ,
– item alnoch de hellicht in zekere aengelegen Bergen … ,
– item alnoch de hellicht van eene coeweyde achter gelegen … met
noch een
halffrecht jaerlycx op Bansvelt,
– item alnoch de schuere ende backhuysse te ruymen Pinxten iersten comende

mettet hout omde schuere staende
ende jaerlycx vier smael hoenderen ende den chyns halff in gelde jaerlycx aen de

baenderheere ‘.

Rond dezelfde tijd wordt de nalatenschap verdeeld van de oom van Agneeske, welke priester was en zeer vermogend. Als een van de tientallen erfgenamen valt aan Roelof ten deel [27]:
zeker houtvelt, hey ende weylant, in alder grooten ende toebehoorten ter plaetse voorschreven (Oirschot), genoempt aende Morsselaer … , onder last vande gerechten chynsen ende onder last van 40 gld eens aen de seventien deylderen tot Oorschot, elck even veel ‘.

Samen met de kinderen van zijn schoonzuster koopt hij tevens
zekere seveneenhalff roede teullants gelegen binnen deser baronie van Boxtele inde gehuchte van Muntsel ‘ [28]. Grenzend aan een stuk land wat reeds zijn eigendom is koopt hij nog
78 roeden lants gelegen tot Boxtel inde gehuchte van Muntsel in d’Elsbroeck ‘. [29]

De uitbreiding aldaar gaat ook in 1636 verder met ‘een perceel hoyelants’ en ‘zeker parceel teullants, houdende ontrent anderhalff bopensaet, gelegen binnen deser baronie van Bocxtel inden gehuchte van Muntsel in d’Elsbroeck genoemt’ [30, 31] . In 1637 treedt Roelof op als momboir [32] en belooft iemand hem een jaar na datum ‘de zomme van drye hondert carolus gulden ad 20 st. den gulden vel valorem ende achtien dergelycken carolus gulden’ te betalen [33]. Volgens een bijschrift in de marge is de zaak in 1644 door zijn zonen Hendrik en Andries afgehandeld.
In Munsel in het Elsbroeck ruilt Roelof nog zijn ‘teullants genoemt den Putacker, groot ontrent drye loopensaet‘ tegen ‘een parceel teullants houdende ontrent twee loopensaet, genoemt den Dystelacker’ . [34]

Als 1639 begint heeft Roelof nog ruim een maand te leven en in die tijd koopt hij ‘zeker acker teullants genoemt den Elsacker, houdende ontrent ses ende een halff loopensaet met een compagnon [35], ‘een parceel weylants houdende ontrent 20 loopensaet’ [36], ‘een perceel hoyelants genoemt Inden Hoeck, houdende ontrent twee dachmaten‘ [37] en nog ‘zeker parceel hoyelants gelegen binnen deser baronie van Bocxtel inden Gemontse Beemden, houdende ontrent twee dachmaten.’ [38]
Hij overlijdt in februari en het pastoorsboek vermeldt bij de overledenen [39] :
8 februo, Rudolphus Andree Santegoits

Agneeske zet na het overlijden van Roelof het bedrijf voort. In1641 koopt zij
zeker stuck teullants binnen deeser baronie in de gehuchte van Onroy gelegen, groot ontrent drie loopensaet ‘. [40] Haar zoon Hendrick draagt in 1644 ‘alle zijn recht ende actie‘ welke hij pretendeerde te bezitten met betrekking tot ‘alle alsulcke erffelycke leengoederen binnen deser baronie tot Onroy gelegen in alder grooten ende toebehoorten als Agneta zijne moedere is besittende‘ over aan ‘Agneta zijne moedere ter tochten ende haeren gelycke kynderen ten erffrechte te hebben ende te besitten met vertyden als recht ingevolge van de testamente, leste ende wterste wille van wylen Roeloff Andriesssen Zantegoits, zyns comparants vaders ende Agneta zyne moedere, hetwelck hy comparant midts desen is lunderende ende approberende, mede consenterende hiervan behoorlyck verheff inde leenhove daer ende alsoo des behoort constituerende tot dyen eynde’. [41]
Kennelijk had Hendrick zich iets te veel toegeeigend.

Een jaar hierna wordt een ‘ hellicht in eenen weycamp in alder grooten ende toebehoorten gelegen binnen deser baronie van Boxtel tot Boxtel aende Langenberch geregenoot ‘ [42] en  ‘ zekeren acker teullants, houdende ontrent seven loopensaet offe in alder grooten ende toebehoorten gestaen ende gelegen binnen deserbaronie van Boxtel inden gehuchte Onroy, genaemt den Langenacker, … onder last van vyff gulden jaerlyox, ·.. te los met hondert dergelycke carolus gulden ‘ [43] aan het bezit van de weduwe toegevoegd.

In 1648 wordt de Tachtigjarige Oorlog beëindigd door het sluiten van de Vrede van Munster. Wie gedacht had dat daarmee voor Brabant de ellende tot het verleden behoorde, kwam bedrogen uit. Er brak een tijd aan van onderdrukking, achteruitstelling, uitbuiting en vernedering door de “christelijke” Nederlanden. Gedurende twee eeuwen blijft deze toestand bestaan, waardoor Brabant verwordt van gebied met de hoogste cultuur en welvaart tot een provincie welke totaal verarmd is.

Agneeske koopt in 1649 nog ‘een stuck acker, gemeynelycken genoempt den Sluysacker, groot ontrent twelff loopensaet twelff royen off soo groot ende cleyn als tselve gelegen is binnen deser baronnye van Boxtel’ [44] , waarna er enkele jaren niets gekocht of verkocht wordt. In 1653 treedt zij op als doopheffer in Best [45] en koopt ‘een ackerlants met een heyveltien daer aen gelegen, tsamen groot ontrent dertien loopensaet ende een half, off soo groot ende cleyn als tselve daer is gelegen aen malcanderen binnen deser baronye inden hertganck van Gemonden, gemeynelyck genoemt den acker de Limbeeck ende het heyvelt den Vinckenberch’ . [46]

Twee jaar later maakt Neeske haar testament [47]:
Comparerende voor ons schepenen ende secretaris der baronnye van Boxtell naebeschreven, Neesken weduwe Roeloff Andriessen, sieck van lichaeme te bedde liggende, maer nochtans haer verstant ende memorie in alles wel machtich ende gebruyckende dye welcke heeft gemaeckt dit haer testament, lesten ende vuytersten wille, ende dat in voegen ende manieren hier naer volgende.
Inden iersten heeft die voorschreven testatrice gemaeckt ende gelaeten aen Andries, Jan, Adriaen ende Anneke haer testatrice soonen ende dochter alle de peerden, beesten soo lege als andere, varckens.
Item de halff schaer op de hoefve, gelyck testratice deselve in haer gebruyck is hebbende, los ende vry te trecken.
Item de schare van haer testatrice eygen goet, vuytgenomen het goet dwelck Hendrick ende Evert in hun gebruyck is hebbende.
Item alle haer testatrice hoppe ende gedoorste graenen, waer die gelegen ofte bevonden moegen worden.
Item alle haer testatrice hout tgene affgehouden is, tsy opgaende als andere.

Item heeft testatrice alnoch gemaeckt aende voornoempde haere kinderen yder een bedde met syn toebehoorten ende yder een pack swartte cleederen met eenen swartte mantel ende de dochter een huyck ende noch voorts het bou getouw.
Item alle het lynt tgene naer doot van haer sal bevonden worden.
Item allen den huysraet die sy testratice naer doodt van haeren man saliger heeft vercregen, ende dit alles voor vuyt om den getrouwen dienste aen haer testatrice gewesen ende alnoch te beweysen.
Item heeft testatrice aen haer vier getrouwelycke kinderen gemaeckt de schare van het lant tgene Hendrick ende Evert in haer gebruyck is hebbende.

Item heeft testatrice gewilt ende begeert, dat alle haere andere goederen waer van hier vooren niet en is getesteert, onder haer kinderen egaelyck sullen worden gedeylt.
Item offer ymant was die metten dese testamente niet te vreden en was ende hem daer tegens stelde, maeckt testatrice den tegendoender vuyt de goederen die sy naer doodt van haer man heeft vercregen vuyt met ses gulden eens.
Alle welcke voorschreven poincten etc.

Actum den 10 july 1655 ter presentie van Willem Verbeeck ende Govaert van Duysel schepenen die dese my secretaris hebben onderteeckent. Alsoo de testatrice verclaerde niet te connen teecken, alsoo sy aen haer hant een accedent hadde. ‘
Of Neeske vanwege de blessure aan haar hand niet kon ondertekenen of de schrijfkunst niet meester was is niet duidelijk. In ieder geval heeft zij bij haar volgende testament slechts een kruisje gezet, maar dit kan er ook op duiden dat zij bij bovenstaand testament vanwege de blessure niet in staat was het kruisje te tekenen.

De ziekte waarover in bovenstaande akte sprake is, bleek van voorbijgaande aard te zijn, want in 1657 volgt een codicille [48]:
In den naeme ons Heeren, amen.
Compareerde voor my openbaer geadmitteert notaris ende geloofweirdige getuygen ondergenoempt, Agneeske dochtere Handrick Dirckx de Bresser, wittege naergelaeten weduwe van Roeloff Andriessen Santegoets, inwoonderesse der baronnye van Boxtel onder den hertganck van Onroy, cranck te bedde liggende, nochtans hare verstandt memorie ende allen hare vyff sinnen wel machtich ende volcomenlyck gebruyckende, gelyck ons ondergeschrevenen ende een ieder die haer aenschouwde genochsaem was blyckende, verclaerende hoe dat sy met Roeloff Andriessen haren man zaliger opten 15 januani 1620 voor scepenen ende secretaris der baronnye van Boxtel heeft gemaeckt hare testament, lesten ende uyttersten wille, ende daer beneffens alnoch met den voorschreven haren man saliger voor scepenen ende secretaris voornoemt opten tweeden dach der maent februarii sestienhondert negenende dartich gemaeckt seekere codicille, die welcke sy codicillatrice by dese is lauderende, ratificerende ende approberende gelyck oick de voorscreven codicillatrice midts dese alnoch is ratificerende, approberende ende lauderende alsulcken besloten codicille oft dispositie van hare wille als die voorscreven codicillatrice naer doodt van hare man saliger om redenen voor Joachim van Grinsven als openbaer notaris heeft gemaeckt ende gepasseert, heeft alnoch tot ampliatie van allen desen gemaeckt, gelyck sy maeckt by dese, dit tegenwoordige codicill oft codicillaire additie inder forme vuegen ende manieren hier naer volgende, willende ende begeerende dat dese tegenwoordige neffens hare principaele testament ende codicille met haren man saliger gemaeckt ende beneffens de beslooten codicille voor Joachim van Grinsven, openbaer notaris, gepasseert, sal goet van weerden gehouden ende achtervolght worden, syn volcomen cracht, macht ende effect sorteren, gelyck off die in hare principaele testament waren geinfereert ofte gelyck eenich cristen mensche lesten oft uytersten wille behoort onderhouden te worden, tsy by forme van codicille, gifte oft donatie die men noempt ter saecke vander doodt, oft andersins anders gelyck die alderbest naerden goedertieren rechte soude mogen oft connen bestaen, alwaert oick soo dat alle solemniteiten naer rigeur van recht hiertoe vereyscht niet volcomenlyck en waeren onderhouden, oick niettegenstaende eenige costuymen, privilegien oft landtrechten ter contrarie.
Inden iersten naer recommamdatie van hare ziele inde Genade van Godt Almachtich ende haere doode lichaem der aerde, maeckt, geeft ende legateert mits desen aen Andries, Adnaen ende Anneke hare wittege kinderen noch ongetrouwt by haer woonende, voor hunne getrouwe hulpe ende dienst die sy naer doodt van Roeloff Andriessen hare man saliger aen haer codicillatrice altyt tot noch toe hebben gedaen ende bewesen ende noch daegelyckx syn doende ende bewysende, allen hare peerden, mitsgaders allen hare horenbeesten, verckens, oick allen het coren oft graen dat sy codicillatrice heeft gerolt met hare kinderen, egene uytgescheyden, soo gedorst als ongedorst, met het hoy ende stroy haer codicillatrice toebehorende, oick alle de hoppe die sy op den solder is hebbende, ende daer beneffens alle voordere haeffelycke goederen die binnen dese huyse bevonden sullen worden, egene uytgescheyden die sy codicillatrice is besittende ende volcomen meester aff is, onder de laste dat die voorscreven Adriaen, Andries ende Anneke ten respecte van dese legaet sullen schuldich ende gehouden wesen te betaelen aenden rendtmeester vanden heere ende baron van Boxtel de hueringe oft pachtinge vander hoeffve van desen tegenwoordigen jaere sonder meer, blyvende allen andere sculden ende lasten die sy testatrice eenichsins naerlaeten mochte tot laste henne gelycke kinderen, die sy begeert ende uytterlycke wilt dat by hare gelycke kinderen gelyckelycke sullen gedraegen ende voldaen werden ten respecte vande vercrychgoederen die sy codicillatrice met hulpe vande kinderen naer doot van hare man saliger heeft veroregen ende aen hare gelycken kinderen latende.

Alle dewelcke vooscreven staedt verclaerde die voorscreven Agneesken codicillatrice te wesen haren lesten ende uytersten wille, die sy begeerden alsoo onderhouden te worden, versoeckende hier van door my notaris gemaeckt ende gepasseert te worden dese tegenwoordighe acte oft instrument inne behoorlycke forme.
Aldus geschiedt ende gepasseert ten woonhuyse der voorscreven codicillatrice, staende binnen der baronnye van Boxtel onder den herdtganck van Onroy, ter presentie ende overstaen van Jan Lambert Phlipssen ende Jan Goyaerts van Hees, inwoonderen der baronnye ende herdtganck voonoemt, tot getuygen hieronder geroepen die dese tegenwoordighe neffens gemelte codicillatrice ende my notario hebben onderteeckent.
Vier daegen inne october sestienhondert sevenendevyfftich.

Not.4709  f.328          4 october 1657

+ Dit merck stelde Agneesken codicillatrice, verclaerende niet te connen lesen oft scryven. (getekend) Jan Lamberdts
“T” Dit merck stelde Jan Goyaerts getuyge , verdaerende mede niet te connen lesen oft scryven. (getekend) Quod attestor J.v.d.Heuvel,openbaer notario.

Of Agneeske spoedig hierna is overleden of pas enkele jaren later is niet bekend. De erfdeling van de bezittingen vindt in ieder geval pas plaats in 1661. Het bezit blijkt dan te bestaan uit [49]:
in Onrooy :
‘- seecker huys, schuer, hoff ende boomgaert
– een hooybeempt, genoemt Bergauvens hooybeempt
– een stuck ackerlants, genoempt den Nieuwenacker
– een stuck ackerlants, genoempt den Langhacker
– een koewey inde Beucoms
– de Beucomse Busseelen
– de gerechticheyt inde Geemonsche Beemden
– een stuck ackerlants genoempt Muncus Hoff
– een stuck ackerlants, genoempt den Sluysacker,
– int Claverblat seecker wey, genoempt Sacharias weycke
– een stuck ackerlants, genoempt het Hopveldt
– een koeweyde, genoempt het Cuylveldien

– een stuck ackerlants, genoempt den Geer
– een koewey ter plaetse genoempt int Coot

in Munsell :
– seeckere schuere, backhuys ende hoff in d’Elsbroeck
– een stuck ackerlants, genoempt den Driesacker
– een koeywey aende reviere de Dommel, de Bergen
– een contingent int Cleyn Vonderbeemtien
– een weyken aende Langhenbergh
– een stuck ackerlants, genoempt den Puttacker
– eenen hooybeempt in d’Elsbroeck
– een stuck ackerlants, genoempt den Deystelacker in d’Elsbroeck
– een stuck ackerlants, genoempt den Hoec
k
– een heycamp ter plaetse genoempt aen Ell
– een stuck ackerlants, genoempt den Scheyffacker
– een stuck ackerlants, genoempt den Elsacke
r
in Gemonden :
een een stuck ackerlants, genoempt den Haeverstreep
– een stuck ackerlants, genoempt den Lierbeeck- een moerven ter plaetse

genoempt den Langenberch in de hey aldaer
en verder :
– een ploeghrecht op de gemeyntte van Oetendonck, Barnisveldt ende Breeheyde
– een torfrecht op Barnisveldt ende Oetendonck
– een cueteren torffrecht opde gemeyntte van Kempen

met als last hieruit :
– een erfpacht van 4 gulden 9 stuyvers jaerlycx
– vier capuynen ende vier smaelhoenderen
– 3x een halff blanck chyns
– een vierde part van een tocxken chyns
– een vierde part van elff stuyvers
– 15 stuyvers ende 9 ort


[1]Boxtel R.75 f.113   [2]Idem f.118v  [3]Idem f.127v   [4]Boxtel R.50 f.393  [5]Boxtel DTB.1  [6]den Bosch R.1426 f.379v  
[7] Boxtel R.78 t/m R.90   [8]Boxtel R.85 f.9  [9]Idem f.37v  [10]Boxtel R.86 f.9 v   [11]Boxtel R.87 f.13   [12]Idem f.20v  
[13] Idem f.54   [14Not.416 f.28  [15]Boxtel R.50 f.13   [16]Boxtel 1 f.50   [17]Boxtel R.92. f.14v   [18]Boxtel R.50 f.20  
[19]Boxtel R.94 f.51  [20]Idem f.75   [21]Idem f.110  [22]Boxtel 2 dd 1 april  [23]Boxtel R.94 f.156  [24]Not.418 f.1v   [25]Boxtel R.94 f.173v  [26]Boxtel R.94 f.225   [27]Idem f.227   [28]Idem f.231v   [29]Idem f.258v   [30]Idem f.288v 
[31]Idem f.297v   [32]Idem f.303v en f.334   [33]Idem f.311v   [34]Idem f.325   [35]Idem f.351v   [36]Idem f.354  
[37]Idem 354v   [38]Idem f.355   [39]Boxtel DTB.2   [40]Boxtel R.95 f.9   [41]Idem f.92v  [42]Boxtel R.95 f.131  
[43]Idem f.108v   [44]Boxtel R.97 f.22   [45]Best 1 f.117v   [46]Boxtel R.98 f.152   [47]Boxtel R.52 f.5  [48]Not.4709 f.326 [49]Boxtel R.99 f.259

naar Top