Generatie 07

GENERATIE  07               1590 – 1690

07.a1   JAN SANTEGOETS,   zoon van Henrick Jan   06.c2
07.b1   HEYLKE SANTEGOETS,   dochter van Mathys Jan   06.c3
07.b2   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Mathys Jan   06.c3
07.b3   MARIA  SANTEGOETS ,   dochter van Mathys Jan   06.c3
07.b4   JENNEKE  SANTEGOETS , dochter van Nathys Jan   06.c3
07.c1   HENRICA  SANTEGOETS ,   dochter van Peeter Jan   06.c4
07.c2   MERIKE SANTEGOETS ,   dochter van Peeter Jan  06.c4
07.c3   ADRIAEN  SANTEGOETS   zoon van Peeter Jan   06.c4
07.c4   JAN  SANTEGOETS ,   zoon van Peeter Jan   06.c4
07.c5   ADAM  SANTEGODTS,   zoon van Peter Jan   06.c4
07.c6   JENNEKE  SANTEGOETS,   dochter van Peeter Jan   06.c4
07.d1   NICLAES  SANTEGOETS ,   zoon van Jan Henrick   06.a3
07.d2   MARIA  SANTEGOETS,   dochter van Jan Henrick   06.a3
07.d3   HENRICK  SANTEGOETS,   zoon van Jan Henrick   06.a3
07.d4   MECHTELD  SANTEGOETS,   dochter van Jan Henrick   06.a3
07.d5   ADRIAEN  SANTEGOETS,   zoon van Jan Henrick   06.a3
07.d6   GOYAERT  SANTEGOETS,   zoon van Jan Henrick   06.a3
07.e1   HENRICK  SANTEGOETS,   zoon van Adriaen Henrick   06.a1
07.e2   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1
07.e3   BEELKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1
07.e4   ENGELKE SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1
07.e5   MEREY  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1
07.e6   JENNEKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1
07.f1   WOUTER  SANTEGOETS,   zoon van Adriaen Aert 06.d2
07.f2   MERIKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Aert   06.d2
07.f3   GYSSELKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Aert   06.d2
07.f4   AERT  SANTEGOETS,   zoon van Adriaen Aert   06.d2
07.g1   HENRICK  SANTEGOETS,   natuurlijke zoon van Jan Andries   06.e2
07.g2   GOYAERT  SANTEGOETS,   zoon van Jan Andries   06.e2
07.g4   ANDRIES  SANTEGOETS,  zoon van Jan Andries 06.e2
07.g6   CATELYN  SANTEGOETS,   dochter van Jan Andries 06.e2
07.g7   JAN  SANTEGOETS,   zoon van Jan Andries   06.e2
07.g8   MARIKE  SANTEGOETS,   dochter van Jan Andries   06.e2
07.g9   PEETER   SANTEGOETS,  .zoon van Jan Andries 06.e2
07.h01   CATELYN  SANTEGOETS,   dochter van Roelof Andries   06.e3
07.h04   HENRICK  SANTEG0ETS,   zoon van Roelof Andries   06.e3
07.h05   EVERT  SANTEG0ETS,   zoon van Roelof Andries   06.e3
07.h06   ANDRIES  SANTEGOETS,   zoon van Roelof Andries   06.e3
07.h07   JAN  SANTEGOETS,   zoon van Roelof Andries   06.e3
07.h08   HEYLKE  SANTEGOETS,   dochter van Roelof Andries   06.e3
07.h09   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Roelof Andries   06.e3
07.h10   ADRIAEN  SANTEGOEDS,   zoon van Roelof Andries   06.e3

Onderstaande families leefden in een roerige tijd. Bij de personen staat vaak e.e.a. vermeld. Als u kennis wilt nemen van deze periode in de geschiedenis klik dan hier.

07.a1   JAN SANTEGOETS

07.a1   JAN SANTEGOETS,   zoon van Henrick Jan   06.c2

Geboren : rond 1588 ,  overleden : rond 1655.
Gehuwd met : Engeltje, dochter van Jan Jacob van de Sande. Zij overlijdt rond 1670.
Kinderen :
08.a1   Henrick,  gedoopt in Boxtel in oktober 1619
08.a2   Jenneke,  geboren rond 1622
08.a3   Heylke,  geboren rond 1626
08.a4   Adriaentje,  gedoopt in Boxtel op 8 februari 1629. Zie verder 07.h07
08.a5   Marycke,  gedoopt in Boxtel op 4 februari 1633
08.a6   Jan,  geboren rond 1635

Als Jan rond 1615 in het huwelijk treedt, zijn de schermutselingen voortvloeiende uit de Tachtigjarige Oorlog tijdelijk opgeschort en is het Twaalfjarig Bestand van kracht. Van die pauze in de strijd wordt door beide partijen gebruik gemaakt om hun vestingen te versterken, waarvan de kosten natuurlijk weer op de bevolking wordt verhaald. Bij het aflopen van het Bestand in 1621 begint de ellende weer. Brandschattingen door de Staten, brandbrieven van Spaanse muiters, Frederik Hendrik steekt dorpen in brand en gijzelt boeren, Maurits onderneemt pogingen om Den Bosch en Antwerpen te veroveren, hetgeen mislukt.

In 1624 koopt ‘ Jan Hanrick Santegoits ….. sekere ledige hoffstadt ende gront van een leyen huys, bachuys, henne gronden, boomgaert met een driesken ende Coolacker daer aen liggende, tsamen oyck metten halven put, gelegen inder prochie van Boxtell ter plaetsschen genoempt Munsel, ……
Item den halven Benacker metten halven berch ende bercken boomen daerop staende, gelegen inder prochie ende plaetssche voirscreven, …….
Item het vierdepart vande grooten hoeybeempt, gelegen inder prochie ende plaetssche voirscreven, …..
Ende alnoch een cueteren recht opte gemeynte van Kempen, …..

met :  de grontchynsen, chynshoenderen, vastelavonthoenderen, soo verre daervuyt jaerlycx eenige aende heere van Boxtell te vergelden staen, met den provebroots aende cappellaen oft costere deser baronie jaerlycx.’ 1

Enkele dagen hierna stelt Jan een verkoopcedulle op voor de bezittingen van zijn inmiddels overleden vader 2. De volledige akte is bij de levensbeschrijving van deze vader vermeld. De uiteindelijke verkoop omvat :
een woonhuys, schuer, hoffstadt, hoff, boomgaert, potinge daer aen ende toebehoorende in voegen, maeten, grootten ende manieren als allen deselve gelegen zyn binnen der parochie van Lyempde ter plaetse gemeynlyck genoempt aen Dloo eynde, …..
Dye vercopere heeft aen hem gereserveert ende behouden allen alsulcke opgaende boomen met een cleynen jongen nootboome, als op ende tegens erffenisse onder ende
beneffens de andere potinge met eender smetten geteeckent zyn, omme by hem binnen de toecomende bleckenstyt affgehouwen ende vande gronde geruympt te worren.
Is oyck geconditioneert dat dye copere de erffenisse metten huys, hoff ende erffenisse sal aenverden in voegen ende manyeren ende ten tyde hyer nae volgende, te weten den Beethoff te halff merte, de huysinge met de canten te Pincxten ende het resterende ackerlant ende andere erffenisse t’oogst aende bloote stoppelen, allet inden toecomende jaere sesthyenhondert vyffentwintich, soo sal den copere hyer van genyeten het halff cooren naer laeten rechte, d’ welck Peter Lamberts als tegenwoordige pachter ende gebruycker inden toecomenden sayenstyt sayen sal.

Dye vercopere heeft geloofft alnoch opte voorschreven huysinge te laeten decken nae belyeven des copers vyer vymen lossbaer off leverbaer dackstroyens. 3

Hiermee zijn nog niet alle zaken geregeld, want in december koopt Jan ‘ de hellicht van eene hoeve lants, gelegen inder prochie van Boxtell ter plaetsen genoempt Munsel int Elsbroeck, te weten de hellicht van huysingen, erven, hoven, schuer, ackerlant, weylanden, hoeylanden ende heylanden met alle henne gerechticheeden ende toebehoirten, ‘  4 en de andere helft verwerft hij tegen een jaarlijkse cijns van 45 gulden, waarvan 20 gulden over vier jaar mag worden gelost voor 400 gulden en de resterende 25 gulden over acht jaar voor 500 gulden, alsmede een jaarlijkse rente van 25 gulden welke eveneens losbaar is met 500 gulden. 5 Verder belooft Jan om met Maria Lichtmis en Pasen in totaal een bedrag van 2200 gulden permissiegeld te betalen. Bij de akte betreffende de jaarlijkse cijns van 45 gulden staat in de marge dat in 1629 20 gulden is gelost en dat ook de resterende 25 gulden zijn afgelost. De datum van deze aantekening is januari 1645.

In 1625 gaan de transakties verder. ‘ Jan soone wylen Henrickx Jans Santegodts‘ verwerft ‘de tochte in een stuck ackerlants, een lopensaet offt daerontrent groot wesende, gelegen binnen der parochie van Lyempde ter plaetschen gemeynelycken genoempt opten Peyntel ‘ 6 , hij verkoopt ‘ een stuck ackerlants twee lopensaeten in grootheyt begrypende offt soo groot ende cleyn tselve gelegen is binnen der parochie van Lyempde ter plaetschen gemeynelycken genoempt opte Peyntel ‘ waarbij wordt vastgelegd dat ‘ de coperen sullen t’voorschreven stuck nyet eer aenverden als t’oogst yerstcomende aende bloote stoppelen ‘. Verder ‘ heeft Jan Henrick Santegodts mits desen opentlyck bekent ende beleeden de cooppenningen bedraegende ter somme van drye hondert achtentwintich carolus gulden ‘ ontvangen te hebben en verkoopt hij nog ‘ een stuck hoeylants gemeynelycken genoemt het Regenovertecken, gelegen binnen der parochie van Lyempde, ter plaetschen gemeynelycken genoempt aent Laer ‘. Als man en momboir van Engelke verkoopt hij ‘ een stuck ackerlants, twee loopensaeten offt daerontrent in grootheyt begrypende offt soo groot ende cleyn tselve stuck ackerlants gelegen is binnen der parochie van Lyempde ter plaetschen gemeynelycken genoempt inde Hezelaerssche ackeren’ .7

Een maand hierna verwerft Jan ‘de tochte in sekere stuck soo ackerlant als weylant, gelegen inder prochie van Boxtell ter plaetsen geheyten Cleynliempde‘ waaruit betaald moet worden ‘ twee smaelhoender jaerlycx aende heere van Boxtell, ende alnoch drie gulden jaerlycx aen Jannen Gerits opten Dungen ‘. 8  Als tegenprestatie heeft Jan ‘ super omnia et habenda ter saken van het affgaen der tochte van ’t stuck soo ackerlant als hoeylant wederomme gelooft te betaelen jaerlycx drie malder roggen, …. midtsgaders alnoch jaerlycx te betaelen de somme van vier gulden ende 14 stuyver, tot 20 stuyver den gulden gerekent ende dat als voir ‘.
Het zojuist verkregen stuk land wordt meteen geruild tegen ‘ een stuck ackerlants gemeynlyck genoemyt den Benacker, gelegen inder prochie van Boxtell ter plaetsen genoempt Munsell int Elsbroeck ‘. Vervolgens verkoopt hij als man van Engelke ‘ het derde gedeelt in een stuck hoeylants gelegen inder prochie van Boxtel ter plaetsschen genoempt Luycell 9  en belooft hij het ‘convent vande Cathuyseren eertyts gestaen hebbende tot Vucht, nu tegenwoirdelyck tot Boxtel residerende, een jaerlycxe ende erff elycke renthe van twintich carolus gulden, …..van ende vuyt een stuck ackerlants omtrent een mauersaet groot, gelegen inde prochie van Boxtell ter plaetsen geheyten Munsell, gemeynelyck genoempt den Benacker ‘. 10 De rente is losbaar met 400 gulden, hetgeen volgens het bijschrift in 1629 heeft plaats gevonden.

Als laatste transaktie in deze reeks verkoopt ‘ Jan soone Henrick Santegoitz, wonende tot Boxtel, het seste gedeelt inden hautvelt ende heyvelt aen malcanderen in Oerschot onder Notel geleghen, geheyten den Achterdyck ‘ in juni 1625.11

Rond deze tijd worden karren gevorderd om graan te vervoeren naar het leger bij Breda, maar de Staatsen verbieden dit. De bevolking is van dit conflict weer de dupe. In den Bosch en omstreken heerst de pest.

In 1628 komen voor de notaris in Boxtel enkele personen ‘ dye welcke ter instantie van Jan Henrick Santegoits, inwoonder der baenderye van Boxtell, hebben vercleert, gheattesteert ende gheaffirmeert by hunne manne waerheyt in plaetsche van solemneelen eede met presentatie desselffs, waerachtich te wesen, dat de bygaende neghenthien sacken hoppen syn van het eyghen ghewasch van Jan Henrick Santegoits als deselve nu acht oft neghen jaeren herwaerts gheteult hebbende op syn eyghen lant binnen dese baenderye. Allegerende voir redenen van welwetentheyt, dat sy attestanten syn naebueren van Jan Henrick Santegoits in desen requirant, ende over sulcx goede kennisse hebben van tgene voirschreven is. ‘ 12

1629 betekent een keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog, want den Bosch wordt veroverd door de Staatsen. Dezen pretenderen daarmee ook de Meierij in hun bezit te hebben, zodat de bevolking aan beide partijen belasting moet gaan betalen, nog afgezien van overlast die de legers en muiters van beide kampen bezorgen. Maar het leven gaat verder en in 1655 vindt er bij Jan weer gezinsuitbreiding plaats en verkoopt hij ‘ ontrent vier loopensaet erffenisse, wesende ackerlant ende weylant metten toebehoorten van dyen van een stuck lants genoemt den Dorenacker, gelegen binnen deser baronie van Boxtel inden hertganck van Onroij.13

Als gevolg van de verovering van den Bosch krijgen de hervormden vrij spel en worden er zelfs predikanten beroepen in verschillende steden en dorpen. Bovendien moeten alle kerken aan de hervormden worden overgedragen. De bevolking wil echter noch de predikanten accepteren, noch de kerken overdragen. Vanaf 1655 wordt de pest weer heviger en blijft aanhouden tot eind 1638. In dat jaar worden de ‘ gemeynder vroenten vercocht by de heeren drossaert, schepenen deser baronie, geswoerenen ende nabueren van Lennisheuvel ende Cleyn Liemde  …….  Jan Hendrick Zantegoits aende Beeck gemynt, t’loopensaet voor 26 gulden ende 40 hoogen groot gemeten ende gehaalt, seven loopensaet 5½ roye, valet 214 gld 7 st ‘ .14
Tien dagen later koopt hij opnieuw ‘ een parceel gemeynten, gelegen binnen deser baronie van Boxtell inden gehuchte van Cleyn Liemd, … houdende seven loopensaet sesdalff roede aldaer afgepaelt ende gemeten ‘. 15
Ondanks de veelvuldige aan- en verkopen is Jan de schrijfkunst niet meester 16:

Boxtel R.94 f.45v 1638

In 1639 is hij weer actief. Hij koopt dan ‘ seker woonhuys, schuere backhuys, schoren metten gront daer op tselve staet ende groese daer aen gelegen, binnen deser baronie van Boxtell inde gehuchte van Munsel inder grooten ende toebehoorten aldaer met zyn rechten, servituten van hecken, weghen ende vreden, …..
item alnoch eenen acker teullants genoemt den Pickenacker, houdende ontrent vier loopensaet, gelegen ter plaetsen voorschreven met zyn canten ende toebehoorten van outs ende weghen, ..
item alnoch een perceel heylants in alder grooten ende toebehoorten gelegen ter plaetsen voorschreven, groot ontrent vyff loopensaet, …..
item alnoch negen keuteren torffrechts jaerlyox opde gemeynte van Kempen.

Item alnoch d’oude gerechticheyt opde gemeynte ofte bodem van Ell ende den vrydom der smaeltienden die dezelve parceelen ende goederen zyn hebbende van outs, onder last van jaerlycx hier wtte vergelden aende heere van Boxtell achtien stuyvers ses penningen chyns. Alnoch aenden heere voorschreven ses smaelhoender chyns, diemen tsuck jaerlycx betaelt met 5½ st. ende alnoch jaerlycxe chyns aende heere voorschreven een halff houtwas, datmen jaerlycx betaelt met ses stuyvers ‘.17

Enkele dagen later verkoopt hij ‘ een stuck hoeylants gelegen binnen der heerlyckheyt Lyemde, ter plaetsen gemeynelycken genoempt inde Priensbunder ‘, 18 en vervolgens belooft hij ‘ de somme van drye hondert carolus gulden ad 20 st. den gulden vel valerem ende sevenentwintich der gelycken carolus gulden te geven ende te namptiseren opden 3e january anno 1641, spruijtende ter cause van goeden geleenden gelde als vereyckte ende overwonnen scult, wesende de voorschreven drye hondert gulden getelt ende te restitueren in specie te weten hondert vyff pattacons, ende den pattacen gangbaer nu tot 11½ gulden ende alnoch twelff ducatons nu gangbaer ad 3 gld 3 st ‘. 19 In de marge staat vermeld dat de akte in 1643 als te niet gedaan kan werden beschouwd.

In 1640 is er weer overlast van Spaanse muiters en in 1641 zijn er relletjes vanwege het verstoren van een R.K. godsdienstoefening met Pasen. Op het einde van dat jaar vermeldt een akte dat Jan een bedrag van 72 gulden tegoed heeft.20
Een jaar later verkoopt Jan met anderen ‘ zekere henne gerechte gedeelten in een parceel teullants, gelegen binnen deser baronie van Boxtel inde gehuchte vande Roont, genoempt de Weeten, houdende in het geheel ontrent vyff vierde vaets.21.

Hierna wordt het 1646 alvorens Jan weer wordt vermeld. Hij belooft dan ‘ te betalen van heden date deser over een jaer de somme van twee hondert vyfftich gulden gepermitteerden gelde met middelertyt thien gulden voor intereste, ende want de voorschreven penningen ten voorschreven daege nyet voldaen en syn, dat den intereste sal blyven loopen tegens thien gulden jaerlycx totter effectueel betalinge toe.22 Laatstgenoemde clausule was niet overbodig, want in de marge is vermeld dat pas in 1656 deze zaak als afgehandeld kan worden beschouwd.

In 1648 wordt de vrede van Munster gesloten welke een einde maakt aan de Tachtigjarige Oorlog. Voor de bevolking in Brabant breekt dan een tijd aan van achteruitstelling, uitbuiting en armoede. De hervormde godsdienst moet in de Meijerij worden ingevoerd en er worden predikanten benoemd. Alle funkties op bestuurlijk gebied moeten door hervormden worden bezet.

In datzelfde vredesjaar verkoopt Jan ‘ een stuck heylants gelegen binnen der baronnye van Boxtel inden hertganck van Luycel.23  Twee jaar later koopt hij ‘ een heycamp gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Lennisheuvel inde Dorsingen.24

Als men de verpondingsboeken uit deze tijd bekijkt, staat Jan daarin te boek als de eigenaar van een 16-tal stukjes land in Munsel en Onroy.’ 25. De jaarlijkse lasten daarvoor bedroegen 37 gld – 16 st -4 oort.

In 1654 wordt de laatste akte genoteerd die op Jan betrekking heeft. Hij koopt daarbij
ten behoeve van Henrick Jan Santegoets synen soone, … de hellicht van een stuck heylants genoempt de Dorsinge gelegen binnen deser Baronnye inde hertganck van Lennisheuvel.26
Hierna is Jan overleden, misschien als gevolg van de pest die in 1655 weer opkomt.

In 1659 verkoopt ‘ Engeltien weduwe Jan Hendrick Santtegoets, … een stuck erve, eensdeels ackerlandt, eensdeels groesse, gelegen binnen deser baronye van Boxtel inde gehuchte van Munsel inder grootte, servituten van hecken wege ende vreden, ….
Item alnoch een acker teullandt genoemt den Pickenacker, groot ontrent 4 loopensaet met de kanten ende toebehoorten gelegen ter plaetse voorschreven, …..
Item een parceel nieulant inder grootten ende toebehoorten als tselve gelegen is ter plaetse voorschreven.’
27 Dit alles samen met haar kinderen.

Vervolgens koopt zij  :’ de tochte in een stuck acker, genoemt den Oosteracker, gelegen binnen deser baronye van Boxtel in den hertganck van Tongeren, …
Item de tochte int vierde paert vande hellicht vande Steechde tot Luijsel, gelyck de erffvelycheyt die voorschreven coopersse by erfdeylinge des jaers 1648 te loote ende te deel gevallen is,
Item de tochte vanden geheelen Staelen beempt, gelegen inden hertganck van Tongeren ‘,

en doet zij afstand van ‘ het vierde paert onbedeylt van de hellicht van seeckere stede lants, bestaende in huysken, schure, hoofve, ackerlandt, groesslandt, hooylandt etc., allet gestaen ende gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Luysel met alle syne appendentien ende dependentien van dyen ‘ ….. en ‘ een stuck hooylandts genoemt den Staepelen bempt, gelegen binnen deser baronye van Boxtel inden hertganck van Tongeren, …..
Item een stuck ackerlandt, genoemt de Oosteracker, gelegen ter plaetse voorschreven
.’ …
Tot slot draagt zij ‘ de volle tochte vande Oosteracker, Staepelen beempt ende van tvierde deel vande hellicht vande Luyselse hoeffve, gelyck breeder inde veste op hodie gepasseert staet begreepen’ over aan de persoon waarvan zij zojuist een en ander in tochte had verkregen. Waarom deze transacties plaats vinden is onduidelijk. Engeltje lijkt er geen profijt van te hebben.

Een zelfde vertoning vindt enige tijd later plaats met betrekking tot ‘ de tochte inde hellicht van een stuck ackerlants, genoemt den Derpsacker, gelegen binnen deser baronie inden hertganck van Tongeren.’ 28

In 1660 verkoopt zij samen met Jan Roeloffs Santtegoets ‘ deen hellicht van een stuck hooylants gelegen binnen deser heerlyckheyt Lyempde, ter plaetse genoemt den Prinsbunder ‘ 29  en een jaar later op dezelfde wijze ‘ seeckere henne gerechticheijt vande plantagie van het voorhooft vanden Baetencamp volgens de gerechticheijt vande pootcaert vanden bodem van Ell oft andere daervan synde, gelegen binnen deser heerlijkheijt Lyempde inden gehuchte van Casteren ter plaetsen gemeynelijcken genoemt inde Schutsstraet, …..’ alsmede ‘ seeckere stuck erve wesende eensdeels houtwasch ende eensdeels heylant, gemeynelycken genoempt den Baetencamp, gelegen binnen deser heerlyckheyt Lyempde inden gehuchte van Casteren ter plaetse langhs de Schutsstraet.30
Hiervoor zal aan hen betaald worden ‘ de somme van een duysent guldens’, een erg groot bedrag in die tijd.

In 1665 koopt Engeltje samen met haar broer ‘ een stuck heylant groot omtrent twee ende dertich lopensaet ende twee roeden gelegen binnen deser heerlicheyt Liempde aen Velder.’ 31

De laatst bekende aktiviteit van Engelke is het verkopen samen met haar broers en zusters van ‘ seeckere hoff ende aengelegen erffenisse met de huyssinge oft camere daer op staende, te weeten soo ende gelyck deselve camere aende groote huyssinge is aengetimmert, allet gestaen ende gelegen binnen deser Baronnye van Boxtel, Binnen Brugge ter plaetsche genoempt opden Borghacker.’ 32
Dit gebeurt in 1670.

Anderhalf jaar later vindt de erfdeling plaats van de goederen van wijlen Engelke en Jan, nadat eerst de goederen van Adriaentien zijn afgescheiden.33  Het bezit blijkt te bestaan uit :
Munsel :
Huys, hoffstaet ende aengelegen erffenisse
de Benacker met twee hoybemptiens daer aen gelegen
een stuck ackerlant genoempt den Lathouwer
een stuck heylants aende Langenbergh
een stuck ackerlants, genoempt den Koolhoff
idem …………………………. het Loopensaet
idem …………………………. het Mudsaet
idem ………………………… den Elsacker
idem ………………………… den Cortacker met een wey daer neffens
een parceel hoeylants.

Cleynder Liempde :
een stuck ackerlants, genoempt den Nestmaker
idem ………………………… den Faesacker
idem ………………………… den Hennepacker
idem ………………………… d’Erstoppelen
idem ………………………… de Streepen
idem ………………………… het After bosch
idem ………………………… het Hofke
idem ………………………… den Langhe Asch
idem ………………………… den Laeracker
idem ………………………… den Putacker
idem ………………………… den Heghacker
idem ………………………… den Heuvelacker
een stuck heylants, genoempt het Cleyn Heyken
een stuck weylants, genoempt Cleyn Hulser

een stuck noeylants, genoempt het Slipbeeck
een stuck noeylants, genoempt het Waterschap.
een heycamp, genoempt de Groote Hey

Onrode : een stuck hoylants aende Dommel.
Ell (Gemonde) : een hout ende heyvelt, genoempt het Cheelder.
Vrielichoven (onder Liemde): een heycamp
een stuck hoylants genoemt het Steeghd velt.

Casteren (onder Liemde) : een stuck hoylants, genoempt den Weert.
Lennisheuvel (onder Boxtel) : een stuck heylants.
Verder is er nog een tegoed van 5 gulden jaarlijks, losbaar met 100 gld.
De lasten hierop bedragen voor de heer van Boxtel : 1 gld – 10 st – 4 pen – 5 ort, alsmede 5 chynshoenderen, en aan het cappittel : 12 lopen garste en 10 lopen rogge.


1 Boxtel R.85 f.20v  2 Liemde R.70 f.32v  3 Liemde R.29 f.63  4 Boxtel R.85 f.31  5 Den Bosch R.1429 f.309  6 Liemde R.29 f.109 
7 Idem f.115  8 Boxtel R.85 f.48v  9 Idem f.54v  10 Idem f.57  11 Oirschot R.150 f. III, 98  12 Not.416  f.25v  13 Boxtel R.94 f.141v 
14 Not.418 f.19  15 Boxtel R.94 f.337  16 Idem f.45v  17 Idem f.350 18 Liemde R.36 f.15v  19 Boxtel R.94 f.357v  20 Liemde R.36 f.147v 
21 Boxtel R.95 f.35v  22 Boxtel R.96 f.3  23 Idem f.135  24 Boxtel R.97 f.122  25 Boxtel Gem.Arch. Verpondingen F2, Munsel + Onroy f.1 
26 Boxtel R.98 f.212  27 Boxtel R.99 f.160  28 Boxtel R.99 f.181v  29 Liemde R.40 f.38v  30 Idem f.58v  31 Liemde R.41 f.106v 
32 Boxtel R.102 f.9  33 Boxtel R.103 f.12v

naar Top

07.a2   METKE  SANTEGOETS

07.a2   METKE  SANTEGOETS,   dochter van Henrick Jan   06.c2

Geboren : rond 1590 ,  overleden : na 1611.

De enige akte die op Metke betrekking heeft, is de belofte van haar vader om 200 gulden te reserveren voor de ‘ susteren vant convent vande Marienborch des derde regels van Sint Franciscus, gelegen bynnen deser stadt Shertogenbosch opte Uulenborch ‘, welke terstond na zijn overlijden zullen worden betaald ‘ ende dit ter oirsaecken van dat Metken des voirscreven Henrix dochtere is ontfangen, gecleet, geprofessyt ende haren leven lanc sal worden onderhouden int convent voirscreven.1 . Wat er van Metke geworden is na de overgave van den Bosch in 1629, toen de kloosters werden ontbonden of ernstig in hun bestaan belemmerd, is niet bekend.


1 den Bosch R.1457 f.283

07.b1   HEYLKE SANTEGOETS

07.b1   HEYLKE SANTEGOETS,   dochter van Mathys Jan   06.c3

Geboren : rond 1595 ,  overleden : na 1678.
Gehuwd : rond 1622 met Lambert, zoon van Jan Gysbert Conincx.
Lambert overlijdt voor 1663.
Kinderen : Jan, Theodorus, Gysbert, Aleyt, …..

Heylke of Helena is een van de vier dochters van Mathys Santegoets. Andere kinderen heeft laatsgenoemde kennelijk niet, want al zijn bezittingen worden aan die dochters overgedragen of nagelaten. In 1634 gebeurt dit met de ‘Rondacker‘ in Lennisheuvel 1, de erfdeling vindt plaats in 1642.2 Daarbij krijgt Helena in Lennisheuvel ‘een sestersaet teullants ende het sevenste deel in een parceel erven soo hoyelants als heylant‘, en in Luycel ‘het vierde deel in eenen hey-camp wesende teullant’. Verder nog ‘een keuteren torffrechts jaerlycx op Oetendonck ende Barisvelt, onder last van ’t vierde deel in hondert gulden capitael ende ’t vierde deel in vyftich carolus gulden capitael’.

De volgende akte dateert van 1663. Heylke is dan inmiddels weduwe geworden en koopt ‘een stuck weylants met het heestervelt daeraen gelegen‘ in Lennisheuvel.3  In 1678 maakt zij haar testament en noemt haar kinderen Jan, Dirck en Aleyt als haar erfgenamen.4  Uit de ondertekening blijkt dat Heylke de schrijfkunst niet machtig was: ‘ d’merck Heijltien Mattijssen Santegoets testatrice

Boxtel Not.421 18 april 1678

1 Boxtel R.94 f.171v  2 Boxtel R.95 f.36  3 Boxtel R.100 f.73  4 Not.421 dd.1678-04-18 

naar Top

07.b2   ANNA  SANTEGOETS

07.b2   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Mathys Jan   06.c3

Geboren : rond 1597 ,  overleden : na 1656.

Gehuwd : met Hendrick, zoon van Goyaert van de Ven, welke na 1642 overlijdt.
Kinderen :  ?

Anna komt als doopheffer voor in de jaren 1633 1 en 1656 2, en wordt verder genoemd in de akten van 1634 en 1642 welke boven reeds zijn vermeld.
Bij de erfdeling in 1642 valt haar ten deel ‘ zeker woonhuys mette hoffstat, hoff, boogart ende erffenisse daeraen gelegen ‘ in Lennisheuvel en het vierdedeel ‘ in eenen heycamp in Luycel, ….. onder last van een loopen erffroggen jaerlycx ende drye capuynen jaerlycx, alsmede onder last van het vierde deel in hondert gulden capitael ende in vyftich gulden capitael.‘ Bovendien moet zij aan haar zuster Maria nog 125 gulden betalen.

Wanneer Anna gestorven is, is niet bekend, in 1678 echter blijkt zij te zijn overleden.


1 Boxtel DTB.2 dd.1633-02-04  2 Boxtel DTB.8 dd.1656-02-01

07.b3   MARIA  SANTEGOETS

07.b3   MARIA  SANTEGOETS ,   dochter van Mathys Jan   06.c3

Geboren : rond 1599 ,  overleden : na 1642.
Gehuwd : ?

Van Maria zijn alleen de akten uit 1634 en 1642 bekend. In beide gevallen is zij vergezeld van haar momboiren, zodat zij op die momenten niet getrouwd is. Waarschijnlijk is zij ook nooit tot een huwelijk gekomen.
Bij de erfdeling in 1642 valt haar ten deel :
in Lennisheuvel :
‘ zeker een parceel teullants houdende ontrent een sestersaet, genoemt den Grootacker, ….
de hellicht in zekeren beemt, …..
een keuteren torffrechts jaerlycx opde gemeynte van Liempen
in Luycel :
een vierde deel in zekeren camp genoemt den Heycamp, nu teullant, onder last van een loopen roggen
jaerlycx, …
alnoch van tvierde deel in hondert gulden capitael ende t vierde deel in vyftich gulden capitael.’


07.b4   JENNEKE  SANTEGOETS

07.b4   JENNEKE  SANTEGOETS , dochter van Mathys Jan   06.c3

Geboren : rond 1601 ,  pverleden : na 1645.
Gehuwd : rond 1635, met Lucas, zoon van Antonis Dirck Stevens.
Deze is ook na 1645 overleden.
Kinderen : ?

Bij de akte van 1634 blijkt Jenneke nog niet gehuwd te zijn. In datzelfde jaar verklaart zij
in de naeme desselffs Mathys hueren vader ‘ dat een jaarlijkse rente van 3 gulden is gelost, zodat de oorspronkelijke akte van 1616 als nietig kan worden beschouwd.1 
Bij de erfdeling in 1642 is Jenneke wel gehuwd en ontvangt zij :
in Lennis-heuvel :
zeker sestersaet teullants, …
alnoch de hellicht in zeker hoyebemdeken, …

in Luycel :
alnoch t gerechte vierdedeel in eenen campen soo teullant als heylant, nu tot teullant, …
onder last van een loopen roggen jaerlycx, …
ende t vierde deel in hondert gulden capitael ende t vierde deel in vyftich gulden capitael
‘.
Namens haar man verkoopt Jenneke tenslotte in 1645 ‘ zeker parceel teullants ‘ gelegen in Roont.2


1 den Bosch R.1493 f.46v  2 Boxtel R.95, 1645-01-02

naar Top

07.c1   HENRICA  SANTEGOETS

07.c1   HENRICA  SANTEGOETS ,   dochter van Peeter Jan   06.c4

Gedoopt : in Boxtel op 19 sept 1609 ,  overleden : voor 1655.
Gehuwd : met Henrick, zoon van Henrick Eymers.
Hij overlijdt na 1655, maar is daarvoor nog hertrouwd.
Kinderen : ???

Behalve de doopakte1  is van Henrica of Hendricxke alleen een overeenkomst bekend tussen haar nagelaten man en haar broers en zusters 2 :
Accoirt tusschen Hendrick Henricx Eymers ende de kinderen Peeter Jan Santegoets.
Alsoo intoecomende d’erffgenaemen van Hendricxken, dochtere Peeter Jan Santegoets soude rechte ende actie moegen pretenderen op de erfhaeffelycke goederen als anderssints, by Hendrick Hendrick Eymers ende de voorschreven Hendricxken
staende hunnen houwelyck beseten, soo syn gestaen ende gecompareert voor ons schepenen naebeschreven, de voorschreven Hendrick Hendrick Eymers ten eenre, Arien ende Jan soonen Peeter Jan Santegoets ende Hendrick Jan Andries Santegoets hen fort ende sterck maeckende voor hunne mede erffgenaemen ende kinderen Peeter Jan Santegoets, hebben bekend ende beleeden met malcanderen int minnelycke veraccordeert ende verleecken te wesen, dat den voorschreven iersten comparant nu, noch intoecomende niet meer en sal pretenderen over het restant van het houwelycx goet hem comparant resterende vanden houwelyck by hem mette voorschreven Hendricxken syne huysvrouw aengegaen als andere pretensie, waer tegens de tweede in ordine comparanten den voorschreven iersten comparant ende syne erffgenaemen hebben getransporteert alle alsulcke erfhaeffelycke goederen als den selven staende synen iersten houwelycke met de voorschreven Hendricxken soude moegen hebben beseten.
Geloevende naer deselve noch egeene van dyen meer te vertaelen oft pretenderen in eeniger maniere ende hebben parthyen ter weder syde super omnia et habenda in qualiteyt als voor geloeft dese contracte te houden voor goet vast stentich ende van weerden ten eeuwighe daeghe.
Actum den achtiensten mey 1600 vyfenvyftich
.
Testes Willem Verbeeck ende Govaert van ~uysel, schepenen.’
Uit deze akte valt op te maken dat Henrick Eymers na het overlijden van Hendricxke opnieuw getrouwd is. Dit akkoord is overigens wel afdoende, want bij de erfdeling in 1656 worden de erfgenamen van Hendricxke niet genoemd.


1 Boxtel 1  2 Boxtel R.99 f.32 

07.c2   MERIKE SANTEGOETS

07.c2   MERIKE SANTEGOETS ,   dochter van Peeter Jan   06.c4

Gedoopt : in Boxtel op 2 apr. 1612 ,  overleden : voor 1675.
Gehuwd : op 14 febr. 1654 in Boxtel met Hendrik, zoon van Jan Andries Santegoets 07.g1 .
Kinderen :  zie Hendrik Santegoets, 07.g1.

Behalve de doopakte1  heeft alle verdere informatie over Merike betrekking op haar huwelijk met Hendrik. Die informatie is daarom bij Hendrick (07.g1) opgenomen.


1 Boxtel DTB.2

naar Top

07.c3   ADRIAEN  SANTEGOETS

07.c3   ADRIAEN  SANTEGOETS   zoon van Peeter Jan   06.c4

Geboren : rond 1615 ,  overleden : na 1675.
Gehuwd : met Gertrudis
Kinderen :
08.p1   Theodorus,  gedoopt in Boxtel op 4 mrt 1653
08.p2   Peter,  gedoopt in Boxtel op 1 feb. 1656. Geen verdere gegevens bekend.
08.p3   Marieke,  gedoopt in Boxtel op 14 nov. 1658.
08.p4   Gerarda,  gedoopt in Boxtel op 19 aug. 1662

In de verpondingsregisters welke na de Vrede van Munster in 1648 werden aangelegd, staat Adriaen geregistreerd onder Lennisheuvel.1  Hij blijkt dan eigenaar van een  ‘teulhuys‘ met omliggend land plus nog twee andere stukken land, waarvoor hij in totaal 2 gld – 8 st -4 penningen moet betalen.

In 1655 wordt een akkoord gesloten tussen de erfgenamen van zuster Hendricxke (zie aldaar) en de andere kinderen, waarbij ook Adriaen met name wordt genoemd.2
De nalatenschap van zijn ouders wordt in 1656 verdeeld.3  Adriaen krijgt daarbij:
huys, hoffstadt, hoff ende aengelegen erffenisse, allet gestaen ende gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inde hertganck van Lennisheuvel, … 
onder last van hiervuyt te blyven opgelden ende betaelen eene renthe van vyff gulden jaerlycx, te lossen met hondert guldens eens.
Item alnoch de hellicht van eene renthe van vyff gld jaerlycx te lossen oock met hondert guldens eens.
Item een stuck weylants gelegen inde hertganck voorschreven,
Item alnoch een ceuteren torffsrecht opde gemeynte van Kempen,
Onder last dat Adriaen deylder in desen hier vuyt sal moeten vergelden de heele renthe van vyfftich carolus guldens capitaels aende Guldebruers van Onses Lieve Vrouwen Gulde alhier, te lossen gelyck inde brieven daervan synde staet begrepen, blyvende de andere erffgenaemen daervan geheelycken vrye ende onbelast.’

Rond deze tijd heeft Adriaen een gezin met kleine kinderen waarbij nog om de paar jaar gezinsuitbreiding plaats vindt, althans volgens het doopboek.4
Verdere gegevens over Adriaen ontbreken nagenoeg geheel. Zijn kinderen worden in 1675 genoemd in het testament van zijn broers Jan en Adam, waarbij Adriaen volgens de tekst nog niet ‘wylen‘ is.5


1 Boxtel Gem.Arch. F2 Lennisheuvel f.1  2 Boxtel R.99 f.32  3 Idem f.91v  4 Boxtel 8  5 Not. 4715 f.316 

naar Top

07.c4   JAN  SANTEGOETS

07.c4   JAN  SANTEGOETS ,   zoon van Peeter Jan   06.c4

Gedoopt : in Boxtel op 19 jan. 1619 ,  overleden : in Boxtel op 19 sep. 1689.
Gehuwd : in Boxtel in protestantse kerk op 26 jan. 1664 met Geritke, dochter van Jan Craenen.11
Kinderen : geen

In de Verpondingsboeken welke na de Vrede van Munster in 1648 werden samengesteld, staat Jan vermeld onder Lennisheuvel als eigenaar van ‘t Nieulant inde Mylestraet, hey aen Coevoort, Cranenbocht, Driesacker metten dries daeraen gelegen, een dries inde Mylestraet, het heyvelt inde Sweelders ende het driesken aende Loop ‘, alles bij elkaar 3 gld – 10 st – 12 pen per jaar kostende.1

In 1655 wordt ‘Het accoirt tusschen Hendrick Hendricx Eymers ende de kinderen Peeter Jan Santegoets’ gesloten,2  waarbij ook Jan met name wordt genoemd. Bij de erfdeling in 1656 krijgt Jan 3:
een stuck ackerlants gelegen binnen deser baronnye~van Boxtell in en hertganck van Lennisheuvel,
Item een stuck ackerlants met een stucxken weylant daerteynde aengelegen binnen
deser baronnye
inden hertganck voorschreven,
Item een stuck ackerlants gelegen inden hertganck voor-schreven ter plaetee genoempt aent Coevoort,
Item een driesken gelegen ter plaetse voorschreven,
Item alnoch een seste gedeelte in een stuck hooylants inde Hedingen,
Onder last van te vergelden vuyt het ackerken aen t Coevoort het vierde paert van eenen halven braspenninck chyns ende het achsten deel van ontrent drye stuyvers twee oort gebuer chyns, alles aenden heere van Boxtel.
Item alnoch het seste gedeelte van vyfthien penningen chyns aende heere rentmeester vande domynen.’

Twee jaar later koopt hij bij een publieke verkoping enkele bomen.4

In 1660 wordt de volgende akte geregistreerd 5 :
Compareerde etc.
Michiel Matheussen van Erp, wonende tot Oirschot onder den hertganck van Spoordonck kendt ende belijdt midts dese wel deuchdelyck ende rechtverdich schuldich te wesen aen Jan Peter Santegoets, wonende tot Boxtel, die somme van eenhondert twelff guldens thien stuyvers ter saecke van prompte geleende ende wel getelde penningen, die de voorschreven Michiel Matheussen op huyden datum deses uyt handen vanden voorschreven Jan Peters, vyffentseventich guldens inne specie van cruysdaelders ende ducatons, den cruysdaelder à vyfftich stuyvers ende ducaton à drye gulden dry stuyvers, de reste in goeden ganckbaren gelde, danckelyck bekende ontvangen te hebben ende tot synen contentemente overgeteldt te syn, oversulcx gelooft die voornoemde Michiel Matheussen die voornoemde somme van eenhondert twelff gulden thien stuyvers inne gelycke specie ende valeur aende voorschreven Jan Peters of den wittege thoonder deses wederom te geven , te restitueren ende te betaelen opten achsten dach der maendt meye des toecomende jaers van sestienhondert tweendetseventich, te weten van heden datum deses over twelff jaeren allet sonder eenich intrest.

Ende middelertyt geduerende dese twelff jaeren heeft die genoemde Michiel Matheussen voorden jaerlycksen intrest deser penningen inne gerechten maniere van hueringe overgegeven aende voorschreven Jan Peter Santegoets een stuck ackerlants, gemeynelycken genoempt den Hegacker, groot omtrent een sestersaet oft soo groot ende cleyn tselve in syne graeffven is gelegen binnen der baronnye van Boxtel onder den hertganck van Lennisheuvel, …, omme tselve stuck ackerlants geduerende dese twelff jaeren byde voorschreven Jan Peters Santegoets voor den intrest der voorschreven penningen huerlinghs gewyse tsynen meesten oirbaer getrolt ende gebruyckt te worden.
Aengaende dese hueringe ende gebruyck vande voorschreven stuck ackerlants op oogst ierstcomende aende stoppelen deses teghenwoordighen jaers van sestienhondert ende tsestich, ende sal tselve wederom op ooghstaende stoppelen moeten verlaten des aenstaende jaers van sesthienhomdert tweentseventich, behoudelyck nochtans dat genoemde Michiel Matheussen tvoorschreven stuck ackerlants alle jaere wederom sal mogen aenverden op ooghst, mits te vorens opten achsten dach mey restituerende die eenhondert twelff gulden thien stuyvers als voorschreven is, ende dat sulckx een vierdendeeljaers voor mey aende huerlinck behoorlycke sal wesen opgeseeght, maer by faute van behoorlycke opsegginge ende restitutie der voorschreven penninghen sal Jan Peter blyven continueren in rustelycke ende vredelycke gebruyck vanden selven lande, totter tyt toe deselve opsegginge ende namptissement der voorschreven penningen behoorlycke te vorens sal syn gesciedt, mede geconditioneert oft gebeurde dat Michiel Matheussen die penninghen binnen die genoemde twelff jaeren niet en restitueerde, dat by overstryck vanden selver tydt Jan Peters tselve landt voorden pryse voorschreven sal behouden in erffcoop, ende gelooft Michiel Matheussen in sulcken gevalle aende genoemde Jan Peters te doen behoorlycke veste ende opdrachte vanden selven lande voor schepenen der baronnye van Boxtel met renuntiatie, helmelinge ende vertyden gelyck in sulcx recht ende gewoonlyck is.
Is mede alnoch tussen partyen geconditioneert dat gemelte Jan Peters neffens het gebruyck der voorschreven lande voor den selven intrest oock het schaerhoudt op ende om den selven acker staende tallen vier jaeren beginnende van halff merdt deses jaers 1660 sal mogen houwen, gereserveert nochtans oft gebeurden dat den voorschreven Michiel binnens tyts dese hueringe losten eer het schaerhout schaerbaer is, sal gehouden wesen te betalen den intrest van de twelff gulden thien stuyvers tegens vyff ten hondert, vande jaeren dat het hout gewassen is.
Voorders is alnoch tussen partyen besproocken ende geconditioneert, dat Jan Peters huerlinck geduerende de jaeren synder gebruyck sal schuldich ende verbonden wesen te onderhouden gebuerlycke lasten ende servituten soo daer eenige toe staen t’onderhouden, ende daerbeneffens te betaelen alle overcomende dorpscommeren, beden, contributien, mitsgaders oock de verpondinge ende alle voordere dorpslasten egene uytgescheyden, die op dit stuck ackerlants van dorpswegen alrede gesedt syn ofte duerende syn gebruyck gesedt sullen worden, aff ende aengaende naer gewoonte des dorps van Boxtel, maer alle erffelycke lasten, pachten ende chynssen die uyt dit stuck ackerlants mochten staen te vergelden, sullen blyven tot laste vanden voorscbreven Michiel Matheussen.
Hebbende die voorschreven Michiel Matheussen ter eenre ende Jan Peters Santegoets ter andere, ende ieder voor soo veel hem dese aengaet voor het voldoen ende naercomen van allet geens voorschreven staedt, die eene tot behoeff des anders, mits dese verbonden ende verobligeert henne respectieve persoonen ende goederen hebbende ende vercrygende tot dyen eynde renuntierende op allen exceptien, privilegien relieffvementen ende beneficien van recht daermede sy hun naermaels dese ter contrarie soude mogen oft comen behelpen ende bysonderlyck den rechte seggende generaele renuntiatie van egeender weerden te syn, ten sy dat speciaele voorgaen, versoeckende hier van door my notario gemaeckt ende gepasseert te worden.
Acte Not. in behoorlycke forme, aldus gesciedt ende gelooft sonder archlist binnen der heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel ter presentie ende overstaen van Jan Janssen Spierincx ende Jan Janssen van Hees, ingesetenen van Gestel voornomt tot getuygen hier over geroepen die dese tegenwoordige neffens partyen ende my notario hebben onderteeckent. Acht daegen inne mey 1660.’

Not. 4721 f.95          1660-05-08

In de marge staat nog geschreven:
‘ Compareerde voor my notario Jan Peter Santegoets ende heeft bekendt van dese onderstaende penningen tsynen contentement voldaen te syn ende dese onderstaende acte van beleninge daer mede doot ende te niet.
Actum 17 jan 1661 des ….. ende by hem onderteeckent.

Van de twaalf jaar is er dan nog maar één verstreken.

In 1664 heeft Jan trouwplannen, waarop de volgende akte betrekking heeft 6 :
Inden naeme ons Heeren, amen.
Byden inhouden van dese tegenwoordige openbaere instrumente sy kennelyck eeniegelycken hoe dat op heden sesch daegen in januarie des jaers naerde geboorte desselffs ons Heeren sestienhondert vierendetsestich voor my openbaer geadmitteert notarius ende geloofwerdighe getuygen ondergenoempt syn verschenen ende gecompareert Jan Peters Santegoets, jonghman, toecomende bruydegom, ter eenre ende Geritke dochtere Jans Craenen, jonge dochtere, toecomende bruyt, ter andere, beyde inwoonderen der baronnye van Boxtel, ende verclaerden met malkanderen ter eeren Godts besloten te hebben een toecomende houwelyck ende voor alle banden van houwelyck metten anderen beraempt ende gemaeckt te hebben dit naervolgende contract antenuptiael oft houwelycksche voorwaerde in maniere als hier naer is volgende.

Te weten dat dye toecomende beddegenooten respectivelyck ende elck van synder syde tot subsidie ende onderstant van desen houwelyck sullen inbrengen allen hunne goederen egene uytgescheyden, die Godt Almachtich hun op deser werelt heeft verleendt, daermede sy hun wedersyts houden gecontenteert. Verders is tussen dese toecomende beddegenooten gheconditioneert ende gestipuleert oft gebeurde dat sy egene wittege geboorten by malkanderen verweckte oft stervende naerliten, dat in alsulcken gevalle den lestlevende van de toecomende beddegenooten de erffelycke goeden ende gronden van erffven van synder syde gecomen in vollen recht ende eygendom sal besitten ende die vander syde des afflyvighe gecomen syn alleenlyck tochtsgewyse sal blyven besitten ende gebruycken ende dat naer dood vande lestlevende, allen henne erffelycke uytte vergelden, respectivelyck wederom sullen comen ieder naer de syde daer van die gecomen syn.
Dat oock de timmeringe ofte verbeteringhe die op deselve goederen par avontueren mochte gedaen oft bevonden werden, sal geannexeert blyven aenden grondt, sonder dat daerop eenige pretensie van dander syde sal mogen werden gesocht. Alle erffhaeffelycke meubelen die ingevalle als voor ten sterffdaege vanden lestlevende sullen bevonden werden, mitsgaders alle conquesten staende hunne houwelyck vercregen ende geconquesteert, sullen tussen henne wedersyts erffgenamen halff ende halff werden gedeylt.
Alle welcke voorschreven poincten ende articulen hebben die voorschreven comparanten belooft ende beloven by dese ieder in syn regaerdt ende voor soo veel hem aengaet naer te comen te volbrengen ende malkanderen het volle effect van dyen te sullen doen ende laeten genieten, sonder hier tegens te comen te doen ofte doen doen directelyck oft indirectelyck, onder verbant als naer recht renuntierende tot meerdere effecte deses op allen exceptien ende behulpen van recht daermede sy hun naermaels hiertegens soude mogen oft comen behelpen ende sonderlinge den rechte seggende generaele renuntiatie van egeender weerde te syn, ten sy dat speciaelyck voorgaen, versoeckende hiervan door my notario gemaeckt ende gepasseert te worden instrument notariael inne behoorlycke forme.
Aldus gesciedt sonder archlist binnen deser heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel ter presentie ende overstaen van Jan Janssen Spierincx ende Jan Hendrick Evens, inwoonderen van Gestel voornoempt, tot getuygen hierover geroepen, die dese neffens die comparanten ende my notarius hebben onderteeckent ten daege, maendt, jaere als boven.’

Uit bovenstaande akte blijkt, dat het als zeer belangrijk wordt ervaren om bezittingen in dezelfde familie te houden. In de marge bij deze akte hebben Jan en Geertruyt in 1666 het volgende laten opnemen :
‘ Compareerde etc. Jan Peter Santegoets ende Geertruyt Janssen Cranen, wittege beddegenooten ende inwoonderen van Boxtel, ende hebben voor ierst gerevideert ende geapprobeert dese neffens staende houwelycksche voorwaerde.
Voorders hebben die voorschreven comparanten by forme van codicille gewilt ende geordineert dat ter dyle sy staende henne houwelyck hebben affgelost ende gequeten aen Hermen Peter Denis dochtere eene jaerlycke ende erffelycke loschrente van twee gulden thien stuyvers jaerlycx te losch met vyfftich gulden, te vergelden uyt onderpanden van de voorschreven Gertruyt Janssen, eertyts inden jaere 1600 dertich 8 januarii voor scepenen van Boxtel geconstitueert by Jan Janssen Cranen, ende alsoo de goederen vande voorschreven Gertruyt daerby vyfftich gulden syn verbetert, dat oversulx die voorschreven Jan Peters Santegoets ende syne erffgenamen daertegens sal hebben ende behouden een parceelken ackerlants, gelegen onder Lennisheuvel aen Coevort, genoempt het Heyeckerken, by hun comparanten in cope vercregen tegens Jan Willems Ariens, gelyck oft selve van synder syde ende van syne ouders gecomen waere.
Versoeckende hiervan te werden gemaeckt dese tegenweerdige acte notariael in forma. Aldus gesciet ende gepasseert binnen deser heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel ter presentie ende overstaen van Jan Janssen Spierincx ende Claes Janssen vanden Heuvel, inwoonderen der heerlyckheyt voornoemt tot getuygen hierover geroepen, die dese
neffens de comparanten ende my notario hebben onderteeckent 12 daegen in februarie 1666.’
Inmiddels heeft Jan in 1664 het bedoelde stuk land in Lennisheuvel gekocht7  :
‘Dese coop is vercocht oft vermangelt tegens eycken hout, weert ontrent acht ende veertich gulden’ zoals een bijschrift vermeldt.

In 1669 volgt weer een aanvulling 9:
‘ Compareerde voor my openbaer notarius ende getuyghen ondergenoempt, Jan Peter Santegoets ende Gertruyt dochtere Jans Craenen, wittege beddegenootten, woonende tot Boxtel, gesont gaende staende, die welcke voor ierst lauderende ende approberende henne houwelycksche voorwaerde by hun te saemen voor my notarius gepasseert opten sesten januarie 1664, mitsgaders de de bygevuechde codicille staende in marge vande voorschreven houwelycksche voorwaerde mede gepasseert voor my notariu opten 12 febr. 1666 hebben by naerdere codicille verclaerdt dat sy hebben vercoft ende overgegeven aende broeder ende suster van Jan Peters, een perceelken lants, genaempt het Heesterveldt, groot omtrent dry vierde vat lants off soo groot ende cleyn tselve gelegen is binnen der baronnye van Boxtel inden hertganck van Lennisheuvel omtrent de capelle aldaer, gecomen vander syde des voorschreven Jan Peters, ende de penningen daer van gecomen gebruyckt tot betaelinghe van hunne samentlycke schulden ende alsoo tot hen codicillateuren huyshoudinghe.
Oversulcx hebben sy testateuren samenderhant gewildt ende insonderheyt de voorschreven Gertruyt codicillatrice, dat daertegens by de huysinge van Jan Peters codicillateur sal blyven een hooffken, gecomen vande voorschreven Gertruyt ende van den dries affgegraven, soo groot ende cleyn als tselve tegenwoordich tot hoff affgegraven is liggende, omme by de erffgenamen van Jan Peters naer hender afflyvicheyt neffens dandere goederen van Jan Peters gecomen behouden ende beërft te worden, gelyck off tselve hooffken vander syde des voorschreven Jan Peters gecomen waere, willende uytterlyck ende begerende dat dese henne tegenwoordige codicilare additie neffens henne voorgevuerde houwelycksche voorwaerde ende bygevuechde additie by henne respective erffgenaemen sal onderhouden naergevolcht ende voor goet ende van werden gehouden ende gekent worden, versoeckende hiervan door my notario gemaeckt ende gepasseert te worden acte notariael in forma.
Aldus gesciedt ende gepasseert …….. ‘ etc..

Uit deze akte blijkt min  of meer dat Jan en Gertruyt met een broer en een zus van Jan een zakelijke relatie hebben. In feite komt het er op neer dat zij veel dingen gezamenlijk deden, mogelijk zelfs samen woonden. Een aanwijzing daarvoor vormt het testament dat Jan en Adam in 1675 lieten opmaken 10 :
‘ Inden naeme ons Heeren, amen.
Byden inhouden van dese tegenwoordighe openbaere instrumente van testamente sy kennelyck eeniegelyck, hoe dat op heden dryentwintich daegen inne mey des jaers naerde geboorte des selffs Ons Heeren sestienhondert vyffentseventich voor my openbaer notarius ende gelooffwerdighe getuygen ondergenoempt in eyghen persoone syn verschenen ende gecompareert, Jan Peters Santegoets, verclaerende hoe dat hy met Geritken Jan Craenen syne tegenwoordige huysvrouwe voor den notaris Jan vanden Heuvel ende seeckere getuygen opten sesten januani 1654 heeft gemaeckt een contract antenuptiael ofte houwelycksche voorwaerde, daerbeneffens alnoch opten 12 feb.1666 eene codicille staende neffens den voorschreven testament in marge aengeteeckent, met alnoch opten 22 september 1669 een naerdere codicille, allen de welcke die voorschreven Jan Peters alsnoch by dese is lauderende ende ratificerende als niet van meyninge synde syne huysvrouwe in eenigerley manieren te preiudicieren ofte in haere recht te vercortten.

Ende heeft alsoo verders die voorschreven Jan Peters Santegoets ende met hem Adam Peter Santegoets, beyde gebroederen woonachtich onder de baronnye van Boxtel, gesondt gaende, staende, overdenckende ende voor ooghen hebbende die broosheyt der menschelycker natuere, die seeckerheyt vander doot ende de onsekerheyt vande ure der selver uyt henne vrye wille onbedwongen ende onverleyt van iemanden soo sy bekenden ende verclaerden samenderhandt ende ieder van hun int particulier voor soo veel hen particulierlyck ende privativelyck aengaet, gemaeckt ende geordonneert henne testament, leste ende uyttersten wille inder forme vuegen ende manieren hier naer volgende.
Inden iersten bevelen ende recommanderen sy testateuren henne respective sielen soo wanneer die uyt dit sterffelycke leven sullen geroepen werden inde oneyndelycke genade van Godt Almachtich henne Scepper ende Salichmaecker, ende henne doode lichaemen der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende verders tot dispositie van henne tytelycke goederen, maecken laten ende legateren sy testateuren die eene aenden anderen ende reciproquelyck aen malkanderen, te weten aenden lestlevende van hun beyde soo wyen dat gevallen sal syne leven lanck geduerende de tochte van allen de erffelycke goederen die den iersten afflyvige metter doot ruymen ende naerlaten sal, onder conditien dat die lestlevende uyt de erffgoederen byden iersten afflyvigen naergelaten sal schuldich syn aen Jenneken henne sustere soo lange sy in levende lyffve is ende langer niet, jaerlyck uyttereycken eenen sack roggen, ende dat indyen Jenneke henne sustere den iersten afflyvige overleeffde ende haere man waere overleden. Maer indyen haere man noch in leven waere, sal den lestlevende ongehouden wesen yet aende meergemelte Jenneken uyttereycken. Oock indyen Jenneken henne sustere den lestlevende deser testateuren mede overleefden, ende oock haere man waere overleden, soo willen ende begeeren sy testateuren dat meergemelte Jenneken insgelycx hare leven lanck uyt de erffgoederen by den lestlevende naergelaten jaerlycx sal trecken eenen sack roggen, die d’ondertenoemen erffgenaemen van deser testateuren jaerlyckx sullen schuldich wesen uytte-reycken, maer soo lange des voorschreven Jennekens man noch in leven is sullen dese erffgenamen ongehouden wesen yet yttereycken. Welcke sack roggen uytelcx deser testateuren portie die voorschreven testateuren aende gemelte henne sustere onder conditien voornoemt maecken ende laten tot eene kennisse, ende hier mede die voorschreven Jenneken henne sustere uytmaeckende ende uytsluytende uyt allen henne respective erffelycke naergelaten goederen.

Item willen ende begeeren sy testateuren dat allen henne respective schulden sullen werden betaelt uyt henne respective erffhaeffelycke ende haeffelycke goederen by deen ende dander naertelaten, ende soo yet van dyen boven de schulden compt te vueren, willen ende begeeren sy testateuren elcx int syne, dat tussen de voorschreven Jenneken henne sustere, de kynderen van Meriken henne overleden sustere ende de kinderen van Adriaen henne broeder ende den lestlevende deser testateuren in vier gelycke portien egalyck sullen werden gedeylt altyt de doode hant te deylen met die levende.
Ende naer doodt vanden lestlevende deser testateuren maecken ende legateren sy testateuren allen henne erffelycke naertelaten goederen aende wittege kinderen van Adnaen henne broeder ende Meriken henne sustere hooftgewyse, altyt die doode handt te deylen met den levenden, deselve kinderen van de voorschreven Adraen ende Meriken henne broeder ende  suster hoofsgewyse inder vuegen ende onder conditien voornoemt voor hender beyde erffgenaemen, verclaerende ende nominerende pleno institutionis jure.
Allen d’welcke voorschreven staet verclaerden sy testateuren te wesen henne leste ende uytterste wille, die sy begeerden dat in vuegen voorschreven sal naergecomen, onderhouden ende achtervolcht worden, syn volcomen cracht, macht ende effect sorteren tsy by forme van testament, codicille, gifte off donatie die men noempt ter saecke vander doot ofte andersints anders, soo ends gelyck deselve alderbest naerden goedertieren rechte soude moghen oft connen bestaen, alwaert oock soo dat alle solemniteyten naer rigeur van rechte tot een solemnele testament vereyscht hier inne niet volcomelycken waeren onderhouden, oock niettegenstaende eenige costuymen, privilegien off landtrechten ter contraris, versoeckende hier van door my notano gemaeckt ende gepasseert te worden instrument not. in forma.’

Na zijn overlijden worden zijn goederen als volgt getaxeerd 11 :
Tauxatie vande vaste ende onroerende goederen als alhier binnen dese baronnye van Boxtel onder Lennisheuvel zijn gelegen ende bij Jan Peter Santegoets metter doot ontruympt ende achtergelaten op den vijffthienden september 1600 negen en tachtentig.
Eerstelijk een huys, twee schopkens, ovenhuysken, hoff ends aengelegen teulant, groot ontrent tsamen een sestersaet.
Item een parceel teulants inden Heghacker, groot ontrent anderhalf loopensaet.
Item een parceeltie heij – groeslant inde Sweelders, groot ontrent een loopensaet.
Item een parceeltje heij – teulant aen Coevoort, groot ontrent een loopensast.
Item noch een parceel soo groes als teulant inde Meijlstraet, groot ontrent tsamen anderhalf loopensaet.

Item een parceeltie teulants genoempt Quaetcoop, groot ontrent anderhalf loopensaet.
Item een parceel groeslants aen de Steeg, groot ontrent oock anderhalf loopensaet.
Eijndelijck noch een heesterveldeken, groot ontrent sesthien roede,
t’samen getauxeert op drie hondert en seven guldens.
Actum Boxtel den vierentwintighsten october 1600 negenentachtentigh, bij Hendrick vande Morselaer, Dirck Conincx ende Corstiaen van Houtum, schepenen, den voorschreven vande Morselaer mede als lasthebbende vande heer Drossaert t’ oirconde.


1 Boxtel Gem. Arch. Verpondingen F2 Lennisheuvel f.5  2 Boxtel R.99 f.32  3 Idem f.91v  4 Boxtel R.163 dd 1658-11-02 
5 Not.4721 f.93v  6 Not.4711 f.190  7 Boxtel R.100 f.136  8 Not.4711 f.192a  9 Not.4715 f.316  10 Boxtel R.135 f.112v 11 Boxtel DTB.28.1 f.07

naar Top

07.c5   ADAM  SANTEGODTS

07.c5   ADAM  SANTEGODTS,   zoon van Peter Jan   06.c4

Gedoopt : in Boxtel op 26 oktober 1619 ,  overleden : na 1675.
Ongehuwd.

Afgezien van de vermelding in het doopregister van Boxtel-wordt Adam voor het eerst genoemd bij de erfdeling van de goederen van zijn ouders in 1656.1
Daarbij is hem ‘te loote ende te deele gevallen:
– een stuck ackerlants gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inde hertganck van Lennisheuvel int
Baeyenslant,
– Item een stuck ackerlants met een hooyveltjen daer teynde aengelegen, tsaemen groot ontrent vier

loopensaet off soo groot ende cleyn als tselve daer is gelegen inden hertganck voorschreven aent
Coevoort,
– Item een half ceuteren torffs recht opde gemeynte van Barnisvelt

Onder last van hier vuyt te vergeldon ontrent vyff stuyvers chyns aenden heere van Boxtell, te weten vuyt het stuck ackerlants mt Baeyenslant.’

Verdere gegevens over Adam ontbreken tot 1675, wanneer hij met zijn broer Jan een testament maakt op de langstlevende.2  Zie hiervoor de voorafgaande pagina’s. Uit de ondertekening blijkt dat Adam in tegenstelling met zijn broer de schrijfkunst wel meester was:

Not. 4715 f.316 1675-05-23

1 Boxtel R.99 f.91v  2 Not.4715 f.316

07.c6   JENNEKE  SANTEGOETS

07.c6   JENNEKE  SANTEGOETS,   dochter van Peeter Jan   06.c4

Gedoopt : in Boxtel op 6 juli 1626 ,  overleden : in Boxtel op 10 augustus 1686.
Gehuwd : in Boxtel op 30 december 1658 met Jan Jan Jacobs.
Als Jan is overleden hertrouwt Jenneke in 1672 met Cornelis Lambert vander Cruys, weduwnaar van Geritke Aerts.

Bij de erfdeling in 1656 van de goederen van haar ouders krijgt Jenneke toebedeeld 1 :
een stuck ackerlants gelegen binnen deser baronnye van Boxtell inden hertganck van Lennisheuvel int
Bayenslant,
Item een stuck  erve wesende soo ackerlant als weylant, gelegen inde hertganck voorschreven, ter plaetse

genoempt aende Steechde,
onder last van te vergelden vuyt het ierste parceel ontrent vier stuyvers twee oort chyns aende heere van Boxtell ende vuyt het ander parceel ontrent eenen halven braspenningh chyns aenden heere voorschreven
, ‘

Na haar huwelijk in Boxtel in 1658 is van Jenneke niets bekend, tot 1672 de huwlijksvoorwaarden voor haar tweede huwelijk worden geregistreerd 2  :
….. Ierstelijck dat dese toecomende beddegenooten ieder van syne syde tot onderstandt van desen houwelyck sullen inbrenghen alle henne respective goederen soo haeffelycke, erffelycke als erffhaeffelycke, egeenderhande uytgesondert, die Godt Almachtich haer op deser werelt heeft verleendt, soo die sy in tochte als erffrecht syn besittende, des sullen sy toecomende beddegenooten allen henne respective erffhaeffelycke meubelen wedersyts onder inventaris inbrengen.
Vorders is tussen dese voorschreven toecomende beddegenootten wel naecktelyck besproocken ende geconditioneert, oft gebeurde dat sy egene kindt off kinderen by malkanderen verweckte oft int scheyden vanden bedde naerliete, dat allen henne erffelycke ende erffhaeffelycke goederen wederom sullen keeren naer de syde daer van die gecomen syn, gereserveert voorden lestlevende de tochte inde goederen daer sy toecomende beddegenootten met vollen recht meester aff syn oft staende dese houwelyck noch meester aff sullen worden. ‘
Verder mag men van elkaar niets verkopen en indien men uit geldgebrek toch iets moet gaan verkopen, dan moet dat door beiden half om half worden gedragen. Kortom alles is weer zo geregeld dat alle goederen weer in de oorspronkelijke familie terug komen.

In 1675 wordt Jenneke nog genoemd in het testament van haar broers Jan en Adam 3, hetgeen hierboven bij Jan in extenso is opgenomen. Na haar overlijden in 1686 vindt een taxatie van haar bezit plaats 4 :
Tauxatie van de drye parceeltiens erven als alhier binnen deser baronnye van Boxtel onder Lennisheuvel syn gelegen ende by Jenneken dochtere Peeter Santegoets achtergelaten ende metter doot geruympt den thienden augusty jongstleden, te weeten een stucxken van anderhalff loopensaet genoempt ’t Quaetcoop ende een parceeltien van ontrent anderhalff loopensaet wesende groese ende ’t derde ontrent 16 roeden ackerlant, genoempt ’t Middelrat, tsamen getauxeert op negenentachtentich guldens


1 Boxtel R.99 f.93v 2 Not.4714 f.353 3 Not.4715 f.316  4 Boxtel R.131 f.76v

naar Top

07.d1   NICLAES  SANTEGOETS

07.d1   NICLAES  SANTEGOETS ,   zoon van Jan Henrick   06.a3

Geboren : in 1596 ,  overleden : in Best op 17 maart 1681.
Gehuwd : in Best op 1 februari 1628 met Maria, dochter van
Lambert Christiaen van Creyelt. Zij overlijdt in Best op 15 september 1677.
Kinderen :
08.b1   Jenneke,  gedoopt in Best op 18 dec. 1628 Tweeling!
08.b2   Lambert,  gedoopt in Best op 18 dec. 1628 . Tweeling, kort na geboorte overleden.
08.b3   Lambert,  gedoopt in Best op 16 mei 1631
08.b4   Jan, gedoopt in Best op 19 apr.1634
08.b5   Margareta,  gedoopt in Best op 6 jan. 1637
08.b6   Catharina,  gedoopt in Best op 5 aug. 1639

Begin 1628, als Claes met Maria in het huwelijk treedt, is de toestand in de Meierij van ’s Hertogen-bosch niet erg rooskleurig. De Tachtigjarige Oorlog is dan aan de gang en de bevolking heeft veel te lijden van rondtrekkende troepen of muitende soldaten, nog afgezien van de grote sommen geld die men moet opbrengen om de strijdende partijen te betalen. Bovendien heerst er pest.

Enkele maanden na zijn huwelijk pacht Claes in de buurtschap Notelen een huis met grond 1  :
Onder conditien ende voorwaerden naebeschreven heeft Margriet, weduwe wylen Dirck Lamberts, geassisteert met Adriaen haeren broeder, haeren in desen gecoren momboire ende haer byden rechte naer ouder gewoonten gegeven, openbaerlyck bekent ende beleden, verjaerhuert ende in pachtinge uytgegeven te hebben aen Claes sone Jans Henrick Santegoets, dye dat accepteerde, seeckere haere stede ende haere gronden van erffven gelegen binnen der vryheyt van Oirschot inden hertganck van Aerle ende Notele, vuytgescheyden de haege ende de nyewe erffve dye de verpachtersse aen haer selven behout, ende dat voorden termyn van ses jaeren deen den anderen eenpaerlycken sonder middele volgende, nochtans mits conditie dat de pachter ende verpachtersse sallen mogen scheyen met de drye yersten jaeren, behoudelycken dat den geenen alsoo willen scheyden, gehouden sal wesen tselve binnen de kersheylige daegen te vorens wittelyck te vercondigen ende opseggen, innegaende de pachtinge de hoybeemden ende de canten ende den hoff te halff meie lestleden, de huysinge ende het beemden ende hage weyde te Sinxten ende het resterende ackerlant t’oogst aende bloote stoppelen yerstcomende deses jaer 1628. Allen welcke parcheelen dye pachtere teynden dese hueringe alsoo sal moeten verlaeten ander versproocken conditie dat de pachtersse byden pachteren sal magen inwoonen sonder yet daervoor te corten, waervoor dye pachtere jaerlyck gelooft heeft te leveren hondert eyeren, vyffentwintich ponden boteren, eenendertich gulden in gelt ende drye vymen dachstroys, elcke bussel tot dertich ponden, alle jaer eens te leveren ende te betaelen, ’t gelt jaerlycx in twee termynen, deen hellichte te Baemisse ende dander hellichte te meye, waer van den yersten termyne vervallen zal te Baemisse yercomende 1628 ende daer nae ordentelyck malcander volgende. Item de oofte wassende inde boomgaert sullen de pachtere ende verpachtersse deylen halff om halff.
Sal alnoch den pachtere jaerlycken moeten leveren een half ton melcx ende het ackerlant sal den pachter teulen, beseyenende meyen, inwentellen, eeggen ende loten, allet naer laetsrechte, ende ’t cooren te leveren daer de verpachtersse woonachtich sal wesen.
Ende voor elck loopen lynsaets dat hy opte voorschreven erffenisse seyen sal, sal den pachtere jaerlycx moeten geven eenen steen vlasch.

Is noch geconditioneert want den pachtere eenich nyeuwlant begeerden te maecken int heyvelt, dat hy de drye ierste jaeren daervan nyet en sal geven.
Den huysinge sal den pachtere moeten onderhouen in goeden reke ende daerenboven oyck allen waterlaeten, tuynschouwen, waeterschouwen ende gebuerenrechten dyer van rechtswegen toe t’onderhouden staen ende daerenboven noch betaelen allen lasten ende contributien, beeden ende schouwgelt ende allen andere lasten inte stellen sonder cortinge als voor.

Voor welcke gelooffte dye voerschreven pachtere ende neffens hem synen vader verbonden heeft ut moris est realiter. Gedaen den 2e mey 1628.

Enkele maanden later houdt dezelfde weduwe een uitverkoop en Claes is daar als de kippen bij om zich ‘een smeervat ende torffbyll‘ voor 8 stuiver aan te schaffen , alsmede ‘een swarte koey’ voor 29 gulden en 17 stuiver.2  Als hem op het einde van het jaar nog een tweeling wordt geboren is zijn geluk compleet, terwijl om hen heen de pest veel slachtoffers eist, zodat in Oirschot zelfs speciale regels worden opgesteld om uitbreiding daarvan zo mogelijk te voorkomen.

In 1629 wordt den Bosch veroverd, waarna het geharrewar begint wie het in de Meierij voor het zeggen heeft. Beide partijen heffen belasting en de bevolking is weer de dupe. In de volgende jaren is alleen de regelmatige gezinsuitbreiding in het gezin van Claes te noemen. Omdat een van de kinderen opnieuw als Lambert wordt gedoopt, (ook bij de tweeling was een Lambert) is het waarschijnlijk dat de mannelijke helft van de tweeling spoedig na de geboorte is overleden. Pas in 1640 komt er ander leven in de brouwerij in de vorm van het kopen van ‘een stuck ackerlants gemeynelycken genoempt den Achtersten Waetercant, groot ontrent een loopensaet, ende een weyken daerteynden gelegen oyck groot ontrent een lopensaet off soo groot ende cleyn beyde de voorschreven stucken gelegen syn binnen der vryheyt van Oirschoth, parochie van Sinte Odulphus, inden hertganck van Naestenbest.’ 3

In 1644 wordt in diverse akten melding gemaakt van een geschil betreffende de bevoegdheden van schepenen en schatheffers in Oirschot. Ook Claes legt daarbij enkele verklaringen af 4  :
….. Nicolaes Jan Handrickx (Santegoets), oudt omtrent 48 jaeren, …..(e.a.), samen geweest schadthefferen inden jaere 1641 verclaeren naerden gedaenen eedt onder hun acht schadtheffers sonder bijwesen vande scepenen te hebben gecoren ende gestemdt tot borgemeester Paulus Gysberts, ende hebben de schepenen den voorschreven Paulus affgenomen den eedt daertoe staende. Naerder vuegende ende verclaerende dat de scepenen van Oirschot dese attestanten met hunne medehefferen tot verscheyden reysen hebben doen vergaderen, hun aenleggende ende versouckende dat sy luyden eenen anderen borgemeester souden willen stellen ende verkiezen, dwelck dese acht heffers weygerden ende hem gemantineert. Ende heeft den voorschreven Paulus de burgemeesterschap lange tydt bedient tot dat hy is cranok geworden ende overmits dat hy door sieckte niet en conde bedienen hebben die genoemde attestanten met henne medeheffers wederom eenen anderen, naementlyck Adulphus Jan Goossens borgemeester gestemdt ende gecosen.’
(Getekend, o.a. door )

1644%20handtekening
Not. 4719 f.4 1644-10-10

In ditzelfde conflict wordt ook door de oude heer Jan Santegoets, de vader van Claes, een verklaring afgelegd. In 1646 is deze zaak nog steeds slepende, zoals uit de volgende akte blijkt 5 :
Claes Jan Handrick Santegoets, oudt ontrent 50 jaeren, geweest schadtheffer 1641, …. (e.a.), oude schadthefferen der vryheydt van Oirschot, die welcke ten versoucke ende instantie vande tegenwoordige schadthefferen der vryheyt van Oirschot op henne respective manne waerheyt inne plaetse van eede, met presentatie vanden selven dies nodich ende daertoe synde versocht inne maniere van turbe, met eendrach-tige stemme turbsgewyse hebben getuycht, geaffirmeert ende verclaerdt voor de oprechte waerheyt, dat sy geduerende het loopende jaer van hender bedieninghe nimmermeer en syn belast geweest te betaelen eenighe ordinantien van uytteringe van soldaeten, renthiergeldt, vacatien, diensten voor den dorpe gedaen ende anderen soodaenighe lasten, maer dat hen soo int aenvangen van henne officie als by de raminge vanden jaer keurboeck altyt wel scerpelyck werde belast, ierst ende voor all de cantoiren te bewaren, ende alleenlyck de lasten te betaelen diemen nootshalve niet en mochte uytstellen, waer door den dorpe merckelyck inne groote schaede soude mogen comen.
Ende dat alsulcke ordinantien van uytteringe, renthiergelden ende dergelycke altyt werde verhouden tot dat den loopende jaer hender bedieninghe was geexpireert ende wederom eenen nieuwen schadtheffer oft borgemeester gesteldt om de cantoiren te bewaeren, ende dat alsdan de affgegaen oft oude schadthefferen werden affgegeven ende geassigneert te betaelen soodaenighe schulden ende lasten in henne jaeren vervallen, voor soo veel sy dan schuldich waren.
Mede verclaerende noyt te hebben geweeten oft hooren seggen dat by eenige andere schadthefferen anders is gesciedt. Ende tselve alsoo voor een costuyme alhier tot Oirschot van oudts ingenomen, ende oock inden jaer ceurboeck deser vryheyt wel merckelyck gesteldt. Boven alle dese verclaeren alnoch de voorscreven attestanten seer wel te weten dat de schadthefferen vanden jaeren 1645 ende 1646 naer ouder gewoonte van henne respective heirdtgangen wel syn gestemdt ende gecosen omme de cantoiren te bewaeren ende de dorpe uyt de schaede te houden, maer dat de scepenen de selve niet en hebben willen ontfangen voor schadthefferen, kennen oft houden, oock egenen eedt affnemen dat tot hennen voordeel, ende oversulcx egene bedeylinghe oft heffcedullen willen uyt geven, aende vorsters wel scerpelyck verboden dese schadthefferen vanden jaeren 1645 ende 1646 int ophaelen vande dorpspenningen te assisteren, gelyck allet naerder ende by speciaele acten daervan synde soude connen blycken.
Voor redenen van kennisse allegerende dat sy attestanten alle te saemen syn geweest schadthefferen ende alsoo hen tselve is overcornen ende belangende de hefferen vanden jaere 1645 ende 1646 by speciaele acte gebleken, oversulcx consenterende dese tegenwoordighe acte notarieel hier van te worden gemaeokt, die sy tot meerdere versekeringe neffens Jan Janssen Loys ende Henrick Jan Erven gelooffweerdighe getuygen hier over geroepen, hebben onderteeckent. Aldus gedaen ende gepasseert binnen der vryheyt van Oirschot, twee dagen inne augusto 1600 sesschenveertich.
(getekend, o.a.door)

1646%20handtekening
Not.4719 f.85 1646-08-02

Inmiddels is in het begin van het jaar 1646 door ‘Niclaes Jan Santergoets‘ e.a. beloofd, ‘ als schuldnaeren principael eene jaerlyxe rente van vyff gld. sjaers te betaelen alle jaer op H. Drie Coninge dach, ende dat van goede ende te dancke ontfangen penningen van hondert gulden capitaels ‘,6  en heeft hij als gecommitteerde van de gemeynte van Oirschot de schadtheffers van hun taak ontheven 7 .
In ditzelfde jaar overlijdt ook zijn vader, nadat in 1641 zijn moeder reeds is overleden.

De Tachtigjarige Oorlog wordt in 1648 beëindigd door de vrede van Munster. De oorlogsperikelen behoren dan tot het verleden, maar voor Brabant breekt een tijd aan van achterstelling, uitbuiting en vernedering door de noordelijke provincies.

Claes komen we weer tegen in 1649, als hij met een aantal andere ingezetenen van Oirschot een verklaring aflegt, dat zij voor bet ophalen van de penningen een deurwaarder moeten halen ‘wel drie uren gaens buyten, hetgeen tot groote costen streckt’ 8 . Vanaf het jaar daarop komen we hem ook regelmatig tegen als ‘provisoir der taeffele des Heyligen Geestes binnen der vryheyt Oirschot’ 9 .

In 1650 belooft hij ‘ te betaelen den vyfften dach van meye 1651 ierstcomende, de somme van hondert gulden in patterons ende ducatons, den patteron tot 2 gld. 10 st. ende den ducaton tot 5 gld. 5 st. ende met middelretyt voir den jaer intereste vyff gld. tien stuvers ‘.10

Omdat het regelmatig voorkomt dat op last van de regering goederen in beslag worden genomen zonder dat het duidelijk is ter dekking van welke achterstallige betalingen deze bedoeld zijn, zenden de gecommitteerden van Oirschot (waaronder Claes) iemand naar den Haag om aldaar de Raad van Brabant te verzoeken in het vervolg een en ander te verantwoorden. 11 
Dit vindt plaats in 1651, waarna Claes vermeld is bij het lenen van
een stuck ackerlants, groot ontrent een loopensaets off inder groote, veugen, maten ende manieren tselve gelegen is binnen der vryheytt van Oyrschott, parochie van Odulphus inden hertganck van Naestenbest, …..
Item de hellichte van eenen hoybeempt, gemeynelyck genoempt Staecx Horck, inder groote gelyok dye gelegen is onder de heerlyckheijt van Liemde, …
Item alnoch eenen halven hoybeempt, genoemt den Heerenbuender, mede gelegen binnen der heerlyckbeytt van Liende, …..
voor den tytt van vier jaren naest den anderen yerstcomende van date deser, reserveerende voor …(de verkoper)… allen hett opgaende hautt staende opte voorscreven erffenissen ende hett schaerhaut by den voorscreven vier jaren alle omme de voorscreven goederen wassende.

Mits conditie is dese toegedaen datt ..(de verkoper).. dese erffenissen altytt sal mogen lossen naer den tytt van vier naestvolgende jaren metter sonme van drye hondert vyfftich carolus gulden, den gulden tott 20 st gerekent, onder conditie datt .. (de verkoper).. gehauden sall wesen den losse een vierdendeel jaers te voorens te waerschouwen ende gerichtelyck op te seggen.’ 12
Verder heeft de verkoper ‘ volle macht ende procuratie gegeven ende gelaten aen den voorscreven Niclaes Santegoets om te syne absentie t’administreeren alle syne goederen gelegen onder de vryheijt Oirschot, all omme in watt hertgancken off gehuchten hett soude mogen wesen, om decelve te verpachten, verhuijren sulcx ten besten oirboir ende proffijte vande voorschreven …(verkoper).. sal bevinden te behooren, mits doende van synen bewijnde goede schuldige rekeninge ende bewijs ende reliqua.’
Volgens een bijschrift in de marge is deze procuratie enkele maanden later weer ingetrokken.

Van dezelfde verkoper koopt Niclaes een paar maanden daarna
een stuck ackerlants, twee loopensaet oft daerontrent oft soo groot ende cleyn tselve gelegen is binnen de vrijheyt Oirschot, parochie van St.Odulphus inden hertganck van Naestenbest, …. by den coopere hier vuyt jaerlycx te gelden aende Taeffele des H.Geest alhier acht loopen reducibel roggen met 5 st. ’t vat te betalen.
Item alnoch vyff st. oft soo veel het soude moghen wesen allet metten achterste1 van dyen, voorts los ende vrij sonder vrijheijts commer, weghen, waterlaten ende gebuerlycke rechten van rechtswegen daertoe staende t’onderhouden.’ 13

In hetzelfde jaar 1652 komt Claes nog voor bij een verklaring betreffende een rekening van de borgemeester 14 en wordt hem als gecommitteerde van de achtmannen procuratie verleend in verband met een conflict met de magistraat 15. Verder is hij nog aktief als provisoir der Taeffele des Heyligen Geest.16 .

In 1653 legt Claes met anderen voor de schepenen een verklaring af 17 :
‘ Wij schepenen ende regeerders der vrijheyt van Oirschot, doen condet kennelyck eenen yegelycken, certificerende mits desen voor de gerechte waerheijt, dat op huyden date deser ondergeschreven, voor ons gecompareert ende erscheenen syn Jan Dircx van Dormalen, Aert Rutgers de Leest ende Niclaes Santegoets, ingesetenen der voornoemde vrijheyt mannen met eenen staende ter goeder naeme ende faeme, dye welcke op henne manne waerheyt in plaetsche van gestaeffden eede met presentatie desselffe tallen tyden des versocht synde te presteren, geattesteert ende geaffirmeert hebben, gelyck sy attesteren ende affirmeren midts desen waerachtich ende hen attestanten seer wel kennelycken te syn, dat inde jare sesthienhondert een en vyftich den precisen dach onbegrepen als wanneer sy alhyer opten raethuijse der vrijheyt Oirschot met schepenen in besoignes syn geweest om de posten ende den staet van Niclaes Jacobs rekeninge dye hij als borgemeester gedaen heeft ende meer andere naer te sien ende te examineren, den voorschreven Nicolaes Jacobs hebben hooren seggen ende verclaeren onder andere dese naebeschreven woorden in substantie : ick heb noch een brieffken thuys (dat hij heeft gehaelt ende gebrocht) maer en weet nyet oft goet is oft nijet; d welck een quitantie was gescnreven bij een vrou inhoudende de selve ontrent twelffhondert gulden, allegerende redenen van welwetentheyt dat sy attestanten daer by aen ende present syn geweest, eyndende hyer mede henne verclaringe dye de selve naer prelecture deser hebben geapprobeert, t’oirconde der waerheyt, soo hebben wy schepenen voorschreven onsen gemeynen schependoms zegele onder op t spatium van desen doen drucken ende door onsen seeretaris doen vuytreyken. Gegeven den negensten dach der maent van september 1653.

In het volgende jaar beloven Niclaes en twee andere personen ‘ ter saecke van goede geleende ende te dancke ontfangen gelde, de somme van twee hondert carolus gulden, den gulden gereeckent op 20 st. tstuck, de rexdaelders ofte ducatons, doende de rexdaelders tstuck twee gulden 10 st. ende de ducatons tstuck drije gulden 3 st. ofte in andere goede gepermitteerde comptoire gelde ‘, over een jaar af te zullen lossen en intussen 6% rente te betalen. Indien de som later wordt terugbetaald blijft de jaarlijkse rente doorlopen.18

Inmiddels is Niclaes in Oirschot schepen geworden en de komende tien jaar komen we hem in die functie talloze malen tegen. In deze periode worden van Staatswege pogingen ondernomen om in Brabant de gereformeerde godsdienst ingang te doen vinden. Predikanten worden aangesteld, maar de bevolking wenst niet bekeerd te worden en de predikanten worden genegeerd of zelfs gemolesteerd. Omdat aantrekkelijke functies slechts door protestanten mogen worden vervuld, zijn enkele personen toch wel bereid om uit opportunistische overwegingen voor het protestantisme te kiezen. Of dit laatste bij Niclaes het geval is, is niet na te gaan, maar vanaf 1654 controleert hij de rekeningen van de gereformeerde kerk.19  Dat zijn geloofsovertuiging of zijn handelwijze niet door iedereen wordt gewaardeerd blijkt uit het feit dat in 1586 zijn dochter Catharina wordt lastig gevallen en termen te horen krijgt als ‘geuse hoer‘ en ‘u vader is een dieff, schelm ende verrader‘ .20  

Dat dit ook moeilijkheden gaf in het schepencollege blijkt in 1661 als ‘ Niclaes Santegoets, … (e.a.), schepenen van de gereformeerde religie, tegens den secretaris als bewaerder der papieren, prothocollen, rekeningen ende andere, hebben geprotesteert, gelasten ende niet gewilt, dat hij de rekeningen van de borgemeester van Nahuys aende voorschreven Nahuys offt aen Dirck Ostaden, jonxt aengestelden paepschen schepen sal hebben over te leveren ‘. 21

Enkele personen, waaronder Niclaes als schepen, verklaren in 1654 22 :
dat sy attestanten geweest syn ter plaetse alwaer den nyewen wynt cooren meulen soude gestelt worden, ende gesien dat de meulen wijer vanden gehuchte vande Hoeven is gelegen als de Sonse meulen, vorclaren voorders dat een yeder ter molen mach varen daert hens belieft.
In een andere, ongedateerde akte wordt verklaard, ‘ dat den wintmolen staende inden heertganck van Stratum, is wel een groote ure gaens vande gehuchte genoempt de Vleute, als hebbende noch tusschen beyde liggende drije heertganghen, te weten, Aersel, Naestenbest ende Vaerenbest, alle onder de vryheyt Oirschot resorterende, voegende daerby dat den wintmolen staende inde heertganck vanden Kerckhoff, maer een quartier uurs gaens vanden voorschreven Straettumse molen, gevende voor redenen van welwetentheyt ende eerst die voorschreven president ende Niclaes Jan Sandegoets, dat sy tusschen den voorschreven heertganck do Vleunt ende den voorschreven Straettumse molen hebbende wel hondert ende hondert reysen ter plaetse in het velt ende opder jacht geweest ende oversulcx van tgene voorschreven goede kentnisse hebbende.’ 23

Als schepen is men zeer vaak genoodzaakt om verklaringen af te leggen. In 1655 lezen we 24 :
Niclaes Janssen Santegoets, oock schepen der selver vryheyt, out ontrent 59 jaeren, … , heeft midts desen geattesteert ende gedeponeert waerachtich te wesen, als dat hij nu int leste der maent van mert deses jaers 1655, den precisen dach nyet onthouden hebbende, ten versoecke van Peter Michielssen als pachter vanden houtschat, hem heeft vervoeght inden hertganck van Spoordonck ten huyse Jan Dyrcx van Berse, alwaer hij deponent gesien heeft seeckeren eycken stronck, waer op gestaen hadde eenen eycken boom, ontrent den huyse van Jan Dircxssen van Berse neffens de gemeyne straete aldaer, welcken boom by Jan Dyrcxssen (soo hy deponent alsdoen ter tyt vanden selven verstaen heeft) was affgehouwen, ende dat daernae van Berse daerover oock by Michielsen is gecorrigeert geweest, maer nyet wetende hoe veel ofte weijnich hij aenden selven soude hebben gegeven, dan dat hij deponent wel heeft gedroncken ende gegeten vande wyncoop ter oirsaecken van dyen geresen.
Alnoch gevraeght oft hy deponent het voorschreven feyt hadde becalemerbaer gegeven, heeft den vernoempden deponent verclaert daortoe nyet versocht te syn geweest, dan alleenlyck tot getuijghe geweest om tselve feyt te besichtigen ende alsdoen mede gesien dat den voorschreven Michielssen heeft gemeten met eenen stock waer op de voeten vande meetroede soo hy verclaerde geteeckent stonden, maer dat hy deponent nijet en conste oordeelen oft den boom buyten ordinaris pootsel gestaen hadde ofte nyet.’

In september 1655 wordt een verklaring afgelegd betreffende een gebeurtenis in december van het afgelopen jaar. Toen hadden de schepenen zich ‘ getransporteert ende gevonden inden hertganck van Straeten, ende gecomen sijnde ter plaetsen gemeynelycken genoempt aent Snepscheut om aldaer to vercoopen (tot betaelinge der gemeyne lasten) seeckere nyeuwe erffven, alwaer vergaederden veele naebueren der voorschreven vryheyt, ende ter voorschreven plaetsen doorde geswoorens affgeteeckent synde seecker parcheel nijeuw erffve om te vercoopen ende ’t parcheel doorden vorster ten perck oft beurde gestelt synde, soo hebben veele ende verscheyde naebueren der selver vryheyt aldaer vergaedert synde, t’affhangen ende vercoopen van dyen beleth, alwaer onder andere mede syn geweest Jan Meeus alias genoemt Capiteyn ende Henrick Anthonis Huyskens, dye welcke overluyt seyden ende riepen, dat nyemant het hert en soude hebben om tselve parcheel te mynen off te coopen, ende in soo verre iemant tselve cochte ende ingroeve, datmen tselve wederom gelyckerhant soude instooten, want de peerden en beesten daerop weyden mosten ende veel meer diergelycke woorden onder de naebueren stroyende ende seggende, men sal u verleyden daer het nutter vercocht is als hyer ende dyer volgende tot twee drije ofte vyer verscheyde plaetsen daernae gecommen synde, is dyen nyettegenstaende effenwel soo door deen als dander de vercoopinge beleth ende opgehouden, soo dat wy schepenen geswoorens ende onderrentmeester sonder voorders te connen vercoopen hebben moeten naer huys gaen, ende tegens de oproerige naebueren door den vorster wel expresselyck ter voorschreven oirsaecke laeten protesteren.’ 25
Tien jaar later zal een dergelijk conflict uit de hand lopen, zoals we nog zullen zien.

In 1656 wordt aan Claes ‘last ende procuratie‘ gegeven ‘ om in ons constituanten naeme ende van onsen twegen te vereijsen naer Sgravenhaege ende aldaer te verrichten ende gaede te slaen de saecken oft processen dye de voorschreven schepenen (der vryheyt Oirschot)aldaer syn sustinerende tegens Niclaes Jacobs ende dye van St.Oedenrode. Geven den selven oock midts desen last ende comissie om aldaer ende tot tgene voorschreven is te mogen employeren den heere secretaris der selver vryheyt, P. van Andel, in soo verre der selven aldaer is oft adl. ende procureur des noodich synde, soo ende gelyck den voorschreven geconstitueerde sal bevinden te behooren.’ 26

Weer een jaar later verklaren Niclaes en enkele andere schepenen ‘ op hennen eede, manne waerheyt ende in nomine officio int aenvangen van henne respective ampten gedaen, waerachtich ende hun deponenten seer wel kennelyck te wesen, als dat binnen de limiten ende des vrijheijts paelen sijn gelegen veele ende verscheyde beempden ende teulanden toebehoorende tot St.Oeden Rode, welcke beempden ende erffenissen binnen de voornoemde vrijheijt in allen opcomende lasten tot den jaere 1616 toe mede hebben gecontribueert ende dijenvolgende oock van jaere tot jaere tot noch toe neffens andere ingesetenen goederen der selver vryheyt syn geset ende gequotifeert geweest, hebben alnoch verclaert dat binnen de vrijheijts paelen alnoch syn gelegen verscheyde beempden ende erffenissen toebehoorende soo tot Oost ende Middelberse alsmede tot Oisterwijck ende andere naebuerige plaetsen, dye welcke al hoe wel onder de palen ende yurisdictie der vrijheijt behoorende, nochtans binnen de voorseyde vrijheijt oock nijet contribueren, niettegenstaende alle deselve beempden ende landerijen mede inden overgeleverden staet ende quohier sijn gecomprehendeert ende getauxeert neffens alle andere der selver vryheyts goederen, waeromme grootelyck souden belast ende beswaert wesen ingevallen de voorschreven landen niet onder de limiten der gemelte vrijheijt souden gehooren ende contribueren.’ 27

Tussen de schepenen botert het niet altijd even goed. In 1659 verklaren Niclaes Santegoets en Peter van Berendonck ‘ dat sij attestanten op date ondergeschreven des naermiddachs waren verschenen ten raethuyse van Oirschot bij den voornoemde vande Clooth ende Jan van Elmpt, medeschepenen der op gemelte vryheyt, die mett maelcanderen heftige woorden ende kijffachtige proposten hebben gecregen, soo dat van Elmpt den voornoemde vande Clooth synen confrater heeft gescholden ende verweten dat hij, vande Clooth, leeffden vande armen ende mede vande gemeijnte van Oirschot, ende dat hij eerlange van hier nempe Oirschot soude moeten vertrecken, den voorschreven van Elmpt daer noch bij doende, dat hij, vande Clooth, syn H.Geestmeester rekeninge gereedt soude hebben te maecken, daer op den voornoemde vande Clooth tot antwoort gevende, dat hij alle ueren bereydt was sijn rekeningen te doen.’ 28

Een maand later leggen Niclaes en de president-schepen een verklaring af, dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat een medeschepen inzage krijgt in de boeken van het jaar 1658. Deze schepen wilde daarin nagaan of hij nog 2.900 gld moest afdragen zoals werd beweerd. De andere schepenen weigerden echter om daartoe toestemming te verlenen en dit feit wilde Niclaes kennelijk uitdrukkelijk vastleggen.29.

Na de reeds genoemde Vrede van Munsterin 1648, werden in Brabant de Verpondingsregisters aangelegd. Daarin werd geregistreerd welke bezittingen iemand had en hoeveel belasting daarvoor moest worden betaald. In het register van Naestenbest werd Niclaes Jan Santegoets opgenomen 30 :
Huys, schuer ende aenstede, 2½ lop ………………………………………… 2  –  3 –    0
Het halff Cremselen, 1 lop. 41 royen ………………………………………. 1  –  6 –    2
Het hopackerken, 1 lop. 21 royen……………………………………………. 1  –  1 –    4
Nyeuw erff achter Franck Pauwels, 1 lop. 20 royen……………………………………… 0  – 14 –   8
De waterlaet, 1 lop. 21 royen………………………………………… 1  –  0 –    8
De waterlaet van syn vrouw, 1 lop. 41 royen…………………………………… 1  –  4 –  12
De halff Ouw Steechd, 1¼ lop……………………………………………….. 1  –  3 –    8
De hellicht in twee veltjens, 1¼ lop…………………………………………. 0  – 11 –    4
Den halven broeckbeempt, 2 lop…………………………………………….. 0  – 16 –    4
De halff Baenrijdt, 1 lop……………………………………………. 0  –  9 –    6
                                                                                         10 – 10 – 12
Tot 1661 : vertaen van Lambert Coolen, de halff Baenrydt, 1 lop 0  –  9 –    6
                                                                                        10 – 19 – 12

En zo worden verder nieuwe aan- en verkopen in het register bijgehouden. In de akte betreffende de aankoop van de Baenrijdt staat deze beschreven als ‘ seeckere hellichte in eenen hoybempt onbedeylt, gemeynelyck genoemt de Baenreijdt, groot int geheel vier loopen en acht roeden oft inder groote,voegen, maten ende manieren als die gelegen is binnen der vrijheijt van Oirschot, parochie van Odulphus onder de hertganck van Naestenbest, ter plaetsche genoemt d’Aut Steegde.31

In 1660 zitten de vroede vaderen van Oirschot met een probleem als gevolg van
de groote geledene schade vande haegelslach‘ enkele jaren voordien. Destijds is men in den Haag om kwijtschelding of vermindering van hun lasten gaan bedelen en niet zonder resultaat. Om de kosten van een en ander te dekken had men per obligatie 1500 gulden geleend en nu komt de huidige bezitter plotseling met de eis, dat zowel de totale som gelds als de achterstallige rente moet worden terugbetaald. In de afgelopen zomer van 1659 werd in verband hiermee reeds een borgemeester in Den Bosch vastgehouden en het ziet er naar uit dat meer van dergelijke problemen zullen ontstaan.
De heren regeerders, ‘ondervonden hebbende hunne ongesondertheyt, dat sij schuldich waren die voorschreven Margriete te contenteren ende te betaelen haere deuchdelycke obligatie metten achterstelligen intereste van dien, ende dat het gans niet dienden noch geraden en was daer over meer costen oft processen te moveren, hoewel heel onversien ende bij den bevonden wintertijt geenen raed weten tot penningen, soo hebben dien niettegenstaende goet gevonden, geraemt ende geordineert, gelyck sy doen mits desen, yemanden uytten haren te committeren, om te hooren ende te sien off die tot Shertogenbossche oft elders yemanden conde vinden ende verwilligen die penningen aende voorschreven Margriette te schieten ende obligatie tot laste vant corpus ende gemeynte van Oirschot wilde overnemen.’ 32
De bedoelde opdracht wordt hierna aan Nicolaes Santegoets verstrekt.

Behalve zijn officiële functies en de zorg voor zijn gezin heeft Niclaes rond deze tijd ook als momboir enkele zaken te behartigen zoals uit enkele akten blijkt.33  In 1662 blijken er financiële problemen te bestaan, want op verzoek van Niclaes leggen enkele personen een verklaring af, dat zij in de periode april 1660 – maart 1661 de opgehaalde penningen (gemael en slach) aan van Nahuys hebben overgedragen.34  Van laatsgenoemde persoon leent Niclaes in 1664 ‘de somme van ses hondert twee ende vyftich gulden seventhyen stuyvers’ tegen een rente van 5% ‘.35  In het voorafgaande jaar heeft hij nog een verklaring afgelegd, dat hij in 1661 als schepen in ogenschouw was gaan nemen ‘een nijeuwt huys, waervan d’ens van ’t dack was streckende oostwaerts over de pael op de gemeynte daer de nyeuwe erffve mede was gepaelt.36  In 1664 wordt hij verder nog genoemd in verband met de tienden 37  en vanwege een procuratie 38.

Kort na bovengenoemde lening van 652 gulden leent Nicolaes nog eens 100 gulden, nu met een rente van 6%, door overname van een bestaande lening en met ‘seecker stuck nieuwe erffve, zijnde waijlant, groot drije loopen en een halff, oft inder groote en mate als dat gelegen is binnen Oirschot onder den hertganck van Naestenbest aen ’t Bester broek.39  Over zijn totale bezit en de waarde daarvan krijgen we informatie in 1666, als op zijn verzoek enkele inwoners van Naestenbest ‘met presentatie van solemnele eede hebben verclaert, geattesteert ende haer deponenten seer wel kennelijck te syn, dat die voorschreven requirant in eygendom is besittende in verscheyde stucken binnen de voorschreven vryheyt gelegen, te samen ontrent groot drie oft vier en veertich loopensaten, soo in groes als landt, ieder loopensaet door maelcanderen wel waerdich te syn vijff en t’seventich guldens, maeckende t’samen drie duyssent drie hondert gulden, alle welcke voorschreven parcheelen van erffgoederen syn los ende vrij sonder by den bovengeschreven requirant te vergelden twee hondert gulden capitaels, voorts onbelast oft in eenigher manieren beswaert, gelyck by requirant by desen is verclaerende.40
Voorwaar een heel bezit!

Oproer Oirschot/Best

De financiën in de gemeente Oirschot vormden een regelmatig terugkerend probleem, zoals uit voorgaande akten al wel is gebleken. Na al vaker daartoe pogingen te hebben ondernomen, wilden de regeerders in oktober 1666 de gemene gronden in het Besterbroek (Best hoorde toen bij Oirschot) verkopen. De bevolking in deze streek was daar echter fel tegen gekant, want het waren immers gronden waar zij gebruik van maakten en bij verkoop was dat niet meer mogelijk. Toen dan ook de rentmeester-generaal der domeinen kwam om enkele percelen openbaar te verkopen, liep een en ander volledig uit de hand.41

’s Morgens vroeg werden de bewoners van Best gewekt door tromgeroffel. Toen de rentmeester-generaal en de regeerders van Oirschot op het Besterbroek kwamen, vonden zij dan ook de bewoners der dorpen gereed omde verkoping tegen te houden. De vorster van Oirschot las namens de dorpelingen bij de ‘Malckersteeghde opt Broeck’ een officieel protest voor, waarop de stadbouder van de kwartierschout (de boven reeds vermelde Nahuys) het papier in beslag nam met de opmerking ‘dat hy tselve soude bewaeren tot dat hy daer copye van hadde’. Zonder verder acht te slaan op dit protest trok het gezelschap nu verder het Broek in naar de Roeyreyt, waar de verkoping zou geschieden, gevolgd door een grote menigte, door alle getuigen geschat op ongeveer 500 personen, mannen, vrouwen en kinderen. Allen waren gewapend met ‘knippelen, gaffelen, roers ende ander geweer’.

Zodra het eerste perceel werd afgetekend, begon men vanuit de menigte te werpen, eerst ‘ met aerden kluyten, oock peerde ende koeyermis, ende daernaer met kleppels ende oock steenen, welcke nootsakelyk expres moeten mede genomen syn, vermits aldaer int Broeck geene te vinden syn‘.
Al gauw moesten de rentmeester-generaal en zijn gezelschap uitwijken, maar dit had alleen tot gevolg dat de regen van stenen, knuppels etc. heviger werd. Ook de koets waarin de rentmeester-generaal zat werd aangevallen ‘omme die omverre te smyten. Ende als Peter van Nahuys, stadthouder, te peerde sittende, opte geene die naest aende carre waeren, aenreet om de karre t’ontsetten ende daerom eenigbe onder de voeten raecten, dat de tumultuanten den gemelte Nahuys is aengevallen‘.

De stadhouder slaagde er inderdaad in de koets van de rentmeester-generaal gelegenheid te geven om weg te komen, maar raakte zelf aan het achterhoofd gewond en moest vluchten. Toen hij de koets weer had ingehaald en zich daar liet verbinden, kwam de menigte zodanig dichtbij, dat men hals over kop verder trok. Maar haastige spoed bleek ook toen niet goed, want ‘de carre ontrent een clootworp weeghs inde Bodeasteede ingevlucht synde is omgevallen‘.
Ondanks het feit dat ‘den heere rentmeester syn Ed. arm ende schouder seer jammerlyck geforseert ende geborsten ende het been van synen knecht inde enklauw soodanich vermeerselt dat aen syn herstellinghe ofte ten minsten den ganck seer getwijffelt wordt, ….’
kwam men weg, maar de voerman die de gewonde rentmeester naar Oirschot bracht was minder gelukkig. Zijn kar werd ’s nachts volledig vernield.

Na het verdwijnen van de overheidspersonen was de pret voor de dorpsbewoners er vanaf. Wel verbrandde men nog het stro dat uit de omgevallen koets afkomstig was en riep men de vertrekkenden nog scheldwoorden na, maar daar bleef het verder bij.

De zaak was echter nog niet afgelopen. Wat de dorpelingen gedaan hadden was oproer, verzet tegen de overheid en dus een misdaad tegen de majesteit van de staat. Zo’n misdaad viel niet onder de competentie van de plaatselijke rechter, de schepenbank, maar van de hoogste rechter, de Raad van Brabant, die in ‘s-Gravenhage zetelde. Op 11 november 1666 willigde de Raad van Brabant een verzoek in van het Officie-Fiscaal (wij zouden zeggen het Openbaar Ministerie) om ‘ apprehensie van de principaelste belhamels ende oorsake van de seditie ende publycq gewelt geschiet tot Best ‘. De advocaat fiscaal en de procureur-generaal kregen dus bevel om de aanvoerders van de rel te arresteren en naar Den Haag over te brengen. Dit gebeurde met behulp van soldaten uit het garnizoen van ‘s-Hertogenbosch. De advocaat-fiscaal bracht hierover rapport uit aan de Raad op 20 november 1666. In dit rapport zette hij omstandig uiteen dat hij negen personen, waaronder een vrouw, had gevangen genomen en deze snel door Den Bosch had geleid naar een schip dat al klaar lag. Tevens dat er nog moeilijkheden waren geweest met de schepenen van Den Bosch, die meenden bij uitsluiting van alle andere rechtbanken bevoegd te zijn om te oordelen over misdaden die in de Meierij gepleegd waren. Hij was ondanks hun protest afgevaren en had bij aankomst in Den Haag de gevangenen op de Voorpoort (nu Gevangenpoort) laten brengen.

Onmiddellijk na aankomst van de gevangenen begon het proces. Het vooronderzoek leverde kennelijk geen overtuigend bewijs van de schuld van deze gevangenen op, want bij tussentijds vonnis van 11 december 1666 ontsloeg de Raad van Brabant acht van de negen gevangenen uit het arrest, evenwel onder de verplichting de gevangeniskosten te betalen en bij de eerste oproep weer te verschijnen. Op grond van deze beslissing kwamen op 13 december acht gevangenen vrij, waaronder Niclaes Santegoets en zijn beide zonen Jan en Lambert.

Na dit snelle begin bleef de zaak echter slepen, mede doordat eerst beslist moest worden op de verzoeken van de heer van Oirschot, de schout, en de hoog- en laagschout van Den Bosch, om samen met het Officie-Fiscaal te mogen optreden.
Pas op 11 november 1667 kwam het einde. Toen namelijk willigde de Raad van Brabant een verzoek in van de gecommitteerden van Aarle, Verrenbest en Naastenbest, om een definitief einde te maken aan alle procedures, die de advocaat-fiscaal had aangespannen, zowel tegen de drie gehuchten tesamen als tegen afzonderlijke inwoners. In hun rekest verklaarden de gecommitteerden zich bij voorbaat te zullen onderwerpen aan de uitspraak van de Raad. In zijn vonnis verklaarde de Raad al die procedures voor geëindigd, mits de drie gehuchten binnen zes weken de reeds gemaakte proceskosten zouden betalen en een boete van 4000 gulden. De laatste gevangene zou na het betalen van de boete in vrijheid worden gesteld, echter op voorwaarde dat hij gedurende een jaar na zijn vrijlating niet in de gemeente Oirschot zou komen.
Niclaes heeft ondanks zijn ouderdom de ontberingen van het transport en de opsluiting goed doorstaan.

Brood te licht van gewicht

In 1667 legt hij als ‘oudt schepen, oudt dryentseventich jaeren’ een verklaring af, dat een aantal inwoners van de Kerkhof ‘ aen hen attestanten syn clachtich gevallen, dat d’broot by de backers nyet en werde gebacken op sijn gewichte volgens de jaerkeuren dezer vryheyt daertoe staende, waerover sy attestanten beneffens henne mede schepenen aen henne keurmeesters hebben gelast inquisitie te doen, dye bevonden hebben dat eenen Pieter Schepens syn wittebroot in martio 1661 heeft gebacken te lichte ende ongewichtich, te weeten een broot van eenen halffuersten tot een ende een halff loot te licht ‘.
In de verklaring wordt verder gesteld dat de overtreder ‘ gestraft moet worden, … voor den armen tot exempel ‘.42  

Enkele maanden later laat Niclaes zelf een getuige opdraven,43  welke ‘ heeft verclaert dat hem deponent noch seer wel kennelyck is, dat d’heere doctor Verheyden in der jaere 1662, sonder den precisen dage onthouden te hebben, ten huysse van Jacop Zelandts tegens den requirant seijde, dat soo wanneer d’oncosten die over het arresteren van Jan Lamberts van Creyelt met syn peerdt ende karre binnen de stadt Eyndhoven waeren gereesen, in des requirants reeckeninghe niet en werden goedt gedaen, dat hij, Verheyden, de selve ten allen tyden soude repareren ende goet doen.’
Genoemde Jacob Zelants en een derde getuige leggen eenzelfde verklaring af.44
Hopelijk heeft meneer den dokter hierna zijn belofte gestand gedaan.

In 1668 is Niclaes erg actief. Hem wordt procuratie verleent, o.a. om voor de Raad van Brabant tot een acoord te komen met de nakinderen van Cornelis Eeckerschot 45  en hij belooft ten behoeve van de Tafel van de H.Geest in Oirschot ‘eenen jaerlycken ende erfelycken cheyns van drie guldens, van ende vuyt eenen Nieuwen Camp, groot ontrent vyff loopensaet’. 46  
Verder leggen enkele inwoners van Verrenbest een verklaring af 47 :’ ter instantie van Niclaes sone wijlen Jan Henricx Santegoits, dat Jan Henricx Santegoits, des requirants vader in synen leven aen de Kercke van St.Odulphus tot Best placht te gelden een malder roggen, ’t welck betaelt werde met drye gulden jaerlycx ende dat naer afflyvicheyt van den reqiurants vader, Antonis Willem Hoevens, getrouwt met Metke, dochter des voorschreven Jan Henricx Santegoits, by deylinghe heeft aenvaert tstuck erffve waer mede Jan Henricx Santegoits ’t halff mudde roggen hadde vercregen, met last van tselve halff mudde roggen te gelden.
Ende soo sy comparanten verstaen dat op ’t register van de voorschreven kercke gemaeckt waeren mede staen twee halve mudden roggen, d’eene ten laste van Jan Henricx Santegoits, ende t’andere ten laste van Antonis Willem Hoevens, soo verclaeren sy wel te weeten dat sulcx is een abuys, als wel wetende dat Jan Henricx Santegoits geen halff mudde roggen aende voorschreven kercke heeft gegouwen anders als tgene nu is staende opten naeme van Antonis Willem Hoevens. Ende dat tselve abuys daemyt is gecomen, dat Jan Henricx Santegoits in ’t veranderen vant register was staende opten oude registrerende dat Antonis Hoevens in ’t veranderen vant register syne naem heeft overgebracht, sonder bekent te maecken dat tselve halff mudde hem van Jan Henricx Santegoits, synder huysvrouws vader, was aengecomen ende het in syn schoonvaders plaetsche tselve was geldene.’
Tenslotte belooft hij nog ‘ de somme van twee hondert guldens in silveren ducatons à drie gulden drie stuyveren tstuck van heden date deser over een jaer te voldoen ende te betaelen, met middelre tyt vyff gulden tegens het hondert jaerlycx, procederende van goeden geleende ende te dancke ontfangen gelde.’ 48

In het laatste jaar van bet decennium valt nog te melden dat Niclaes c.s. belooft 40 gulden te betalen ter zake van ‘affpandinghe49  en enkele oude mensen een verklaring laat afleggen over het wonen van ene Josina ten huize van haar zoon Cornelis Ekerschot bij zowel zijn eerste als zijn tweede huwelijk 50. Mogelijk was Niclaes momboir van de kinderen van Cornelis.

In 1670 verkoopt en belooft hij 51 : ‘ eenen erffelijcken chyns ofte rente van seven gulden thien stuyvers jarelijcx te heffen, gelden ende beuren van ende uijt een stuck teullants genoemt het Hopackerken, groot drie loopensaets en drie royen, gelegen ….. onder den hertganck van Naestenbest.
Voor 150 gulden kan de rente worden gelost.

Financieële zaken zijn er de oorzaak van dat Niclaes en een aantal andere personen appelleren ‘ van seeckeren vonnisse bij d’eerw. heeren werthouderen deser vryheyt geweesen ten achterdeele der comparanten ende ten voordeele van mr. Jan Goossens 52 , en ‘den edele heere Cornelis van Rijp ‘ tot hun procureur aanstellen om bij de Raad van Brabant hun zaak te bepleiten 53.

Nagenoeg dezelfde personen spelen een rol bij een schikking welke wordt getroffen
om aff te snijden alle opgeresene verschillen ende te voorcomen de gene dye noch tusschen malcanderen souden mogen oprijsen, oock om eens van malcanderen gescheijden te syn inden saecken dije sij als gecommitteerde van de achtmans onder malcanderen hebben te beslichten.54.
Allereerst wordt dan opgesomd hoeveel vier comparanten nog schuldig zijn aan Niclaes en een andere achtman, vervolgens wordt vermeld dat tussen twee aanwezigen de rekening wordt vereffend, ‘ ende om eens eijntelijck gescheijden te sijn, hebben sij comparanten gelijckelijck aengenomen de capitaelen vande renten dije sij geldende sijn, … elck sijn contingent te furneren, te weten de seventien hondert gulden tegens den thienden julij eerstcomende‘ .
Het deel van Niclaes hierin bedraagt 150 gld. Dan rest nog een bedrag van 1300 gulden, waarvan elk van de aanwezigen 1/6 deel zal voldoen. ‘ Ende opdat door naelaeticheijt van d’een ofte van d’ander dit geheel werck nyet en werde vercort, verhindert ofte opgehouden, soo hebben de comparanten onwederroepelyck geconstitueert in solidum ende ijeder van hun int besonder mr. Henrick Leermakers om soo veel goeden vande onwillige ofte vande onwilligen soo tijdelijck te vercoopen als tot desselffs contingent noodich sal wesen dat d’afflossinge opten gestelden tijt volcomentlijck can gescbieden, tot sulcke somme ale des onwilligens contingent sal aen-draegen

Werden de zestiger jaren gekenmerkt door het invoeren van nieuwe belastingen en het bekend worden van dokter Fey in Oirschot tot buiten de landsgrenzen, de zeventiger jaren staan in het teken van de oorlog met Frankrijk. Deze begint in 1672 (rampjaar heet dat in de geschiedenisboeken) en heeft het lichten van de tiende man in de Meierij tot gevolg, er worden bedestonden georganiseerd en de Raad van State gelast de verwoesting van de bezaaide landen. De Fransen brandschatten de Meierij en belegeren Den Bosch. In 1673 bereiken de bedragen voor brandschatting een geweldige hoogte, in 1674 wordt dat weer minder. In dit laatste jaar treedt Niclaes op als getuige in een zaak van zijn zus Metje met betrekking tot enkele eikenbomen 55,  en is hij zelf in een proces verwikkeld over het innen van een bedrag van 1300 gulden in het jaar 1665, toen hij borgemeester was 56.

Informatie over de toestand in de Meierij vinden we in enkele akten die in 1675 werden opgetekend.
Het blijkt dan dat iemand ‘ is gecomen tot Oirschot met een carre soudt van Waerwyck opden 6e mert 1675 ende door vrese vande Fransche partijen die op de baen laegen tot Oirschot, daeromme drije daegen heeft moeten still liggen, nyet en heeft naer Eyndthoven derven vaeren.’ 57  
Ten behoeve van Augustinus van Rijssen, schoolmeester tot Best, wordt verklaard 58 :
dat den voorschreven mr. Augustinus van Rijssen in syn gebruyck gehadt heeft de kercke ackers met een waeijcken, gelegen binnen Oirschot, parochie van St.Odulphus, onder den hertganck van Verrenbest inden jaeren 1672 ende 1673, ende dat inden jaere 1672 den 9e julij de vruchten des velts door eenen swaeren hagelslach gans verslaegen ende aldaer bedorven syn geweest, verclaeren mede die voorschreven comparanten dat den voornoemde mr. Augustinus van Rijssen wegens den swaeren ende ruineusen oirloch der Franschen tot Boxtel ende Aerlebeeck liggende, gevlucht is geweest, ende t resterende vande voorschreven vruchten die aldaer waeren overgebleven, door de fouragiers gans vernielt, genomen ende te nyet gemaeckt sijn geweest, sulcx dat den gemelten mr. Augustinus van Rijssen daer van soo veel in twee jaeren nyet en heeft genooten als de dorpslasten soude comen t’importeren, waer van de voorschreven ackers ende waeijcken in vredens tijden in de verpondinge alle jaer te geven 8 gld 9 st en acht penningen, ende inde twelff omslaegen 10 gld 3 st , beloopt tsamen 18 – 12 – 8. Verclaeren de comparanten noch wijders dat in dese bedruckte oirloghs tijde de ackers ende waeycken sijn geset in van schepenen van Oirschot tot betalinge der Fransche contributie in twee tauxen ofte brandtschatten tot 7 – 2 – 0 ende daer en boven noch een verponding met 26 omslaegen, maeckende t samen ter somme van 22 – 18 – 4 , soo dat den gemelten mr. Augustinus inden jaere 1675 heeft betaelt in alles ter somme van 38 – 15 – 6 .’
Tenslotte volgt dan nog een verklaring van ‘ d’eersame Claes Jan Santegoets out 80 jaeren, out schepenen ende borgemeester der vrijheijt Oirschot ‘ over een stuk land dat zijn buurman steeds in bezit heeft gehad.59

Najaar 1675 draagt Niclaes twee stukken land over60 , te weten ‘ seecker stuck ackerlants voor d’eene hellichte groot anderhalff loopensaets, genoent den Hoogenacker, voor d’ander hellichte affgedeelt tegens maelcanderen, toebehorende Cathelina naerdochtere Corstiaen Lamberts van Craeijlt, … Item noch een stuck nieuw erffve, zijnde groes en haeij, groot seven loopensaets, oft in mate als dat vande gemeijnte aengecoft en ingegraven is ontrent anno 1658, gelegen onder de vrijheijt Oirschot, hertganck van Aerle, aende Groot Donck.
Het eerstestuk ligt in Naestenbest. Beide stukken zijn in 1657 of 1658 door Corstiaen van Creyelt aan Claes Santegoets overgedragen en worden nu gegeven aan de voor- en nakinderen van Merike Ariaen Jan Jooris, laatst weduwe van genoemde Corstiaen. Er worden aan Niclaes ‘ geene penningen daer voor uytgegeven noch betaelt, hoe wel dat die in synen naem hebben gestaen maer bij Neeriken Anaen Jan Jooris en haer kinderen gebruyckt ‘.

De 40e penning moet echter betaald worden, dus schatten de schepenen de waarde van de grond :
Verclaeren die heere schepenen de hellichte inden voorschreven Hoogenacker gewerdeert ende gepriseert te hebben in coop, behalven den pacht van twee gld jarelycx daer uyt te vergelden staende, werdich te sijn ter somme van hondert guldens, waervan den 40e penninck voor slandts gerechticheijt compt ter somme van twee gulden thien st. ‘ 
Het andere stuck land wordt getaxeerd op 150 gulden.

Als erfgenaam van Henrick Jan Santegoets hebben Nicolaes en Metje een schuld van 100 gulden toegeschoven gekregen waar zij niet erg blij mee zijn. Er wordt geprocedeerd en in maart 76 volgt het vonnis 61 :
Gesien bij mij heeren schepenen der vrijeheyt Oirschot, de requiranten bij Dirck Eijmberts Hoppenbrouwer en Jan Gerrit Goossens als moboiren over Jan onmondige soone Henrick Eymberts Hoppenbrouwers supplianten, op en tegens Niclaes en Metje Jan Zantegoets rescribenten en excipienten opden 9e september 1673 aen hen gepresenteert, met de schrifture van exceptie ende in ordine antwoorde de voorschreven rescribenten en excipienten daer tegens op den 29e april 1675 overgegeven, ende antwoort ten exceptionaelen en replycke te principaelen daer op en naergevolght, gesien tot dien den appoinctemente van versteck van replycke ten exceptionaelen en duplycke ten principaelen van dato den 9e October 1675 daer naerplaets gegrepen hebbende,
met de corte deductie ende versoeck van rechtwegens de supplianten en geexcipieerdens daertoe gevoeght, en op alles wel en rijpelijck geleth, mede gehadt advys van rechtsgeleerden, weysen, verklaeren voor recht dat de voorschreven rescribenten en excipienten schuldich en gehouden syn aende supplienten en geexcipieerdens te betaelen de somme van hondert guldens met interesse van dien tegens vijff van t’hondert, t zedert de doot van Jenneke weduwe Henrick Janssen Santegoets verschenen en tot effectueele voldoeninge toe te verschynen, salvo cortinge t’geene daerop blycken sal betaelt te wesen, de voorschreven rescribenten en excipienten daerinne mitsgaders inde costen deser procedure condemnerende.
Ist advys vande ondergeschrevenen dat heeren schepenen vermogen te sententieren als boven.

Actum Shertogen-Bosch den 29e feb. 1676. (Herman Kuecknun, J. van Affoirden)
         Voor d’adviseurs 10 gld……………… 10   –  0   – 0
         T’segel………………………………………   0   –  6   – 8

         D’extensie…………………………………   0 – 12  – 0
                                                           10  – 18  – 8 ————————————————————————————-

Schepenen voor t pronuntieren……………………………………….. 1 –   4 – 0
Secretaris voor t openen, lesen en registreren vande vonnisse    1 – 16 – 0
Vorster voor dagernenten van parthijen………………………….. 0 –   8 – 0
Voort advis van advocaten…………………………………………. 11 – 18 – 8
Schepenen voor hen vacation………………………………………… 9 – 10 – 0
Jura en salaris van recht inden saecke Nicolaes en Metijen

Jan Santegoets geinthimerde…………………………. 21 – 12 – 8
                     ende
Jan Henrick Santegoets, suppliant.
Actum et pronuntiatum in judicio scabinorum den 2e martij 1676.
Testes Beerendonck, vande Ven, Hellegen et Scheunen, schepenen.

In bovenstaande akte is bij vergissing als suppliant “Santegoets” genoemd, want dat is immers Jan Henrick Hoppenbrouwer. Overigens is met deze uitspraak de zaak nog niet geheel geregeld, want in augustus komt men nog eens bij elkaar om de wijze van betaling van de 100 gulden overeen te komen.62

In 1677 is het overlijden van zijn vrouw voor Niclaes ongetwijfeld de belangrijkste gebeurtenis 63: ‘ 13sep. obijt Maria Nicolai Santegoets.

Maar het leven gaat verder en in 1678 wordt de Vrede van Nijmegen gesloten, doch nu krijgt de Meijerij te lijden van de Staatse troepen. Niclaes wil het wat kalmer aan gaan doen en verhuurt de boerderij aan zoon Jan 64 :
Onder conditien ende voorwaerden hier naer beschreven, soo heeft Nicolaes Jan Santegoets veryaerhuijert ende in pachtinge vijtgegeven, gelijck hij doet mits desen aen ende ten behouve van Jan Niclaes Santegoets synen zoone, die de huijringe en pachtinge oyck was accepterende mits desen van syn vaders, huys, hoff, groes, saeij-, waeijlant en aengelegen erffenisse in eene aensteede, soo die gestaen ende gelegen is binnen de vrijheijt Oirschot onder de parochie van St.Odulphus inden hertganck van Naestenbest, daer syn vador ijegenwoordich noch in ende op is woonende, mett allen de voordere groes, ackerlanden, saeij-, waeij- ende hoijlanden die Nicolaes Santegoets in eijgendom en behout is hebbende, soo tot Naestenbest als mede tot Oirschot onder den hertganck vande Kerckhoff gelegen zijnde, gecomen van Cornelis Eeckerschot die onder den voorschreven hertganck vande Kerckhoff gelegen sijn, waer van de huijre en pachtinge sal sijn voor eenen tijt en termijn van een ijaer, aenvanck nemende vanden voorleeden oijcxt aende bloote stoppelen des ijaers 1600 seven en tseventich, ende den hoij-, was-, waeij- ende groeslanden t’halff maert en thuijs te pinxteren in desen jare van 1678 aenvanck nemende en alsoo naer een jaer gebruijck wederom te verlaten ten behouve en dispositie van syn vader.
Ende is geconditionneert dat Jan Nicolaes Santegoets, huyrlinck, alle die goederen van Nicolaes Santegoets sijnen vader sal hebben ende gebruijcken voor het onderhouden en alimenteren van sijnen ouden vader, bijstandt ende getrouwen dienst in sijne swackheyt aen hem gedaen en bewesen, noch te dienen en bystandt te doen in sijne cranckheijt, voorders oft anders vande huijre niet vijt te reijcken noch te betalen als de gemeynten commeren en lasten en contributien. Hieronder en tgeene voorschreven is parthijen gelovende, verobligerende en submitterende, als naer rechten ut moris est, ratum servare.
In de marge staat vermeld dat op 1 oktober 1679 is afgesproken onder dezelfde voorwaarde de huur voor een periode van 2 jaar te verlengen.

In 1679 verkoopt Nicolaes aan zoon Lambert ‘ synen woonhuijse, hoff, groes, saeij- ende waeylant, metten aengelaech groot drije loopen onbegreepen oft in mate soo dat gestaen ende gelegen is binnen de vryheijt Oirschot onder de hertganck van Naestenbest, ‘ voor 160 gulden en  ‘ seecker syn stuck erffve genoemt d’Aut Steegde, groot drije loopen, zijnde saeij-, groes-, en waeylant, binnen Oirschot onder den hertganck van Naestenbest ‘ voor 125 gulden.65
Voor 135 gulden koopt Lambert vervolgens nog in Naestenbest 66seecker oudt Nieuwe Erffve in de Cremsels steegde, groot drije loopensaets,‘ en Niclaes’ zoon Jan voor 150 gulden
‘ seecker sijn buytenste Nieuw Erff aent Besterbroek, groot 4 loopensaets zijnde geheel waeijlant.67

Enkele maanden later koopt Niclaes van Lambert genoemde drie stukken land weer terug.68  Enkele schepenen verklaren dienaangaande dat zij ‘ bij Nicolaes Jan Santegoets voor syn bedde syn geweest, sieck ende camanck van den hoogen auderdom niet connende gaen, die verclaert heeft den coop der drije parseelen van erffven van synen zoon Lambert Santegoets, soo als hij die gecoft heeft, wederom overgenomen te hebben in veste, opdrachte en eygendom, vermits geene penningen en wiste noch conde becomen dije te betalen.’

Op 86-jarige leeftijd overlijdt Niclaes tenslotte in 1681 69 :
‘ 17 mertii, Niclais Joannis Santergoets ‘

Toch verdwijnt Nicolaes nog niet uit de akten, want in 1685 verkoopt de ‘ evicteur der erffgoederen van wijlen Nicolaes Jan Santegoets tot Naestenbest voor de geinteresseerde crediteuren, die vijt crachte der machte van schepenen vonisse der vryheijt Oirschot opgewonnen ende geevinceert zynde ten behouve vande gemelte hooch edele heere, en alle andere geinteresseerde crediteuren, seecker stuck saeij en waeijlandts, genoemt den Waterlaet, groot samen 4 loopensaets.’ 70
De opbrengst is 222 gulden. En daarmee is het einde bezegeld.


1 Oirschot R.153 f.202 2 Oirschot R.153 f.II,118  3 Oirschot R.165 f.277  4 Not.4719 f.5 en 13v  5 Idem f.85  6 Not.5052 dd.1646-01-29 
7 Not.4719 f.65v  8 Not.5106 f.65  9 Oirschot R.173, 174 en 208  10 Idem f.243  11 Not.5057 f.56v  12 Oirschot R.174 f.321 en f.524 
13 Oirschot R.208 f.272  14 Not.5108 f.52  15 Idem f.67  16 Oirschot R.208 en R.209 diverse pagina’s  17 Oirschot R.209 f.260 
18 Not.5110 f.27  19 Oirschot Kerkrek II f.55, 44 en 74  20Oirschot Losse akte dd 1658-07-29  21 Oirschot R.211 f.III.284 
22 Oirschot R.209 f.142  23 Oirschot Losse Akte  24 Oirschot Losse akte dd.1655-04-27  25 Idem dd. 1655-09-16  26 Oirschot R.210 f.30 
27 Oirschot Gem.Arch. Losse akte dd 1657-10-17  28. Idem dd 1659-04-27  29 Not. 5115 f.38 
30 Oirschot Gem.Arch. Verp.Naestenbest f.38v  31 Oirschot R.211 f.II.101  32 Oirschot Gem.Arch. Losse akte dd 1660-02-04 
33 Oirschot R.211 f.II.58 , Oirschot R.212 f.I,377 en f.II.145  34 Not.5068 f.51  35 Not.5140 f.91  36 Not.5069 f.38v 
37 Not.5104 dd 1664-07-01  38 Not.5140 f.93  39 Oirschot R.213 f.II,4  40 Oirschot Gem.Arch. Losse akte dd.1666-03-01 
41 Campinia jrg.6, 21, p.8  42 Not.5073 f.7  43 Oirschot Gem.Arch. Losse akte dd.1667-03-28 
44 Oirschot Gem.Arch. Losse akte 1667-03-30 45 Not.5105 dd.1668-01-09  46 Oirschot R.214 f.II.17 
47 Not.5105 dd.1668-09-12  48 Oirschot R.214 f.I..213  49 Not.5151 dd 1669-03-11  50 Not.5151 f.2  51 Oirschot R.215 f.232 
52 Not.5152 f.2  53 Idem f.3  54 Not.5155 f.7 55 Not.421 dd.1674-02-23  56 Oirschot Gem.Arch. Losse akte dd.1674-07-31 
57 Idem dd.1675-03-10  58 Idem dd.1675-03-11  59 Idem dd.1675-03-15  60 Oirschot R.217 f.II.129 
61 Oirschot Gem.Arch. Losse akte dd.1676-03-02  62 Oirschot R.218 f.I,71  63 Best 1 f.136v  64 Oirschot R.218 f.II.257 
65 Oirschot R.219 f.II.269  66 Idem f.II.275  67 Idem f.II.273  68 Idem f.II.462  69 Best 1 f.149v  70 Oirschot R.221 f.I.288 

naar Top

07.d2   MARIA  SANTEGOETS

07.d2   MARIA  SANTEGOETS,   dochter van Jan Henrick   06.a3

Geboren : rond 1597 ,  overleden : voor 1680.
Gehuwd : op 20 februari 1624 in Best met Antoon, zoon van Willem Hoevens
(ook wel Verhoeven of Houwens genoemd). Hij is ook vóór 1680 overleden.
Kinderen : Catharina, Jan, Willem.

Over Maria is weinig bekend. Behalve de trouwakte 1  en het doopsel van bovenstaande kinderen kennen we alleen nog de erfdeling der goederen in 1680 2.


1 Best 1 f.27v  2 Oirschot R.220 f.95 

07.d3   HENRICK  SANTEGOETS

07.d3   HENRICK  SANTEGOETS,   zoon van Jan Henrick   06.a3

Geboren : in 1598 ,  overleden : in Best op 16 februari 1670.
Gehuwd : 1. op 9 janari 1639 in Best met Maria, dochter van Goyaert Claessen,
weduwe van Andries Corstens. Zij is vóór 1662 overleden.
Kinderen : geen
Gehuwd : 2. op 26 februari 1662 in Best met Jenneke, dochter van Gerit Jan Goossen.
Kinderen :
08.c1   Jan,  gedoopt in Best op 22 juli 1663.

De eerste vermeldingen van Henrick hebben betrekking op zijn optreden als getuige bij het huwelijk van zijn zus Mechteld in 1633 en als doopheffer voor een zoon van Mechteld eveneens in 1633. In 1637 wordt bij broer Claes een dochter geboren waarbij Henrick weer als doopheffer optreedt.

Als hij de veertig reeds is gepasseerd, weet hij in 1639 nog een weduwe te versieren en treedt met haar in het huwelijk.1  Ook zijn vrouw wordt dan als meter gevraagd.2  

Vervolgens komen we Henrick tegen in 1644, als hij ‘ de hellicht van eenen hoeybeempt, gemeynelyck genoemt de Blaeckenbeempt, gelegen binnen der vryheyt van Oirschoth, parochie van Sinte Odulphus inden hertganck van Verrenbest, ter plaetse gemeynelyck genoemt in Bester Broeck.’ 3  koopt.
In datzelfde jaar is er onenigheid over de keuze van een borgemeester, en een aantal lieden, waaronder ‘ Handrick Jan Handrick Santegoets, oudt omtrent 44 jaeren, geweest schadtheffer anno 1642, …. verclaeren, …. dat terstondt naer dat sy voor scepenen van Oirschot gedaen hadden den behoirlycken eedt staende tot het schadthefferampt, aen hun met hunne respective medehefferen die gemeynelyck genoempt worden die achtmannen, wel expresselyck door de scepenen werden belast ende geordineert dat sy van stonden aen souden stemmen eenen borgemeester, den welcke daernaer by de scepenen is geadvoyeert den eedt daer toe staende affgenomen ende gekendt gelyck behoirt. Consenterende etc. Actum 10 octobris 1644.’ 4

Dat Henrick de schrijfkunst machtig was, blijkt uit de ondertekening:

P3106747
Not.4719 f.4 1644-10-10

De naam Santegoets laat hij bij de ondertekening weg.

In 1646 wordt een verklaring afgelegd betreffende een zaak die twintig jaar later zal leiden tot ongeregeldheden 5 :
‘ Handrick Jan Handrick Santegoets oudt omtrent 48 jaeren, …..(e.a.) .… , ingesetenen der vryheydt van Oirschot, tesamen geweest schadthefferen inden jaere 1642, die welcke ter instantie vande tegenwoordighe achtmannen ofschadthefferen ende henne meer gevuechde naergebueren op henne manne waerheydt inne plaetse van eede met presentatie vanden selve des nodich ende aensocht, hebben getuycht, gheattesteert ende verclaerdt voor de oprechte waerheydt ende haer noch seer wel indechtich, dat inden jaere van sestienhondert tweende-veertich duerende henne bedieninghe van schadthefferampt hun by scepenen is belast te vergaederen ende te comen ten huyse vanden secretaris by de scepenen, soo sy hun over eenighe gemeynts saecken hadden te spreken.
Tot welcken huyse gecomen synde, heeft den secretaris ….. uyt den naem last ende van weghen der selver scepenen hun voorgehouden, hoe dat de scepenen van Oirschot met Paulus vanden Leemputte, tegenwoordich raedt- ende rendtmeester van syne con. not. domeynen waeren overcomen ende veraccordeert over seeckere achterstellen ende oock afflossinghe van verscheyden chynssen die syne mr. ware begroot uyt verscheyde partyen nieu erffven lange voor desen by de scepenen opt gemeynte van Oirschot vercoft, waerdoor den voorscreven rendtmeester de scepenen oft gemeynte was aensprekende, soo den secretaris verclaerde ende hun attestanten inder qualiteyt als hefferen pro rata ende naer advenant vande groote van henne respectieve heirdtgangen wel strengelyck belastende dat sy met henne medehefferen de somme van achtienhondert guldens soude ophaelen ende bij malkanderen brengen, ofte dat sij soude ordineren waermen soo veel nieuwe erffven soude vercoopen dat dese somme werde gevonden ende dat van stonden aen sonder vertreck, oft soude den rendtmeester daerover scaede doen ende de gemeynte executeren, waerop de attestanten antwoorden dat sy sulcx uyt henne particuliere autoriteyt niet en souden doen, maer mosten de gemeynte naergebueren daer ierst over spreken.’

Zoals bij broer Niclaes is vermeld, is de verkoop van de bedoelde gronden in 1666 aanleiding tot de nodige ongeregeldheden.

Als de Tachtigjarige Oorlog met het sluiten van de Vrede van Munster in 1648 beëindigd is, is daarmee niet de ellende uit de wereld. Voor Brabant vangen dan namelijk enkele eeuwen van achterstelling en uitbuiting aan. Van Henrick is in deze periode weinig bekend.

Na een vermelding als peter 6 in 1649 wordt het 1658 voor we hem weer vermeld vinden, deze keer bij het vastleggen van een testament 7 :
Inde name ons heeren Jesu Christi amen.
By den innehouden van desen tegenwoordighen openbaeren instrumente van testamente, sy condet ende kennelycken eenen iegelycken, dat op huyden 25e dach der maent van martio des selffs ons Heeren jare 1658 voor mij Johan van Oeckel, openbaer byden Rade van Brabant geadmitteert ende binnen der vryheyt Oirschot
residerende notario, ter presentien vande naebeschreven getuygen sijn ghecompareert in eygen persoonen, Henrick Janssen Santegoets ende Meriken dochtere Goyaert Claessen, naergelaten weduwe wylen Andries Corstens, syne wittege huijsvrouwe, dije voorschreven Henrick gesont van lichame, gaende, staende ende onder de menschen converserende, ende de voorschreven Meriken sieckelycken byden vyere sittende, maer nochtans haer verstant, wille ende memorie in alles wel machtich synde ende gebruijckende, gelyck ons deselve siende ende hoorende spreecken, genochsaem was blyckende, dye welcke overpeyssende de seeckerheyt des doots ende haere onseeckere ure, daeromme nyet willende vant aertryck scheyden sonder van hunne tijtelycke goeden hun bij Godt Almachtich op desen aerden verleent, volcommentelycken gedisponeert te hebben, hebben met rypen rade ende deliberatie, onbedwonghen van iemanden, d’eene met consente des anders soo sy verclaerden, gemaeckt ende geraempt, gelyck sy maecken ende raemen mits desen hunnen testamente, lesten ende vuyttersten wille, ende dat in formen, voeghen ende manieren hyer naer volgende.
Inden iersten hebben dije testateuren gerecommandeert hunne sielen soo wanneer dye naerden wille Godts vuyt hunne sterffelycke lichamen scheyden sullen, Gode Almachtich, Marie syne gebenedyde moeder altyt maghet ende allen den Hemelschen Geselschappe, ende hunne doode lichamen der gewyder aerden.
Commende totte dispositie van hunne tytelycke goeden hebben dije voorschreven testateuren herroepen, doot ende te nyet ghedaen, gelyck sij herroepen, doot ende te nyet doen bij desen alle testamenten ende andere vuijtersten willen voor date van desen ennichsints bij hun gemaeckt.
Item hebben dije testateuren gewilt ende begeert, willen ende begeeren mits desen, dat alle hunne geconquesteerde goeden, soo erfhaeffelycke als erffelycke, dije sij testateuren t’samen staende hunnen houwelycke t’sij bij coope ofte andersints hebben vercreghen, naer doodt vanden iersten afflyvighen byden lancxtlevende ter tochten sullen werden beseten, synen ofte haeren leven lanck geduerende, ende dat naer doot van hun beyden alle deselve geconquesteerde goeden voor d’een hellichte sullen succederen opde broeders ende susters off des selffs kynderen vanden testateur, ende voor d’ander hellicht op Corstiaen, des testatrice wittege soone, ofte bij syne afflijvicheyt op des selffs wittege kynderen.
Item willen ende begeeren oyck dat alle hunne andere goeden naer doodt van hun beyden met vollen rechte sullen devolueren naerde syde vande welcke deselve gekomen sijn, de naeste vrienden des testateurs ende Corstiaen soone der testatrice respective in s’gunts voorschreven is, de doode hant alomme met de levende te deijlen, instituerende ende nominerende hunne gerechte erffgenamen jure institutionis mits desen.
Item is ondersproecken dat aenden testateur ofte syne vrienden sullen volgen twee kisten vuijtte meubele der testatrice. Ende dat Grietken dochtere Claessen Santegoets sal hebben eene coije vuytten stall vande testateuren soo ras sy compt tot houwelycken state. Legaterende de testatrice de twee kisten aenden testateur mits desen gelyck de testateuren oyck legateren bij desen de voorschreven koije aende voorschreven Grietken.
Alle welcke leden, poincten ende articulen dye testateuren hebben verclaert te wesen hunnen testamente, lesten ende vuijttersten wille, willende ende begeerende dat t’selve van weerden gehouden sal werden, tsij bij forme van testamente, codicille, gifte ter saecke des doots, contracte ofte andersints, soo eens iegelycx goet Christen mensche testamente, lesten ende vuyttersten wille alderbest van weerden gehouden can ofte mach worden, nyettegenstaende ennighe solemniteyten van rechte hyerinne gherequireert in heel ofte deell waeren geomitteert, deselve houdende alhyer voor geinsereert,
Reserverende dyes nyet te min de testateuren hun veranderen, vermeerderen ende verminderen, soo dickwils ende mennich reysen hun sulcx goetduncken ende gelieven sall.
Consenterende hyervan by mij notario t’selve wittelyck scapulerende gemaeckt te werden acten een ofte meer in behoorlycker formen.
Aldus gedaen binnen der vryheyt Oirschot ten huysse der testateuren ten daghe, maenden ende jaere voorschreven, ter presentien van Pauwels Symons ende Peeter Janssen van Roy, als ghetuyghen hyertoe geroepen ende sonderlinge gebeden ende want de testatrice, des gemaeckt synde, metten tweeden in desen getuijge, verclaerden nyet te connen schrijven, hebben hyer onder gestelt een hantmerck, ende den testateur metten iersten getuyge dese minute met hunne namen neffens mij notario onderteeckent.’

Not.5134 f.40 1658-03-26

Het is niet onaannemelijk dat Merike spoedig hierna is overleden. In ieder geval treedt Hendrick op 26 februari 1662 opnieuw in het huwelijk, nu met Jenneke, dochter van Gerit Jan Goossens.8  In tegenstelling met zijn vorig huwelijk blijft dit niet kinderloos en op 22 juli 1663 wordt zoon Jan gedoopt.9  Jenneke treedt hierbij als meter op.10

In 1667 hebben een aantal inwoners van de hertgangen Verrenbest, Naestenbest (o.a. Handrick Jans Santegoets), Aerle en Straeten ‘ geconstitueert ende machtich gemaeckt soo als sy constitueren ende machtich maecken by dese de edele heeren Pieter vanden Broeck, agent in Sgravenhaege, ende mr. Geerling Ruys wonende binnen Shertogenbosch, gesamentlyck ende ieder van hun in het besonder, om uijt hen comparanten naemen als representerende henne respective hertgangen waertenemen ende doen waernemen allen de saecken hoedanich ende van wat nature deselve soude mogen wesen die comparanten oft henne respective hertgangen eeniger maete aenlangende ende specialyck nopende de disputen oft questie van het Bestbroeck, voor eenige collegien, hooge off leeghe Hoven van Justitie, gerechten off dinghbancken alrede aenhangigh gemaeckt ofte naderhandt aenhangigh gemaeckt soude mogen werden, soo int ageren als defenderen alle termynen van recht waertenemen ende doen waernemen, sententien, appoinctementen ende resolutien ten voordele vande voornoemde comparanten te versoecken ende tot naedeel vande selve geobtineert off gesolliciteert werdende tegen te gaen, te weeren ende de comparanten ende hun recht daertegen te defenderen, tsy by wegen van appellatie ofte andere soorten van provocatien, ende generalyck sodaenige bequame middelen daertegens te gebruycken als die voornoemde geconstitueerdens goet ende geraeden dienen sullen, alle de voorschreven geresen ende noch te gerysen questien by accorde transactie oft andere accommodable middelen, tsy van submissie, arbitragie ofte andere te mogen aflopen ende wech leggen nae dat de voornoemde geconstitneerden sulx voor hun constituanten dienstich vinden sullen, allen twelcke de comparanten den selven geconstitueerden beleg ende discretie volcomentlyck syn toevertrouwende, ratificerende mede wel expresselyck de voorgaende procuratie opten 17e october 1661 voor Jan van den Heuvel, openbaer notaris, gegeven ende verleendt aende heere mr. Geerling Ruys, mitsgaders approberende ende ratificerende allen tgene byde voornoemde geconstueerden ofte der selver gesubstitueerde ofte geemployeerde alrede op der comparanten naeme gedaen ende gehandelt is, geven tot volvoeringe van tgene voorschreven, aende selve heeren geconstitueerden mede macht om een ofte meer persoonen tot der selver assistentie met gelycke oft mindere macht soo ad negotia als ad lites te mogen substitueren.
Belovende mits desen onder verbant van henne respective persoonen ende goederen, hebbende ende vercrijgende altyt voorgoet vast ende van weerden te houden allen tgene bij de geconstitueerden ofte een vande selve ofte vander selver gesubstitueerden dyenaengaende gedaen ende verricht sal syn, alwaert oock soo dat hier toe ampelder oft speciaelder macht werde vereyscht als voorschreven staet, als houdende deselve voor in desen geinsereert, mede gelovende onder verbant als voor die voorschreven henne geconstitueerden ofte gesubstitueerden altijt te indemneren costeloos ende scadeloos te houden, ende henne salaris mitsgaders te doene verschieten danckelyck te voldoen ende te
restitueren.11

Deze akte heeft dus weer betrekking op de problemen rond het Besterbroek, waarover bij Niclaes Jan reeds uitvoerig is uitgeweid.

Inmiddels zijn we wat de wetenswaardigheden over Henrick aangaat, aangekomen bij de laatste akten die op hem betrekking hebben. Op 15 februari 1670 laat hij de notaris halen, welke dan noteert dat voor hem zijn verschenen 12 :
Henrick Janssen Santegoets ende Jenneke Gerart Goossens syne huysvrouwe, dije voorschreven Santegoets sieck van lichaeme te bedde liggende maer nochtans syn verstant, memorie ende vijff sinnen in alles wel machtich wesende, gelyck ons ondergeschrevenen claerlyck gebleecken is, ende dye voorschreven Jenneken gesont van lichaeme, gaende, staende ende mette menschen converserende, oijck haer verstant, memorie ende vijff sinnen in alles wel machtich, dije welcke overdenckende de broesheijt der menschelycke natueren, datter nijet seeckerder en is dan de doot ende nijet onseeckerder dan d’uure der selver, daeromme nijet willende van dese werelt scheijden sonder van henne tijdelycke goederen hen bij Godt Almachtich op deser aerden verleent, ierst ende voorall gedisponeert te hebben, hebben met goeden voorbedachten sinne ende deliberatie onverleyt ende onbedwongen van iemanden gemaeckt, geconcipieert ende geordonneert, gelyck sij maecken, concipieren ende ordonneren midts desen, henne testamente, lesten ende vuytersten wille, ende dat in forme, voegen ende manieren hier naer volgende, te weeten:
Inden iersten hebben dije testateuren henne sielen soo wanneer dije bijden wille Godts vuyt henne lichamen gescheijden sullen wesen, bevolen Godt Almaclitich ende den geheelen hemelschen geselechappe, ende henne doode lichaemen der kerckelycken begraeffenisse.
Voorts commende ter dispositie van henne tijdelycke goederen hen bij Godt Almachtich op deser aerden verleent, hebben dije testateuren reciproce d’eene den anderen, te weeten den langstlevende van hen beijden gemaeckt vrije heer ofte meester offte vrije heere ende meestersse om soo veel erffgronden hen testateuren aengaende te mogen vercoopen ende transporteren, oijck beswaeren. tot dat hender beijder schulden sullen wesen betaelt ende anders gheene, laetende voorts alles staen byden lantrechte deser vrijheyt Oirschot.
Item hebben dije testateuren gewilt ende begeert, dat in soo verre Jan hender beijder wettigen soone geraeckte afflijvich te werden sonder achter te laten wettich kindt offte kinderen, dat insulcken gevalle alsdan sal volgen aen Corstiaen Andriessen van Roij seecker vierdepart in een stuck bemps, genoemt den Blackenbempt.
Voorders institueren dije testateuren voor hennen erffgenaemen universeel, Jan hender beijder testateuren soone.
Alle welcke poincten, leden ende articulen dije testateuren verclaeren te wesen hennen testamente, lesten ende vuytersten wille, willende de selve in alle syne poincten, leden ende articulen achtervolcht ende volbracht sal werden, tsij bij forme van testamente, codisille, gifte offte maeckinge dijmen noempt ter saecken vanden doot offt soo een iegelyck goet Christen menschen testamenten naerden geestelycke offt wereltlycke rechte alderbest gehouden soude connen offt mogen werden, nijettegenstaende eenighe stadts, steden, municipale offte locale coustuijmen deser ter contrarien.’

Not.5076 f. 11v 1670-02-15

Dat de ziekte erg plotseling kwam en reeds daags na dit testament de dood tot gevolg had, blijkt uit het voornemen van Henrick om van de weduwe van zijn overleden broer Goort in Naestenbest ‘ seecker stuck erffenisse, genoemt den Haeyacker, groot twee loopensaets ‘ te kopen.13  
Dit stuk werd overgegeven ‘ aen Henrick Jan Santegoets, die in syne subite doodelycke sieckte den voorschreven coop heeft overgelaten aen Geerit Henricx vande Heuvel.
In het bovenschrift bij de akte staat:
‘ Geerit Henricx vande Heuvel, veste, in plaets van Henrick Jan Santegoets, den 16e febr. 1670 overleden.’

Dat Jenneke later is hertrouwd, moge blijken uit de inventaris welke op 31 maart 1672 is opgesteld 15 :
‘ Volgen eerst de meublen dye Henrick Janssen Santegoets mede ten houwelyck heeft ingebracht.

Een bedde met eenen hooftpeuluwe
een coetse van deellen
een quarly kiste
een hoogh wagenschotten bloxken
hebbende eene deure met eene
schutlaeije
een eyken sitteken
twee essen dryecante stoelen met beenden
eenen yseren sietpot
een tobbeken

een lange eycken leere
een coperen vuerpan
vier ymskorven
eenen crabber
een peertscrabbe
een houten nagelsdoos
een houtsaege, twee beitels
drye effers, twee booren, een snymes
een schaefbanck

Volgen de meublen dye de voorschreven beddegenooten t’samen hebben gecocht.

eenen grooten eetenketel
eenen witten coperen ketel
twee copere ketels,
noch een cleyn ketelken
eenen houten eemer
twee groote ende eenen cleynen coeyback
een stauve metten stube
eenen roomtob
eenen melcktob
een scherst bemt
een goot banck
een melcktonne
een geringtonne
negen keersbomen stoelen
eenen essen pretterstoel

twee groote stroye corven

een hoogh carre
een eertkarre
eenen wanne
twee yseren schuppen
een quaey schoep
eenen spade
een byl
eenen breeckneck
eenen quaeden mesrieck
een rollploech
een hangyser
eenen strengh
een snybanck metten mes
een wascuyp
een quaey backpan

een siegsteurs met schaetsen

twee stroyen loopens corven
eenen werckstock
een leere van willegen hout
een viercante deellen opslaende taeffel
een tange

twee weegels ende schudgaffel
eenen hooyrieck
twee coperen lampen
eenen coperen temst
vier haspels

een sicht ende sichthaeck
een quade hoypersse
een greel, sadel ende licht
twee spinrocken
eenen lampstock
de cleederen syn gebruyckt tot het kint ende voorts in Gootswille gegeven
eenen inkphonder
twee paer slapelaeckens


1 Best 1 f.87  2 Best 1 f.90  3 Oirschot R.169 f.32  4 Not.4719 f.4  5 Not.4719 f.93v  6 Best 1 f.111v  7 Not.5134 f.40 
8 Oirschot 14 f.28v  9 Best 1 f.125  10 Best 1 f.125v  11 Not. 4722 f.180  12 Not.5076 f.11v  12 Oirschot R.215 f.I.228 
13 Not.5089 f.40v

naar Top

07.d4   MECHTELD  SANTEGOETS

07.d4   MECHTELD  SANTEGOETS,   dochter van Jan Henrick   06.a3

Geboren : rond 1602 ,  overleden : na 1674.
Gehuwd : op 30 januari 1653 in Best met Geerit, zoon van Leendert vander Sande.
Geerit overlijdt voor 1670.
Kinderen : Leendert, Jan, Henrick.

Na de ondertrouw op 15 januari 1633 treedt Mechteld op 30 januari met genoemde Geerit in het huwelijk.1  Dit is overigens rijkelijk laat, niet zozeer wat haar leeftijd betreft, maar met het oog op de geboorte van zoon Leendert begin juli. Verder komen we Mechteld tegen in het doopboek van Best wanneer een kind van haar wordt gedoopt 2  of wanneer zij als meter optreedt 3.

In 1670 komen we ‘ Mettjen Jan Hendrick Santegoets, weduwe Geerit Leenderts vande Sande ende hare kinderen’ tegen bij de ‘veste van ’t Cremsele‘, groot 3 lopensaat en gelegen in Naestenbest.4 Tenslotte hebben we in 1674 nog een geschil waar Mechteld bij betrokken is 5 : ‘ Alsoo questie ende proces was ontstaen tusschen Gerit Henrickx vanden Heuvel in qualiteijt als aenlegger ter eenre ende Metien Janssen Santegoets, gedaegde, ter andere sijde, over seeckeren affgehouden eijcken boome, gestaen hebbende tusschen partijen in desen erffven gelegen binnen dese vrijheijt Oirschot inden hertganck van Naestenbest, welcken boome ijeder van partijen pretendeerden op henne erffenisse gestaen ende gewasschen te sijn, in welck proces soo verre was geprocedeert dat partijen hinc inde bij appoinctement van schepenen deser vrijheijt Oirschot met advies van rechtgeleerde gewesen waeren geadmitteert ten thoon, waer over want geschaepen waeren alnoch groote costen te rijssen, ende dat partijen in desen genegen waeren deselve te voorcomen, soo sijn op heden den 23e feb. 1674 de voorschreven partijen door tusschen spreecken van verscheijde eerlijcke persoonen ende naegebueren overcommen ende veraccordeert in voegen naervolgende.
Te weten dat den boom inde questie door mijn heere Gerardus Schellekens sal werde gedistribueert onder den armen alhier ende aende gene dije sijn eerw. oordelen sal van noode te hebben, daertoe sijn eerw. mits desen last ende consent gevende.
Is voorders overcommen dat Metien Janssen Santegoets den grave alwaer den questieusen boom heeft gestaen sal recht vuijtgraeven drije voeten breet tot opten pael bijde gebueren op heden date deses gesteecken op ’t scheijden van d’erffenisse Gerit Henricx vande Heuvel voorschreven, welcken grave haer Metien alleen sal toecommen.

Ende de costen vande processe sullen tusschen partijen blijven gecompenseert, te weten dat ijeder sal draegen de sijne ende ’t gelaegh halff ende halff, waer mede ’t voorschreven proces ende ijeder sijne actie dije sij dijenthalven sijn pretenderende sal doot ende te nijet te sijn ende daervan mits desen wedersijts renuntierende.
Gelovende onder verbant van henne respectieve persoon ende goederen present ende toecomende tgene voorschreven is altijt vast, stedich ende van weerden te houden.


1 Best 1 f.72  2 Idem f.73, 89, 102, 106  3 Idem f.106v, 113v  4 Oirschot R.215 f.218 5 Not.421 dd. 1674-02-23

naar Top

07.d5   ADRIAEN  SANTEGOETS

07.d5   ADRIAEN  SANTEGOETS,   zoon van Jan Henrick   06.a3

Geboren : rond 1604 ,  overleden : voor 1668.
Gehuwd : op 28 januari 1644 in Best met Hendricxke, dochter van Adriaen Janssen Oomen.
Zij overlijdt na 1670.
Kinderen :
08.d1   Aleyda,  gedoopt in Best op 6 december 1644
08.d2   Anna,  gedoopt in Best op 13 mei 1647
08.d3   Judith,  gedoopt in Best op 5 juli 1650. Verder niets bekend
08.d4   Jenneke,  geboren rond 1655.

Het huwelijk van Adriaen in 1644 is om twee redenen opmerkelijk. Op de eerste plaats
staat in het pastoorsboek vermeld dat tussen de partners bloedverwantschap aanwezig is zodat er dispensatie moest worden verleend 1 :
‘ 16 – 18 januani, contraxerunt matrimonium Adrianus Joannis Santegoets et Hendrica Adriani Joannis, ….. prius dispensatione super 3e ex parti Adriani et super 4eex parti Henrice cum consanguinitatis cum affinitatis gradu per Rev. Patrem Colombanus Capucinum die 19 jan. 1644.
Testes : Godefridus Joannis Santegoets et mr. Petrus Henrici van Son.
Verder treedt op dezelfde dag ook genoemde Goyaert in het huwelijk en daarbij is Adriaen getuige.

De geboorte van dochter Aleyda vindt plaats in hetzelfde jaar.2  Tot 1650 is verder alleen de geboorte van nog twee dochters te vermelden 3 , alsmede het optreden van Adriaen als peter 4.
Over 1650 weten we iets meer, namelijk de koop van ‘ seecker stuck ackerlants, ontrent een loopensaet oft soo groot ende kleijn tselve gelegen is binnen der vryheyt van Oirschot, parochie van
St. Odulphus onder den hertganck van Aerselle,‘ wat grenst aan een stuk land dat hij daar reeds bezit.5  

Vervolgens wordt het 1657 alvorens Adriaen ‘ de hellichte van een stuck ackerlants, gemeynelyck genoemt ’t Rielant, groot ontrent veertich roeden ombegrepen, oft soo groot ende cleijn tselve gelegen is binnen der vryheyt Oirschot, parochie van Sinte Odulphus, inden hertganck van Naestenbest ‘ aankoopt.6

Als de Verpondingsboeken rond deze tijd worden aangelegd, wordt Adriaen in Naestenbest geregistreerd als eigenaar van 7 :
huys ende aenstede, 1 lop 44 royen ……………………………     2 –   9 –   0
acker aende Hoolstraet, 1 lop 2 royen …………………………..     0 – 14 –   8
Stock ende Laeracker, 4 lop …………………………………….  0 – 14 –   8
Nyeuw erff aende Grootingh, 1½ lop ……………………..……     0 – 14 –   0
camp aen ’t Hemel eyndt, 3 lop 20 royen ……………………….     2 –   0 –  0

het Huystjen, 1 lop 3 royen …………………………………….. 0 – 15 –   0
de Dassunt, 1 lop 40 royen ………………………………………  1 –   3 –  0
het Rielant, 2 lop 18 royen ……………………………………… 1 – 12 –  0
Out Nyeuw erff opt Naerselaer, 2 lop 43 royen …………….………   1 – 16 – 12
het Halff Eusel, 1 lop 7 royen ……………………………….…. 0 – 16 –  8

de Halff Streep, 1 lop 27 royen ……………………………….… 1 –   1 –  8
de Braeck, 3 lop 6 royen ………………………………………… 2 –   2 – 10
Blaecken beempt, 2 lop ………………………………………… 1 –   2 –   8
beempt inde Diepsteechd, 5 lop ………………………………….. 1 – 12 –   0
het halff Cremselen, 2½ lop …………………………………….. 1 –   1 –   4
de halff Baenrijdt, 1¼ lop ……………………………………… 0 –   8 – 12
Nyeuw erff den Tip, 1¼  lop ……………………………….……0 –   8 –   4
Nyeuw erff in D’Engh Steechtjen, 1 lop …………………………  0 –   5 –   0
het halff Leeghvelt, 2¼ lop …………………………………… 0 – 16 –   0
campken achter de Nolenstraet, ¼ lop …………………………..  0 –   5 –   4
                                                                                              23 – 19 – 14

Na een vermelding als peter in 1633 8  komen we Adriaen niet meer tegen.

In 1668 is hij overleden, want dan doet ‘ Hendricxken weduwe Ariaen Jan Santegoets‘ afstand van ‘het vyfft part van de tochte haer competerende in alle de erffgoederen van haere ouders aengecomen.9 . In 1670 koopt zij nog ‘seecker stuck teull off ackerlants, gemeynelyck genoemt bet Euwselen, groot twee loopensaets‘ in NaestenBest voor 151 gulden.10  De veertigste penning is inmiddels ingevoerd, dus komt daar nog 3 – 15 – 8 bij. Wanneer Hendricxke zelf is overleden is niet bekend, maar in de genoemde verpondingsboeken zou men kunnen opmaken dat dit na 1690 bet geval moet zijn geweest. Kennelijk was zij aanmerkelijk jonger dan Adriaen.


1 Best 1 97v  2 Idem f.100  3 Idem f.106v en 113v  4Idem f.106  5 Oirschot R.173 f.53 6 Oirschot R.210 f.II,238 
7 Oirschot Gem.Arch. Verp. Naestenbest I f.24v, 25 en 29v  8 Best 1 f.125  9 Oirschot R.214 f.II.50  10 Oirschot R.215 f.I.215

naar Top

07.d6   GOYAERT  SANTEGOETS

07.d6   GOYAERT  SANTEGOETS,   zoon van Jan Henrick   06.a3

Geboren : rond 1606 ,  overleden : in Best op 3 augustus 1667.
Gehuwd : op 28 januari 1644 in Best met Anna, dochter van Willem Kemps.
Zij overlijdt na 1684.
Kinderen :
08.e1   Maria,  gedoopt in Best op 8 mei 1645.
08.e2   Jan,  gedoopt in Best op 6 februari 1647,   als kind overleden.
08.e3   Jan,  gedoopt in Best op 22 maart 1649.

Na zijn huwelijk in 1644 op dezelfde dag als zijn broer Adraen 1  komen we Goyaert voorlopig alleen tegen in het doopboek van Best en wel als vader 2  of als peter.
Pas in 1658 wordt hij vermeld bij een financieële transactie, namelijk als hij belooft over een jaar ‘ de somme van twee hondert vyffentwintich gulden in pattacons ende ducatons silvere munte capitaels,’ te betalen met een interest van 5%, in verband met een lening.3  Zolang niet is afgelost blijft de rente van 5% gehandhaafd, hetgeen volgens een bijschrift in de marge in 1660 is geschied.

Een half jaar later leent hij nog eens 100 gulden, eveneens tegen 5%, ‘ ende is mede ondersproecken dat parthijen ten wederzijden den eenen den anderen het opseggen den tijt van drije naenden gerichtelijck sullen hebben op te seggen ende te waerschauwen. ‘. 4  Ook dit bedrag wordt in 1660 terugbetaald. Waar Goyaert dit geld voor gebruikt heeft is niet bekend.

Uit het verpondingsregister van omstreeks 1660 blijkt, dat Goyaert over aanmerkelijk minder eigendom beschikt dan zijn broers, namelijk slechts 5 :
‘ het Rielant, 1 lop 5 royen ………………………………….. 0 – 15 –   4
de halff Dasunt, 1 lop 40 royen ………………………….….. 1 –   1 –   0
het halff Cremselen, 1 lop 41 royen ……………………………. 1 –   6 –   8
het halff Eusel, 1 lop 12 royen ………..…………………….. 0 – 16 – 10
den halven Cremselen beempt, 2¼ royen ……………………….. 1 – 11 –   4
                                                                                           5 – 10 – 10

Goyaerts vrouw Anna wordt in 1663 als meter genoemd 6  en Goyaert zelf tenslotte staat vermeld in het doodboek 7  in 1667 : ‘ Verrenbest, den 3e augusty Goort Jan Santegoets ‘

Anneke verkoopt in 1670 in Naestenbest ‘ seecker stuck erffenisse, genoent den Haeyacker, groot twee loopensaet ‘ voor 133 gulden 8, alsmede ‘ seecker stuck teull off ackerlants, gemeynelycken genoemt het Euwselen, groot twee loopensaets‘ voor 151 gulden 9  en daarmee is onze kennis omtrent deze familie uitgeput.


1 Best 1 f.97  2 Idem f.101, 106 en 111v  3 Oirschot R.210 f.III,84  4 Idem f.III.283  5 Oirschot Gem.Arch. Verpondingen Naestenbest I f.29v   6 Best 1 f.125  7 Oirschot 55  8 Oirschot R.215 f.I.228  9 Idem f.I.215

naar Top

07.e1   HENRICK  SANTEGOETS

07.e1   HENRICK  SANTEGOETS,   zoon van Adriaen Henrick   06.a1

Geboren : in 1600 ,  overleden : in Best op 14 december 1656.
Gehuwd : op 25 mei 1650 in Best met Lyske, dochter van Adriaen van Esch.
Zij is op 9 april 1646 in Best overleden.
Kinderen :
08.f1   Adriaen,  gedoopt in Best op 2 maart 1631,
overleden in Best op 28 december 1645
08.f2   Niclaes,  gedoopt in Best op 22 augustus 1632
08.f3   Anna,  gedoopt in Best op 6 juli 1635
08.f4   Laurens,  gedoopt in Best op 9 februari 1638. Kort na geboorte overleden.
08.f5   Laurens,  gedoopt in Best op 28 mei 1639
08.f6   Jan,  gedoopt in Best op 15 februari 1643

Henrick is de oudste uit een gezin van 6 kinderen, waarvan de vader overlijdt als de jongste pas 2 jaar oud is. Aangezien Henrick bovendien de enige zoon is, betekent dit een extra zware last voor hem, want op hem komt als taak te rusten het gezin mede door de woelige tijd van de Tachtigjarige oorlog te loodsen. Dat hij deze taak op meer dan voortreffelijke wijze heeft vervuld blijkt uit een akte van 1632, waarin zijn moeder hem voor bewezen diensten een ‘pert mette karre‘ alsmede een hooibeemd schenkt.1  De akte is in de levensbeschrijving van zijn vader in extenso opgenomen.

Inmiddels is Henrick al op 19-jarige leeftijd als peter opgetreden 2, is hij gehuwd 3  
en worden er kinderen geboren en gedoopt 4. In 1641 doet Henrick afstand van de tienden in Naestenbest, welke hij gepacht had 5 :
Alsoo Henrick Arien Santegodts  …..  hadde gepacht  ..  .  seeckere twee thyenden, deene genoempt Naestenbest ende dander de Braeck, hebbende daervan gedaen behoorlyck geloofte ende dat sy daermede de selve thyenden hebben overgelaeten aende naebeschreven comparanten op conditie dat sy hen ter saecke vande voorschreven henne pachtinge ende gelooften alhyer voor scepenen deser vryheyt geheelyck souden geloven te indemneren costeloos ende schaedeloos ontheffen.
De nieuwe pachters beloven dat onmiddelijk.
In hetzelfde jaar 1641 wordt er weer gemeenschappelijke grond (heide) aan de liefhebbers uitgegeven en Henrick verkrijgt een afgepaald stuk waarvoor hij
1 st – 9 den moet neertellen.6  

Hij wordt vervolgens als peter gevraagd en ook is hij betrokken bij een regeling betreffende de goederen van zijn oom Henrick.7  Deze oom was immers lange tijd geleden met de noorderzon vertrokken en om te voorkomen dat er nog meer problemen zouden ontstaan rond de achtergelaten goederen wordt aan Henrick en zijn zusters 165 gulden betaald als afkoopsom.

In 1645 gaat Henrick een pachtcontract aan 8 :
‘ onder conditien ende voorwaerden hyer nae beschreven, soo heeft Cornelis Ariens de Crom verjaerhuert ende in pachtinge vuygegeven aen Henrick Arien Santegodts dye dat accepteerde seeckere syne steede met haere toebehoorten te weten lant, canten, weyen ende allen haere toebhoorten gelegen binnen der vryheyt van Oirschot, parochie van Sinte Odulphus inden hertganck van Naestenbest, ende dat voorden tyt ende termyne van vyer jaeren, deene den anderen volgende sonder middelt, nochtans met conditie van te mogen scheyden dye het van beyde gelieven sal, behoudelycken dat den geenen alsoo willende scheyden gehouden sal wesen tselve den anderen binnen de octave van Keersmisse inden tweeden jaere te vorens wittelycken te vercondigen ende opseggen.
Voor welcke pachtinge de voorschreven pachter gelooft heeft gelyck hy gelooft mits desen, te betaelen jaerlycx aenden voorschreven verpachter in gelde de somme van seven ende dertich gld.
Item sal den pachter alnoch moeten betaelen allen vryheyts lasten dye geduerende dese pachtinge opte voorschreven goeden gequoteert sullen worden
.
Item is voorwaert dat den pachter opte huysinge sal moeten verdecken alle jaer een vym dackstroys, de bussele wegende veertich ponden, ende sal den pachter den decker den cost ende dachhuer moeten geven sonder cortinge waervoor hy sal proofteren den affvall.
Item sal den verpachter daertoe moeten versorgen naegelen, latten leechroeyen ende andersints.
Item sullen den pachter ende verpachter te saemen deylen allen de oofte die inden boomgaert vande voorschreven stede geduerende dese pachtinge wassen sal.

Item is geconditioneert dat den pachter geduerende dese pachtinge loffelycken sal moeten onderhouden de huysinge in goede ende nootsaeckelycke reparatie, gelyck hy de selve sal aenverden, de welcke hy int affscheyden alsoo sal moeten verlaeten.
Item is voorwaert dat den pachter sal aenverden de huysinge te Sinxten met de weyde dye binnen is, t’lant t’oogst aende bloote stoppelen met de canten, den hoff ende ander weyde te halff merte, allet in desen jaer 1645.

Item sal den verpachter noch gebruycken twee lopensaet lants genoempt den Broegelshoff, waervoor hy sal betaelen jaerlycx aen den verpachter twelff lopen goeden leverbaeren roggen ende vryheyts commer.
Ende voorts naer alle voorwaerden rechte sonder arch offte liste. Voor welcke pachtinghe den pachter verbonden heefft synen persoone ende allen zyne goeden, hebbende ende ver-crygende reelycken. Actum den 25e january 1645.’

Enkele maanden hierna wordt Henrick momboir over ‘ de vyer ombejaerde kynderen wylen Willem Goort Hoeffnagels by den selven wylen Willem ende Engelken, dochtere wylen Arien Santegodts te saemen verweckt’ 9, en in die functie gaat hij in maart 1646 met derden een overeenkomst aan.10  Weinig zal Hendrick op dit moment hebben vermoed welk noodlot hem op korte termijn te wachten stond. Zijn vrouw Lyske wordt namelijk zodanig ziek dat voor haar leven wordt gevreesd en op 8 april laten zij een testament vastleggen 11 :
‘ Inden naem ons heeren, amen.
By deesen openbaren instrument sy kennelyck eenen yegelycken, dat den achsten dach van april des jaers ons heeren geboorte 1646 syn gecompareert voor my Jan van Audenoven, pastoor tot Best ende getuygen naergenoemt Hendrick Arien Santegoets, gesont synde, ende Lysken dochtere Arien van Osch, sieck synde, wittege beddegenooten, beyde hun verstant, wil, memorie ende vyff sinnen in alles wel machtich als heeft gebleecken, ende hebben t’samen met wil ende consent van malcanderen gemaeckt hun testament in manieren naervolgende.

Inden iersten bevelen sy testateuren hare sielen Godt Almachtich ende Marie Syne gebenedyde moeder met t’geheel hemels geselschap, hunne lichamen den gewyde aerden, verscheyden synde.
Item gevende malcanderen den lestlevenden volle macht ende auctoryteyt om te vercoopen, vesten ende opdragen hun contingent in twee stucken ackerlants in Sinte Peeters parochie tot Oirschot inden hertganck van Kerckhoff geleegen, noch onbedeylt, om daer mede te betalen, lossen ende quyten hun t’samen gemaeckte schulden ofte renten.

Voorts van alle hunne andere goederen noemen ende stellen sy met vollen recht hunne erffgenamen hunne wittege kynderen welcke voorschreven puncten ende clausulen sy testateuren verclaerden te weesen hun testament, willende ende begerende datse sullen valideren so best can ende mach geschieden also nyet als testament ommers als codicille gifte, ter oorsaecke vande doot oft andersins al waren genoemt eenige puncten van rechtswegen versocht overgeslagen houdende de selve voor expresse. Actum als boven voor getuygen met my hier toe geroepen ende gebeeden ende byden testateuren ende eenen getuyge verclarende nyet te connen schryven met seecker merck onderteekent ende byden andere getnyge verclarende te connen schryven ondergeschreven.

1646%20handmerk
Best Not.344 f.255 1646-04-08

(Dit)   is  Henri    ,,   testateurs  merck    Dit    is    Lyskens     ,,     testatrices       merck

Een dag later is Lyske overleden 12 : ‘ 9 aprilis obiit Elizabetha Henrici Adriani Santegoets ‘

Opnieuw staat Hendrick nu voor de taak om een gezin met jonge kinderen groot te brengen in een roerige tijd. Mogelijk is Lyske zelfs in het kraambed gestorven want omstreeks deze tijd moet er nog een zoon zijn geboren welke Adriaen werd genoemd. De eerstgeborene Adriaen is namelijk een drietal maanden eerder overleden. Een andere mogelijkheid is overigens dat de sterfgevallen het gevolg zijn van een besmettelijke ziekte.

Ondanks het feit dat Henrick de schrijfkunst niet meester was vervult hij openbare functies zoals blijkt uit enkele verklaringen. Een aantal personen waaronder Handrick Ariens Santegoets, ‘ die welcke uyt crachte van henne procuratie ende vercreghen machte hebben gelooft ende geloven by dese te indemneren costeloos ende schadeloos te ontheffen ende te ontlasten  …..  de tegenwoordighe schadthefferen van desen jaere 1646 by de acht herdtgangen der vryheyt van Oirschot, gecoren ende gestemdt, allen costen, schaeden ende lasten die de hefferen int bedienen van henne officie belangende het verschil tussen de scepenen ende gemeynte opgestaen ende noch ombeslicht hangende, soude mogen overcomen off te draegen, daervoor uyt crachte van henne vercregen machte ende procuratie verbyndende ende verobligerende allen des geunieerde gemeyntenaers oft naegebueren goederen.’ 13

Drie maanden later staan ‘Henrick Arien Santegoets, oudt omtrent 46 jaeren’ en enkele andere personen opnieuw bij de notaris op de stoep, waarbij zij 14 :
ter instantie van Pauwels Francken vanden Ecker, tegenwoordich schadtheffer inden herdtganck van Naestenbest, resorterende onder de vryheydt van Oirschot op hare respective manne waerheyt met presentatie van eedt des nodich ende aensocht synde, voor waerachtich hebben getuycht, geaffirmeert ende verclaerdt,
dat Arien Handrix de Cordt ende Lenaerdt Bartels, vorsters der vryheyt van Oirschot, opten 14e septembris deses jaers uyt crachte van scepenen ordinantie ten behoeffve van Cathelyn Leeuwen ten huyse des voorscreven requirant hebben gericht ende des anderen ierstvolgende daechs gepandt tot voldoeninghe van deselve ordinantie
,
verclaerende die attestanten dat ter selver tydt den voorscreven Pauwels absent ende buytens dorps was ende syne huysvrouwe swanghbaer van kinde, verwachtende allen uren den craem,
dat alsoo de voorscreven huysvrouwe in absentie van haren man beducht synde ende screyende, dese voorscreven attestanten heeft geroepen tot getuygen over tselve feyt ende principaelyck over de presentatie die sy aende selve vorsters was doende, te weten dat sy aen haer soude verthonen d’ordinantie, acte oft vonnisse uyt crachte vande welcke sy quamen richten ende daertoe specificatie vande ordinantie presenterende, alsdan totten lesten penninck toe te voldoen, dwelck de selve vorsters niet en hebben willen doen,

dwelcke gewygert synde versocht de selve vrouwe ende de vorsters vriendelycke biddende dat sy dan soude willen vertoeven tot sanderdaechs dat haeren man soude thuys wesen, gelovende dat sy voor het wachten ende voor hare moeyten gehelyck een dachuere soude geven, waertoe de vorsters haer niet en hebben willen verstaen, heeft ten lesten vereyscht relaes van henne richtinge, dwelcke sy oock al hebben geweygert, oversulx de vrouw claegde ende protesterende van ombehoorlijckheyt vermaenende sulx te willen houden in gedenckenisse, hier mede eijndende henne verclaeringe consenteerde dese openbaere acte dair van te worden gemaeckt.’

Een jaar na deze toestand, het is dan 1647, koopt Henrick ‘ een stuck eckerlants, gelegen in Oirschot, parochie Sinte Odulphus onder den hertganck van Naestenbest, inden Hoogecker.’ 15  

In 1648, het jaar waarin de Vrede van Munster het einde van de Tachtigjarige Oorlog betekent, maar voor Brabant een tijd van uitbuiting, achterstelling en onderdrukking begint, verkoopt Henrick in overeenstemming met het testament van 1646
(zie boven) 16:
‘een stuck ackerlants groot ontrent onderhalff lopensaet’, gelegen in Kerkhof, ‘ midts conditie in desen toeghedaen dat den voorschreven vercooper de capitaele penninghen geprocedeert van voirschreven stuck ackerlants heeft beleet ende gelost alsulcke renthe als hem metten houwelyck van syne huysvrouwe ten laste syn geleet, deene renthe van hondert gld aen Cornelis Wijnants, dander aen joffrouw Pladyn tot Shertogenbossch, oijck hondert gld.’

In de vijftiger jaren is er eerst sprake van het kopen van ‘een stuck ackerlants en weylants, groot ontrent seven speijnts’ in Naestenbest 17  en vervolgens van het uitlenen van
de somme van een hondert gulden‘ voor een jaar of langer ‘met middelre tijt vijff gulden thien stuyvers voor intereste’ 18.
De terugbetaling moet plaats vinden door middel van ‘pattacons tot 2 gld 10 st tstuck‘. Daarna koopt Henrick nog ‘seecker waijveltyen, groot ontrent ander halff loopensaet‘ en gelegen in Naestenbest 19  en tenslotte, in 1656, eveneens in Naestenbest ‘een loopensaet lants inden Hoogen-acker20 .

Van Henrick valt dan alleen nog te melden zijn overlijden in 1656 21 :
Uyt den hertganck van Naestenbest onder de voorscreven parochie, den 13e decembris, Henrick Arien Santegoets. Laet kinderen nae. ‘
en zijn begrafenis 22 : ‘(decembris) 14, sepultus est Henricus Adriani Santegoets‘.

In het verpondingsregister van Oirschot, Naestenbest komen de ‘kynderen Henrick Ariens Santegoets’ voor met 23 :
‘ huys ende aenstede, 1 lop 26 royen………………………………. 1  –   7  –  12
de Waterlaet, 1 lop 4 royen………………………………………….. 0  – 15  –    0
Schuerackerken, 1 lop 3 royen……………………………………… 0  – 14  –  12
Langh Braeck, 3 lop 38 royen…………………………………….. 2  – 10  –    4
Hooghacker, 2 lop 26 royen…………………………………………. 1  – 14  –    2
den halven Geenckens Dyck, 3 lop……………………………….. 1  –   5  –    0
de Verdonck, 2 lop……………………………………………………. 0  – 13  –    8
het Salrot, 1 lop………………………………………………………… 0  – 12  –    8
Tries inde Dyckerstraet, 1 lop 20 royen………………………….. 0  – 17  –   0
de leste Nyeuw Erff, 3 lop……………………………………………. 1  –   0  –   0
                                                                                 11  –   9  –  14

In 1660, dus 4 jaar na Henricks dood, vindt pas de erfdeling plaats van de goederen van Henricks vader, waarbij zijn kinderen Niclaes, Anneke, Laureys en Jan worden genoemd.24  Zij erven dan :
– ‘de schuere sonder den gront van dijen ende de selve binnen sjaers te ruijmen, met het Schuerackkerken groot ontrent een loopensaet negenthijen roijen ende 19 voeten,
– een stuck ackerlants, genoemt de Waterlaet, groot ontrent een loopensaet vyffenveertich roijen, …
– een stuck ackerlants, genoemt het Soerlant, groot ontrent een loopensaet vyffendertich roijen 15

voeten,
– het vierdepart inden hoijbeempt genoemt de Geenckensdijcken,

– allen het opgaende hart ende doff hout, vuytghenomen eenen popelier, staende opden Hulsbosch,
onder den last vuyt de voorschreven goederen te vergelden onderhalff loopen roggen jaerlyckx aen
t capittel van Hilvarenbeeck,
– Item drije st chijns vuyt de Geenckensdycken aende Domeynen van Brabant,


1 Oirschot R.157 f.139  2 Best 1 f.13v  3 Idem f.62  4 Idem f.65, f.70v, f.78, f.85v en f.88  5 Oirschot R.166 f.344 
6 Brussel Rek. 45060 f.386  7 Oirschot R.167 f.330  8 Oirschot R.170 f.56  9 Oirschot R.170 f.472  10 Oirschot R.171 f.II,107 
11 Not.344 f.275  12 Best 1 f.103v  13 Not.4719 f.63v  14 Not.4719 f.90v  15 Oirschot R.171 f.215  16 Idem f.414 
17 Oirschot R.174 f.143  18 Oirschot R.208 f.276  19 Idem f.292  20 Oirschot R.210 f.94v  21 Oirschot 55  22 Best 1 f.122 
23 Oirschot Gem. Arch. Verp. Naestenbest I f.45v  24 Oirschot R.211 f.69

naar Top

07.e2   ANNA  SANTEGOETS

07.e2   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1

Geboren : rond 1602 ,  overleden : op 10 sep.1629 in Best.

De enige verwijzing naar Anna is de vermelding van haar overlijden in het pastoorsboek van Best 1 : ‘ 1629 , 10 septembris obiit Anna Adriani Santegoets


1 Best DTB.1 f.59v 

07.e3   BEELKE  SANTEGOETS

07.e3   BEELKE  SANTEGOETS   dochter van Adriaen Henrick   06.a1

Geboren : rond 1604 ,  overleden : na 1669.
Gehuwd : met Philip, zoon van Aelbert Beelaerts. Deze overlijdt voor 1657.
Geen kinderen bekend.

Ook van Beelke weten wij niet veel. Na een vermelding in het pastoorsboek in Best als meter 1  in 1631, komt zij ter sprake in 1642 als de goederen worden verdeeld van oom Henrick, die met de noorderzon is vertrokken. Haar man wordt daarbij niet genoemd en het is niet duidelijk of zij dan al getrouwd is of reeds weduwe is geworden geworden.2  In 1657 bestaat daarover geen twijfel : als weduwe van Philip Boelaerts koopt zij in Verrenbest ‘ seeckere camp saylants, groot ontrent twee loopensaets en een halff ‘ 3  en beleent deze vervolgens voor zes jaar ‘ ende dat voor de somme van hondert ende vyftich carolus guldens in pattacons ende ducatons.‘ Beeltje mag dat stuk land blijven gebruiken en
daervoer inde jaren van de beleeninge yarelycx voor huyringe ende gebruyck voldoen ende betaelen de quantiteyt ende nombre van seven en een halff vath roggen.‘ 
In de marge staat vermeld dat Beeltje de 150 gulden in 1669 heeft afgelost.

Tenslotte wordt Beelke nog vermeld bij de erfdeling van de goederen van baar ouders in 1660. Zij krijgt dan 4 :
– ‘ huys, hoff, gront van dijen ende aengelegen erffve, groot synde twee loopensaet ende vijer roijen, …..
– een stuck ackerlants, genoemt den Waterlaet, groot ontrent een loopensaet twelff roijen, …..
– een stuck ackerlants, genoemt ’t Soerlant, groot ontrent een ende een halff loopensaet, …..

– het vijerdegedeelte in eenen hoijbeempt, ombedeijlt genoemt de Geenckens Dycken, …..
onder de laste van vuyt de voorschreven goederen te vergelden twee loopen roggen jaerlijcx aen t’capittel van Hilvarenbeeck. Item drije stuyvers chijns vuyt het voorschreven vijerde part van den hoijbeempt aende Domeynen van Brabant, voorts vrijheijts commer, wegen, waterlaeten ende gebuerlijcke rechten t’onderhouden ut moris est ‘.


1 Best DTB.1 f.64v  2 Oirschot R.167 f.330  3  Oirschot R.210 f.II,293  4 Oirschot R.211 f.69

naar Top

07.e4   ENGELKE  SANTEGOETS

07.e4   ENGELKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1

Geboren : rond 1606 ,  overleden : na 1673.
Gehuwd : op 27 januari 1632 in Best met Willem, zoon van Goort Hoefnagels,
Willem is overleden in 1645.
Kinderen : Gooyert, Pauwel, Willem en Anneke.

Na haar huwelijk in 1632 1  komen we Engelke en haar man Willem tegen in een akte welke de verdeling inhoudt van de goederen welke oom Henrick heeft achtergelaten sinds hij met de noorderzon is ver-trokken 2. Drie jaar later is Willem overleden en worden Henrick Goort Hoefnagels en Henrick Arien Santegodts als ‘momboiren ende tuteuren gestelt over de vyer ombejaerde kynderen’ 3 .

Dan wordt het 1658 als Engeltijen ‘seecker stuck waij ende saijlant, gewesen nieuwe erffve, groot ontrent een sestersaet lants’ koopt in Naestenbest 4  en vervolgens 1660 als de goederen van haar ouders worden verdeeld 5. Zij krijgt dan (in Naestenbest) :
een stuck ackerlants gemeynelyck genoemt den Berckenbosch, groot ontrent twee loopensaet twee ende
dertich roijen,
een stuck ackerlants, genoemt den Hoogen Acker, groot ontrent drije loopensaet ende vyffthijen roijen,
de achterste hellicht vande coeyweyde, genoemt de Cuijlen, groot een loopensaet vyffendertich roijen,

los ende vrij sonder vrijheijts commer, voorts wegen, waterlaeten ende gebuerlycke rechten t’onderhouden ut moris est

Tenslotte zijn er nog aktiviteiten in de jaren 1672 en 1673. Eerst belooft zij ‘de somme van hondert guldens capitaels in goeden ganckbaren silveren Hollantse gelden te voldoen ende te betalen van huyden date deser over een ijaer metten intereste van dien tot vijff gulden jarelijcx vant hondert gulden, procederende van goeden geleende ende ten dancke wel ontfangenen gelde in pattacons oft ducatons ad 3 gld 3 st.’
Korte tijd later koopt zij ‘seecker stuck saij, waij ende teullants, genoemt Thomas Boucht, groot drije loopensaets’ in Verrenbest voor 293 gulden.7  Een belendend perceel krijgt zij in gebruik door de eigenaar 100 gulden te lenen plus een jaarlijks bedrag van 2 gulden. Na drie jaar is de akker haar eigendom, tenzij de 100 gulden weer worden terugbetaald.8  Volgens het bijschrift is in 1676 dit bedrag gelost aan haar kinderen Goort en Willem, zodat Engeltje op dat tijdstip mogelijk reeds is overleden.


1 Best 1 f.69  2 Oirschot R.167 f.330  3 Oirschot R.170 f.472  4 Oirschot  R.210 f.III,171  5 Oirschot R.211 f.69 
6 Oirschot R.216 f.II.266  7 Idem f.II.276  8 Idem f.III.32

07.e5   MEREY  SANTEGOETS

07.e5   MEREY  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick   06.a1

Geboren : rond 1608 ,  overleden : na 1660.
Gehuwd : op 31 augustus 1657 in Best met Jan, zoon van Peter Hanssen
alias van Liemde. Ook Jan overlijdt na 1660
Kinderen : Adriaentje, Heylke, Jan, Laureys.

Binnen twee maanden na het huwelijk 1  wordt reeds een kind geboren en gedoopt 2 waarna de andere kinderen met tussenpozen van ongeveer twee jaar ten tonele verschijnen 3. Verder  komen we Merey of Merike tegen bij de verdeling van de goederen van de verdwenen oom Henrick in 1642 4, en tenslotte bij de erfdeling van de goederen van haar ouders waarbij haar ten deel valt :
‘ een stuck weylants gemeynlyck genoemt den Hulsbosch, groot ontrent twee loopensaet ses roijen, thyen
voeten, …..
een stuck ackerlants, genoemt ’t Soerlant, gelegen inde Hooghacker, groot ontrent vijer loopensaet

tweeendertich roijen thyen voeten, …..
het achste gedeelte in eenen hoijbeempt, ombedeijit genoemt den Dovens Deecken, …..
onder laste van vuyt de voorschreven goederen te vergelden vyfftich gulden capitael aenden Grooten Gasthuyse binnen Shertogenbossche, voorts los ende vrij sonder vrijheijts commer wegen, waterlaeten ende gebuerlycke rechten t’onderhouden ut moris est.

Deze goederen zijn gelegen in Naestenbest en Verrenbest.


1 Best DTB.1 f.85v  2 Idem f.84   3 Idem f.90, 94 en 102  4 Oirschot R.167 f.330  5 Oirschot R.211 f.69 

naar Top

07.e6   JENNEKE  SANTEGOETS

07.e6   JENNEKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Henrick 06.a1

Geboren : rond 1610 ,  verleden : na 1676
Gehuwd : op 4 november 1640 in Best met Corstiaen, zoon van Marten Peter
vande Maerselaer. Hij is voor 1676 overleden.
Kinderen : Jacob, Adriaen, Maria, Anneke, Marten.

Ook bij Jenneke komen de eerste vermeldingen voor in het pastoorsboek, namelijk als meter 1, bij het trouwen 2  en bij een doopsel 3. Vervolgens ook bij de verdeling van hetgeen de verdwenen oom Henrick haar heeft achtergelaten4  en de erfdeling in 1660. Jenneke erft dan 5 :
‘ huys, hoff, gront van dijen ende aengelegen erffve, groot ontrent twee loopensaet twelff roeden ende acht
voeten, …..
een stuck ackerlants, genoemt den Hooghacker, groot ontrent twee loopensaet ende seventhijen roijen,
de voorste hellicht van eene coeyweyde, genoemt de Cuijlen, groot ontrent een loopensaet, 35¼ roijen,
onder laste van vuyt de voorschreven goederen te vergelden de hellichte van sess loopen reducibel roggen ende jaerlycx aende kercke van St. Peter deser vryheijt, werdende betaelt met vyff strs tvat, voorts vrijheijts commer, wegen, waterlaeten ende gebuerlycke rechten t’onderhouden ut moris est ‘

Deze goederen zijn gelegen in Verrenbest.

Bij de volgende vermelding, in 1676, is Jenneke weduwe. Zij verpacht dan :
seeckere steede met syne toebehoorten, soo huysinge, weyvelden en ackerlant in voegen en manieren gelyck allen tselve gelegen is inden hertganck van Spoordonck, ter plaetsche genoemt Boterwyck, dye de verpachtersse tegenwoordich is gebruyckende, ende dat voor eenen tyt en termyn van acht continuerende jaeren.
De pachter moet opbrengen 25 gulden jaarlijks, 26 lopen rogge, 8 lopen boekweyt en 26 ‘slaegen‘ in mindering op de pachtsom. Verder moet hij ‘jaerlycks decken met 800 pont dackstroo’ en blijft Jenneke gebruik maken van een ‘caemere, thien roeyen hooffs en den halven boomgaert’. Tot slot heeft zij nog recht op ‘jaerlycks een kyneken melck‘.

In 1684 is ook Jenneke overleden, want dan verdelen hun kinderen de goederen.7


1 Best DTB.1 f.90  2 Idem f.91  3 Idem f.94v  4 Oirschot R.167 f.330  5 Oirschot R.211 f.69  6 Not.5124 f.73 
7 Oirschot R.221 f.II.144

07.f1   WOUTER  SANTEGOETS

07.f1   WOUTER  SANTEGOETS,   zoon van Adriaen Aert 06.d2

Geboren : rond 1602 ,  overleden : na 1629.
Geen huwelijk of kinderen bekend

Wouter wordt in twee akten genoemd. De eerste keer is dat bij de erfdeling in 1628, waarbij hem wordt toebedeeld 1 :
de hellichte van seecker stuck ackerlants, gheleghen inde prochie van Boxtele inden hertganck van
Munsel, …..
een vierdeghedeelt in eenen heycamp, ghelegen inde heerlyckheyt van Liempde, ter plaetschen

ghenoempt het Wechmans Broeck, …..
het derde ghedeelt in de portie den voorschreven deylderen toebehoirende, in eenen heycamp,

gheleghen inde baenderye van Boxtele inden hertganck van Munsell, …..
de hellichte van seeckeren acker ghenoempt den Schomberg, ghe1eghen inde baenderye voorschreven

in prochie van Gemonden,
onder de laste van vuyt de voorschreven goederen te blyven ghelden de hellichte van twee stuyvers vierthien dener grontchyns aende baenderheere van Boxtell ‘.

De laatste akte heeft betrekking op de verkoop van ‘ een stuck ackerlants ghenoempt t’Heestervelt, gheleghen inde baenderye van Boxtell ter plaetsse ghenoempt Hoochmunsell ‘ 2, welke akker door Wouter samen met broer Aert en zussen Marike en Gysselke wordt verkocht.


1 Boxtel R.88 f.28v  2 Boxtel R.91 f.11v

naar Top

07.f2   MERIKE  SANTEGOETS

07.f2   MERIKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Aert   06.d2

Geboren : rond 1604 ,  overleden : na 1629.
Gehuwd : met Michiel Mertens. Ook hij is na 1629 over1eden.
Kinderen : niet bekend

Op Merike hebben dezelfde akten betrekking als zojuist bij Wouter zijn genoemd 1, 2 . Bij de erfdeling in 1628 krijgt zij :
‘seecker stuck ackerlants, ghemeynelyck ghenoempt het Langhwillich stuck, gheleghen inde
baendery van Boxtell inde heertganck Munsel, …..
d’een hellichte inde acker ghenoempt den Schomberch, …..
een stuck weylants gheleghen inde baenderye van Boxtell inde heertganck Munsell,

ghemeynelyck ghenoempt het Dommelweyken, …..
een stuck hoylants, ghemeynelyck ghenoempt den Tuyerdries, gheleghen inde baenderye

ende heertganck voorschreven, …..
een portie inde venne gheleghen inde baenderye ende heertganck voirschreven ter plaetsse

ghenoempt Aende Langhenberch, …..
het derde deel inde portie den voorschreven deylderen toebehoirende inde voorschreven heycamp
tot Munsel ‘.


1 Boxtel R.88 f.28v  2 Boxtel R.91 f.11v

07.f3   GYSSELKE  SANTEGOETS

07.f3   GYSSELKE  SANTEGOETS,   dochter van Adriaen Aert   06.d2

Geboren : rond 1606 ,  overleden : na 1629.
Gehuwd : met Jan Willems, welke ook na 1629 overleden is.
Kinderen : niet bekend.

Ook van Gysselke zijn slechts bovengenoemde twee akten bekend. Bij de erfdeling in 1628 valt haar ten deel :
de hellichte van de voorschreven acker, genoempt d’Lang Willich stuck, ….
een vierdeghedeelt inde voirschreven hoycamp tot Liempde int Wechmans Broeck, ….
een stuck weylants, ghenoemt Cootsweyken, gheleghen inde Vierghemaelen, ter plaetsse ghenoempt

den Bodem van Ell, ….
het derdeghedeelt inde portie den voirschreven deylderen toebehoirende inde voirschreven heycamp

tot Munsel, …..
onder laste van vuyt de voirschreven goederen te blyven glielden jaerlyax de hellichte van twee st. vierthien denier grontchyns aende baenderheere van Boxtell
‘ .


naar Top

07.f4   AERT  SANTEGOETS

07.f4   AERT  SANTEGOETS,   zoon van Adriaen Aert   06.d2

Geboren : in 1608 ,  overleden : na 1654.
Gehuwd : ja, maar met niet nader bekende vrouw.
Kinderen :
08.q1   Jan,  geboren rond 1654

Over Aert is ook niet veel bekend. Bij de erfdeling in 1628 krijgt hij 1 :
seecker huys, schuer, hoff, boongaert, ackerlant, weylant, hoylant ende houtwasch daerom gheleghen, binnen der baenderye van Boxtell inden heertganck van Munsell ‘.
Bij de verkoop in 1629 2  staat bij Aert vermeld : ‘out synde ontrent twintich jaeren’, dus zijn geboortejaar is redelijk nauwkeurig bekend.

Tien jaar later koopt ‘ Aerdt soene Adriaen Aert Zantegoits, …..eenen acker teullants, genoemt den Streepacker, ….. , houdende ontrent twee loopensaet 3.
Nogmaals tien jaar later, in 1649, koopt hij ‘ een stuck ackerlants gemeyndelycken genoempt het Wyckstuck, gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Munsel 4.
En daarmee zijn we wat Aert betreft aan het eind van ons latijn.


1 Boxtel R.88 f.28v  2 Boxtel R.91 f.11v  3 Boxtel R.94 f.351  4 Boxtel R.96 f.165v

07.g1   HENRICK  SANTEGOETS

07.g1   HENRICK  SANTEGOETS,   natuurlijke zoon van Jan Andries   06.e2

Geboren : rond 1604 ,  overleden : rond 1668.
Gehuwd: 1. met Henrica, dochter van Adriaen Dirx de Bresser en Adriana Jan Peeter
Avenions. Zij was voorheen gehuwd met Hendrick zoon van Gerit
Franssen en had daarvan twee kinderen. Zij is voor 1654 overleden.
Kinderen uit dit huwelijk zijn niet bekend.
Gehuwd: 2. met Merike, dochter van Peeter Jan Santegoets (07.c2 resp 06.c4)
op 14 februari 1654 in Boxtel. Merike is voor 1675 overleden.
Kinderen :
08.m1   Maria,  geboren rond 1660

Henrick komt voor het eerst ter sprake in 1635 1  bij de ‘ erffelycke scheydinge ende deylinge der erffgenaemen wijlen heer ende mr. Peeter Bresser, priestere, canonick ende deken in zijnen leven vande collegiale cappittele deser baronie van Boxtell, …..
Item ende midts welcker erffelycke scheydinge ende deylinge is Jans ende Dircken, zoenen Adriaen Dirx de Bresser ende Jan Gent Avenions ende Hendrick Jan Andriessen Zantegoits in naeme hender huysvrouwen, dochteren Adriaen Dirx de Bresser, te lote ende deel gevallen voor vier deelen, zekere schuere, backhuys metten erve daeropstaende, hoff, boogart ende ackerlant met weylant als heylant daeraengelegen binnen derselver vryheit van Oorschot inde gehuchte Straten, in alder grooten ende toebehoorten, ….. , onder last van een halff loopen roggen jaerlycx aende costerye tot Oorschot.

Item alnoch een vierdel in een hoybemt, genoempt de Schoordonck, gelegen ter plaetse voorschreven,
onder last vande gerechten chyns van ontrent drye blancken jaerlyckx, ombegrepen, ende sal t heyvelt wegen over de heyde van ’t derde lot, ternaeste velde ende minste schaede sonder de goeder te weghen

Een half jaar later  valt Henrick weer in de prijzen als de goederen van Adriaen Dirx de Bresser onder de erfgenamen worden verdeeld.2  Namens zijn  vrouw Henrica en de twee voorkinderen is hem
‘ – te lote ende deele gevallen, de schuere tot Muntsel op erve Jan Ariens d’oude, binnen sjaers
te ruymen, mette halff Bocht daeraen gelegen, …..
– Alnoch de hellicht van een parceel lants, genoemt d’Oude Hoffstadt, …..
– Alnoch een stuck ackerlants, genoemt de Roye ackers, …..
– Alnoch een stuck ackerlants genoemt ‘tScheefken, de hellichte daervan grooter vyf voeten inde breyde,
– Alnoch de hellicht in een stuck lants genoemt den Langacker, …..
– Alnoch de hellicht van eenen acker teullants, genoent den Lyndacker, …..
– Alnoch de hellicht in eenen hoyebempt, gelegen int Elsbroeck, …..

– Alnoch een coewey, genoemt den Camp achter El, …..
– Alnoch de hellicht van eenen heycamp als houtfelt, genoemt de Werffhoeven tot Berselaer onder

Sinte Oeden Roede gelegen, …..
– Alnoch een keuteren torfrechts op Kempen, …..
– Alnoch de hellicht in het moerven aende Langenbergh, ….
.’

In 1638 koopt Hendrick Jan Andries Zantegoits 3 :
zeker woonhuys, gestaen binnen deser baronie van Boxtell inde gehuchte van Roont, in alder grooten ende toebehoorten gestaen ende binnen den voorschreven gehuchte ….. bewoont, eertyts toebehoort hebbende d’erffgenaemen van wylen Henrick Gerit Elias Querda, gereserveert allen materiaelen van steen ende hout ende yser inde zelve materiael gewerckt, ….. met conditie dat die coopere de voorschreven huysinge vande gront sall moeten ruymen Pinxten ierstcoemende ende zoo verre den pachtere daerinne woonende, belieft sal deselve huysinge alleer moegen ruymen

Hierna vernemen we lange tijd niets van Henrick. De Tacbtigjarige Oorlog wordt beëindigd in 1648 door middel van de Vrede van Munster en daarna, eind 1649, maakt zijn vader een testament waarin ook rekening wordt gehouden met ‘Henricken, des testateurs natuerelycken soone’.4 Deze krijgt :
hondert carolus guldens eens om naer hender beyder doot vuytgereyckt te worden met eene kiste, staende opten solder, midts den voorschreven Henrick yerst sal hebben te versoecken legitimatie ‘
Verder krijgen zijn broers Goyaert en Andries ‘ een stuck ackerlants gelegen tot Munsel, genoempt de Lege drye lopensaetten, hen opdraegende by joncker Henrick van Bergaengien om het selve naer doot vande testateur by deene oft beyde der selver int geheel opgedraegen te worden aen Henricken synen natuerlycken soone, als hy het selve gerichtelyck sal versuecken ende eer nyet‘.
Zo gaat dat kennelijk met natuurlijke zonen.

Dat Henrick er niet zo slecht bij zit blijkt uit het verpondingsregister.
Bij Munsel en Onrooi staat vermeld 5 :
Henrick Jan Andries Santegoets, prop. van een teulhuys metten hof,
desselffs Nieulant by ’t huys,  25 r …………………………… 0 –   3 –   6
desselffs Lymtacker voor de helft,  2 L  34½ r …………………………..  1 – 16 –   8
desselffs hoeff vande Oude Hoffstadt,  12½ r ……………………………   0 –   3 –   6
desselffs Roeyacker voor de helfft,  1 L  7¾ r …………………………….  0 – 15 –   8
desselffs Langhacker,  1 L  45 r ……………………………………………..  1 –   5 – 12
desselffs Schaeffken,  36 r ………………………………………………………  0 –   9 – 19
desselffs Leegh Drielops,  2 L  7 r …………………………………………… 1 –   8 – 19
desselffs Dommelhoy int Elsbroeck,  4 L  25 r ………………………….. 2 –   5 –   8
desselffs koewey inde Loeve ……………………………………………………. 0 –   6 –   0
desselffs koewey genoempt de Kemkes ………………………………………    0 – 10 –   0
desselffs hout, wey ende hey inde Werffhoeff …………………………..      0 – 19 –   6
smit deslegticheyt op ………………………………………………………………. 0 –   3 –   0
                                                                                             9 –   7 – 12

Onder Lennisbeuvel staat dan nog 6 :
‘ Henrick Jan Andries Santegoets, prop. van een teulhuys metten hof.
desselffs lant by thuys,  1 lopen 32 r ……………………………….  1 –   2 –   4
desselffs halven dries aende loop …………………………………….. 0 – 15 –   0
                                                                                            1 – 17 –   4

Omstreeks 1650 is Henricks eerste vrouw overleden, want in 1654 treedt bij opnieuw in het huwelijk. Alvorens dat huwelijk kan plaats vinden moesten eerst de huwelijksvoorwaarden worden vastgelegd.7
Inden naeme ons Heeren, amen.
Bij den inhouden van dese iegenwoordighe openbaere instrumente sy kennelyck eeniegelycken, hoe dat op heden twelff daegen inde maendt van februario des jaers naerde geboorte des selffs Ons Heeren sestienhondert vierendevyfftich voor my Jan vanden Heuvel als openbaer geadmitteert notarius ende ghelooffweerdige getuijgen ondergenoempt, in eygen persoonen syn verscheenen ende gecompareert,

die eerbaere ende discrete persoonen Handrick Janssen Santegoets, wittich naergelaeten weduwer van Hendersken dochtere Arien Dirckx de Bresser ende toecomende bruydegom, geassisteert met Goijaert ende Andries Jansen Santegoets syne broeders, ter eenre,
ende Marijken Peter Janssen, jonghe dochter, toecomende bruydt geassisteert met Jan Peters haeren broeder ende Coenraerdt Adams haeren oome, ter andere zyde,
beijde inwoonderen der baronnye van Boxtel, verclaerende met advijs ende bewillinge van haere ouders ende vrienden geassisteerden in dese, ter eeren Godts besloten te hebben een toecomende houwelyck ende voort solemniseren van dyen met malkanderen vriendelyck veraccordeert ende overcomen te syn dat het selffde sal geconfirmeert worden op dese naervolgende conditien van houwelijcksche voorwaerde oft contract antenuptiael.
Te weten dat die voornoemde Handrick Janssen, toecomende bruydegom, tot eerlyck onderhoudt ende subsidie van dit aenstaende houwelyck inbrengen sal de erffelycke goederen, soo wel die hij ter tochte is besittende als oock de gene die hem van syne vader saliger bij testament sijn vergunt, daer van Goyaert ende Andries syne broeders ierstdaeghs geloven voor scepenen opdrachte te doen, met oock allen de erffhaeffelycke ende haeffelycke meubelen ende huysraedt soo ende inder vuegen gelyck hij tegenwoordich is huijs houdende.
Ende die voorschreven Marijken, toecomende bruydt, sal tot onderstandt ende subsidie van dese toecomende houwelyck inbrenghen die somme van eenhondert guldens, ende naer doot van hare ouders haer kindtsgedeelt, gelyck haere andere susters ende broeders, waer mede partijen wedersydts hun houden gecontenteert.
Verders is tussen partyen ende hunne geassisteerden alnoch geconditioneert ende besproocken oft gebeurde dat dese toecomende beddegenooten egene kindt oft kinderen bij malkanderen en verweckte oft int scheyden vanden bedde achterlieten, dat in dyen gevalle allen de erffelycke goederen sullen houden zyde ende linie, ende naer doodt vanden langhstlevende devolueren ende gaen aen die zyde, daer die vandaen gecomen syn.
Dat oock de erffhaeffelycke ende conquesten indyen eenige syn tussen derffgenamen van dese toecomende beddegenooten, halff en halff sullen gedeylt worden, in sulcker vuegen dat die langhstlevende naer doodt vanden iersten afflyvigen de erffgoederen vander doode syde gecomen, met de hellichte van de erffhaeffelycke ende conqueste goederen alleenlijck syne leven lanck tochtsgewijse sal blijven besitten ende gebruijcken.
Wijders is alnoch tussen dese partijen besproken oft gebeurde dat die voornoemde Handrick Janssen, toecomende bruydegom, sonder kinderen achter te laeten, ierst geraeckte afflijvich te worden, die gemelte Marijken daer bij sal verbetert wesen uijt die goederen die van des genoemde Handricx zyde gecomen syn, die somme van drije hondert guldens eens, die hij haer mits dese tot een douarie ingevalle als voor is maeckende ende gevende ende hiermede allen syn goederen die hij stervende naerlaeten sal belastende.
Ende wedersydts offt gebeurde dat gemelte Marijken, toecomende bruydt sonder kinderen naertelaeten ierst geraeckte afflyvich te worden, dat alsdan die voorschreven Handrick Janssen haere bruijdegom, uijt hare goederen sal verbetert wesen die somme van eenhondert guldens eens.
Hierinne mede geconditioneert, oft gebeurde dat Handrick Janssen toecomende bruydegom sonder witteghe kinderen van synen lyve verweckt, achtertelaeten, quaeme te overlijden, dat indijen gevalle allen de goederen soo erffelycke, haeffelycke als erffhaeffelycke die van sijnder syde comen syn oft volgens des contract tot synder syde behooren, wederom sullen comen devolueren ende vervallen op de wittege kynderen van Jan Driessen Santegoets, staecx gewijse, die doode handt deylende met die levende, ende dat in voldoeninghe ende quijtinge vande conditien ende gelooften waerop hem syne goederen van sijnen vader ende broeders syn vergunt ende gelaeten.
Maer indijen dese toecomende beddegenootten wittich kindt oft kinderen verweckten ende achterlieten, sal altyt gereguleert worden naerden landtrecht ende costuyme deser stadt ende Meyerye van Shertogenbossche.
Alle welcke voorscreven poincten van houwelycksche voorwaerden die voorscreven partijen ende toecomende beddegenooten met henne respective geassisteerden mede comparanten in dese hebben belooft ende beloven by dese, ieder in syn regaert soo veel het hem aengaet, naertecomen ende te volbrengen ende malkanderen het volle effect van dese te laeten genieten sonder hier tegens te comen oft te doen directelyck oft indirectelyck inne recht oft daerbuijten onder verbandt van henne respective persoonen ende goederen hebbende ende vercrygende, allet sonder fraude, arch ofte list, versoeckende hier van door my notario gemaeckt ende gepasseert te worden dit tegen-woordich instrument notariael in behoorlycke forme.
Aldus gesciedt, gelooft ende gepasseert binnen der baronnye van Boxtel ter presentie ende overstaen van Handrick Michiels van Hall ende Anthonis Willemssen, inwoonderen der baronnye voorscreven, tot getuijgen hierover geroepen, die dese iegenwoordige acte neffens partijen ende henne geassisteerden hebben onderteeckent ten daege, maendt, jaere als boven.

Boxtel Not.4708 f.537 1654-02-12

Geen van beide echtelieden blijkt de schrijfkunst machtig en wat dat betreft steekt Henrick ongunstig af bij zijn broers. Mogelijk is dit te wijten aan het feit dat hij een “natuurlijke” zoon is. Het valt verder op hoe zeer men weer wil voorkomen dat goederen vanwege een huwelijk door vererving in andere families terecht komen.
Zelfs hier waar het toch ook een Santegoets betreft, zij het dan een Santegoets waaraan men slechts in de verte verwant is. Twee dagen na het maken van deze akte is het huwelijk voltrokken 5 : ‘Actum die 14 february 1654. Syn getrouwt Hendrick Jan Santegoets met Meriken Peeters ter presentie van Goovert van Dunsel ende Willems Verbeeck’

In ditzelfde jaar worden van zijn “ouders” de goederen verdeeld, maar daar komt de “natuurlijke” zoon niet aan te pas. Het blijkt overigens geen beletsel om in Boxtel ‘setter‘ en ‘borgemeester‘ te worden.

In 1655 koopt Hendrick ‘ een stuck ackerlants gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Roondt, ….. onder laste van hier vuyt jaerelycx aende vercooperen te Lichtmisse daer vuyt te vergelden, drie loopen rogge ende twee loopen boeckweyt, binnen Boxtel te leveren, mits conditie in desen toegedaen dat den voorschreven coopere de drie loopen rogge ende twee loopen boeckweyt altyt sal mogen lossen naer doodt vande vercoopere metter somme van hondert vyfentwintich guldens als het den coopere gelieven sal, ende oft het gebeurde daer Godt voor behoede wil dat de vercoopere den voornoemde los oft ten deelen van dien eerder van doen hadde, soo heeft den coopere tselve geloeft te lossen, mits pro rata vande penningen ontslagen wesende vande voorschreven rente ‘. 6

De volgende twee akten hebben betrekking op Merike, Henrick wordt daarbij genoemd in zijn kwaliteit als echtgenoot. De eerste akte betreft een ‘accoirt tusschen Hendrick Hendricx Eymers ende de kinderen Peeter Jan Santegoets’.7  Deze Henrick Eymers was de man van Merikes overleden zuster Hendricxke en om toekomstige aanspraken op de erffelijke goederen te voorkomen wordt hier een definitieve regeling getroffen. De andere akte is de 8 erffelycke scheydinge ende deylinge der kijnderen ende erffgenaemen van wylen Peeter Jan Santegoets ‘. Henrick en Merike valt daarbij in Lennisheuvel ten deel :
‘- de schuer, schop ende ackerlant daeraen gelegen, …..
– een stuck weylants, …..
– een ceuteren torffs recht opde gemeynte van Kempen,
onder last van hier vuijt te vergelden de hellicht van eene renthe van vyff guldens jaerlycx, te lossen met hondert carolus guldens eens, van welcke renthe Ariaen Peeters syn swaeger dander hellicht is geldende

Henrick zelf komt voor de laatste maal aan bod in 1658, als hij enkele stukken land verkoopt 9 :
Onder conditie ende voorwaerde hier naebeschreven soo sal Hendrick Jan Santtegoets naer voorgaende veijlinge ten hoochsten ende ten schoonsten voor eenen ygelyck vercoopen de twee hellichte van een stuck ackerlant, genaemt de Hoeffve onder de Runt, ….. , ende sal dye voorschreven vercooper eerst vercoopen deene hellicht vant au lant oostwaerts, met de hellicht vant nieulant suytwaerts, tsamen groat ontrent ses loopensaet oft soo groot ende cleyn etc.
Item daer naer dye wederhellicht in der groote ende toebehoirten als dye ander hellicht, onder de last dat dit nieulant het achterste nieulant sal moeten weegen ende het ouwlant yder syn selven.
Item sal alnoch vercoopen de twee ende een halff sevenste gedeelte onbedeylt van seeker houtvelt, genoemt de Geelders, gelagen inden hertganck van Munsel, ….. , onder de laste dat den koopere van dit parceel den iersten houwtyt eens sal moeten leveren twee hondert reys ten Bosch op de Geerlynge brugge int lant wijss anders los ende vrij.
Dye vercooper sal dye parceelen vercoopen met carolus gulden tot 20 st. ’t stuck oft de weerde daervoor te betaelen in goeden Hollanssen gelde ende egeene mindere munte als schellinge te willen ontfangen, den onraet gereet byden hoochsele ende de principaele penninge byde vaste.
Item op het parceel sal staen ten wyncoope soo deselve ten beurden aff gemeijnt sal worden op elcken gulden eenen st. te betaelen by de naebeschreven coopers, maer te beceeren naer geliefte vande vercooper, mitsgaeders betaelan van yder parceel eenen ducaton tot schryffgelt.
Item het parceel sall staen ten hoochsele op van heden over acht daegen ontrent twee uren naerden middach met een eyndeken bernende kerse ten dese huyse middelertyt ende soo lange de kerse bernen sal, salmen moeten slaen luttel oft veel, doende elcken slach twee gulden haliff ende haliff dienende naer auder gewoonten.

Item den vercooper sal dye parceelEn vesten voor heeren schepenen van Boxtel binnen den tyt van acht daegen naer den hoochsele, oft op al sulcken daegen als den vercooper den coopere bestemmen sal ende sal den coopere op den selven daege gehouden weesen te compareren ende den inhout deser voorwaerde te voldoen ende sal den cooper behoorlycke waranschap doen.
Item dye naebeschreven cooperen sullen aenstons het houtvelt aenverden ende het ackerlant t’oixt aende stoppelen ende dye weycanten te Sinte Jacob, alles eerstcomende.
Item sal den cooper de penningen promptelyck moeten voldoen ende betaelen onder parate executie ende voirts naer allen voorwaerden recht sonder arch oft list.
Op heden den 18e january 1658 heeft Dierck Willems dye ieerstcoop te buerden aff gemeynt voorden somme van vier hondert ende sestich, geloevende de voorwaerde in alles te voldoen ende slaet acht slagen.
Idem twee.

Hierna vernemen we helemaal niets meer over Henrick zelf.

In 1666 komt zijn dochter Maria ter sprake in een testament van broer Jan (haar wordt 100 gulden in het vooruitzicht gesteld).10  en dan rest slechts de veiling van zijn bezittingen in 1669 ten behoeve van zijn dochter 11.
Deze veiling geeft een goed beeld wat men in en rond een boerderij allemaal kon aantreffen in die tijd en welke waarde daaraan werd toegekend :
Onder conditie ende voorwaerde hier naebeschreven soo sullen Jan Andriessen Santtegoets ende Jan Peeter Santtegoets als momboiren ende tuteuren vant onmondich kynd van wylen Hendrick Jan Santtegoets ende Mariken syne huysvrouw naer voorgaende veylinge ten hoochsten ende ten schoonsten voor alle man verkoopen dese naerbeschreven parceelen van meublen van huyaraet gelyck hier naer breeder sal werden gespecificeert ende dat in voegen ende mannieren hierna volgende.
Inden eersten soo sal men dese naebeschreven parceelen vercoopen met carolus gulden tot 20 st.yder gulden, ende den stuyver tot acht duyten, in goede Hollansse geparmitteerde munte, gereet byden hoochsele onder reele ende parate executie.
Item de nabeschreven parceelen sullen staen ten hoochsele tot dat men met affhangen sal hebben gedaen ende sal tselve als dan wtgaen mettet getal van thienen middellertyt ende soo lange het getal duren sal, soo sal men moeten slaen luttel off veel, te weeten op de parceelen geldende eenen gulden tot vyff gulden doende elcken slach twee stuyver, geldende vyff gulden ende daerenboven tot thien gulden doende elcken slach ses stuyvers, ende geldende thien gulden ende daerenboven doende elcken slach twintich stuyver, alles halff ende halff.

Item tot betaelinge van schryfgelt sullen de nabeschreven cooperen elck int syne als van outs moeten betaelen op yder gulden eenen stuyver, soo ten beurde gemeynt sal worden.
Niemant en sal eenige parceelen vande plaetse mogen verbrengen sonder die betaelt te hebben oft sullen hier over als van dieverye criminelyck mogen aengesproken worden, t sy by detensie oft andersints somen terade sal vinden te behooren en niemant en sal mogen corten tgene hy tot laste vande sterffhuyae soude mogen pretenderen, maer sullen haere schult behoorelycken verificerende vande monbioren eerlyck worden voldaen.

Item ofter ymant waere onder dese bancke niet bedwanckbaer sullen gehouden syn te stellen goede sufficente binnen borge welcke borge een voor all als principael schuldenaer moeten instaen ende sal den cooper alnoch moeten affstant doen van alle previlegen van parteryen als andersints.
Item ofter questie gerees int mynen oft int affhangen oft datter meer als een tsamen meynden, soo salmen dye questieuse coopen aenstonts weder affhangen al ofter niet gemeynt en waere, sonder tegenseggen van ijmanden.

Item oft gebeurde dat het tertyde de hoochsels laeter wierde, oft dat men langer besich waere als men wel meynde ende de cooperen om de laetheyt niet en conden betaelen, soo sal den secretaris doen leggen eenen sitdach op maendach eerstcomende om tgelt vande vercochte parceelen te ontfangen ende sullen dye cooperen die vandaege noch niet betaelt sullen hebben op dyen dach precys moeten betaelen oft sullen van yder parceel sonder corten alnoch moeten betaelen eenen stuyver tot synen profijte.
Tot halfter ende bengelgelt sal staen van yder pant een quartien, van yder koy ses stuyvers ende van yder leech beest drie stuyvers
.
Die voorschreven monbioren bespreecken … . lossen mits betaelende aende meynder eenen stuyver voor los, ende sal de los moeten geschieden voor dat men gedaen heeft met aff hangen vant volgende parceel.
Ende voorts naer allen voorwaerden recht.

Op heden den 21e february 1669 soo syn dese nabeschreven parceelen ten beurden gemeynt ende beslagen als volgt:

Boxtel R.164 f.1 1669-02-21

Op heden 20 february 1669 soo syn die voorschreven parceelen gemeynt ende beslagen ende ’t hoochste daer van wtgegaen naer behooren. Testes van Dilysel, van Lil ende van Dyck, schepenen.
Somma totael bedraecht ter somme van dryhondert eenen tseventich gulden negentien stuyver ses penningen, hier aff treckende vande gulden eenen stuyver tot schryfgelt, ter somme van achtien gulden elff stuyvers ende eenen halven, soo blyft noch suyver de somme van drie hondert drie en vyftich gulden seven stuyvers ende veertien penningen, dico IIIC LIII gld 07. st XIIII d.

WTGEEFTE
aen schepenen van overstaen betaelt ………………………………………….. I gld – X st.
den vorster …………………………………………………………………………           XII st.
voor ’t segel …………………………………………………………………………..        07. st.
den 244 meert 1669 aen Jan Peeter Santtegoets getelt de somme van
een hondert ses en twintich gulden volgens quitantie ……            IC XXVI gld
den 25e dito aen den selven getelt de somme van
een en tnegentich gulden VI stuyver by quitantie . …………… XCI gld – VI st.
den 1e mey aen den selven getelt
de somme van dartich gulden by quitantie  …………………………   XXX gld
tgene Jan Peeters Santtegoets in dese ceele gecocht heeft ende
op dese ceele vuytgedaen ter somme van ………………………          XI gld – II st.
Hersken Jan Willems cort oft wel heeft den secretaris haer goet gedaen
voor maeken van de doodt kist die haer man saliger hadde gemaeckt
voor Merikens ter somme ………………………………………………..  I gld – XII st.
tgene Jenneken op Laedonck gecocht heeft door ordre vande monbioren
vuyt gedaen, beloopende ter somme van ………………………. XIII gld – XIX st.
tgeene Jan Andriessen monbior vuytgegeven heeft bedraecht
ter somme van ………………………………………………………….  IIII gld – VI st.
noch is den selven monbior noch van oudts schuldich vant vercoopen
eenen halven ducatons conditie gelt van een parceel erve ….       I gld – XI st.
door ordre vande monbioren vuyt gedaen tgene Goyaert Jan Santtegoets
gecocht heeft, bedraegende ter somme van ………………………..         XXII gld
vuytgedaen een kist die den knecht gecocht heeft beloopt……………. I gld – XI st.
Item coomt den secretaris voor vacatien int uytreeckenen als meer
andere besooignes met de monbioren gedaen ter somme ……. III gld – XV st.
den lesten juny 1669 aen den selven monbior alnoch getelt …… III gld – XV st
.
den 14e july 1669 aende monbioren gegeven ende over getelt,
dico 24 – 3 – 0 …………………………………………………. XXIIII gld – III st
.


1 Boxtel R.51 f.148  2 Boxtel Gem.Arch. Verp. F2, Munsel ende Onroy f.12  3 Idem Lennisheuvel f.2 4 Not. 4708 f.537 
5 Boxtel 19 f.10  6 Boxtel R.99 f.5v  7 Idem f.32  8 Idem f.91v  9 Boxtel R.163 dd.1658-01-18  10 Not.4712 f.102 
11 Boxtel R.164 f.1 12 Boxtel R.94 f.227  13 Idem f.262  14 Idem f.559

naar Top

07.g2   GOYAERT  SANTEGOETS

07.g2   GOYAERT  SANTEGOETS,   zoon van Jan Andries   06.e2

Geboren : rond 1606 ,  overleden : in Boxtel op 17 dec. 1695.
Gehuwd : met Hilleke, dochter van Goyaert van de Biechelaer.
Zij is voor 1678 overleden.
Kinderen :
08.n1   Andries,  geboren rond 1659.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw heeft Goyaert weinig activiteiten verricht welke in een akte werd vastgelegd. In 1639 treedt hij als getuige op, samen met zijn vader, bij het vastleggen van de huwelijksvoorwaarden van zijn broer Andries.1  Vervolgens is het 1649 wanneer we hem tegen komen in het testament van zijn ouders.2  Daarin hebben de ‘ testateuren gewilt ende begeert, dat Goyaert haerder beyder witteger soone sal hebben ende besitten de hellichte vande Steenoven, by hem met Henrick Roeloffs gecocht, …..
Item eenen weycamp met nyeuwlant gelegen aen Elde, …..
midts conditie in desen toegedaen dat de lancxt levende ende syne kynder tselve sullen mogen lossen met vier hondert vyfftich guldens eens, ende oft gebeurde dat tselve werde gelost binnen siaers naer doot vande yersten afflijvigen, dat Goyaert alsdan nyet en sal genyet het incomen vande voorschreven twee parcheelen.’
Verder krijgt hij nog ‘ een stuck ackerlants gelegen tot Munsel, genoempt de Lege Drye Lopensaetten’ onder voorwaarde dat het wordt afgestaan aan halfbroer Henrick als die het stuk opeist.

In het verpondingeregister van Boxtel komen we Goyaert op zeer besoheiden schaal tegen 3 :
Munsel ende Onroy :
Goyaert Jan Santegoets, prop. van de halven Steenoven, 1 lop  5 r …         0 – 15 – 2
Tongeren :
Goyaert Jan Santegoets ende Henrick Janssen Cuyper,
prop. vande Lange Schanvoy, 5 lop  56 r ………………………………….        2 – 10 – 4


Dat hij de schrijfkunst machtig was blijkt in 1654 bij het opstellen van de huwelijksvoorwaarden van halfbroer Henrick, welke als weduwnaar opnieuw gaat trouwen. Goyaert en Andries beloven daarbij bovengenoemde ‘Lege Drye Lopensaetten’ uit het testament van hun vader aan Henrick over te dragen.4

1654 handtek Goyaert
Boxtel Not 4708 f.537 1654-02-12

In juni 1654 vindt de ‘erffelycke scheydinge ende deylinge der kinderen Jan Andries Santegoets’ plaats. Goyaert erft dan in Onrode 5 :
‘ een stuck ackerlant genoempt Beucom mette de Cortte stucken daer teynde aengelegen, …..
– Item een stuck weijlants, gemeynelycken genoempt de Hoochstraet, …..
– Item een stuck heylants, gemeynelycken genoempt in Coppenhoefve, …..
– Item het seste paert inden Loobeempt, ….. , streckende tot op de reviere daer voorby vlietende,

genoempt de Dommel.
– Item een ceuteren torffsrecht op de gemeynte van Kempen,
onder laste van hier vuyt ende voorschreven Beucom te vergelden de hellicht van drie loopen ende een vierdervat roggen aen bet cappittel alhier, in eenen meerderen pacht.
– Item het vierdepaert van een mud reducibel rogge aen den H.Geest ten Bosch, dwelck betaelt wort

met eenen gulden thien stuyvers.
– Item het vierdepaert van vier ponden paeyement aende Caduysers tot Vucht, dwelck elck pont betaelt

wort met seven stuyvers.
– Item vyf stuyvers chyns aende heere van Boxtel.
– Item vuyt Roochstraet drie oort chyns ende alnoch vuyt de voorschreven Hoochstraet te vergelden drie

oort chyns indient bevonden wort.
– Item vyff stuyvers twee penninge jaerelycx in eenen meerderen pacht aende kercke alhier.

In 1655 en 1656 koopt Goyaert respectievelijk met broer Jan ‘ het derdepaert in een stuck heylants, gemeynelyck genoemt Coppenhoefve, gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inde gehuchte van Munsel 6 en van zijn broer Peeter ‘ een stuck ackerlants, genoemt het Achterste inden Steenhoven, gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Onrooy, …..
Item het derdepaert in eenen heycamp gelegen inden hertganck voorschreven, …..
Het sestepaert inde hellichte van een stuck hoeylants, genoemt den Loobeempt, gelegen binnen deser baronnye inden hertganck van Onrooy
‘.7
Op een en ander rust als last ‘ eenen stuyveren twee oort chyns aende heere van Boxtel, …..
en      vyf stuyvers twee penningen aende kercke alhier, mits conditie in desen toegedaen dat men het voorschreven lant altyt sal moegen lossen binnen de tyt van een jaer metter somme van hondert gulden in goede Hollantse gepermitteerde munte, mits een half jaer te voorens opseggende ‘.

Samen met een compagnon (zie bovenvermeld verpondingsregister) koopt Goyaert in 1662 ‘een stuck ackerlants genoemt de Lange Schouwroey, groot ontrent vyff ende een halff loopensaet oft soo groot ende cleyn als tselve daer is gelegen binnen deser baronnye van Boxtelt inden gehuchte van Tongeren ‘.8  Hierop rust ‘twee stuyvers een oort chyns aende heere van Boxtel‘ en de kopers beloven ‘te betalen  van heden date deser over een jaer de somme van twee hondert carolus gulden, mits jaerelycx thien gulden voor intreste, ende want de penningen ten gesegde tyde niet voldaen en worde, dat intreste ten prys als voor sal blyven loopen totter effectuele betaelinge toe, daervoer verbindende hunne persoon ende goederen present ende toecemende reelycken.
Volgens een bijschrift in de marge is in 1669 het bedrag afgelost.

Samen met broer Jan laat Goyaert in 1664 een erfelijke scheiding doorvoeren 9  :
vande naebeschreven hoeve, genoemt de Hoef ten Bichelaer, ten deele leenroerig wesende aende leenbove van Brabant, d’een helft van dien de voorschreven juffr. Meddegael aengecomen wegens hare ouders, ende dander helft die voorscbreven Goyaert ende consoorten by coope vercregen tegens Johan van Meddegael.
– Mits item soo is die voorschreven Goyaert Jan Andries cum suis ten lothe ende te deele gevallen, huys, backhuys, hoffstadt, hoff, lant ende aengelegen erffenisse metter bempt ende koeyweyde daer tegens aen gelegen, t’samen groot 18 lopensaet 15 roeden, gestaen ende gelegen binnen deser heerlicheyt Liempde,

– Item een stuck ackerlant, genoemt Bellenhoff, groot 4 lopensaet 9 roeden, gelegen ter plaatse
voorschreven, …..
– Item een stuck ackerlants genoemt den Borgacker, groot 7 lopensaet 26 roeden, gelegen ter plaatse

voorschreven, …..
– Item een stuck ackerlants genoemt den Langen acker, groot 2 lopensaet 8 roeden, gelegen ter plaatse

voorschreven, …..
– Item een stuck ackerlants genoemt den Achtersten Bergacker groot 7 lop. 13 roeden, gelegen (etc.)

– Item een stuck ackerlants genoemt den Winkel, groot 3 lop. 11 roeden, gelegen (etc.) ….
– Item een stuck ackerlants genoemt ’t Parenvelt met den toorn daer t’eynden aengelegen, groot t’samen

vyff lop. 28 roede, gelegen (etc.) …..
– Item een stuck heijlant, groot 32 lop. 2 roeden, gelegen inde heerlicheyt voorschreven omtrent Velder,
– Item een vierdepart hoij inden Hoeffsen bempt, gelegen aen Heselaer voorschreven …..
– Item der condividenten gerechticheden op de gemeijnte van St. Udenrode, onder last van hier uijt

jaerlycx te vergelden d’een helft vande chyns van gronden ende noch den chyns van Hogenbroeck int
geheel ende tot lossinge deser deylinge uijt te reijoken ende te betalen aen juf. Middegael de somme
van vyftich carolus guldens eens.

Samen met dezelfde juffr. Middegael verkopen Goyaert en Jan enkele maanden later een grote hoeveelheid bomen in Liemde 10 :
Den iersten coop tien boomen ……………………………………………………. 16  –   0
den tweeden coop negen eycken boomen (gesmet met twee)………………… 18 –    7
den derden coop acht eycken boomen (gesmet met drij)……………………. 12  –   7
den vierden coop dertien boomen doofhaudts (gesmet met vier)………….. 4  – 15
den vyfden coop acht boomen eycken (gesmet met vyf……………………. . 10  –   5
den sesden coop seven eycken boomen (gesmet met ses)………………….. 5  – 16
den sevenden coop seven boomen doofhaut (gesmet met seven)………. 6  – 17
den achten coop seven eycken boomen (gesmet met acht)……………… 10  –   0
den negensten coop negen eycken boomen (gesmet met negen)……….. 5  –   5
den tienden coop tien boomen doofhaudt (gesmet met tien)……………….. 6  –   1

Zo gaat het verscheidene pagina’s door met bomen ‘inde Buender‘ en ‘bij het huys ende inden beemt’. De totale opbrengst van deze openbare verkoping bedraagt 547 gulden en 12 stuiver.

Kort hierna verschijnen Goyaert en Jan en ene Jan van Bael voor de schepenen van Liempde en verklaren daarbij 11  
met malcanderen int minnelycke by forme van deylinge overcomen te sijn, over ’t parteren vande halve hoeve, genoemt de Hoeve ten Bichelaer, gelegen alhier binnen Liempde, hun bij deijlinge te deele gevallen tegens juffr. Elisabeth van Middegael, in voegen ende manieren hier na volgende.
In den eersten sal Jan van Bael voor sijn vierde part erffelyck hebben, houden ende besitten der condividente hellichte van een stuck lant genoemt den Winckel,
Item der selver parceel lant ende thoorn aen malcanderen gelegen,

Item het vierde part van der condividenten hellichte in den bunder ende heijde, die bij hem alreede sijn verkocht ende veralieneert,
waer tegen de eerste comparanten sullen behouden ende erffelyck besitten voor hun drie vierde parten alle de voordere ende resterende goederen hun bij de deijlinge te lothe ende te deele gevallen ende daertoe te genieten ende te proffiteren het geheel voorlijst van der condividente hellichte vande voorschreven hoeve, soo in gelt, vlees, boter etc. onder conditie dat de eerste comparanten aen Jan van Bael sullen schuldich ende gehouden sijn te betalen ende uyt te reijcken hondert vijftich guldens ende aen juffr. Middegael voor den selven van Bael noch te betalen thien gulden, ende sal den voorschreven van Bael daer en bovens nogh trecken vanden last der voorschreven hoeve 25 pont boter sonder meer.

In december 1666 wordt broer Jan zodanig ziek dat hij een testament maakt waarin zijn broers en zusters tot erfgenaam worden benoemd. Goyaert is daar uiteraard ook bij genoemd.12  Volgens een bijschrift in de marge heeft Jan in 1670 dat testament herroepen.

In 1669 koopt Goyaert ‘ een stucxken teullant, groot ontrent tsestich royen oft soo groot ende cleyn tselve daer is gelegen binnen deser baronie van Boxtel inden hertganck van Lennisheuvel achter het casteel van Staepelen 13 waaruit hij jaarlijks vier lopen roggen zal moeten betalen.

Met Andries, de enige zoon van Goyaert, gaat het niet zo best. Deze is blind geworden en is in 1671 zodanig ziek dat hij een testament opstelt waarin nagenoeg al zijn bezit aan Goyaert wordt nagelaten op voorwaarde dat de natuurlijke zoon van Andries na het overlijden van grootvader Goyaert een bedrag van 500 gulden zal ontvangen.14

In 1672, in de geschiedenisboeken het rampjaar genoemd, breek de oorlog met Frankrijk uit. Elke tiende man in de leeftijd van 20 tot 55 jaar wordt opgeroepen maar tot het vormen van regimenten komt het niet. De Staatsraad gelast de verwoesting van de bezaaide landen en de Meierij wordt door de Fransen gebrandschat. In 1675 neemt dat zelfs nog toe, om vervolgens in het daaropvolgende jaar weer af te nemen.

Alvorens in 1678 de vrede van Nijmegen wordt gesloten (hetgeen overigens het begin betekent van het bedrijven van moedwil door Staatse troepen in de Meiereij), komen we Gojaert nog tegen bij een verkiezing van verpondingenbeurders  15:
Deze naervolgende persoonen werden gepresenteert om daer uit eenen oft drye nieuwe collecteurs vande verpondingen gecoren te werden, te beginnen metten iersten april 1677 ende te eyndigen den lesten meert 1678.‘ Hierbij wordt Goyaert met nog twee andere kandidaten verkozen waarbij hij 7 van de 28 uitgebrachte stemmen op zijn  naam krijgt.

Kort hierna wordt Goyaert ziek en laat zijn testament vastleggen 16 :
Byden inhouden van dese tegenwoordige openbare instrument van testamente sy kennelyck eeniegelyoken hoe dat op heden seventhien daegen inne september des jaers naerde geboortte des selffs ons Heeren sestienhondert acht ende tseventich voor my openbaer geadmitteert notarius ende ghelooffwerdige getuijgen ondergenoempt in eygen persoone is verschenen ende gecompareert Goijaert Janssen Santegoets, wittich naergelaten weduer van Hilleken Goyaerts vanden Biechelaer, woonachtich binnen dese baronnye van Boxtel, eenichsins sieckelyck naerden lichaeme, nochtans gaende staende, syn verstandt wel machtich ende volcomelyck gebruyckende gelyck ons ondergeschreven ende een ieder hem aenschouwende genochsaem was blyckende, die welcke overdenckende ende voor oogen hebbende die broosheyt der menschelycker nature, die seeckerheydt vander doot ende onsekerheyt vande ure derselver, heeft naer voorgaende rype deliberatie uyt syne eygen vryen wille onbedwongen ende onverleydt van iemanden soo hy bekende ende verclaerde gemaeckt ende geordineert syn testament leste ende uijttersten wille inder forme, vuegen ende maniere hier naer volgende.
Inden iersten beveeldt ende recommandeert hy testateur syne ziele soo wanneer die uijt dit sterffelycke leven sal geroepen gewesen, inde oneyndelycke genade van Godt Almachtich, synen Schepper ende Salichnaecker ende syne doode lichaem der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende verders tot dispositie van syne tytelycke goederen maeckt ende legateert hij testateur mits dese aen Jan sijnen broeder alsulcken derdepart ende allen syns testateurs recht van een renthe van tweehondert guldens capitaels als Arien Janssen Broeren ten Dunghen aen hem testateur schuldich is ende hem testateur aengecomen van Andries Janssen Santegoets synen broeder, omme syns testateurs geheele recht van tselve renthe naer syns testateurs afflyvicheyt in vollen recht ende eygendom aenverdt ende behouden te werden.
Item maeckt ende legateert aende armen deser parochie vijff sacken roggens eens, naer syns testateurs afflyvicheyt door syne ondertenoemen executeuren uijtgereijckt ende gedistri-bueert te worden naer henne discretie.
Item maeckt ende legateert aen Jan sijnen broeder de somme van vyffentwintich guldens eens, ieder gulden tot twintich stuyvers te rekenen, omme deselve penningen terstont naer syns testateurs afflyvicheyt uijtgereyckt ende gedistribueert te worden soo ende gelyck hy testateur hen mondelinghe heeft belast, sonder gehouden te wesen daer van eenighe rekeninge oft bewys aen iemanden te doen, alsoo hy testateur hem tselve is vertrouwende.
Item verclaerde die voorscreven testateur hoe dat hij is momboir over d’ommondighe kinderen van Adam Bartholomeussen die hem testateur van de affgedaene rekeninge van momboirscap alreede een merekelycke somme schuldich syn, ende bij syne noch te doene rekeninge soo hij testateur synen staet maeckt, oock noch meer sullen schuldich sullen werden, alle welcke schulden oft restant die de voorschreven ommundige kinderen aen hem testateur by sloth van syne gedaene rekeninge alreede schuldich syn ende by syne noch te doene rekeninge noch schuldich sullen worden, maeckt, geeft ende legateert hy testateur mits dese aen Cathelyn een der ommundige kinderen van Adam Bartholomeussen, verweckt bij Mayken syne testateurs sustere tot eene gedenckenisse, uijterlyck willende ende begerende dat de andere kinderen van Adam Bartholomeussen tselve restant dat by sloth van syns testateurs alreede gedaene ende noch te doene rekeninge den testateur bevonden sal werden goet te comen aen Cathelyn, dochtere van Adam Bartholomeussen meergenoempt, sullen voldoen ende betaelen.
Item wilt ende begeert hy testateur dat Lysken Stevens, syns testateurs dienstmaecht haere leven lanck sal woninge hebben op syns testateurs camer in sijns testateurs huysinge staende aende Comackers, met alnoch een plaetsken inde stal om eenigen torff te leggen, mits bespreck dat Lysken haeren uyt ende inganck sal moeten nemen over de goote, deselve woninge aende meergemelte Lysken by forme van legaet mits dese maeckende. Maeckt daerenboven aende voorscreven Lysken syne dienstmaecht de huycke die hij is hebbende om daer van een rouwkleet te laten maecken.
Item maeckt ende legateert hy testateur aen syne broeders ende susters ofte bij representatie aen der selver kinderen staex gewyse tot eene kennisse de somme van thien guldens eens, den gulden gerekent als voor, ende hiermede syne broeders ende susters ende derselver kynderen uijtsluytende ende uytmaeckende uyt allen syne naertelaeten goederen, egene uytgescheijden.
Verders maeckt, gunt ende legateert hy testateur mits dese aen Goijaert natuerlycke soone van Andries syns testateurs soone, verweckt by Peterken Jan Peters tot syne alimentatie ende ter rechter aelmisse om Godts wil allen syns testateurs naertelaeten goederen, soo erffelycke als erffhaeffelijcke egeender hande soortte oft specie uytgescheyden, waer ende tot wat plaetse die gelegen syn ofte bevonden sullen werden daer hij testateur macht ende dispositie over is hebbende ende hij testateur metter doot ruymen ende naerlaten sal, met allen recht ende actie hem tot eenige goederen competerende, onder expresse conditien nochtans oft gebeurde dat die voorscreven Goyaert natuerlycke soone Andries Goyaerts sonder wittege geboortte naertelaten geraeckte te sterven, dat allen deselve goederen wederom sullen keeren, vervallen ende succederen op syns testateurs broeders ende susters staecxgewyse, altyt by representatie die doode handt te deijlen met die levende.
Den voorscreven Goyaert natuerlycke soone van Andries syns testateurs soone in vuegen ende onder conditien voor verhaelt in alle syne naertelaten goederen voor syne eenich ende universeel erffgenaem mits dese verclaerende ende nominerende plena institutionis jure, ende in cas die voorscreven Goyaert sonder wittige geboorte naertelaeten geraeckte te sterven, syns testateurs broeders ende susters staecxgewyse die doode hant te deijlen met die levende, sustinerende ende in sulcken gevalle voor syne erffgenaemen verclaerende etiam pleno institutionis jure.
Stellende mits dese tot executeur over dese syne testament, leste ende uijttersten wille ende mede tot toesiender over Goyaert natuerlijcke soone Andries Goyaerts meergenoempt Jan Andriessen Santegoets syns testateurs broeder, omme uijtten naeme ende in qualiteyt als voor syns testateurs sterffhuys te aenveerden, te slichten ende te richten tot proffyt van Goyaert natuerlycke soone Andries Goyaerts gelijck dat behoort, onder last van rekeninge, bewys ende reliqua, tot het volvoeren ende effectueren van dyen gevende ende latende mits dese aende selve syne executeur alsulcken macht als daertoe naerde gelegentheyt van dyen werdt vereyscht.
Allen d’welcke voorscreven staedt verclaerde die testateur te wesen syne leste ende uijttersten wille die hy begeerde dat in vuegen voorscreven sal naergecomen onderhouden ende achtervolcht werden, syn volcomen cracht, macht ende effect sorteren, tsy by forme van testament, codicille, gifte oft donatie die men noempt ter saecke vander doot ofte andersints anders soo ende gelyck deselve alderbest naerder goedertieren rechte soude mogen oft connen bestaen, alwaert oick soo dat alle solemniteyten naer rigeur van recht tot een solemnele testament vereyscht, hierinne niet volcomelyck en waeren onderhouden, oock niettegenstaende eenige costuymen, privilegien oft landtrechten ter contrarie, versoeckende hier van door my notarius gemaeckt ende gepasseert te werden instrument notariael inne behoorlycker ende gewoonlycker forme.
Aldus gesciedt, verclaerdt ende gepasseert binnen dese baronnye van Boxtel ter presentie ende overstaen van Dirck Gorissen Smidt ende Hercules van Moll, beyde inwoonderen der voorscreven baronnye tot getuijgen hier over geroepen ende gebeden, die dese tegenwoordige neffens den voorscreven testateur ende my notario hebben onderteeckent ten daege maendt ende jaere als boven.

1678%20handtek%20Goyaert
Boxtel Not.4716 f.189 1678-09-17

Gelukkig voor Goyaert is voor hem echter nog niet de tijd gekomen om het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen en hij herstelt weer geheel van zijn ziekte.
In 1679 komen we hem nog tegen als momboir over de kinderen van zijn zus Marycke 17, maar daarna vernemen we een tiental jaren helemaal niets over hem.

In 1690 wordt een akte geregistreerd, inhoudende een ‘ Accoorde tussen Govert Jan Andries Santtegoets ende d’erffgenaemen Hilleken Goyerts vanden Bichlaer ‘.18  
Daarbij wordt afgesproken,
dat Goyert, gelegitimeerde soone van Goyert Jan Driessen Santtegoets voornoemt synen grootvader, in vollen endevolcomen eygendom soude hebben ende profiteren allen de goederen gelegen tot Liempde die eenichsints syn gecomen oft verstorven van Hilleken Goyerts vanden Bichgelaer, gewesen huysvrouwe vanden voorschreven Goyert Jan Driessen ende grootmoeder vanden meergemelten Goijert Dries Santegoets, ingevalle hy Goyert Driessen quaeme te overlyden wettige geboorte naerlaetende, ende in cas van egeene wettige geboorte naer te laeten, de selve goederen wederom souden comen aen de gerechte erffgenaemen, mits dat Gerit Jans metten synen daer tegene souden trecken ende genieten de portie die den voorschreven Goyert Driessen in Coppens bunder was competerende.
Item de penningen vande vercochte boomen als doen ten hoochsel staende byden voorschreven Gerit Jans metten synen is aenvaert, gelyck men opentlyck verclaerden ende consteerden by attestatie van geloofweerdige getuijgen , daervan voorden notaris Hendrick van Loon ende seeckere getuijgen gepasseert ende want het voorschreven accoort tot nochtoe nooyt christelyck en is gesolemniseert gelyck wel behoort hadde ende daerover in tyden ende wylen questien ende processen souden hebben geresen, om welcke wech te nemen soo compareerde voor schepenen andergenoemt den voorschreven Goyert Andries Santtegoets ter eenre, ende den voorschreven Gerit Jans woonende tot Liempt, Jan Hendrick Schellekens voornoemt soo voor syn selven als vader ende voocht van syne vier onmondige kinders, woonende tot Boxel, Jan Andriessen woonende tot Liempd als in houwelick hebbende Hilleke dochtere Hendrick Goyerts vanden Bichgelaer ter andere syden, ende hebben die voorschreven comparanten met naemen ende qualiteyten als voor, het gene voorschreven is gelooft te sullen naercomen ende metter daet te achter volgen sonder eenich tegenseggen in recht oft daerbuijten, maer sal den voorschreven Goijert Dries Santtegoets hebben ende in vollen eygendom behouden allen de voorschreven goederen van Hilleke Goyerts vanden Bichlaer syne grootmoeder, ende soo de selve ten tyde synder afflyvicheyt noch in eygendom niet veralieneert en heeft, sullen die succederen ende versterven op syne wettige kinderen ende dessendente alreede verweckt ende in desen oft anderen houwelycken noch te verwecken.
Maer soo den voorschreven Goijert Driesen Santtegoets sonder kinderen achter te laeten quaeme te overlyden, soo sullen de voorschreven goederen voor soo veele noch in synen eygendom sullen wesen, keeren tot de tweede comparanten als naeste vrinden van Hilleken Goyerts vanden Bichlaer voornoemt, gereserveert altoos syne huijsvrouwe de tochte, de welcke comparanten in gevolge vanden voorschreven accoorde oock sullen behouden de voorschreven portie in Coppens bunder ende de penningen vande vercochte boomen al bereyts by haer lieden ontfangen, waermede dan alle questien, geschillen ende pretentien sullen comen te cesseren,
in sonderheyt die gene die welcke de tweede comparanten uyt crachte vanden testamente vande voorschreven Hilleken Goyerts vanden Bichlaer met ende neffens Goyert Janssen Santtegoets opden veertienden augusty 1600 ses en dartich gemaeockt soude konnen pretenderen, voor naercominge van alle tgene voorschreven staet, de voorschreven wederseytse comparanten, te weten ider voor soo veel hem is aengaende, hebben verbonden henne respective persoonen ende goederen, nu hebbende ende naemaels vercrygende ende de voorscreven vader daerenboven de persoonen ende goeden van syn onmondige kinderen nu hebbende ende naemaels vercrygende. Aldus gedaen ende gepasseert opden eersten aprill 1600 tnegentich.’

Een week of drie voor zijn dood, in 1693, verschijnt Goyaert voor de schepenen van Boxtel waarbij hij ‘ verclaerde by forme van gifte ende donatie inter vivos onwederroepelijck te schencken ende geven sulcx hij schenckt ende geeft bij desen aen Goijart naturelijcken soone van Andries Goijart Santegoets, seeckere obligatie van twee hondert guldens staende ten intreste à vier gulden thien stuijvers ten hondert bij Roelof soone Jan Roelof Santegoets op den 22e october 1687 verleden, hem comparant door doot van Jan Jan Andriessen Santegoets hem comparanten broeder saliger aenverstorven ende gedevolveert, mitsgaders alle de roerende goederen t’sij obligatien, interesten, schultboecken, actien ende crediten, egeene uijtgesondert hoe die genaempt soude mogen wesen, hem comparanten t’sij doort overleijden van sijnen voorschreven broeder saliger als andersints competerende, die hij comparant bij desen aenden voornoemden Goijart, natuerelijcken soone Andries Santegoets verclaerde te cederen ende over te geven met allen recht sonder eenigh recht daer aen te behouden.
Comparerende mede den voorschreven Govert naturelijcken soone Andries Santegoets ende verclaerde dese gifte danckelijck te accepteren ende aen te nemen.
Actum Boxtel den tweeentwintighsten november 1600 drie ende tnegentigh.
19

Een week later volgt op dezelfde wijze de overdracht van ‘ alle sijns comparants erfgoederen gestaen ende gelegen soo binnen deser baronie van Boxtel, heerlijckheyt Liemde, als onder de heerlijckheijt St. Michiels Gestel, mits conditie ende last dat Govert Andries Santegoets den voornoemden comparant eerlijck sal onderhouden ende naer sijne doot sal besorgen een eerlijcke begraeffenisse.
Comparerende noch voor ons schepenen voornoemt Govert Andries Santegoets ende heeft de gifte voorseijt onder de voorschreven conditie danckelijck geaccepteert ende aengenomen.
20
Genoemde ‘last‘ is in ieder geval wat de tijdsduur betreft niet zwaar geweest, want op 17 december 1695 is Goyaert overleden 21 : ‘ Obijt Godefridus Santegoits, viduus. Binnen.’
‘Viduus’ betekent: ‘weduwnaar’ en de aantekening ‘Binnen’ duidt de plaats aan waar de persoon is gestorven ofheeft gewoond, in dit geval dus het centrum van Boxtel zelf.


1 Not.4708 f.57  2 Boxtel R.51 f.148  3.Boxtel Gem.Arch. Verp. F2, Munsel en Onrooi f.47, Tongeren f.56  4 Not.4708 f.537 
5 Boxtel R.98 f.199  6 Boxtel R.99 f.51   7 Idem f.67v  8 Boxtel R.100 f.258  9 Liempde R.41 f.86 10 Liemde R.75 dd.1665-01-05  11 Liemde R.41 f.101  12 Not.4712 f.101  13 Boxtel R.101 dd.1669-10-17  14 Boxtel R.52 dd.1671-04-30  15 Boxtel R.104 f.150  16 Not. 4716 f189  17 Not.4716 f.336  18 Liemde R.79 f.33  19 Boxtel R.135 f.248v  20 Idem f.254  21 Boxtel DTB.5

naar Top

07.g4   ANDRIES  SANTEGOETS

07.g4   ANDRIES  SANTEGOETS,  zoon van Jan Andries 06.e2

Geboren : rond 1610 ,   overleden : in Boxtel op 23 dec. 1666.
Gehuwd : op 22 februari 1639 in Gemonde met Merike, dochter van Aert Wouters van Tuyl,
weduwe van Huybert Peter Anthonissen van Gemert. Zij overlijdt in 1673.
Kinderen :
08.o1   Aerdt, geboren rond 1640.

De eerste vermelding van Andries heeft betrekking op het huwelijk dat hij in 1639 sluit met Merike van Thuyl 1 :
Inden naeme ons Heren, Amen.
Bijden inhouden van dese kennelycke sy eeneniegelyck hoe dat op heden drij daeghen in februario des jaers naerde zalighe geboorte ons Heeren sestienhondert ende negenendedartich syn erschenen ende gecompareert in propre persoonen voor my notario openbaer ende den geloffweerdige getuijgen onder genoempt, Andries soone wylen Jan Andriessen Santegoets jonghman, onderhoorige der baronnije van Boxtel, geassisteert met Jan Andriessen Santegoets synen vader ende Goijaert synen broeder, ter eenre als toecomende bruydegom, ende ter andere sijde Meriken dochtere Aerts Wouterssen van Thuyl, naergelaeten wedue van wylen Huybert Peter Anthonissen, toecomende bruydt, inwoondersse der heerlycheyt van St. Michiels Gestel, met bijwesen van Aert Wouters haeren vader, ende hebben parthijen ter wedersijden inden naeme ende ter eeren Godts geconcipieeert seeckere houwelyck.

Ende omme inne toecomende tijde te verhoeden alle twist ende verschil die by tyde soo tusschen de vrienden oft erffgenaemen vanden iersten afflyvigen ende den langhstlevende van dese toecomende bruydegom ende bruydt oft andersints soude mogen oprysen ende uijtspruyten, hebben onderlinge geraempt ende geslooten gelyck sy raemen ende sluyten by dese, ombedwongen ende onverleydt d’een vanden andere soo sy verclaerden, seeckere contract antenuptiael ofte houwelyckse voorwaerde, inder vuegen, maniere ende onder conditien hier naevolgende.
Inden iersten heeft Andries toecomende bruydegom ende neffens hem Jan Andriessen synen vader gelooft ende gelooft by dese tot onderstandt vanden toecomende houwelyck in te brengen een peerdt oft sestien pondt vlaems daer voor, twee koijen oft vijfftich guldens daer voor ten keuse der bruydt ende bruydegom, twee mudden roggen met twee nieuwe sacken, een nieuwe bedde met syne toebehoorte ende een koetse daer toe, een nieuwe kiste ende vorders alle andere huijsraet ende meubelen van podt, ketel, tobbe, stande ende diergelycke, soo ende gelyck Goijaert, oudste broeder dese bruydegom tot onderstand vant houwelyck is mede gegeven geweest.
Ende ter andere sijde sal die voorschreven Meriken toecomende bruydt inbrengen van haerder sijde alle haeffelijcke goederen met haere vliegende sculde, soo ende inder vuegen gelyck sy daer mede tegenwoordelyck is huys houdende, neffens het gebruyck der goederen haer ter tochte competerende.
Is oock onderlinge besproocken bij parthyen ende gelooft by dese soo wel die toecomende bruydegom als bruydt, de kynderen des voorschreven Meriken, verweckt by Huybert Peeterssen soo wanneer die tot houwelycke staedt gecomen sullen wesen iegelyck in persoon tot onderstandt vanden selven mede te geven de somme van drijhondert guldens eens, oft andere meubelen soo haeffelycke als erffhaeffelycke daervoor monterende totter somme voorschreven.
Vorders alnoch by parthyen geconditioneert oft gebeurde dat die voorschreven Meriken ierst quaeme te overlyden sonder wittige geboorten by Andries verweckt achtertelaeten, indien gevalle vande voornoemde Meriken sal verbetert sijn, geeft ende maeckt hem mits dese tot eene recognitien seeckere dachmaedt hoijs haer met volle recht competerende ende aengecomen van wylen Handrick Jan Everts, gelegen binnen der dingbancke van Liemde, ter plaetse genoempt In Marcelis Beemdeken, soo groot ende cleyn gelyck tselve aldaer met syne gerechticheyt gelegen is ende den truydegorn soo hy verclaerde wel kennelyck, omme tselve hoijlandt ingevalle als voor naer hare afflyvicheyt met vollen recht te hebben ende te besitten, te veralieneren ende vertransporteren soo hen sulcx goedt duncken ende gelieven sal.
Mits welcke oock alsdan Andries sal uijtstaen uyt alle erffelycke ende erffhaeffelycke goederen egene uijtgescheyden, sonder eenige actie oft pretensie daer op te rekenen die sy Meriken tegenwoordelyck is besittende, ende inde goederen die haer Meriken door doodt van haeren vadere noch sullen advolueren, by gebreke van kijnderen als voorschreven staedt, soo geduerende haeren houwelyck als naer Merikens afflyvicheyt syns Andries leven lanck sal hebben ende behouden te tochte ffte waesdom volgens den landtrechte der staet van Shertogenbossche ende belangende den haeffelycke goederen soo van deene als dandere zijde sullen syn ende blyven tegens de haeffelycke schulden ten behoeve vanden langstlevende, gelyck allet sulcx den landtrechte wysen ende leeren sal.

Alle welcke gelooften, conditien ende obligatien inder vuegen voorschreven, parthijen met henne geassisteerden reciproquelycke deene tot behoeff vanden anderen oft henne geinteresseerde hebben gelooft ende wel uytdruckelyck by dese inne handen myns notarius gelevende ende wittelyck stipulerende metten merck te veldoen, te achtervolgen ende volcomelyck te onderhouden sonder enich wederseggen oft tegendoen directelyck oft indirectelyck inne recht ofte daer buyten onder expresse renuntiatie op alle exceptie relieffve ende behulpe die dese parthyen te contrarie soude mogen te laten comen ende bysonderlyck den rechten seggende gtueraele renuntiatie te syn van egeender weerde ten sy dat speciaele vergaen.
Voor alle welcke voorschreven parthyen deene tot behoeff des anders hebben verbonden ende verobligeert henne respective persoonen ende goederen, hebbende ende vercrijgende egene uijtgesondert. Aldus gedaen ende gepasseert binnen der parochie van Gemonden ten huyse van Aerdt Wouters van Thuyl te presentie ende overstaen van Adriaen Peeterssen, Peeter Adriaen Paulssen, Willem Janssen Spierincx met meer anderen als getuygen hier over sonderlinge geroepen, des toirconde by deselve neffens den voornoemde getuygen behoirlyck onderteeckent.’

Boxtel Not.4708 f.57 1639-02-03

Na deze huwelijksvoorwaarden volgt op 11 februari de ondertrouw en op 22 februari het kerkelijk huwelijk in Gemonde 2:
Celebratum est matrimonium, Andrei Joannis Santegoets et Marie Arnoldi Gualteri.’

Over de eerste tien huwelijksjaren van Andries en Merike is niets bekend. Pas in 1649, als de Vrede van Munster (welke een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog) al een jaar oud is, wordt Andries genoemd in het testament van zijn vader en moeder. Samen met broer Goyaert wordt hem daarbij toegezegd ‘een stuck ackerlants gelegen tot Munsel, genoempt de Lege Drye Lopensaeten‘ op voorwaarde dat het na de dood van de beide testateuren aan halfbroer Henrick zal worden overgedragen. 3

Na de Vrede van Munster moet elk dorp een Verpondingsregister opstellen om de verpondingen te kunnen innen (een soort onroerend goed belasting) en in Boxtel  komt daar Andries als een vermogend man in voor met bezit in Munsel en Onroy en Gemonde :
In Munsel en Onroy vinden we  4 :
‘ Dries Jan Dries Santegoets, prop. van Hooch Munse1 3 L  6 r ……… 2   – 2 –   12
desselffs ander Hoogh Munsel, 2 L  6 r …………………………………………… 1   – 8 –   10
desselffs hout ende moer aende Langenbergh …………………………………. 0   – 4 –    4
                                                                                                          3   – 15 –   10

In Gemonde 5 :
‘ Andries Jan Santegoets, prop. van een teulhuys met den hoff
desselffs Bocht by ’t huys, 2 L  4 r ………………………………………………… 1   – 8 –     0
desselffs Bolckacker, 1 L  11 r …………………………………………………… 0  – 16 –     8
desselffs Aertboom, 27 r …………………………………………………………….. 0   – 7 –     6
desselffs lant Achter Hove, 47½ r ……………………………………………….. 0   – 11 –     8
desselffs Hopvelt, 37½ r …………………………………………………………….. 0   – 10 –     4
desselffs Schombergh, 35 r ………………………………………………………….. 0   – . 9 –     8
desselffs Teyenhoff, 31 r ……………………………………………………………… 0   – 8 –     8
desselffs Voor Heult, 42 r ………………………………………………………….. 0   – 11 –    6
desselffs Water acker, 2 L  6½ r …………………………………………………. 1   – 8 –   12
desselffs Cleynen Spersacker van Aert Wouters, 45½ r …………………… 0   – 12 –    6
desselffs Laeckacker, 25 r …………………………………………………………….. 0   – 6 –   12
desselffs Bendel, 41 r ………………………………………………………………….. 0  – 11 –     6

desselffs groote Parsacker, 3 L  18 r ……………………………………………… 2   – 5 –     8
desselffs Langh Stuck achter Schellekens huys, 2 L  13 r ……………….. 1   – 10 –     8
desselffs Bogert, 2 L  29½ r ……………………………………………………… 1   – 15 –     0
desselffs Flessen acker, 1 L  48 r ………………………………………………… 1   – 6 –     8
desselffs Ruys acker, 1 L  28 r …………………………………………………… 1   – 1 –     2
desselffs Dommelhoy inde Heuvelsbeempt ………………………………………. 1   – 0 –     4
desselffs Dries by ’t huys ……………………………………………………………. 0  – 16 –     0
desselffs camp aen Diepenbroeck ………………………………………………… 0   – 10 –     0
desselffs weycamp genoempt de Weerse Camp ……………………………….. 1   – 12 –     0
desselffs heycamp aende Heystraet ……………………………………………….. 0   – 3 –     6
                                                                                              19   – 12 –     8

Andries Jan Santegoets prop. vanden bogaert van Aert Wouters,
1 L  43½ r ………………………………………………………………….. 1 – 5 – 8

desselffs Boogert als voor gecomen, 19½ r …………………………………….. 0   – 7 –   19
desselffs hoy int Cuylveldeken ende aderum, 1 L  25 r …………………. 0   – 15 –     2
desselffs hoy inde Blockenbeempt, 1 L  43 r ……………………………….. 0   – 10 –   12
desselffs Dommelhoy inde Gemondse beemden, 1 L  36 r ……………… 0   – 18 –   10
desselffs weycamp aende Floris …………………………………………………. 0   – 17 –   12
desselffs hoy inde Driesbeempt, 1 L  4 r ……………………………………. 1   – 11 –   10
                                                                                               6   – 7 –     4

De vader van Andries overlijdt in 1650, zijn moeder in 1654. In dat jaar volgt ook de erdeling, voorafgegaan door het huwelijk van broer Henrick, bij wiens huwelijkse voorwaarden Andries ook wordt genoemd. Hij belooft daarbij samen met Goyaert aan Henrick de goederen over te dragen waar deze volgens het testament van pa zaliger recht op heeft.6  De betreffende akte is ook door Andries ondertekend :

1654%20handtek%20Andries
Boxtel Not.4708 f.537 1654

Bij de erfdeling valt aan Andries ten deel in Onroy 7 :
– een stuck ackerlants gemeynelycken genoemt Het Achterste inde Bocht, groot drie loopenssaet negen rooyen, …..
– een stuck ackerlants gemeynelycken genoempt den Reyacker, …..
– de hellicht van een stuck weylants genoempt de Weehaege, …..
– het seste gedeelte inden Loobeempt, …..
onder laste van vuyt de Bocht te vergelden twee sester rogge op het Begeyn hof ten Bosch in eenen meerderen pacht.
Item twee sester garste binnen Shertogenbosch aen seeckeren outaer in St Janskercke.
Item twee chyns hoenderen aende heere van Boxtel.

Item vuyt den voorschreven Heyacker te vergelden ontrent vier stuyvers drie oort chyns aende heere voorschreven.
Item vuyt de Wehaege eenen gulden thien stuyvers aen het cappittel alhier ende vyf stuyvers twee penningen aende kercke alhier.’

Hierna vernemen we een tijdlang niets over Andries, tot in 1661 zijn zoon Aerdt overlijdt en Andries diens goederen erft 8 :
Wij Willem Adams ende Jan Jans Spierincx, schepenen etc. tuygen ende doen condt bij dese voorde gerechte waerheyt, als dat wij ophuijden date deses hebben getauxeert ende geestimeert de naerbeschreven parceelen van landerijen, ter instantie van Andries Jans Santegoets als erfgenaem van sijn overleden soon Aerdt Andries Santegoets, gestorven opden 8e julij lestleden binnen der voorschreven heerlyckheyt Gestel, soo ende gelyck als volcht.
Eerstelyck een stuck sleght ackerlant, groot ontrent 7 lopensaet ofte soo groot ende cleijn als het selve binnen der heerlyckheyt Gestel opde Midackers gelegen is, genoemt het Mauwersaet,·…..  sijnde tselve belast met verscheijden
roeijen dijox ende daerenboven geestimeert op ………………………………………  500 gld.

Item een stuck ackerlants groot ontrent drie lopen oft soo groot ende cleijn als het selve binnen der heerliyckheyt Gestel opde Midackers gelegen is, …..  ende is het selven geestimeert boven de belastinge vande selven dijck
op ……………………………………………………………………………………………..  225 gld.
Item een stuck ackerlandts genoemt de Geeren, groot ontrent vierdalf lopen oft soo groot ende cleijn als het selve binnen der heerlyckheyt Gestel opde Midackeren gelegen is, … ende is het selve geestimeert
op ……………………………………………………………………………………………  500 gld.
Item een stuck ackerlants groot ontrent vijff lopensaet, genoemt den Gulden acker, ofte soo groot ende cleijn als het selve binnen der heerlyckheyt Gestel inde Pijnappelse Hoeve gelegen is, ….  ende is het selve geestimeert

op …………………………………………………………………………………………. 400 gld.
Item een stuck ackerlants groot ontrent 40 roeijen ofte soo groot ende cleijn als het selve binnen der heerlyckheyt opde Midackers gelegen is, …..  hier vuijt staen jaerlycx te vergelden derdalf gewin chyns hoen ende noch drie oort gewin chijns aende heer van Herlaer ende boven dien noch geestimeert op …  80 gld.

Item noch een parceel hoijlant, groot ontrent een halven mergen oft soo groot ende cleijn als den selven binnen der heerlyckheyt inde Rumelse Beemden gelegen is, genoemt den Ronden Waert ende aldaer jaerlijck rydende soo als ’t van oudts gewoonlijck is, ende is den selven geestimeert op ………………….  100 gld.
Welcke voorschreven parceelen van landerijen ten erffrechte waeren competerende aende voorschreven Aerdt Andries Santegoets, gereserveert de tochte aen Andries Jans Santegoets die noch inden leven is ende het erfrecht vande voornoemde Aerdt Andries nu heeft vercregen.
Aldus gedaen, getauxeert ende geestimeert binnen der heerlyckheyt van St. Michiels Gestel bij de voornoemde schepenen des toirconde etc. , actum desen 15e augusti 1661
.

In 1666 is broer Jan ziek en maakt een testament waarbij Andries ook tot de erfgenamen behoort.9 Het ware overigens beter geweest als Andries dat testament gemaakt had, want enkele weken hierna overlijdt hij terwijl Jan zijn ziekte te boven komt. Zijn heengaan heeft tot gevolg dat in Boxtel en St.Michielsgestel een taxatie van de nagelaten goederen is opgemaakt, zoals de wet dat destijds voorschreef 10 :
Tauxatie, estimatie ende verclaringe vande vaste ende onroerende goederen als alhier binnen deser baronie syn gelegen ende by Andries Jan Santtegoets syn achtergelaten ende metter doodt geruympt opden 22e december 1666.
Inden iersten een stuck ackerlants genoemt den Heyacker gelegen binnen deser baronie van Boxtel inden hertganck van Onroode, groot een loopensaet 35½ roye, daer uyt jaerlyckx is gaende vyff st. chyns aende heer van Boxtel, geestimeert op seven en vyftich gulden,
dico ……………………………………………………………………………………………………  57 gld.
Item een derde paert van een stuck lants gelegen in een Bocht ter plaetse voorschreven, groot deselve derde paert een lopensaet 16½ royen, waer uyt jaerlyck is gaende vier loopen roggen onde vier loopen gaerste in eenen meerderen pacht aen slants ontfanger. Item noch twee chyns hoenderen jaerlycx aende heer van Boxtel, hebbende tselve vermits de erffpachten daerenboven niet connen estimeren.           memorie

Item de hellicht van een stuck hey ende weylant groot ontrent twee ende een halff lopensaet, gelegen ter plaetse voorschreven, uyt welcke hellicht jaerlyck is gaende eenen gulden thien et. aen cappittel van Boxtel, geestimeert vyff entwintich gulden, dico ………………………………………………………………………  25 gld.
Item een derde deel van eenen hoycampken, gelegen ter plaetse voorschreven, geestimeert op seventhien gulden,
dico ……………………………………………………………………………………………….  17 gld.
Item het twaelffste gedeelte in eenen hoybemt, genoemt den Loobempt, gelegen ter plaetse voorschreven, groot den geheelen bempt ontrent drie dachmaelen, geestimeert op twintich gulden,

dico ……………………………………………………………………………………………..  20 gld.
Aldus gedaen ende geestimeert den 21e jan. 1667 .’

Een week later hebben de schepenen in St.Michielsgestel zijn nalatenschap getaxeert 11 :
op huyden ter reanisitie van collaterale erffgenaemen van Andries Janssen Santegoets getauxeert de naervolgende partyen van landen, bij den voornoemde Santegoets ten behoeve van syne erffgenaemen voor de helffte naergelaten, namentlyck :
– Een partije weijlant, groot omtrent vier scharen, gelegen binnen dese heerlyckheyt, ….. getauxeert dese verstorven helffte op eenhondert ende twintich gulden.

– Noch de helffte in een partijken ackerlands, groot int geheel omtrent twee lopen 28 roeijen gestelse maet, belast met drie chijns hoenderen ende twaelff penningen gewin chijns sjaers, boven de belastinge getauxeert dit verstorven part op vijff ende veertich guldens.
– Noch een partye hoylandt, groot drie dachmaten min een vierdedeel gemeer, leggende in een grooter partije, getauxeert voor dese helffte op een hondert gulden.
– Noch een partije ackerlandt groot omtrent achthalff lopen vijftalff roeijen, gelegen opde Midackers onder dese heerlyckneyt, …..  belast met tien roeijen dijck, boven de belastinge getauxeert dese verstorven helffte op de somme van eenhondert vijffentseventich gulden.
– Noch een partije ackerlandt groot omtrent ses lopen 27 roeijen, gelegen opde Midackers alhier, …..  belast met ses roeijen dijck, boven dese belastinge getauxeert de verstorven helffte op eenhondert vijftien gulden.

– Noch de helffte in een partije ackerlant groot int geheel elff lopen 25 roeijen, gelegen inde Pijnappelse Hoeve onder dese heerlyckheyt, …..  getauxeert dit verstorven deel opde somme van eenhondert ende vijftien gulden.
– Noch de helffte van omtrent twee lopen, wesende een houtveldeken, gelegen op den Horrick, …..  getauxeert ’t verstorven vierdepart op vijftien gulden.
Aldus gedaen ende getauxeert binnen de heerlyckheyt van St.Michiels Gestel opden 29e januarij 1667 .’
Alles bij elkaar is zijn bezit dus 689 gulden waard.

In 1670 wordt een lijst opgesteld van de goederen die Andries tijdens zijn huwelijk heeft gekocht 12 :
‘ Inventaris van de erffelycke ende erffhaeffelycke goederen die Andries Janssen Santegoets in synen houwelyck met Meriken dochtere Aert Wouters van Thuijl te voorens wittege naergelaeten wedue van Huybert Peters van Gemert heeft gecoft ende vercregen ende oock tot onderstant bij Andries syn ingebrocht.

Erffgoederen :
Ierstelyck heeft Andries Janssen Santegoets staende den voorschreven houwelijck gecoft van een coopman binnen Shertogenbosch, eenen camp lants genoempt den Cleynen Offencamp, vyff merghen lants ofte daeremtrent groot synde, gelegen binnen dese heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel, …..  naerder blijckende byden vestbrieff daer van synde gepasseeert voor heeren schepenen der stadt Shertogenbosch opden iersten dach der maendt meert 164. in libro vander Meulen.
Item alnoch inden jaere 1644 gecoft ….. eene gerechte hellichte in drye dachmaelen min een achtendeel hoylants, gelegen inde Ruymelsche bemden, genoempt den Ronde Weert ende Geerken, naerder blyckende bijden vestbrieff daer van synde gepasseert voor heeren schepenen der heerlyckneyt van Sinte Michiels Gestel opten 24 augusti 1644.
Item anno 1658 den wederhellicht inde voorscreven drij dachmaelen min een achste gedeelt heijlants gelegen inde Ruymelsche beemden, genoempt den Ronden Weerdt ende Geerken, ende gevest op Aert soone Andries Janssen Santegeets ende Merikens voornoemt, gereserveert den voorscreven Andries ende Meriken henne leven lanck de tochte, naerder ende claerder blyckende byden vestbrieff daer van gepasseert voor scepenen van Sinte Michiels Gestel opten dertichsten dach der maendt april 1658.
Item inden jaere 1647 ….. een stuck ackerlants anderhalff lopensaet oft daeromtrent groot synde, gelegen binnen de prochie ende jurisdictie van Sinte Michiels Gestel opde Middackers aldaer, …..  ende gevest op Aert sone Andries Janssen ende Merikens voornoemd, gereserveert nochtans voor Andries ende Meriken de tochte henne leven lanck, onder last van een ende een vierde chynshoen op Sinte Michielsdach, ende een halff blanck op Sinte Martens dach beyde aende heere van Heirlaer ende Gestel, naerder blyckende byde vestbrieff daer van synde gepasseert voor heeren scepenen van Shertogenbosch opten 23e maij 1647.
Item inden jaere 1655 …..  de hellicht van elff lopensaet ende vyffentwintich royen toollants inde Hoeffve aende Breeden eyck, wesende den sevenste ende achsten acker, genoempt den Gulden acker, gelegen binnen dese heerlycheyt van Sint Michiels Gestel, ….. ende is dese hellichte gevest den voorscreven Andries Janssen Santegoets ende Meriken syne huijsvrouwe henne leven lanck ter tochte ende Aerdt hender beyder eenich soone ten erffrecht, waervan de wederhelft der voorscreven elff lopen 25 royen noch ombedeijlt is toebehoorende den medecoopere, allet onder last van vier stuyvers twee oort chyns aende Domeynen, ende naer rate des lants het hecken ende wech daertoe te onderhouden staende, allet naer-der blyckende byden vestbrieff daervan synde gepasseert voor heeren scepenen van Shertogenbosch opten iersten februari 1655 in libro Ruysch.
Item inden jaere 1658 gecoft ….. een stuck toolants een maldersaet lants ofte daeromtrent groot synde, gelegen binnen deser heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel op de Middackeren, …..  ende gevest den voorscreven Andries Santegoets ende Meriken syne huijsvrouwe ter tochte ende Aerden henne beyder eenich soone ten erffrecht, naerder blyckende by den vestbrieff daervan synde gepasseert voor heeren scepenen der stadt Shertogenbosch opten iersten dach der maendt april 1658, in libro Kessel loco Ruysch.
Ten daege ende jaere voorscreven gecoft een stuck toollants drye lopensaet lants ofte daerontrent groot synde, geleghen binnen dese heerlyckheyt Gestel op de Middackeren, gevest den voorscreven Andries Santegoets ende Meriken syne huysvrouwe ter tochte ende Aerden hender beyder eenich soone ten erffrecht, naerder blyckende byden vestbrieff daervan gepasseert voor heeren scepenen der stadt Shertogenbosch opten iersten april 1658 in libro Kessel loco Ruys.
Item inden jaere 1652 gecoft ….. eenen halven merghen lants in eenen camp van twee mergen ombedeelt, genoempt Beelen Kempken, gelegen binnen de graeffschappe van Bockhoven, gevest als voor Aerden henne soone ten erffrecht ende d’ouders ter tochte, naerder blyckende byde vestbrieff daer van synde gepasseert voor scepenen der graeffelyckheyt van Bockhoven opten lesten juhi 1652.
Item inden jaere 1660 gecoft ·… een stuck ackerlants, genoempt den Geer, vier loopensaet lants ofte daeromtrent begrypende, gelegen binnen dese heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel op de Midackeren, …..  gevest als voor, Andriessen Santegoets ende Meriken syne huysvrouwe ter tochte ende Aerden hender beyder eenich soone ten erffrecht allet naerder blyckende byde vestbrieff daer van synde gepasseert voor heeren scepenen der stadt Shertogenbosch opten vierden december 1660 in libro Kessel.
Item inden jaere 1665 gecoft …..  de hellicht van anderhalff lopensaet lants in een houdtveldt genoempt het Berckvelt, gelegen binnen dese heerlyckheyt van St.Michiels Gestel op ten Horck, …..  synde dese anderhalff lopensaet houtveldts voor deen helfft opghedraegen aen Andries Santegoets ende voor dander helft aen Jan Ruth Spierincx, als blyckt bij den vestbrieff daer van synde gepasseert voor heeren scepenen der stadt Shertogenboach opten 22e februani 1655.
Item verclaerde Meriken, wedue Andries Santegoets, hoe dat Andries Janssen haere man zaliger geduerende henne houwelyck neffens Jan Ruth Spierincx by haere kennisse alnoch hebben gecoft dander weerdeel vande selve houtbusselen genoempt het Berckvelt ….. sulcx dat nu tegenwoordich het voorscreven houtbusselen voor deen hellicht is toebehoorende Jan Ruth Spierincx ende haer voor dander hellicht, edoch verclaerdt daervan egene brieffven te connen vinden.
Item Andries Santegoets staende dese houwelyck gecoft eenen jaerlycken ende erffelycken loschrente van thien guldens jaerlycx, verschynende opden 17e januarii, te losch met tweehondert gulden uyt onderpanden soo onder Dunghen als Scyndel gelegen, blyckende byden constitutiebrieff daer van synde gepasseert voor heeren scepenen van Shertogenbosch opten sesten november 1669 in libro Ruysch.
Item alnoch eene jaerlycksche ende erffelycke loschrente van negen guldens jaerlycx, verschynende den thienden december, te losch met eenhondert vyfftich gulden ….. uyt onderpanden tot Erp geleghen, naerder blyckende byden constitutie brieff daer van synde gepasseert voor heeren scepenen van Shertogenboach opten thienden december 1664 in libro Ruysch.

Erffhaeffelycke meubelen by Andries Janssen ten houwelyck ingebrocht volgens syne eygen aenteeckeninghe, met sijne eijgen handt gescreven, d’welcke gecomen syn uijt syne ouders sterffhuys.
Ierstelyck syns vaders swarte mantel.
Item een bedde met hooftpeulue ende een kussen met veeren gevult.
Item een nieuw reckleedt ende een oude reckleedt.
Nota. Het nieuw reckleet heeft Andries vaerende op den Peel selffs verloren oft is hem gestolen geweest.
Item eenen block met vyff deuren slodtvast.
Item eenen cleynen koyketel.
Item een copere panneken, met een copere luchter.
Item eenen rooster.
Item twee tenne schootelen.
Item een safierken met een hantvadt ende tenne telioor.
Item een geschelde kanne met een snelleken.

Noch een hantsaege.
Item een grooten effer.
Item een rieck ende gaeffel.

Item een schup.
Item een reepe.
Item een koetse. Nota : de koetse staet noch tot Boxtel.
Item eenen heelen waegen voor beslaeghen.
Item een pellen taeffellaecken met twee servetten.
Item sesch slaeplaeckens.
Nota : de vier slaeplaeckens by Meriken gelanght aen Adam Meussen.
Item een hoyseysie.
Item een perdtscribbe.
Item een dobbel braeck.
Nota : de braeck is tot Boxtel gebleven.
Item twee koybacken.
Item eenen punder, uytbrengende hondert ende inde veertich pondt.

Vande erffhaeffelycke meubelen by Andries Janssen Santegoets ten houwelyck mede gelooft naer luydt der houwelycke voorwaerde syn dese volgende alleenlyck ingebrocht.
Ierstelyck twee nieuwe sacken.
Item een bedde met hooftpeulue, ende groen deecken, ende een paer slaeplaeckens.
Item een nieuwe kiste.
Item een nieuwe copere podt, groot omtrent 5 potten.
Item een coopere papketel, groot omtrent 7 potten.
Vorders by haere kennisse niet meer.

Item staet te noteren dat Meriken Aertssen van Thuijl wedue van Andries Santegoets ten tyde
toen sy met Andries Janssen Santegoets in houwelyck is getreden, te voorens was een wittige wedue van Huybert Peter Thonis van Gemert, hebbende onberoemelyck gesproocken het huys vol van alderhande meubelen als van coper, ten, bed, bult, kist, kast, koetse, liewaet, bougereetschap ende vorts van alles wat tot eene groote huyshoudinghe van node was, daer van dijertyt egene inventaris is gemaeckt, edoch soo Meriken was tochtersse, ende dijenvolgens oock moeten uijtgevonden ende gelevert worden aende kinderen van Huybert Peters, ierste man des voorscreven Meriken Aertssen van Thuijl. Oversulcx verclaerde de voorscreven Meriken dat gemelte Andries Janssen Santegoets allen deselve meubelen volgens tochtrecht wel heeft gebruijckt ende oock gerepareert, maer eghene nieuwe partijen van dijen gemaeckt, daer te voorens egene oude aff waeren geweest als die hier onder volghen, der vuegen dat Meriken Aertssen van Thuyl verclaerdt met een vry gemoet dat by haere beste kennisse ten sterffdaeghe van Dries Janssen Santegoets niet meer stucken van meubelen ende insonderheyt van liewaet ende andere sletelycke partijen syn geweest als den voorscreven Andries int begin van synen houwelyck by Meriken Aertssen heeft gevonden.

Erffhaeffelycke meubelen die den voorscreven Andries Santegoets ende Meriken syne huijsvrouwe staende henne houwelyck hebben gemaeckt ende geconquesteert.
Ierstelyck thien tenne schotelen inde craem gebrocht
Item eenen grooten tenne croes van buyten gegraveert.
Item een tenne boterschotelke ende twee sautvaten.
Item een halff dosyn tenne telioren.
Item een copere vierpanne.
Item drije nieuwe tenne commekens ende vier tenne lepels.
Item een gescheeldt wynpotteken ende een gescheelde kanne.

Item een coperen blaeckerken ende copere schuijmspaen.
Item een hooghkarre waervan de raders gecoft ende de beurie ende asch van Merikens hout gemaeckt
Item twee stoelen gecomen uyt den streffhuys van Andriessen vader.
Item een oude snyback mede gecomen uyt den voorscreven sterffhuys
Item een langhe houweel mede gecomen uyt den voorscreven sterffhuys

Cleederen soo linnen als wollen bij Andries Janssen stervende naergelaeten.
Ierstelyck een swart wambas ende swarte broecke
Item een coleure innosant met een coleure broeck.
Item een swarten hoet
Item aen Adam Meussen gegeven een gecoorde broeck ende wambas met alnoch een stoffe wambas met cortte tessen.
De slechte cleederen met hoosen ende schoenen vanden afflyvighen om Godtwil gegeven ende sommige aende geene die hem had gereckt.
Item twintich hemden vanden afflyvighen.

Ende verclaerde die voorscreven Meriken Aert Wouters van Thuyl naergelaten wedue van Andries Janssen Santegoets dat by haere kennisse egeen meer erffelycke goederen by hunnen houwelyck syn gecoft, egene meer erffhaeffelycke meubelen t’haeren huijse van wegens Andries Santegoets syn gecomen oft gebrocht, oock egene meubelen meer t’saemen gecoft ofte vercreghen als hier voorens in dese bovenstaende inventaris syn gesteldt ende opgeteeckent, presenterende allen tselve des nodich ende versocht sijnde altyt met haere solemnele te verificeren, ende heeft tot dijen eynde in getuychnisse der waerheyt dese onderteeckent onder presentatie nochtans off noch naerderhant yets worden bevonden des sy nu niet en weeth, dat sy tselve alsnoch sal terechtbrenghen gelyck dat behoort.
Aldus geinventariseert uijt de originele brieven vande erffelycke goederen hier boven gerueerdt, mede uyt den scryffboeck vanden voorscreven Andries Janssen Santegoets met syn eygen handt gescreven ende vorts uyt den monde ende verclaeringhe vande voorscreven Meriken Aert Wouters vanThuijl ter presentie van Willem Janssen van Geffen ende Corstiaen Hendrix vanden Brant, inwoonderen deser voorscreven heerlyckheyt van St. Michiels Gestel tot getuijgen hier over geroepen die dese tegenwoordighe neffens gemelte Meriken Aertssen van Thuijl wedue Andries Janssen Santegoets hebben onderteeckent, negenendetwintich daegen in april 1670.
Nota dat eenige partyen van desen inventaris inden jaere 1672 syn vermist, door de Franssen genomen oft verlooren, daervan eene naerdere acte van verclaeringhe is gepasseert opten 22e feb. 1675. Staet hier achter in desen boek. Memorie.

Uit bovenstaande blijkt maar weer eens hoe nauwgezet bezittingen in de gaten worden gehouden als meerdere personen daar uiteindelijk van kunnen erven. Het naschrift herrinnert aan het “Rampjaar” 1672 waarbij de Franssen het in zuid Nederland voor het zeggen hadden. In dat jaar koopt Merike ‘ een rente van tien gulden jaerlycx, wesende de helffte van eene rente van twintich gulden jaerlycx, verschynent op St. Martens dach, gaende uijtte watermolens tot Nieuwt Herlaer’ 13  alsmede
een partije hoijlandt, groot omtrent eene merghen, ofte soo groot ende kleijn als tselve drie hoeckigh inde Ruijmelse Beemden onder dese heerlyckheyt gelegen is ‘. Uit dit weiland moet elk jaer twee penningen chijns aan de heer van Herlaer worden betaald. Bij de rente is in de marge vermeld dat het hele bedrag is afgelost aan de erfgenamen van Merike, gedateerd in 1695.

Merike blijkt goed bij kas te zijn, want in 1675 wordt er een obligatie uitgereikt 14 :
ten behoeve van Meriken Aert Wouters van Thuijl laetst wedue van Andries Jans Santegoets, ofte den wettelycke thoonder deses, den somme van tien hondert guldens, ijder gulden tot twintich stuijvers gereeckent, spruijtende uijt saecke van deuchdelyck geleende penninghen bij Meriken in specie van ducatons ende rijcxdaelders aengetelt ende bij de regeerders deser heerlyckheyt ten dienste vande dorpe in ’t gemeen gebruijckt, beloven oversulcx voort gebruijck vande voorschreven somme alle jaeren interesse te betaelen tegens den penning twintich ofte vijff van ’t hondert in ’t jaer.‘ In de marge is vermeld dat de weduwe van Jan Jan Zantegoets in 1694 verklaart dat het geld is terugbetaald. Een zelfde akte, ook betrekking hebbende op 1000 gulden met eenzelfde bijschrift in de marge is enkele pagina’s verder in het boek vastgelegd.15

De erfgenamen van wijlen Andries, te weten zijn broers en zussen c.q. hun kinderen, verschijnen in juni 1675 bij de schepenen in St. Michiels Gestel 16 :
ende hebben alsoo samen bekent gelijck sij kennen ende lijden mits desen, wel danckelijck ende tot henne volcomen contentement ontfanghen te hebben uijt handen van Meriken dochter Aert Wouterssen van Thuijl, naergelaten wedue van Andries Janesen Santegoets meergenoemt, alle de partijen van erffhaeffelycke meubelen egeenderhande soorte oft specie uijtgescheijden, soo die den voorschreven Andries Jansen ten houwelyck heeft ingebrocht, als die Andries ende Meriken staende hennen houwelijck te samen hebben vercregen, gecoft ende gemaeckt, ende voorts generalyck wat Andries ofte nu sijne erffgenamen aende erffhaeffelycke meubelen, linnen ende wollen was competeerende, bekennende mede boven dien oock uijt handen van Meriken Aert Wouterssen ontfanghen te hebben de somme van vijftich guldens, die Meriken voor de vermiste partijen die vande erffhaeffelycke meubelen gemelte erffgenamen eenichsints competerende vermist, verlooren, oft door ’t Fransche krijghsvolck genomen waeren ende uijtwijsens den inventaris daer van gemaeckt niet vindbaer, sulcx dat die bovengenoemde erffgenamen hun ten vollen ende te danck bekennen ende houden gecontenteert ende voldaen vande erffhaeffelycke meubelen bij Andries Jansen henne respectiven broeder ende oome naergelaeten.
Scheldende hiermede Meriken haere kinderen ende erffgenamen nu ende ten eeuwighen daghe gehelijck quijt ende beloven bij desen onder verbant als naer recht ’t voorschreven overleveren van erffhaeffelycke goederen mette penninghen tot verbeteringhe van dien geloost altijt te sullen kennen ende houden voor vast, bundich ende van waerden, sonder eenighe pretensie naermaels directelyck oft indirectelyck opde erffhaeffelycke goederen bij Andries Janssen naergelaten ende sijne erffgenamen uijt dien hooffde competeerende te versoecken, te eijsschen ofte te pretendeeren ende teghens een ijder die contrarie soude willen doen te guarandeeren. Alles sonder arch ofte list.
’t Oirconde hebben wij schepenen voornoemt onser gemenen schependoms zeghel nevens de signature van onsen secretaris hier onder op doen drucken opden 10e junij vanden jaere 1600 drie ende tseventich.

Kort hierna blijken twee dingen : Meriken is overleden en de erfgenamen laten de juistheid verifiëren van een ‘ schultbrieff ‘ ten bedrage van 300 gulden die te zelfder tijd als de bovengenoemde obligatie van 1000 gulden is opgesteld, eveneens ten laste van de hele gemeenschap St.Michielsgestel.17  Ook hierbij heeft aflossing plaats gevonden voor of in 1694.

Hoewel men uit de vermelde inventaris en bovenstaande verklaring van de erfgenamen van Andries Santegoets de indruk krijgt dat voor het overlijden van Merike alles met betrekking tot de nalatenschap afdoende is geregeld, blijkt er toch nog een deling te volgen tussen de broers en zusters van Andries en de twee kinderen, Henrick en Marij, welke Merike uit haar huwelijk met Huybert Peters heeft. Marij blijkt met Jan Jan Santegoets te zijn getrouwd !
De “Santegoets” kant erft daarbij 18 :
‘ eerst het tweede vierdepart vanden acker geleghen inde Hoeff, gecomen van joffr. vande Graeff, groot omtrent een hondert veertien roeden ende een halve, oft soo groot ende kleijn als ’t selve omtrent de Midackers onder dese heerlyckheyt geleghen is, …..
Noch de achterste helft van een partije ackerlant genaemt het Mauwerse, groot dese helfte omtrent een hondert ende seven ende dertich roeden, ofte soo groot ende kleijn als t selve inde Midackers onder dese heerlyckheyt geleghen is, …..  ende sal dit partije de wederhelfte hier tegens affgedeelt ende achtergelegen moeten weghen ende steghen, ter naester velt ende minster schade.
Noch de voorste helfte van een partije ackerlandt, genaemt den Leghen Geer, groot dese helfte omtrent ses ende veertich roeden, ofte soo groot ende kleijn als de selve opde Midackers geleghen is, …..
Item de voorste helft van een partije ackerlandt geleghen opde Midackers, groot dese helfte omtrent drie ende vijftich roeden, ofte soo groot ende kleijn als tselve geleghen is, ….. ende sal dit partije de achterste helfte hier teghens affgedeelt moeten weghen ende steghen ter naester velt ende minster schade.
Noch een partijken ackerlandt genaemt Jan DingensAckerken, mede groot omtrent vijftich roeden ofte soo groot ende kleijn ale ’t selve opde Midackers onder dese heerlyckheyt geleghen is, … , mette belastinge van een ende een quart hoen chijns op St.Michiels dach aende heer van Herlaer betaelt wordende, ende noch ses penningen chijns op St. Martens dach betaelt werdende, ende hierbij noch een erffelycke rente van negen guldens sjaers, losbaer met een hondert ende vijftich guldens capitael, tot laste van Henrick Henricks vander Meer, ende seeckere panden inden brieff vermelt, sijnde gepasseert voor schepenen inden Bosch den 10e december 1664 ende eijntelyck noch eene jaerlycke ende erffelycke rente van tien gulden ’s jaers, losbaer met twee hondert gulden capitael,….
.
Blijvende alnoch tusschen condividenten gemeen ende onverdeelt, drie dachmaeten min een achtendeel hoylandt inde Ruymelse Beemden onder dese heerlyckheyt gelegen, mitsgaders noch vijff merghen hoijlandt inde Ossencampen alhier geleghen, met noch eenen halven merghen hoijlandt gemeen leggende in een meerderen kamp van twee merghen tot Boeckhoven, welcke partijen van hoijlande door dien meest rijden, ende niet wel gedeelt konnen werden, buijten des deijlinge gebleven sijn, blyvende derhalve ijder inde selve hoijlanden gerechticht soo als voor date deser.
……
Ende sal ijder sijne voor aengedeelde ackerlanden, die niet besaeijt sijn aenveerden aenstonts ende die partijen die met naeschaer besaeijt sijn te St.Marten eerstcomende, blijvende de naeschaer daer op staende ten behoeve vanden gebruijcker die tot soo langhe de lasten sal betalen, soo wel vande besaeijde als onbesaeijde landen, volgens costume ende gewoonte deser heerlyckheyt.
Ende sullen de voorgenoemde ende gedeijlde renten met een lopende pacht aengeveert werden ende sal ijder den houtwasch van sijn aengedeelde partijen hebben ende behouden.

Ijder zal de chijns hem aengedeelt tot sijnen kosten op ende affwinnen. Ingevalle op de voorgenoemde gedeijlde goederen namaels eenighe ongenoemde lasten bevonden souden moghen werden, sullen sij condividenten malkanderen dit selve helpen lijden ende draghen.
Met welcke voorschreven scheijdinghe ende deijlinghe sij comparanten wedersijdelyck verclaerden wel te vreden te wesen ende contentement te nernen, verthijende ende affstandt doende dienvolgende elck van des anders aengedeelde bij desen, belovende malkanderen om geene andere scheydingh ofte deijlinghe de voorschreven goederen aengaende lastich ofte moeijelyck te sullen vallen directelyck noch indirectelyck, maer elcx sijn voor aengedeelde rustelyck ende vredelycken te sullen laten besitten ende behouden, daer vooren verbindende sij comparanten in henne eijghen qualiteijt comparerende henne respective personen ende alle henne goederen, present ende toecomende, geene uijtgesondert.’

Nu alle familie goederen van het echtpaar Andries en Merike weer bij de Santegoets en bij de kinderen uit Merikens eerste huwelijk terecht zijn gekomen, moeten in die twee kampen die goederen nog worden verdeeld. De erfgenamen van Andries verdelen dit onderling in november 1675 zonder dat daarover problemen ontstaan 19, de erfgenamen van Merike echter hebben onenigheid over de nalatenschap maar weten in januari 1674 toch tot overeenstemming te komen 20. Meer informatie daarover is te vinden bij Henrick Jans Santegoets die als man van Merike dochter Huybert Peters van Gemert hierbij was betrokken.


1 Not.4708 f.57  2 Gemonde film R.K. I  3 Boxtel R.51 f.148  4 Boxtel Gem.Arch. Verp. F2 Munsel en Onroy f.31 
5 Boxtel Gem.Arch. Verp. F2 Gemonde f.23 en 45  6 Not.4708 f.537  7 Boxtel R.98 f.199  8 Michielsgestel R.50 f.97v  9 Not.4712 f.101 
10 Boxtel R.217 f.24  11 Michielgestel R.53 f.6v  12 Not.4714 f.27  13 Michielsgestel R.54 f.195 en 196v  14 Idem f.269  15 Idem f.273v 
16 Michielsgestel R.55 f.11v  17 Idem f.36  18 Michielsgestel R.55 f.37  19 Michielsgestel R.55 f.46v  20 Idem f.52v 

naar Top

07.g6   CATELYN  SANTEGOETS

07.g6   CATELYN  SANTEGOETS,   dochter van Jan Andries 06.e2

Geboren : rond 1615 ,  overleden : na 1673.
Gehuwd : op 10 februari 1645 met Henrick Jochems van Best, welke voor 1675 overleden is.
Kinderen : Joachim, Maria, Heylke.

Na de ondertrouw op 31 januari 1645treedt Catelyn op 10 februari 1645 in Boxtel in het huwelijk en gaat dan waarschijnlijk in Best wonen. Vervolgens komen we haar tegen bij de erfdeling van de bezittingen van haar ouders in 1654 1, waarbij haar een huys in Onrode ten deel valt.
Twaalf jaar later wordt zij genoemd in het testament van broer Jan 2  en tenslotte als weduwe bij het verdelen van de nalatenschap van broer Andries in 1675 .3  Volgens het begraafboek van Boxtel is in 1714 aldaar een Catelyn Jan Santegoets begraven, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat daarmee deze Catelyn bedoeld wordt. Een leeftijd van ongeveer 100 jaar bereikte men toen niet.


1 Boxtel R.98 f.199  2 Not. 4712 f.101  3 Michielsgestel R.55 f.57 en f.46v 

07.g7   JAN  SANTEGOETS

07.g7   JAN  SANTEGOETS,   zoon van Jan Andries   06.e2

Gedoopt : in Boxtel op 1 jan 1617 ,  overleden : in Boxtel op 15 juli 1689.
Ongehuwd.

Na zijn doopsel in 1617 komen we Jan pas weer tegen in 1649, als zijn ouders een testament opstellen (zie aldaar 1), waarbij wordt vast gelegd dat ‘ Jan ende Peeter henne ongetroude kynder yder tot een vuytsetsel sullen hebben een pert met twee koije oft een hondert ende vyfftich guldens daervoor tot henne gelieve, een bedde met syn toebehoorte, een kiste,
twee mud roggen met twee nyeuwe sacken,
een nyeuwen coperen moespot met eenen koperen ketel
ende voorts gelyck dandere gehadt hebben cleyn meubelen, …..
item dat yeder van syne twee ongetroude soonen sal hebben eene koetse gelyck vande getroude die deselve nyet en hebben gehadt, ende sal Jan hebben de beste kiste ‘

Zijn vader overlijdt in 1650 en zijn moeder in 1654, waarna de erfdeling plaats vindt. Hem valt ten deel in Onrode 2 :
– een stuck ackerlants mette cortte stucken daer teynde aengelegen, gemeynelycken genoempt den Achtersten Beucom, …..
– de hellicht van een stuck weylants genoempt de Hoochstraetse wey, …..
– het derden van een stuck heylant in Coppenhoefve, …..
– het sestepaert van een stuck hoeylants gemeynelycken genoempt de Loobeempt,…..
– een ceuteren torfsrecht op de gemeynte van Kempen,
onder laste van vuyt de voorschreven parceelen te vergelden te weten vuyt de Beucom de heliicht van drie loopen ende een vierdevath rogge aen het cappittel alhier in eenen eerderen pacht.

Item vuyt den Beucom het vierdepaert van een mud reducitel rogge aenden H.Geest ten Bosch, dwelck betaelt wort met eenen gulden thien stuyvers.
Item een pont paeyments aen der heeren Caduysers tot Vucht.
Item een half chyns hoen aende heere van Boxtel.
Item drie stuyvers aende voorschreven heere.
Item vuyt de Hoochstraetse wey te vergelden een stuyver twee oort aende voorschreven heere.
Item vuyt Loobeemp vyff stuyvers twee penningen aende prochie kercke alhier in eenen eerderen pacht.
Anderhalf jaar later koopt Jan met broer Goyaert van zwager Adam Bartholomeus in Munsel ‘ het derde paert in een stuck heylants, gemeynelyck genoempt Coppenhoefve ‘. 3  

In 1664 wordt hij wederom met Goyaert genoemd, nu bij een deling van goederen die zij samen met ene juffr. Meddegael bezitten 4, en enkele maanden later verkopen zij gedrieën een aantal bomen in Liemde voor ongeveer 550 gulden 5. In dezelfde tijd en eveneens in Liemde komen Goyaert en Jan nog tot een akkoord met ene van Bael aangaande enkele goederen die weer van juffr. Middegael afkomstig waren.6

In 1666 wordt Jan ziek en laat uit voorzorg een testament vast-leggen 7 :
Inden naeme Ons Heeren, amen.
Byden inhouden van dese iegenwoordighe openbare instrumente van testamente sy kennelyck een iegelycken hoe dat op heden den iersten dach der maendt december des jaers naerde ge-boortte des selffs ons Heeren sestienhondert sesschentsestich voor my openbaer geadmitteert notario ende gelooffwerdige getuygen ondergenoempt in eijgen ende propre persoone is verschenen ende gecompareert, Jan soone Jan Driessen Santegoets, jonghman, ingeseten der baronnye van Boxtel, cranck te bedde liggende, nochtans syn verstant ende memorie wel machtich ende volcomelyck gebruijckende gelyck ons ondergeteeckende ende een ieder die hem aenschouwde genochsaem was blyckende, die welcke overdenckende ende voor ooghen hebbende die broosheyt der menschelycker natuere, die seeckerheyt vander doot ende onsekerheyt vande ure der selver, heeft uijt syne vrije wille ende daerbeneffens met volcomen consendt ende toestaen van syne ondergeteeckende broeders ende swaegers gemaeckt ende geordineert syne testament, leste ende uyttersten wille inder forme, vuegen ende manieren hier naer volgende.

Inden iersten beveeldt ende recommandeert hy testateur syne siele soo wanneer die uyt dit sterffelycke leven sullen geroepen werden inde oneyndelycke genaede van Godt Almachtich synen Scepper ende Salichmaecker ende syne doode lichaeme der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende verders tot dispositie van sijne tytelycke goederen maeckt ende legateert hy dese met consent ende toestaen van syne broeders ende swaegers aen Goyaert, Andries ende Peter, syne drij broeders alle syns testateurs erffelycke goederen tot Liemd gelegen ende gecomen van joffr. Middegael, tsij leengoederen oft chynsgoederen ofte vrije goederen, egeen-derhande uytgescheyden, omme naer syne afflyvicheyt onder hun dryen egalyck ende offendiep hoofsgewyse gedeylt ende geparteert te worden sonder dat d’een off d’ander van hun enige preeminentie ten regarde vande leenroericheyt sal mogen pretenderen, onder expresse reserve oft gebeurde dat eenige van syne broeders sonder wittege geboortte naertelaeten quame te overlyden, deselve goederen wederom sullen keeren ende devolueren naer desyde daer van die gecomen sijn, te weten naer syns testateurs andere erffgenamen, altyt die doode handt deijlende met die levende, mede onder laste dat die voorschreven sijne drij broeders oock egalyck onder hun dryen terstondt naer syne afflyvicheyt sullen uytreycken ende distribueren aenden huysarmen daer hun meest dunckt van node te syn, tot henne discretie die somme van eenhondert guldens eens, ieder gulden tot twintich stuyvers te rekenen.
Item maeckt ende legateert aen Catharina ende Mayken syns testateurs susteren alle syns testateurs voordere erffelijcke goederen die hy van syne ouders heeft gedeijlt oft syne susters ofte broeders heeft affgecoft ende alsoo by deen off dander middel van syne ouders syn gecomen, om onder hun beyde in twee gelycke portien naer syns testateurs afflyvicheyt gedeylt ende beerft te worden, ende oft gebeurde dat eenige van syne susters voor hem testateur quamen te overlyden, wilt ende begeert hy testateur dat henne respective kinderen bij representatie sullen comen in plaetse van henne overleden ouders, altijt die doode handt deijlende met die levende.
Vorders maeckt ende legateeert hij testateur aende voorscreven syne dry broeders ende twee susters alle sijne erffhaeffelycke ende haeffelycke naertelaten goederen, die hy testateur metter doot ruymen ende naerlaeten sal, egeenderhande uijtgescheyden, omme onder hun hoofsgewijse gedeylt ende geparteert te worden, des wilt ende begeert hy testateur dat de voorscreven syne dry broeders ende twee susters oock hoofsgewyse sullen betaelen alle schulden by hem testateur naergelaeten, alle oncosten van sieckten ende begraeffenisse oock tsamenderhant afflossen ende quyten, alle opgenomen penningen die hy testateur heeft opgenomen ende sijne goederen van sijne vader gecomen oft gecoft van andere mede heeft belast, tsij dat die syn obligatien, erffrenthen oft andersins niet min ofte meer dan gelyck off die waeren vliegende oft persone schulden van syne sterffhuys.
Boven dyen wilt alnoch, maeckt ende legateert aen Maria, dochtere van Handrick Jan Driessen sijns testateurs halven broeder tot eene gedencknisse die somme van eenhondert gulden eens, met sulcken reserve oft gebeurde dat die voorscreven Maria sonder wittege geboortte naertelaeten geraeckte te overlyden, dat deselve somme van eenhondert gulden wederom sallen comen vervallen aen syns testateurs erffgenaemen, te deijlen als voor, welcke hondert gulden die testateur mede wilt ende begeert dat by syne gelycke broeders ende susters sullen werden gedraegen, geleden ende voldaen.
Die voorscreven syne broeders ende susters in vuegen ende onder laste voorscreven voor syne erffgenaemen verclaerende ende mits dese nominerende pleno institutionis jure.
Allen dwelcke voorscreven staet vercaerde die voorscreven testateur te wesen sijne leste ende uyttersten wille, die oock bijde voorscreven broeders ende swaegers alhier present bij forme van accorde ende met volcomen consent, ieder int syne ende voor soo veel hem dese aengaet, vrywillich is aengenomen ende onder verbant als naer recht belooft hun hier tegens niet te opponeren ofte wel eenighe middelen van recht te behelpen, reserverende niettemin die voorscreven testateur syne vrye wille ende macht dese op allen tyde alst hem gelieft te mogen wederroepen, veranderen, minderen oft meerderen tsyne goetduncken
.
Aldus gesciedt, verclaerdt, gelooft ende gepasseert binnen deser baronnye van Boxtel ter presentie ende overstaen van Andries Roeloffs Santegoets ende Goossen soone Claes Lode-wycx, ingesetenen der voorscreven baronnye van Boxtel tot getuygen hierover gheroepen, die dese neffens den voorscreven testateur ende syne broeders ende swaegers hebben onderteeckent ten daege, maend, jaere als boven.

Boxtel Not.4712 f.101 1666-12-01

Uit de handtekening blijkt duidelijk dat Jan inderdaad behoorlijk ziek is. Hij komt een en ander echter te boven en ruim een jaar na het vastleggen van bovenstaand testament is hij er zo gelukkig niet meer mee en laat in de marge het volgende bijschrijven :
Op heden negen daegen in meerdt sestienhondert tseventich compareerde voor my notario Jan soone Jan Andries Janssen Santegoets, testateur in dese, gesont, gaende, staende, ende heeft uyt syne vrye wille desen neffenstaende testament wederroepen, gecasseert ende geannuleert, wederroept casseert ende annuleert bij dese, houdende deselve voor null, doot ende van geender weerden, versoeckende hier van gescreven te worden dese iegenwoordige acte die hy in kennisse der waerheyt neffens my notario heeft onderteeckent ten daege, maent, jaere als boven.

1670%20handtek%20Jan%20Jan
1670-03-09 Bx Not.4712 f. 101 1670-03-09

Over de in het testament genoemde dochter van (half)broer Henrick blijkt Jan momboor te zijn en in die hoedanigheid verhuurt hij voor haar een woonhuis met toebehoren 8  en laat een veiling houden van haar meubelen en huisraad 9. Ook de afrekening staat daarbij vermeld. Een en ander vindt plaats in 1669.

In 1675 worden de goederen van zijn overleden broer Andries verdeeld. Aangezien deze destijds met een weduwe was getrouwd welke reeds kinderen had en hun gezamenlijke zoon jong was overleden, moest precies worden nagegaan wat nu van wie was. Dit staat bij Andries uitgebreid beschreven. Aan Jan valt ten deel 10 :
een partijken ackerlandt, genaemt Jan Dinghens ackerken, groot omtrent vijftien roeden, oft soo groot ende kleijn als ’t selve opde Midackers onder dese heerlycheyt gelegen is, ….. mette belastinghe van een ende een quart chijnshoen jaerlycx op St.Michiels dach aende heer van Herlaer betaelt werdende, ende noch ses penninghen chijns op St. Martens dach betaelt werdende.
Noch de voorste helfte van een partije ackerlandt genaemt het Mauwerse, groot dese helfte omtrent twee lopensaet ende twee roeijen ofte soo groot ende kleijn als ’t selve inde Midackers onder dese heerlycheyt geleghen is, ….. ende sal dese helfte moeten weghen ende steghen de wederhelft hier tegens affgedeelt ende andere die daer toe gerechticht souden moghen wesen.
Ende noch het derdepart inde helft van vijff merghen hoijlandt geleghen inde kleijne Ossencampen onder dese heerlycheyt.
Item het sestendeel in seeckeren beempt genoemt den Loobeempt, soo groot ende kleijn als tselve tot Boxtel onder Onroij geleghen is, ….. , hier uijt te vergelden vijff stuijvers twee penningen jaerlyox aende kercke tot Boxtel wesende een gedeelte van een meerdere pacht.
Ende eijntelyck noch een derdepart in een jaerlycke ende erffelycke loschrente van tien gulden ‘sjaers, verschynende -opden seventienden januarij, te losch met twee hondert gulden, spreeckende tot laste van Adriaen Broeren ende seeckere panden inden brieff vermelt, sijnde gepasseert voor schepenen inden Bosch opden 17e januarij 1669 in libro vander Meulen.

Rond deze tijd is de toestand in Brabant overigens zeer slecht. De Fransen hebben zuid Nederland bezet (1672 : Rampjaar) en de Meierij heeft te leiden van geweldige brandschattingen. Ook na de Vrede van Nijmegen in 1678 wordt het er niet veel beter op want nu plegen de Staatse troepen moedwil in de Meierij. Armoe en honger heerst alom.

Op nieuwjaardag 1677 koopt Jan ‘ een stuck ackerlandts, genoemt den Hooldyck, groot ontrent twee loopensaet oft soo groot ende cleyn alst selve daer is gelegen binnen deser baronnye van Boxtel onder Lennisheuvel ‘ voor 100 gulden.11

In 1678 wordt broer Goyaert ziek en stelt een testament op.12 Aan Jan wordt daarbij toegezegd

alsulcken derdepart ende allen syns testateurs recht van een renthe van tweehondert guldens capitaels, ….. , ende hem testateur aengecomen van Andries Janssen Santegoets synen broeder, omme syns testateurs geheele recht van tselve renthe naer syns testateurs afflyvicheyt in vollen recht ende eygendom aenverdt ende behouden te werden, …..
Item maeckt ende legateert aen Jan sijnen broeder de somme van vyffentwintich guldens eens, iedere gulden tot twintich stuyvers te rekenen, omme deselve penningen terstont naer syns testateurs afflyvicheyt uijtgereyckt ende gedistribueert te worden, soo ende gelyck hy testateur hem mondelinghe heeft belast, sonder gehouden te wesen daer van eenighe rekeninge off bewys aen iemanden te doen, alsoo hy testateur hem tselve is vertrouwende. ...
Stellende mits dese tot executeur over dese syne testament. leste ende uijtterste wille ende mede tot toesiender over Goyaert, natuerlijcke soone Andries Goyaerts meergenoempt, Jan Andriessen Santegoets, syns testateurs broeder.

Nadat er in 1680 nog een ‘ beleninge voor Jan Janssen Santegoets‘ ten bedrage van 150 gulden is geregistreerd 13, wordt hij pas weer genoemd in 1686 als doopheffer bij een zoon van Goort Driessen Santegoets. Vervolgens wordt het 1689 en dan nadert voor Jan ook het tijdstip waarop hij het tijdelijke met het eeuwige moet verwisselen. Eer het zover is, is hij nog kandidaat voor het ‘borgemeestersambt’ en wordt als zodanig ook gekozen.14

Eind juni voelt hij zich kennelijk niet meer zo goed want dan heeft hij 15
geconstitueert ende machtigh gemaeckt sulx hy doet by desen, Jochaim Hendricx, inwoonder alhier omme specialycken uijt sijns constituants naem ende van synen twegen aen Hendrick Reijmens op te dragen de naervolgende twee parceeltjens van erve, te weeten een stuck ackerlants genoemt den Oosteracker, groot ontrent twee loopensaet, ofte soo groot ende cleijn als tselve gelegen is binnen dese baronnije inde Tongerse ackers, ….. ende alnoch een parceeltjen genoemt de Laepacker, groot ontrent een sestersaet, gelegen binnen de heerlijkheijt Liemde onder Heeselaer, ….. voor heeren schepenen der stadt ’s Bosch den voorschreven Hendrick Heijmens daerinne te erven, gronden ende vesten ende den constituant daerinne te onterven ende ontgronden, tot bewaringe van alle evictie, commer, calangie ende aentael, te verbinden sijns constituants persoon ende goederen hebbende ende vercreijgende, volgens styl ende manier aldaer gewoonlijk ende behoorlijck sijnde, de penningen te mogen ontfangen, quitantie van synen ontfanck te geven, ende voorts van alles te doen als hij constituant present zynde selfs soude connen of mogen doen, alwaer dat tgeene voorschreven staet naerder last ende speciaelder bevel vereijste.’

Veertien dagen later is Jan overleden en worden zijn goederen in verband met de successierechten getaxeerd 16 :
‘ Tauxatie vande vaste ende onroerende goederen als alhier binnen dese Baronnije van Boxtel ende Liemde gelegen sijn en by Jan Andries Santegoets metter doot ontruijmt ende achtergelaten opden vyfthienden julij 1600 negenentachtentigh.
Inden eersten een stuck ackerlants gelegen tot Boxtel onder den hertganck van Lennisheuvel, groot ontrent een loopensaat.
Item een stuck teulants groot ontrent twee en een half loopensaat, gelegen ter plaetse voorschreven onder den hertganck van Onrooij.
Item een stuxken weijlants groot ontrent een daghmaet, gelegen onder den voorschreven hertganck.

Item een seste part in eenen hooijbeemt, gelegen onder den selven hertgank.
Item een klaver driesken, groot ontrent een loopensaet, gelegen onder den hertgank voornoemt.
Item een stuck teulants, groot vier en een half loopensaat, genoemt den Hasenpat, gelegen tot Liemde aan Heeselaar.
Item de helft vande Langen acker, groot ontrent anderhalf loopensaat, gelegen onder den voorschreven hertgank.
Item een daghmaat hoijlants onder den voorschreven hertganck gelegen.
Item een gedeelte of part in een heijvelt, gelegen in Middegaels camp.
Eyndelijck nogh eenen hoijbeempt gelegen mede aldaer aen Heeselaer.
tSamen getauxeert op vijff hondert vijfentwintigh gulden.

Ook in St.Michielsgestel getuigen de schepenen dat zij 17
ter instantie vande collateraele erffgenaemen van Jan soone Jan Andriesen Santegoets, jongman, opden vijftienden julij deses jaers 1600 negenentachtigh tot Boxtel deser werelt overleden, hebben getauxeert ende gewerdeert de naebeschreven erffgoederen bij den voorschreven Jan naergelaten ende gelegen binnen dese voorschreven heerlycheyt inder voegen naervolgende.
Eerste een seste part onbedeelt in ontrent vier scharen slegte wijden inde Groote Osse camp gelegen ter plaetse genoemt den Horlick, ….. , dese voorschreven verstorve seste part getauxeert op vijftien gulden, dice ….. 15 – 0 – 0
Item de helfte van twee lopen achtentwintigh roijen teullant gelegen opde Midackers aende Ruijmelse beemden, ….. , dese verstorve helfte getauxeert op drieentwintigh gulden, dice …………………………………………………. 23 – 0 – 0
Item noch een stuck ackerlant groot ontrent twee lopen, oock gelegen ter plaetse genoemt de Midackers, ….. ,

is getauxeert op vijftich gulden, dice …………………………………………………………………………………….. 50 – 0 – 0
Aldus dese voorschreven parceelen getauxeert ende gewerdeert als voorschreven staet, ende verclaeren de voorschreven erffgenaemen dat den voorschreven Jan Andriesen Santegoets geen erffgoederen meer heeft naergelaten den 20e penning subject wesende, als noch eenige onder Boxtel ende Liemde volgens tauxatien.
Actum den vijftienden augustij 1600 negenentachtigh.’


1 Boxtel R.51 f.148  2 Boxtel R.98 f.199  3 Boxtel R.99 f.51  4 Liemde R.41 f.86  5 Liemde R.75 dd.1665-01-15 6 Liemde R.41 f.101 
7 Not.4712 f.101  8 Not.4726  dd.1669-01-27  9 Boxtel P.164 f.1  10 Michielsgestel R.55 f.11v, 37 en 46v  11 Boxtel R.104 f.142 
12 Not.4716 f.189  13 Not.4729 f.2v 14 Boxtel R.18 f.78  15 Boxtel R.135 f.96  16 Boxtel R.135 f.101  17 Michielsgestel R.74 f.180

naar Top

07.g8   MARIKE  SANTEGOETS

07.g8   MARIKE  SANTEGOETS,   dochter van Jan Andries   06.e2

Geboren : rond 1618 ,  overleden : na 1687.
Gehuwd : 4 oktober 1656 in Boxtel met Adam Bartholomeusen. Hij is overleden voor 1675.
Kinderen : o.a. Catelyn.

Marike komt voor het eerst ter sprake in 1649 tij het testament van haar ouders. Daarin wordt dan vastgelegd ‘ dat Adam Bartholomeussen hennen swaegere tot voldoeninge van syn vuytsetsel noch sal genyeten hondert guldens oft de weerde daer voor ‘.1  

In 1654 zijn haar ouders overleden en vindt de erfdeling plaats.2  Daarbij wordt Adam als man en momboor van Maeyken ten tonele gevoerd, maar een trouwakte komen we pas tegen in 1656. Mogelijk is er een fout gemaakt en moet dit 1646 zijn.

Bij het testament van broer Jan in 1666 wordt Mayke ook genoemd en Adam Meussen behoort tot de ondertekenaars.3  Vervolgens is er de verdeling van de goederen van broer Andries in 1673, waarbij Adam overleden blijkt te zijn en broer Jan als momboor optreedt.4  
In 1679 blijkt broer Goyaert als momboor op te treden hetgeen volgens zijn testament de nodige kosten met zich mee bracht.5  In het testament wordt dochter Catelyn uitdrukkelijk vermeld. In datzelfde jaar wordt ook een bedrag van 55 gulden geleend voor een periode van twee jaar.6
Het laatste gegeven dateert uit 1687 en betreft de koop van een stuk land in Lennisheuvel.7


1  Boxtel 11.51 f.148  2 Boxtel 11.98 f.199   3 Not.4712 f.103  4 Michielsgestel R.55 f.46v  5 Not. 4716 f.189  6 Idem f.356  7 Boxtel R.112 f.18 

naar Top

07.g9   PETER   SANTEGOETS

07.g9   PETER   SANTEGOETS,  zoon van Jan Andries 06.e2

Gedoopt : op 9 mei 1620 in Boxtel ,  overleden : rond 1685
Gehuwd : met Jenneke Mathys Lamberts. Zij overlijdt in Boxtel op 16 december 1719.
Kinderen : niet bekend.

Het doopsel van Peeter staat in het pastoorsboek van Boxtel vermeld.
In 1642 tekent de pastoor aan : ‘ Peeter Jan Santegoets heeft betaelt van weegh het renthe vande costery, te weten 28 st. jaerlycks, het jaer 1642 ‘.1

Een volgende vermelding komt voor in het testament van zijn vader in 1649 , waarbij Peeter wordt toegezegd
tot vuytsetsel, …..
een pert met twee koije off een hondert ende vyfftich guldens daervoor tot hennen gelieve,
een bedde met syn toebehoorte
een kiste,
twee mud roggen met twee nyeuwe sacken,
een nyeuwen coperen moespot met eenen koperen ketel
ende voorts gelyck dandere gehadt hebben cleyn meubelen,
ende Peeter een paer nyeuwe swarte cleederen ‘
en verder nog ‘ eene koetse’ en een kist ‘met twelff guldens daertoe
‘.2

Omstreeks de helft van de zeventiende eeuw (na het einde van de Tachtigjarige Oorlog in 1648) worden verpondingsregisters aangelegd en in Boxtel komt Peeter Jan Santegoets voor onder Boxtel Binnen (dat wil zeggen het in dorp zelf) als ‘ proprietaris van de Hoef vant Schaephuys, 5 lopensaet 55 royen, en desselts groes aldaer ‘ hetgeen 2 gld 12 st moet opbrengen 3  en onder Munsel en Onroy bezit hij nog het ‘ slechthoy inde Steenoven, 5 loopensaet 22½ royen ‘ hetwelk belast is met 17 stuiver 4.

In 1653 komen we Peeter Jan Andriessen tegen in de boeken waarin de rechtspraak is vastgelegd. In augustus, september en oktober komt de zaak Laureys Eymert Laureysen contra Peeter Jan Andriessen op de rol voor, maar er staat niet bij vermeld wat de reden was.5
In oktober komt er een nieuwe zaak bij 6 :
De heere drossaert deser baronnye nomine officy, aenleggere
contra Peeter Jan Andries Santegoets.
Roeffens voor den heere aenleggere sal ten naesten dienen van aenspraecke
.’

In november komt eerstgenoemde zaak niet meer op de rol voor en in de tweede zaak volgt 7 :
aenspraecke ‘
‘ Roeffens voorden heere aenlegger seght hoe dat den gedaegde syn selven soo verre heeft vergeten, als dat hy opden 21e sept. lestleden eenen jongman, Jan Goijarts genoemt, met eenen pot heeft geslaeghen op syn hooft, soo dat den selven seer heeft gebloeijt ende lange daer over te meester heeft moeten gaen ende meer andere moetwillicheyt ten selven avont bedreven ende want den voorscreven Jan Goijarts de selve quetsure van sheren wegen heeft moeten laeten bestellen ende daer van moeten geloven sessendertich guldens die den heere officier naer ouder gewonte heeft moeten verschieten ende bijieggen, soo concludeert de voorscreven heere officier tot betaelinge der selver met het dobbel van dien, versoeckende dat den gedaegde bij vonnisse van u eerw. daerinne sal werde gecondemneert, alsmede in alsulcke andere pene ende amenden als u eerw. naer exigentie vande saecke ende placcaten vande lande sullen bevinden te behoerende oft dat andersints etc. Maeckende mede wel expresselyck eysch van costen, schaede ende interesten.

Peeter Jan Santegoets in persoone versoeckt copye ende dach ten naesten.’
Deze zaak wordt in december voortgezet 8 :
Roeffens voorden heere aenlegger versoeckt dat den gedaegde ten naesten sal hebben te antwoorden, alias versteecken. Lymborch voorden gedaegde versoeckt copie ende dach ad primam.
Eind december en in januari eenzelfde liedje 9 :
den gedaegde versoeckt alnoch copye ende dach tot den naesten ‘.
Begin maart heeft het volgens de aanklager lang genoeg geduurd 10 :
Roeffens voor den heere aenlegger versoeckt versteck van antwoorde ende adiudicatie van syne conclusie, te meer alsoo den gedaegde het delickt inde aenspraecke begrepen niet connende ontkennen, de peene byden heers aenleggere concluderends geeyst alreede door den vorster deser baronnye aen de heere aenleggere heeft doen betaelen ende over sulcx den voordere eysch des heere aenleggere niet en can ontgaen, daerop u eerw. appoinctement versoeckende.
Den gedaegde hebbende voldaen den peen staende tot een quetsure met geswaerde hant gedaen, bevindt dat den aenleggere seght deselve quetsure met den heer op eenen weer penningh bestayt te syn, des men niet gelooft, versoeckt acte onder copie van de selve bestadinghe tot cost vanden gedaegde, alias concludeert tot des heere aenleggere niet gefundeertheyt ende niet ontfanckelyck cum expensis, ende in cas van exhibitie ostelendinge der selver copie dach ten naesten.’

In maart wordt de zaak weer aangehouden en in april verzoekt de aanklager om een en ander af te handelen 11 :
Roeffens voorden heere aenleggere versoeckt versteck van antwoordde, te meer alsoo den gedaegde langh genoch tyt heeft genoten om te konnen lichten copye van de bestaeydinge der quetsure, versoeckende cum expensis.
Den gedaegde versoeckt versteck van defensie des aenleggers, sustinerende tselve alsoo te behooren ten minste salvo.

Goessens voorden heere aenleggere, het ongefondeert versoeck des gedaegde afslaende, persisteert by syn versocht appoinctement van versteck van antwoorde, te meer alsoo den gedaegde tot noch toe noyt hem en heeft geadresseert aende secretaris deser baronnye om aldaer de versochte copyen vande aenbestedinge te lichten, hem dienaengaende gedraegende tot de bekentenisse des gedaegde in judicio gedaen ende kennisse des secretaris, versoeckt oversulx geappoincteert te worden cum expensis.
Myne heeren schepenen, gemaent wesende, appoincteren dat den gedaegde tegen den naeste sal hebben te dienen van antwoort op peene van versteck.

Een maand later, op de volgende zitting, gaat het spel verder 12 :
Roeffens voor den heere aenleggere, versoeckt dat het versteck ten naesten gerecht daege in desen gegeven zal plaats grypen enden aenleggere syne conclusie zal werden geadiudiceert onder appoinctement van U eerw. cum expensis.
Alsoo de bestadinge der quetsure in questie noch originalyck noch copielyck ter griffie niet en is gelevert, ende dat deselve is het fundament der saecke waer naer den gedaegde sich moet reguleren ende sonder de welcke hy niet en can antwoorden, versoeckt hy gedaegde dat den heere aenleggere in het leveren oft exhiberen der selver ter manisse der richtens sal worden gecondemneert. Sustinerende tselve alsoo te behooren onder uwer eerw. appoinctement cum expensis, welck appoinctement insyantelyck wort versocht, alias etc.
Roeffens voorden aenleggere, het versoeck affslaende, alsoo den gedaegde ende eenygelyck genochsaem is bekent, dat alle acten scabinael ende veel meer diergelycken aenbestedinge die ordinaris ter rolle werden aengeteeckent om soo by d’eene als dander partyen tallen tyden daer van copye gelicht te konnen werden, niet onder partye maer ter griffie syn berustende, sustineert dat den gedaegde hem aldaer hadde behooren te addresseeren ende syne behoorelycke devoiren te doen, persisteert oversulcx by syn versocht versteck van antwoorde onder appoinctement van U eerw. cum expensis.
Alsoo d’origineele deeser versochte acte is gebleeven onder den secretaris als ordinaires, sal hem den gedaechde aenden selven te hebben te adresseren, alias versteck ende dat bet versteck sal plaets grijpen.’

In juni wordt genoteerd 13 : ‘ Die verweerder dien sustineringe scripto ende versoeckt versteck van defensien salvo ad primam. Roeffens versoeckt copie ende dach ad primam.’ waarna in juli Peeter Jan ‘ versteck versoeckt ‘ .
Vervolgens komt de zaak in september weer op de rol voor 14 :
Den verweerder, bemerckende dat hy in judicio bespot wort, versoeckt andermael versteck van defensie tegens den heere drossaert ende begeert dat de saecke in voor raet by rechtgeleerden oft om hooftieringe by schepenen vanden Bosch sal gedragen worden ende soo daerinne mancquement valt, sal doen soo synen raet gedragen sal.
Roeffens voorden aenleggere, overmits d’absentie desselffs die nu over lange in lants saecke heeft gevaceert, hem dien aengaende gedraegende totte kennisse van U eerw. versoeckt alnoch dach ad primam.

Eind september verzoekt Roeffens 15
dat den gedaechde ten principaele sal hebben te antwoorden, alias versteecken onder appoinctement van U eerw. cum expensis.
Dye voorscreven gedaechde dient syne schrifture van antwoorde ende accordeert den aenleggere copye ende dach ad primam.

Veertien dagen later dient Roeffens ‘ van replycke in geschrifte ‘ en verzoekt Peeter ‘ copye ende dach tegen den naesten ‘.16  
Hiermee is bet betreffende boek ten einde, maar het is duidelijk dat er nog een vervolg moet zijn geweest.

In 1654 vindt ook de erfdeling plaats van de goederen van zijn overleden ouders.
Hij erft daarbij in Onrooi 17 :
– seeckere schuer, esthuys, boogaert ende aengelegen erfenisse groot drie loopensaet negen rooyen,
– item een stuck ackerlants, genoempt het Achterste vanden Steenoven,
– item het derdepart in eenen heycamp,
– item een stuck hoeylants, gemeynelycken genoempt den Steenoven,
– item bet sestepaert inde hellicht van eenen stuck hoeylants genoempt den Loobeempt,
–  item een ceuteren torfsrecbt op de gemeynte van Kempen.
Onder last van vuyt de voorscreven parceelen te vergelden ende eerst vuyt de schuer, esthuijs, boogaert ende aengelegen erffenisse twee sester rogge tot Shertogenbosche op den Groote Begeynboff in eenen meerderen pacbt.
Item twee sester garste aen seeckeren autaer in St. Jans kercke tot Shertogenbosch in eenen meerderen pacht.
Item twee chyns hoenderen aen heere van Boxtel.

Item twee penningen aende voorscbreven heere.
Item vuyt den heycamp eenen stuyver twee oort chyns aende voorschreven heere.
Item vuyt den voorschreven hoeyplaats genoempt Steenoven ontrent eenen stuyver chyns aende voorschreven heere.
Item vuyt den Loobeempt vyff stuyvers twee penningen aende proggie kercke alhier in eenen meerderen pacht.

Gebiedsuitbreiding vindt ook plaats in 1655door de aankoop van 18 :
een stuck ackerlants gemeynelyck genoemt den Grietacker, groot ontrent ses loopensaet off soo groot ende cleyn als den selven daer is gelegen binnen deser baronnye van Boxtell inden hertganck van Brueckelen ‘.
Hieruit moet hij 9 stuiver chyns aan de heer van Boxtel gaan betalen.
Een jaar later stoot hij weer enkele stukken land af  19, namelijk aan zijn broer Goyaert
een stuck ackerlants, genoemt bet Achterste inden Steenhoven, …..
item het derdepaert in eenen heycamp,
‘ en    
‘ het sestepaert inde hellicht van een stuck hoeylants, genoemt den Loobeempt ‘.
Aan zijn zwager verkoopt bij ‘ seecker schuere, esthuijs, boogaert ende aengelegen erffenisse ‘.

Al deze goederen zijn in Onrooi gelegen.

Pas op 40-jarige leeftijd treedt Peeter in het huwelijk 20 :
‘ Actum den 29e augusty 1660 syn getrouwt Peeter Jan Andries Santegoets 
en  Jenneke Matthijs Lamberts
Zijn vrouw is waarschijnlijk tenminste 10 jaar jonger. De akte is afkomstig uit bet schepentrouwboek. Een van de vele regels en voorschriften die de achterstelling van de rooms katholieke bevolking tot doel had was namelijk de plicht om bet huwelijk bij de schepenen of de dominee te laten registreren. In de meeste dorpen verzette men zich overigens tegen de komst en het optreden van een dominee.

In 1662, het jaar waarin de 50e penning werd ingevoerd, leent Peeter voor een jaar
de somme van twee hondert gulden, mits middelertyt thien gulden voor intreste ‘.21  
Terugbetaling vindt inderdaad tijdig plaats.

In 1666 wordt broer Jan ziek en stelt een testament op waarbij zijn broers en zusters tot erfgenaam worden benoemd. Peeter heeft het testament mede ondertekend 22 :

1666%20handtek%20Peter%20Jan
Boxtel Not..4712 f.101 1666-12-01

Hierna vernemen we geruime tijd niets over Peeter, tot in 1673 (slechte tijd, oorlog met Frankrijk, brandschattingen e.d.) de bezittingen van broer Andries worden verdeeld. Deze is namelijk overleden zonder kinderen na te laten.
Peeter erft daarbij 23 :
– een partije ackerlant, genaemt den Heijacker, groot omtrent drie lopensaeten, ….. ,
hier uijt te vergelden vijff stuijvers chijns aende heer van Boxtel.
– Noch de voorste helft van een partije ackerlandt, genaemt den Legen Geer, groot dese helft

omtrent ses ende veertich roeden, ….
– Item noch de helft van eenen halven merghen hoijlandt, gemeen leggende in een meerderen kamp

van twee merghen tot Boeckhoven, genaemt Belen Kampken, …..
– Item noch de voorste helft in seeckeren heijkamp met alle potinge daer op ende toebehoorende,

groot dese helfte omtrent twee lopensaeten, ….. , ende sal dese voorste helft de achterste helft hier
tegens aff gedeelt moeten weghen ende steghen ter naester velt ende minster schade, ende sal den
eijgenaer van dit loth noch genieten alle het opgaende geteeckende hout binnen erffs van het partije
de Bocht ….. staende ende daerenboven noch de somme van twintich guldens die den eijgenaer van
’t eerste loth binnen den maent sal moeten uijtkeeren.’
Al deze goederen zijn gelegen in de parochie Boxtel in Onrooi.

In Lennisheuvel koopt Peeter in 1675 ‘ een stuck ackerlants gemeynelycken genoemt de Hooleyck, groot ontrent veertich roeyen, ….. ende alnoch een stuck erfve genoempt het Hopveltjen met de parceeltiens daer t’eynde aengelegen ‘ voor 124 gulden en de ver-plichting om ‘een sester rogge jarelycx aen joncker Bouckop ende een vierdepaert van een vastelavont hune aen de here van Boxtel
af te dragen.24

Een jaar later verkoopt hij voor 100 gulden aan broer Jan ‘ een parceel ackerlants groot een lopensaet derthien royen off soo groot ende cleyn als tselve gelegen is binnen dese voorschreven heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel, gemeynelycken genoempt de Cortte Geeren ‘.25

De laatst bekende akte die op Peeter betrekking heeft is zijn testament 26 :
Inden naeme Ons Heeren, amen.
Byden inhouden van dese tegenwoordige openbaere instrumente van testamente sy kennelyck eeniegelycken hoe dat op heden twintich daegen inne julio des jaere naerde geboorte des selffs Ons Heeren sestienhondert tweendetachtentich voor mij openbaer geadmitteert notarius ende geloofwerdighe getuygen ondergenoemt in eygen ende propre persoonen syn verscenen ende gecompareert, Peter soone Jan Driessen Santegoets ende Jenneken dochtere Matys Lamberts, wittege beddegenootten ende ingesetenen der baronye van Boxtel, die voorscreven Peter eenichsins sieckelyck ende genoemde Jenneken gesont, gaende, staende, byde hun verstant wel machtich ende volcomelyck gebruijckende soo ieder een die haer aenschouwde genochsaem was blyckende,

ende die welcke overdenckende ende voor oogen hebbende die broosheyt der men-schelycke natuere, die seeckerheyt vander doot ende onsekerheyt vande ure der selver, hebben naer rype deliberatie uyt henne vrye wille ombedwongen ende onverleyt van malkanderen oftiemanden anders soo sy bekenden ende verclaerde samenderhant gemaeckt ends geordeneert henne testament, leste ende uytersten wills, inder forme, vuegen ende manieren hier naer volgende.
Inden iersten bevelen ende recommanderen sy testateuren henne zielen soo wanneer die uyt dit sterffelycke leven sullen geroepen werden inde oneyndelycke genade van Godt Almachtich henne Scepper ends Salichmaecker ende hare doode lichaemen der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende verders tot dispositie van hare tijtelijcke goederen maecken ends legateren sy testateuren die eene aenden anderen reciproquelyck aen malcanderen te weten aenden lestlevende van hun beyde soo wyen dat gevallen sal, in vollen rechte ende eygendom allen henne erffhaeffelycke goederen imboel ende meubelen die sy tsamen syn besittende ende ten sterffdaege vanden iersten afflyvige sullen bevonden worden egene soorte off forme van dyen uyt gesceyden, hoemen die noemen mochte, omme byden lestlevende in vollen recht ende eygendom beërft ende behouden te werden.
Daerbeneffens maecken en legateren sy testateuren alnoch aende lestlevende van hen beyden soo wyen dat sal gevallen allen henne vercregen erffelijcke goederen, egeene uytgescheyden die sij testateuren staende hennen houwelyck ghecoft ende vercregen hebben, om allen deselve naer doot des ierste afflyvige byden lestlevende ten volle ende in vollen recht ende eygendom behouden ende beërft te worden, uytgenomen aenbestorven geederen die sullen gerekent worden gelijck stockgoederen, ieder vande syde daer die van gecomen syn.
Item verclaerden die voorschreven testateuren hoe dat sy belast syn met vele sculden soo ter saecke van costen als andersints, oversulcx oft gebeurde dat den lestlevende werd gevordert tot betaelinge vande selve sculden, willen ende begeren sij testateuren dat den lestlevende soo veel van henne andere stockgoederen sal mogen vercoopen ofte belasten als de schulden importeren gevende ende latende tot dyen eynde die eene aenderen te weeten aen de lestlevende van hun beyden volle macht, speciale last en autoriteyt omme alsoo veel penningen op henne andere stockgoederen te lichten ende opnemen off eenige partijen te vercoopen als den lestlevende tot betalinge der voorscreven schulden van node mochte hebben den coperen ……….. off daer van uyt cracht deses te doen alsulcke …….. ende versoeckinge als daertoe naer recht behoort, niet min ofte meer dan gelyck off sy noch beyde in leven waeren ende sulcx met vollen bedde waren doende, sonder hierby ’t consent van vrienden, wel om authorisatie van scepenen te derven versoecken.
Ende soo daernaer eenige van henne stockgoederen overblijven willen ende begeeren sy testateuren dat naer doot des lestlevende sullen devolueren ende vervallen naer de syde daer van die gecomen syn. Tot dyen eynde verclaerde die voorscreven testateur voor syne erffgenaemen syn susters ende broeders hooftgewyse, die doode hant met die levende te deylen, ende die voorscreven testatrice voor haere erffgenaemen hare susters insgelycx hooftgewyse, ook die doode hant deylende met die levende, deselve henne respective susters ende broeders elck van syn syde daerinne pleno in replicati jure sustinerende.
Alle dwelcke voorscreven staedt verclaerden sy testateuren te wesen henne leste ende uytterste wille, die sy begeerden dat in vuegen voorscreven sal naergecomen, onderhouden ende achtervolcht worden, tsy by forme van testament, codicille, gifte off donatie die men noempt ter saecke van der doot off andersints anders, soo ende gelyck dat naderbest naer den goederen en rechte soude moghen off comen bestaen, al waert oock soo dat alle solemniteyten naer rigeur van recht tot een solemneel testament vereyscht, hierinne niet volcomelyck en waeren onderhouden, oock niettegenstaende eenige costuymen, privilegien off landtrechten ter contrarien. Versoeckende hier van door my notarius gemaeckt ende gepasseert te werden instrument notariael in forma.
Aldus gesciedt, gelooft ende gepasseert ten comptoire van mij notario binnen dese heerlyckheyt van Sinte Michiels Gestel ter presentie ende overstaen van Goyart van Rund, inwoondere van Boxtel ende Jan Janssen vande Biechelaer, inwoondere van Gemonden, tot getuygen hier over geroepen, die dese neffens gemelte testateuren ende my notarius hebben onderteeckent ten daege, maendt jare als boven.

De akte is enigszins beverig door Peter ondertekend, terwijl Jenneke volstaat met een ‘merck‘ omdat zij niet de schrijfkiinst machtig is. Omdat we over Peter verder niets meer vernemen is het niet onwaarschijnlijk dat hij vrij spoedig hierna is overleden.

Als we Jenneke in 1687 tegen komen, blijkt zij in een rechtszaak verwikkeld te zijn 27 :
Joost Jan Goossens soo als hy is gequalificeert, aenlegger tegen Jenneke weduwe Peter Santegoets, gedaegde. Actor proponet ad primam.’
In november wordt vermeld 28 :
Van Hoey voor den aenlegger dient van aensprake per minute, concluderende als inden selve. De gedaegdesse in persoon versoeckt copye ende dage omme c …a.’
Bij de zitting in december heeft Jenneke ook een advocaat genomen 29 :
Van Hoey voorde aenlegger soo hy procedeert dient van schriftelijke aensprake ende concludeert als int einde van dien. Vande Sande voorde gedaegde dagt ad primam.

Het jaar 1688 begint met een wat uitgebreider betoog 30 :
Van Hoey voorden aenlegger versoeckt versteck van antwoordt ten minste salvo onder appoinctement van u eerw. cum expensis.
Vande Sande voorde gedaegde onder copyen ende lectrive gesien hebbende alssulcke ongefondeerde ende frivoile schrifture van aensprake bij coste van wegens den preteussen aenleggere opden 24e novembris lestleden in recht gedient, seght den eisch des aenleggers te ontkennen ende ad juris sufficientiam niet en sal worde betoont het stuck fijn lijnwaets ofte 19 gulden dair voor ten reguarde van het geene in aensprake vermelt by haer gelooft te sijn te voldoen, presenterende nijetttemin die gedaegde ten overvloet het selve met eede te affirmeren, oversulcx concluderende de gedaegde tot nijet ontfanckelyckheyt des aenleggers ende tot absolutie vande gedaegde onder appoinctement van U eerw. cum expensis.

Van Hoey, geassisteert met den advocaet van Gemert voor den aenleggere. gesien ’t verbael antwoordt vande preteusse verweerderesse, ’t welcke als capitieus, malitieus ende ongefondeert affslaende, persisteert by synen gedanen eijsch ende conclusie bij aensprake et loco replice genomen, ende versoeckt dat parthijt illico sal hebben te persisteren loco duplice sustinerende ’t selve alsoo te behooren in cas van debath cum expensis.’

In februari is het vervolg 31 :
Van Hoey voorde aenleggere q.q. alsoo de gedaegdesse inne gebreecke blijfft te dupliceren, versoeckt versteck van duplique ende dat in saecke sal werden gesloten met advijs van onpartjdige rechtsgeleerde mits voegende cortte deductie.
Vanden Sande voorden gedaegdesse neemt aen ad primam te dienen prout consulii.’

Eind maart komt de zaak weer op de rol voor 32 :
Van Hoey versoeckt versteck van duplicq salvo ad primam appoinctement van U eerw. cum expensis.
Vande Sande voorden gedaegdesse persisterende loco duplice bij sijn antwoorde ten anderen tyde in actis gedaen, dicteren seggende daer toe dat den aenleggere syne gepretendeerde schrift sal hebben te betoonen, offwel om verdere costen te voorcomen versoeckt dat den aenleggere de deughdelijckhijt in soo verre waer mochte wesen met eede sal hebben te verefiëren, welck gedaen synde presenteert sy gedaegdesse aende aenleggere de eysch by syne conclusie gedaen promptelyck te voldoen, ofte in cas van wijgeringe presenteert sy gedaegdesse met solemneelen eede te verclaeren dat sy int minste nijet en soude hebben beloofft het gepretendeerde stuck lijnwaet offte 19 gulden daervoer, sustinerende daer mede te sullen gestaen protesterende in cas van verder debat van alle noodeloose costen die sy daer omme noch mochte comen te leijden, alles onder appoinctement van u eerw. cum expensis.

Van Hoey voorden aenleggere, alvoorens ietwes te doen dicteren versoeckt copye vant geverbaliseerde bij vande Sande gedaen omme syner principaelen meester daer van notificatie te doen, des gedaen synde persisteert offte concludeert prout concilii c….a.
Vande Sande voorden gedaegdesse, accordeert den aenleggere de versochte copije, versoeckende nijet te mijn mits de billige presentatie dat U eerw. gelieve te appoincteren op het geene bij de gedaegdesse op hodie is versocht onder appoinctement als voor.
Van Hoey persisteert bij sijn voorige geverbaliseerde onder appoinctement ende protesteert den advocaet van Gemert van sijne personele comparitie.
Myne heeren schepenen admitteren parthyen te thoon, daertoe dach presigerende totten naesten
.’

In mei wordt de zaak aangehouden, waarna in december wordt genoteerd 33, 34:
Van Hoey voor den aenleggere versoeckt synen eerste termyn ad primam.

Het jaar 1689 brengt ook weinig nieuws. In januari wordt de zaak aangehouden, maar in februari worden de schepenen toch ongeduldig 35 :
Myne heeren schepenen ordonneren dat den aenleggere ten naesten sal hebben te dienen van exhibitie van toon op pene van versteck.
Van Hoij voorden aenleggere q.q. versoeckt synen tweeden termyn omme etc.
Vande Sande voorden gedaegdesse versoeckt dat den aenleggere q.q. in conformitte van u eerw. appoinctement sal hebben te dienen van exhibitie van toon, offte wel te renuntiëren van thoon alias versteck salvo dient hij ten naesten sal wesen ontfanckbaer onder appoinctement van U eerw.

Van Hoij voorden aenleggere segt versochte versteck voor als nogh niet te pas te comen, de wijle den aenleggere syne behoorlycke termynen tot noch toe niet en heeft genoten.
Parthyen persisteren als boven.

Veertien dagen later gaat de aanklager in de verdediging 36 :
Van Hoey voorden aenleggere in synen voorscreven qualiteyt segt hem niet genogh te connen verwonderen wegens den appoinctemente opden eersten febrij jonghstleden in sake gegeven nademael na rechten ende dagelykse pratijcke altoos ’t sij aenleggere ofte verwerderen drie termynen tot thoon syn competerende ende den vierden ex gratia ofte redenen schepenen daertoe moverende, ten sy u eerw. oordeelden dat haren eijgen heer niet soo veel recht als sijne onderdanen was competerende, versoekende voor sulx in plaetse van synen tweeden termyn tot thoon hem synen derden gelieven te verlenen ende in cas van weijgeringe soo protesteert den aenleggere van weijgeringe van justitie omme etc. Hier op u eerw. appoinctement versoeckende.
Vande Sande voor de gedaegde, affslaende den versochte derden termyn als sulx gedaen wordende post festum, segt hun te houden by den welgegeven appoinctement van u eerw. ende continueert dienvolgende de rolle om te sien off den aenleggere hem durante rotula naer den appoinctement sal reguleren.
Van Hoey affslaende ’t gedicteerde, persisteert by ’t voorgaande verbaal.
Vande Sande voor den gedaegdesse segt ende persisteert als voor.
Myne heeren schepenen ordonneren den aenleggere alnogh (ex gratia) dat hy ten naesten sal hebben te dienen van exhibitie van thoon op pene van versteck.

Inmiddels is uit bovenstaande akten wel duidelijk dat het hier gaat om een geschil tussen de heer van Boxtel en Jenneke, betrekking hebbende op een hoeveelheid lijnwaat ter waarde van 19 gulden.
Eind maart wordt de zaak voortgezet 37 :
Van Hoey voorden aenleggere dient van schrifture geintitul exhibitie met emploij in forma van thoon met renuntiatie van verderen thoon, gelyck als hy den selven binnen ’t gerecht met de gearriveerde stucken sal overbrengen.’
De verdediging laat in mei weer van zich horen 38 :
Vande Sande voorde gedaegdesse versoeckt dat den aenleggere op hodie stante judicia effective sal hebben te dienen van exhibitie in form van toon met renuntiatie van verderen toon derwegen hy voorleden gerechtdage heeft aengenomen binnen t gerechts vel ad primam effective te sullen dienen, behalvens dat bey aenleggere sulx uytterlyck bij appoinctement van ueerw. is gelast, ’t welck gedaen zijnde, soo renuntieert die voorschreven gedaegdesse van contratoon ende versoeckt openinge ende copie van des aenleggers geproduceerde thoonen omme daer tegens ad primam te dienen prout consilii in cas van debat onder appoinctement van u eerw. cum expensis.
Actor neemt aan te dienen volgens ’t versoeck.’
Veertien dagen later 39 :
Vande Sande voor de gedaegdesse, verstaen hebbende dat den aenleggere heeft gedient van exhibitie in forme van toon met renuntiatie van verderen toon ende alsoo wegens de gedaegdesse insgelycx is gerenuntieert van thoon, versoeckt openinge ende copie van des aenleggers gediende thoon. Fiat openingh en copie vande geexhibeerde thoon en deductie omme etc.
Vande Sande voorden contradictrice versoeckt dat u eerw. ende de adviseuren gelieven te revlecteren oft de gediende beslooten schrifture van persisteringe loco duplijque egene nieuwe feijten en is behelsende, in welcke gevallen versoeckt de contradictrice aen haer mag gegeven worden visie ende gelevert copie, om daer tegens te connen tricpliceren in cas van debath onder appoictement cum expensis ende sal mede by pro visie tot astructie vande sake principael ten dage des furnissement voegen deductie.
Myne heren schepenen verhouden dese saeck tot den naesten.

In juni wordt de zaak tweemaal geprolongeerd, op de eerste zitting in juli laat Jenneke zich verontschuldigen 40 : ‘ Vande Sande voorde gedaegdesse mits d’absentie van sijnen advocaet versoeckt alnoch dach ad primam dienen prout consilii.’
Ook de tweede zitting brengt geen voortgang 41 :
‘ Vande Sande voor den gedaegdesse neemt aen infra vel ad primam te dienen pro ut consilii.
Vervolgens wordt het september, overigens met hetzelfde resultaat 42 :
Vande Sande voorden gedaegdesse neemt alnoch aen ten naesten te dienen als ten voorgaende rolle pro ut consilii.
September en oktober verstrijken, de zaak wordt gecontinueerd.
In november is er enige opleving 43 :
Van Hoey voorden aenleggere q.q. , alsoo de gedaegdess in gebreecken blijft te dienen van reproce, versoeckt versteck vande selve ten minste salvo.
Vande Sande voor de gedaeghde dient van reproche pro ut infra tridium dabit scripto versoeckende pro ut in conclusione.
Van Hoey persisteert bij sijn versocht versteck onder appoinctement etcetera.
Myne heeren schepenen versteecken de gedaegde van reproche salvo dient sij ten naesten sal wesen ontfanckbaer.’

December 44 : ‘ Continuatur omme etc.
Vande Sande voor gedaegde, in gevolge van u eerw. appoinctement vande lesten gerecht dage, dient van reproche versoeckende als bij deselve ende dat aenleggere q.q. ten naesten sal hebben te dienen van salvatie onder appoincternent cum expensis.
Van Hoey voorde aenleggere q.q. versoeckt copie vande overgeleverde reproche omme etc.’

In het nieuwe jaar 1690 blijft de zaak op de rol voorkornen en wordt daarbij steeds gecontinueerd.
In juni wordt een nieuwe zaak tegen Jenneke aangespannen 45 :
‘ De hr. ende mr. Niclaes vande Gevel, advocaet tot s’Bosch aenleggere, in cas van salaris, contra de weduwe Peter Jan Diriessen Santegoete, gedaegde int selve cas.
Van Hoey voorden hr. aenleggere dient van coste specificatie ende protesteert als uit eijnde van dien.

In juli volgt daarop 46 :
Van Hoey voorden hr. aenleggere segt den joncxtleden genechtdage gedient te hebben van corte specificatie, versoeckt oversulcx versteck en voort proffijt van dien tauxatie anders appoinctement etc.
Wittebol voorde gedaegdesse, copie en dagh onder protestatie van geheel ende alles etc. ‘

En in september 47 :
Van Hoey voorden hr. aenleggere versoeckt ale noch gelijck als ter rolle vande 18e july joncxtleden is gedaen gewerden onder appoinctement van u eerw. cum expencis.
Myne heeren schepenen ordonneren de gedaegde ten naesten te dienen van dimenutie omme etc.’

October 48 :
Van Hoey voor de heren aenleggere, alsoo de gedaegde in gebreecken blijft tegens de ingediende specificatie te diminueren, versoeckt mits dien absoluyt versteck van diminutie ende voorts proffyt van dien tauxatie onder appoinctement van u eerw. etc.
Verhoudende dese sake tot dat sal syn geexhibeert ’t relaes vande gedaegde dagemente.’

In tegenstelling met de rechtszaak over het lijnwaat is dit geschil over het salaris van de advokaat oplosbaar. In november is vermeld : ‘ Continuatur op hoop van accoort. 49 ,
en in januari 1691 : ‘afgedaan‘ .50  

De andere zaak blijft het gehele jaar 1691, 1692 en 1693 op de rol voorkomen en wordt daarbij steeds verder uitgesteld. Met het einde van het betreffende boek eindigt ook onze kennis betreffende deze zaak.

Over een ruzie in haar huis wordt bij dochter Maria bericht.

Jenneke blijft na deze geschiedenis een rustig leven leiden want we komen haar pas weer tegen in januari 1707 als zij belooft om in oktober af te lossen 51 :’ de somme van drye hondert en vijfftigh guldens mits middelertyt veerthien guldens voor intrest, overmits de oprechte deughdelijckhyt deser schult is spruytende ter saecke van goede geleende ende aengetelde penninghen uijt handen van de voorschrevene momboiren op den eersten october seventhien honder ende vijff ontfangen.’
Zo dat niet gebeurt blijft zij rente verschuldigd. Uit het bijschrift blijkt overigens dat het bedrag pas in 1747 is afgelost door de erfgenamen van Niclaes van Eijndhoven.

In 1710 laat zij een testament vastleggen 52 :
‘Inden name des Heeren Godts. Amen.
Bij den inhoude van desen tegenwoordigen openbaren instrumente van testamente sij condt ende kennelijk aan eenen iegelijken, dat op heden den eenentwintigsten dag der maant januarij des jaars onses Heeren seventhien hondert ende thien compareerde voor Hendrik Santegoets ende Evert vanden Bogaert schepenen der baronnije van Boxtel de eersame Jenneke Mattijs Lamberts, naargelaten weduwe wijlen Peter Andriessen Santegoets inwoonderesse deser baronnije voorschreven, gesont van lighame, gaande, staande ende met de menschen converserende ende haer verstant, redenen ende memorie in alles volcomentlijk magtig ende gebruijkende, den welke verclaerde hare tijdelijke goederen aan haer bij Godt almagtig op deser werelt goedertierentlijk verleent, te hebben gedisponeert.

Eerst ende vooral recommenderende hare onsterffelijke ziele, wanneer deselve met het believe Godts uijt dit haer eterffelijk lighaam sal comen te scheijden in de genade ende grondeloose bermhertigheijt van Godt Almagtig haren Schepper ende verlosser ende haer doode lighame eene christelijken eerlijke begravenisse naer haren staet ende conditie gerequireert, waarmede comende tot dispositie vande voorschreven hare tijdelijke goederen.
Soo verclaerde de testatrice onbedwongen ende onverleijt sonder inductie ofte persuasie van iemanden, te stellen tot executeur voor haren sterffhuijse wanneer deselve uijt dese werelt sal gescheijden sijn Jan Hermans Vorstenbosch haren swager, omme alles te regeren ende administreren, ontfangh ende uijtgave te doen, schulden te innen ende te betalen in dier voegen als denselven eenigsints goetvinden sal.
Verders maakt de testatrice aanden voorschreven Jan Hermans Vorstenbosch eene somme van eenhondert caroli guldens, omme bij den selven te werden uijtgereijkt ter plaatsche daer hem sulcx door de testatrice is aengewesen, sonder nogtans daer van eenige reeckeninge, bewijs ofte reliqua te doen, ende sullen deselve penningen uijt de have ende erffhave der testatrice moeten gemaeckt worden.
Item maakt de voorschreven testatrice alle hare erffgoederen egeene uijtgescheijden, waer ende tot wat plaatsen deselve gelegen souden mogen sijn ofte te vinden souden mogen wesen waar van sij testatrice eenige meesterschap ofte dispositie is hebbende, aan Adriaan Vorstenbosch, president schepen deser baronnije voor een derde part, de vier kinderen wijlen Cornelis de Leijart, verweckt bij Marie haars testarices suster voor het 2e derde part ende Lijske haerder testaricee suster voor het resterende derdepart, omme bij deselve naar doode vande voorschreven testatrice in vollen eijgendom aanvaart ende beseten te worden, de doode hant met de levende te deijlen.
Laatstelijk maakt de voorschreven testatrice aan Goyaert, natuurlijk soone wijlen Andries Santegoets een stuck teullants, genaampt den Heijacker, gelegen alhier onder Onrode, groot ontrent drie lopense, omme bij den selven naar doode vande voorschreven testatrice in vollen eijgendom aanvaart ende beseten te worden.
Dit verclaerde de voorschreven testatrice te wesen haren testamente, laatsten ende uijttersten wille, begerende ende wel expreseelijk ordonnerende dat t selve in allen deelen sal plaatsche grijpen ende effect sorteren, ’t sij bij forme van testament, codicille, donatie off andersints, soo ’t selve alderbest can ofte mag bestaan, niettegenstaande eenige costuijmen ofte lantregten ter contrarie deselve tot dien derogerende mits desen.
Actum dato et testes ut supra. T’oirconde.

In 1715 compareert bij de notaris in Boxtel 53 :
Jenneken weduwe van wijlen Peeter Santegoets, woonende binnen de baronnye ter plaatse gemijnelijck genaampt de Streept, heeft gelooft sulcx doende bij desen op verbant van haar persoon en goederen als naar rechten als schuldenaar principaal ….(N.N.)….de somme van vijftigh guldens capitaal ende twee guldens te intrest te voldoen ende te betaelen huijden date deser over een jaar.

Jenneke is in 1717 kennelijk niet meer helemaal tevreden over haar testament want zij laat een nieuw vastleggen 54 :
‘Inden name des Heeren, amen.
Bij den innehoude van desen jegenwoordigen openbaren instrumente van testamente sij cond ende kennelijk aan een iegelijk dat op heden den seventhienden dagh der maant december des jaars onses Heeren seventhienhondert en seventien de clocke ontrent seven uuren des avonts, compareerde voor mij notaris ter presentie vande getuijgen ondergenoempt de eersame Jenneke Mattijs Lamberts, naargelaten weduwe wijlen Peter Andriesse Santegoets inwoonderse deser voorschreven baronnije gesont van lighame, gaande, staande ende met de menschen converserende gelijk mij notaris ende de ondergeschreven getuijgen genoegzaam was blijkende, dewelke overdenkende de broosheijt des menschelijken leven, de seekerheijt des doots ende de onseekerheijt vande uure der selver, begerende daar omme haren sterffdagh te voorcomen met testamentaire dispositie over hare tijdelijke goederen aan haar bij Godt Almagtig goedertierentlijk verleent, alvorens approberende soodanig testament als bij haar testatrice voor dato deses voor heeren schepenen deser baronnije is gemaakt en gepasseert voor soo veel ’t selve in desen niet is contrarierende.

Verders eerst te comen tot dispositie vande voorschreven hare tijdelijke goederen, naar dat deselve haare onsterffelijke ziele met het believen Godts uijt dit haar sterffelijk lighaam sal comen te scheijden, bevolen te hebben, mitsgaders haar doode lighaam ter aarde met eene christelijke ende eerlijke begraaffenisse naar hare forme staat ende conditie gerequireert.
Waarmede comende tot dispositie vande voorschreven hare tijdelijke goederen, soo verclaerde de voorschreven testatrice om redenen haar daar toe moverende, te maken en legateren aan Johanna Maria, dochtere Jan van Aalst, verweckt aan Willemke Hendrix sijne huijsvrouwe, voor hare getrouwe gedane ende nog te doene diensten eenen geheelen dries, genaampt den Agtersten dries, gelegen alhier onder den heertgangh Lennisheuvel, indiervoegen en groote als denselven aldaar gelegen is, mitsgaders den besten bruijnen block haar testatrice competerende ende het beste bedt met sijn toebehoorten ten haren sterffdage sullende comen te overen, omme bij de voorschreven Johanna Maria van Aalst naar doode vande voorschreven testatrice in vollen eijgendom aanvaart en beseten te worden.
Dit verclaarde de voorschreven testatrice te wesen haren testamente, laatsten en uijttersten wille, begerende en wel expresselijk ordonnerende dat ’t selve in allen deele sal plaatsche grijpen ende effect sorteren, ’t sij bij forme van testamente, codicille, donatie off andersints, soo tselve allerbest can ofte magh bestaan, niettegenstaande eenige costuijmen off landtregten ter contrarie, deselve tot dien derogerende mits desen consenterende.
Aldus gedaan en gepasseert binnen de baronnije van Boxtel ten dage, maande en jaare voorschreven ten overstaan van Jan Bacx en Martinus Verbeecq inwoonderen alhier, beijde als geloofwaardige getuijgen hier toe versocht. T’oirconde.

Het testament kwam royaal op tijd want Jenneke is pas eind december 1719
overleden :55
Tauxatie vande vaste ende onroerende goederen als alhier binnen dese baronnije van Boxtel sijn gelegen in sodanige voegen Jenneke Mattijs Lamberts, weduwe Peter Santegoets opden 20e december 1713 begraven, deselve metter dood ontruijmt ende achtergelaten heeft.
– Eerstelijk een huijs en hoff groot ontrent anderhalff lopense cleijne maat, gelegen binnen deze
baronnije van Boxtel aande Streijp, ….. ,
getauxeert boven de uytgaande lasten voor de helft op …………………………….  210  –  0  –  0
– Item de helft van een parceel ackerlant genoemt ’t Loo, groot int geheel vier lopen

vijftien roeden, gelegen als voor onder den hertgang van Bruekelen, …..
getauxeert boven de uijtgaande lasten op ………………………………………………..  50  –  0  –  0
– Item ¾ parte in een parceel teulland groot ontrent int geheel een lopen 36 roeden,

gelegen als voor onder Lennisheuvel, ….. ,
boven de uijtgaande lasten getauxeert op ………………………………………………..  25  –  0  –  0
– Item ¼ part in een parceel teuland groot ontrent int geheel twee lopense, gelegen als
voor , … , getauxeert boven de uijtgaende lasten op                                           nihil
– Item een parceel groes, groot ontrent een half lopense, gelegen als voor, …..,
getauxeert op ………………………………………………………………………………….. 10  –  0  –  0

– Item ¼ part in een parceel groes groot ontrent int geheel drie lopense , …..,
getauxeert op ……………………………………… …………………………….. 15  –  0  –  0
– Alnog een parceel groes, groot ontrent drie lopense, gelegen als voor ,….. ,
getauxeert op ………………………………………………………………………………….. 55  –  0  –  0
Aldus gedaen en getauxeert bij ons ondergeschreven en verclaren wij op onsen eed deze tauxatie ppregtelijk ende naar behoorlijk ondersoek gedaen te hebben, als meede wel speciae1ijk dat wij int doen van dien punctuelijk hebben agtervolgt het 2e artikel des ordinantie opden opheff der Collaterale Successie geemaneert in date 24 decemter 1695 naar dat Dirk Beekmans als meede erfgenaam vande voorschreven overledene in conformitijt vanden 17e art. relatief tot den 1e art. der voorschreven ordinantie in dato voorschreven onder solemnele eede aan handen vanden heere drossaert alhier behoorlijk affgelegt, verclaart hadde dat egeene goederen soo leen als die in erfpagt gehouden ende beseten worden als eijgen tiende, chijnsen, erffpachtinge, custinge, bijlbrieven offte gehijpothequeerde renten, item obligatien, los ende lijffrenten lopende tot lasten van eenige des generalitijts comptoire, steede, dorpen offte eenigerhanden corpora ofte gemeenschappen onder het territoir der stad ende Meijerije van S’Bosch mitsgaders de geheele generalitijt aanden voorschreven overledene gecompareert hebbende en den 20e penning volgens voorschreven ordinantie subject van deze tauxatie en sijn gelaten in sijn geheel ofte ten deele directelijk ofte in-directelijk. (Soo waarlijk mogte hem God Almagtig helpen.)

Actum Boxtel den agtiende januarij 1700 en twintigh per de heere drossaard W. van Boekhorst, N. de Cort en J. Witkint, schepenen.’


1 Boxtel 5  2 Boxtel R.51 f.148  3Boxtel Gem.Arch. F2 Boxtel Binnen f.19  4 Idem Munsel en Onroy f.49 
5 Boxtel R.14 f.17, 19v en 22  6 Idem f.22v  7 Idem f.26  8 Boxtel R.15 f.lv  9 Boxtel R.15 f.4 en 6v  10 Idem f.12v 
11 Idem f.14v en f.17  12 Idem f.21v  13 Boxtel R.15 f.25 en 27v  14 Idem f.29v  15 Idem f.32v  16 Idem f.34 
17 Boxtel R.98 f.199  18 Boxtel R.99 f.16v  19 Idem f.67v  20 Boxtel  21 Boxtel R.100 f.10v  22 Not.4712 f.101 
23 Michielsgestel R.55 f.46v  24 Boxtel R.104 f.61v  25 Michielsgestel R.56 f.161v  26 Not.4716 f.613  27 Boxtel R.18 f.41v 
28 Idem f.43v  29 Idem f.44  30 Idem f.46  31 Idem f.50v  32 Idem f.53v  33 Idem f.56v  34 Idem f.59  35 Idem f.63v 
36 Idem f.66v  37 Idem f.69v 38 Idem f.76  39 Idem f.79  40 Idem f.92  41 Idem f.99v  42 Idem f.102v  43 Idem f.115v 
44 Idem f.119  45 Idem f.148v  46 Idem f.150v  47 Idem f.155v  48 Idem f.169v  49 Idem f.173v  50 Idem f.180v 
51Not.425  dd. 1707-01-22  52 Boxtel R.138 f.181v  53 Not.433 dd.1715-02-23 54 Not.437 dd.1717-12-17  55 Boxtel R.140 f.89

naar Top

07.h01   CATELYN  SANTEGOETS

07.h01   CATELYN  SANTEGOETS,   dochter van Roelof Andries   06.e3

Geboren : rond 1606 ,  overleden : voor 1669.
Gehuwd : rond 1625 met Jacob, zoon van Geert Fransen van Ameyden.
Hij is omstreeks 1665 overleden.
Kinderen : Christina, Henrick, Geert, Jan, Maria, Catelyn en Rodulph.
Deze zijn alle in het doopboek vermeld.

Behalve bij het doopsel van de kinderen in de periode 1627 – 1649 komen we Catelyn tegen bij de erfdeling van de bezittingen van haar ouders in 1661 1, en vervolgens bij het vastleggen van een testament in 1664 als Jacop ‘ cranck te bedde ‘ ligt 2. Het is een testament op de langstlevende waarbij ook enkele kinderen een extraatje krijgen toegezegd.
Catelyn heeft de akte ondertekend met ‘ Lyneken Roelos ‘ :

1664%20handtek%20Lyneke%20Roelofs
St. Michielsgestel Not.4711 f.412 1664-11-01

In 1669 blijken beiden overleden te zijn.

In 1681 worden de kinderen van Catelyn nog als erfgenamen genoemd in een testament van zus Anneke.


1 Boxtel R.100 f.259  2 Not.4711 f.4123.

07.h04   HENRICK  SANTEG0ETS

07.h04   HENRICK  SANTEG0ETS,   zoon van Roelof Andries   06.e3

Geboren : rond 1612 ,  overleden : in 1664.
Gehuwd 1. : met Iken Martens van de Ven. Zij is overleden voor 1636.
Kinderen :
08.g1   Iken,  geboren rond 1632
08.g2   Maria,  geboren rond 1634
Gehuwd 2. : met Aelke Gommarus Ansems. Zij is overleden omstreeks 1685.
Kinderen :
08.g3   Jan,  gedoopt in Boxtel op 18 sept. 1637
08.g4   Jenneke,  gedoopt in Boxtel op 17 sept 1639.
08.g5   Gommarus,  gedoopt in Boxtel op 7 juli 1642.

Over het eerste huwelijk van Henrick is zeer weinig bekend. Pas bij het doopsel van zijn kinderen uit het tweede huwelijk wordt hij voor het eerst genoemd. Zijn vader overlijdt in 1639 en in 1644 verklaart hij (samen met broer Andries) dat een bedrag van 300 gulden welke zijn vader in 1637 had uitgeleend, is terugbetaald.1  In ditzelfde jaar draagt  Henrick nog ‘ alle alsulcke erffelycke leengoederen binnen deser baronie tot Onroye gelegen, in alder grooten ende toebehoorten als Agneta zijne moedere is besittende ‘ 2  over aan zijn moeder, ‘ ingevolge van de testamente, leste ende wterste wille van wylen Roeloff Andriessen Zantegoits zijns comparants vader ende Agneta zijne moedere ‘. Dit testament is overigens niet bekend.

In de jaren 1645 en 1646 komen we Henrick alleen tegen als ‘ proviseur der taeffele vande H.Geest van Boxtel ‘3, dus als bestuurslid van de armenkas. In 1647, een jaar voordat de Vrede van Munster het einde van de tachtigjarige oorlog inluidt, koopt hij samen met Jan Andries Santegoets ‘ een stuck hoeijlants, gelegen binnen deser baronnye van Boxtel inden hertganck van Onroy ‘.4 Vervolgens horen we enkele jaren niets over hem.

Moeder Neeske wordt in 1655 ziek en maakt een testament op, waarin met name de ongetrouwde kinderen worden genoemd.5  In 1657 speelt zich hetzelfde nogmaals af, terwijl er in dat jaar tevens sprake is van de aankoop van ‘ de hellicht van seeckeren hooybeempt gelegen binnen deser baronnye van Boxtele inde Munselsche Beempden, groot int geheel twee dachmaten ‘.6  Twee jaar later koopt Hendrick van zijn broer Andries ‘ een stuck ackerlandt genoemt den Dystelacker, gelegen binnen deser baronie van Boxtel tot Munsel ter plaetse genoemt het Fissebroeck ‘.7

In 1661 is er sprake van een rente van thien gulden 8  en vindt de erfdeling plaats van de goederen van zijn ouders. Hij erft daarbij 9 :
seeckere schuere, backhuijs ende hoff ….. in d’Elsbroeck, …..
Item een stuck ackerlants genoemt den Langhacker, …..
Item een stuck ackerlants genoemt den Driesacker, …..
Item een koeijweij ….. aen de reviere genoemt de Dommel, …..
Item het sesde part in hun deylderen contingent int Cleyn Vondertien, …..
Item het derde gedeelt in Borgauviens hoeijbeempt; gelegen inden hertganck van Onrocij, ….
Item het vierde gedeeltte, onbedeylt in een houtvelt, gelegen inde Bordelen inde Viergemaelen onder Rooy,
Item alnoch het vierdepart van een torfrecht op Barnisveldt en Oetendonck,
Onder laste van uijt de voorschreven parceelen jaerlijcx te vergelden twee cappuijnen ende vier smaellhoenderen met een vierdepart gedeeltte van een chijns aen den heere van Boxtel ende te vergelden dartigh guldens aen Andries sijnen broeder deijlder in desen’.

In 1662 stapt Hendrick naar de notaris in St.Michielsgestel 10 :
Compareerde etc. Handrick soone Roeloff Andriessen Santegoets inwoondere der baronnije van Boxtel, oudtste soone van Roeloff Andriessen Santegoets ende heeft bekendt ende beleden gelyck hy doet by dese vastelyck ende onwederoepelijck voor ende omme seeckere somme van penninghen hem te danck ende tot synen contentemente voldaen, overgegeven te hebben gelyck hij overgeeft mits dese aen Andries Roeloffs Santegoets synen jongeren broeder de gerechite hellichte van allen de leengoederen daer Roeloff Andriessen sijnen vader inne bestorven is, belovende die voorschreven Handrick Roeloffs comparant, onder verbant van synen persoon ende allen syne goederen hebbende ende vercrijgende ’t voorschreven overgeven altyt vast, stedich ende van werden te houden sonder eenich tegenseggen ende alsulcken bewaernisse daer van te doen gelyck daertoe volgens leenrecht wordt vereyscht, contenterende mite dese dat den voorschreven Andries Roeloffsen hen op de voorschreven leenen te boeck doe stellen, allen verheffen met eedt van eere, trouwe ende manschap gelijck daer toe staedt aenden leenheere sal doen voor deen hellichte ende alle voordere bewaernisse te verwachten ende volgens leenhoffs recht te ontfanghen dat medebrenght, ende in sulcx gewoonlijck is.

1662%20ht%20Henrick%20Roelof
St. Michielsgestel Not.4721 f.217 1662-04-17

Eenzelfde handtekening komt voor onder het testament dat hij kort hierna samen met Aelke maakt omdat laatstgenoemde ziek is 11 :
‘ Inden naeme ons Heeren, amen.
By den inhouden van dese tegenwoordighe openbare instrumente sy kennelyck eeniegelyck hoe dat op heden vijffthien daegen inne junio des jaere naerde geboortte des selffs ons Heeren sestienhondert twee ende tsestich voor my openbaer gheadmitteert notarius ende geloofwerdige getuijgen onderghenoempt in eygen persoone syn verschenen ende gecompareert Handrick Roeloffs Santegoets ende Aelke dochtere Gomrnaert Ansems wittege beddegenooten ende ingesetenen der baronnye van Boxtel, die voorschreven Handrick Roeloffs gesont, gaende, staende, maer die voorschreven Aleken cranck te bedde liggende, nochtans hare volle verstant memorie ende allen hare vyff sinnen wel machtich ende volcomelyck gebruyckende, gelyck ons ondergeschrevene ende een ieder die haer aenschouwde genochsaem was blyckende.

Die welcke overdenckende ende voor oogen hebbende die broos heyt der menschelycker nature, die seeckerheyt vander doodt ende onsekerheyt vande ure derselver, hebben naer voorgaende rype deliberatie uyt henne vrye wille onbedwonghen ende onverleydt van malcanderen soo sij bekende ende verclaerde, samenderhant gemaeckt ende geordineert hun testament, leste ende uyterste wille inder forme, vuegen ende manieren hier naer volgende.
Inden iersten bevelen ende recommanderen sy testateuren henne zielen soo wanneer die uyt dit sterffelycke leven sullen geroepen worden inde oneyndelycke genaede van Godt Almachtich henne Schepper ende Salichmaecker ende hare doode lichaemen der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende voorts tot dispositie van henne tijtelycke goederen maecken ende legateren sy testateuren die eene aenden anderen te weten aenden langhstlevende van hun beyde soo wyen dat gevallen sal ten vrijen wille, soo langhe den langhstlevende ongetrouwt blyfft ende hem niet weder begeeft tot anderen houwelyck die somme van vijffhondert guldens eens, die den langhstlevende op de gelycke goederen daer sy tegenwoordich met vollen recht meester aff syn, sal mogen vinden ende opnemen ende tot onderstant van synen aart gebruycken, soo ende gelyck hem dat goetduncken ende gelieven sal. Maar soo den langhstlevende hem begeeft tot anderen houwelijck, sal dese macht daermede resteren doot ende te niet sijn.
Item maecken ende legateren sy testateuren bij dese aen Iken hunne dochtere tot een prelegaet voor uyt de gelycke goederen die somme van twee hondert guldens eens sonder affcorttinge aen haer kints gedeelt ende dat om redenen hun testateuren moverende.
Item willen ende begeren sij testateuren dat den langhstlevende van hun beyde allen de erffelycke goederen die sy testateuren tegenwoordich met vollen recht syn besittende, ter tochte sal blyven besitten ende gebruycken volgens landtrecht, ende naer doodt vanden langhstlevende willen ende begeren sy testateuren dat Maria, voordochtere vanden testateur, verweckt by Iken Martens vande Ven, ende de kinderen van desen tegenwoordighen houwelijck allen de patrimoniaele goederen die den testateur by deijlinge van syne ouders aengecomen sijn onder hun hooffsgewijse effendiep sullen deijlen ende parteren gelyck kinderen van eenen bedde. Ende de wyle die voorschreven Maria des testateurs voor dochtere hare moederlijcke goederen noch sullen aencomen ende by haer alleen beerft sullen worden.
Ende gemerckt die testateuren de erffgoederen gecomen van Gommart Ansems tsamenderhandt hebben vercoft, uytgenomen haere portie in Jonckers beempt, ende andere goederen daer voor gecoft, te weten
– een stuck ackerlants genoempt den Hoeck, groot omtrent een sestersaet off soo groot ende cleyn tselve

gelegen is binnen der baronnye van Boxtel onder den herdtganck van Munsel in d’Elsbroeck, …..
– Item een stuck ackerlants genaempt den Dystelacker groot omtrent een sestersaet off soo groot ende

cleyn tselve onder de baronnye ende ter plaetse voorschreven gelegen is, …..
– Item een grasdries gelegen bij de huysinge van Goeleken Handrick Bressers, soo groot ende cleyn als
den selven onder de baronnye ende ter plaetse voorschreven gelegen is, …..
– Item een dachmaet hoys in eenen meerderen hoybeempt gelegen in d’Elsbroecke Beemde, soo ende

gelyck deselve dachmaet inde voorscreven beemdt affgedeylt is,…..
– Item een groes ende heijlant genoempt het Veusel, groot omtrent vyff lopense, …..

– Item een gerecht vierdepart ombedeijlt in een camp hey ende houtvelt genoempt die Bordelen,
gelegen onder de vrijheijt van Sint Oeden Rode omtrent de Schutstraet.
Alle welcke voorgenoemde partijen van erffgoederen, mitsgaders het vierdepart in Jonckers beempt, gecomen van Gommart Ansems, maecken ende legateren sy testateuren bij dese aen hunne kinderen van desen tegenwoordighe lesten bedde by hun tsamenderhant verweckt, in plaetse van hunne moederlycke goederen met seclusie van Maria des testateurs voordochtere, die sy mits dese ten respecte van dyen tot eene kennisse maecken ende legateren die somme van sestich guldens eens.
Ende allen hunne voordere vercregen goederen hierinne niet genoempt offte bysonderlyck aff gedispeneert, willen ende verstaen sy testateuren dat by hunne respective kinderen sullen beerfft ende daerinne gereguleert worden naerden landtrecht.

Item verclaerden sy testateuren hoe dat hun is competerende een partye leengoet, eensdeels ackerlant ende eensdeels heijlant, waer van d’een vierdendeel den testateur is aenbestorven ende dander vierdendeelen bijden testateur gecoft van sijns testateurs broeders ende swaeger voor dry hondert vijffentwintich gulden, willen ende begeren sy testateuren dat Jan hunne oudtste soone de selve partye leengoets naer doodt vanden langhstlevende deser testateuren alleen ende voor aff sal behouden ende beerffven, ende dat hy ten respecte van dyen aen syne andere geheele susters ende broeders van desen lesten bedde sal uijtreijcken ende betaelen die somme van tweehondert vijfftich guldens eens uijt syn kintsgedeelt dat hij van dese testateuren sal beerffven, welcke tweehondert vyfftich guldens sy testateuren mits desen aen Iken, Gommart ende Jenneken uijt het kintsgedeelt van Jan hunne soone bij forme van legaet sijn maeckende ende legaterende.
Ende belangende hunne erffhaeffelycke ende haeffelycke goederen laeten de selve ter dispositie vande landtrecht ende verclaeren voor hunne erffgenamen pleno institutionis iure hunne wittege kinderen in vuegen ende manieren voorschreven.
Allen dwelcke voorscreven staedt verclaerden die voorscreven testateuren te wesen hunne leste ende uytterste wille die sy begeere dat inne vuegen voorscreven sal onderhouden, naergecomen, ende achtervolcht werden, syn volcomen cracht, macht ende erffrecht sorteren, tsy by forme van testament, codicille, gifte oft donatie diemen noempt ter saecke vander doodt oft andersints anders, soo ende gelyck die alderbest naerden goedertieren rechte soude mogen oft connen bestaen, al waert oock soo dat alle solemniteyten naer rigeur van recht tot een solemneel testament vereyscht hierinne niet volcomelyck en ware onderhouden, oock niettegenstaende eenige costuymen privilegien oft landtrechten ter contrarien, versoeckende hier van door my notarius gemaeckt ende gepasseert te worden instrument notariael inne behoorlycker ende gewoonlycke forme.
Aldus verclaerdt ende gepasseert ten woonhuyse deser testateuren binnen der baronnye van Boxtel onder den hertganck van Munsel ter presentie ende overstaen van Anthonis Janssen de Bresser ende Jan Dirck Huyberts, inwoonderen der baronnye ende herdtganck voornoemt tot getuijgen hier over geroepen die dese tegenwoordige neffens testateuren ende my notario hebben onderteeckent ten daege maendt, jaere als boven.

In 1663 wordt Handrick nog genoemd als ‘ oudt H.Geest meester12, vervolgens zijn in 1664 de rollen omgekeerd want dan is Handrick ziek en wordt een codicil (aanvulling op het testament)
vastgelegd 13 :
lnden naeme ons Heeren, amen.
Compareerde voor my openbaer geadmitteert notarius ende gelooffwerdige getuijgen ondergenoempt, Handrick Roeloffs Santegoets ende Aleken dochtere Gommert Ansems, wittege beddegenooten ende ingesetenen der baronnye van Boxtel, die voorschreven Handrick cranck te bedde liggende ende gemelte Aleken gesont, beyde hun verstant, memorie ende allen hunne vijff sinnen wel machtich ende volcomelyck gebruyckende gelijok ons onderschrevenen ende een ieder die hun aenschouwde genochsaem was blijckende, die welcke lauderende, approberende ende ratificerende den testamente by hun samenderhant opten 15e junii 1662 voor my notarius ende seeckere getuijgen gemaeckt ende gepasseert, hebben by forme van codicille oft codicillaire additie tot ampliatie vanden selven gemaeckt dit tegenwoordich codicille inder vuegen ende manieren als hier naer is volgende.

Inden iersten verclaerden sy codicillateuren hoe dat sij bij hunne testamente aenden lestlevende van hun beyde hebben gemaeckt die somme van vijffhondert guldens om byden lestlevende op te nemen op henne goederen, daer sy macht over hebben, maecken daerenboven ende legateren by dese aenden lestlevende van hun beyde soo wijen dat gevallen sal, tot sijnen oft hare vrye wille een koyweyde, genoempt aende Tyvers, gelegen binnen deser voorscreven baronnye ter plaetse genoempt Onder d’Elsbroeck, ….. , omme byden lestlevende naer doodt vanden iersten afflyvige vercoft, veralieneert te worden naer hare geliefte, den coperen daer van te doen alsulcken bewaernisse ende versekeringe als daertoe naer recht wordt vereyscht, verclaerende tselve te wesen haeren uyttersten willle, die sy begeerden dat neffens hare principaele testament sal naergecomen ende achtervolcht worden gelyck off die van woorde tot woorde daerinne waere geinsereert, versoeckende hier van door my notarius gemaeckt ende gepasseert te worden instrument notariael in forma.
Aldus verclaerdt ende gepasseert ten woonhuyse der voorschreven codicillateuren ter presentie ende overstaen van Antonis Janssen de Bresser ende Everdt Janssen, inwoonderen der voorschreven baronnye tot getuijgen hierover geroepen, die dese iegenwoordige neffens gemelte codicillateuren ende my notarius hebben onderteeckent, vyff daegen in junio 1600 vier ende tsestich.’

Dat het testament niet te vroeg werd aangevuld blijkt zowel uit het beverige schrift van Handrick bij het zetten van zijn handtekening, als uit een akte twee maanden later 14 :
Alsoo Aelken dochtere Gommaert Ansems, inwoondersse der baronnye van Boxtel mits doodt ende afflyvicheyt van Handrick Roeloffs Santegoets haeren gewesen man zaliger is gebleven tochtersse vande gerechte hellicht van een parceel landts, genoempt d’Oude Hoffstadt, wesende hoplandt, met de gerechticheyt vande voorpotinge, gelegen inde parochie van Boxtel ter plaetse geheten Onrode,
Item vande gerechte hellicht van een stuck ackerlants geheten het Cort Rullen, met den hopveldt daerby liggende, groot omtrent vier lopensaet, gelegen als vooren, …..
Item alnoch vande gerechte hellichte van eenen acker lants geheten den Berchacker, groot omtrent een lopensaet, gelegen als voor, …..
Item van de gerechte hellicht van een heyvelt geheten die Donck, gelegen aldaer, met alnoch vande gerechte hellicht van een ander heyvelt daer neffens gelegen, waervan de wederhelft by Handrick Roeloff Santegoets voornoempt opten 14e april 1662 is vercoft aen Andries Roeloffs Santegoets synen jongeren broeder
,
Welcke voorscreven vyff parceelen soo toollant als heylandt leenroerich syn aenden Ed. Leenhoove van Brabant in S’Gravenhaege van wegen de hoogh mogende heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden als representerende den hertoge van Brabant volgens dleste verheff byden voorscreven Handrick Roeloffs Santegoets opten 13e meert 1643 aende voorscreven leenhove gedaen, soo is op huyden date ondergescreven voor my openbaer geadmitteert notarius en gelooffwerdige getuij-gen ondergenoempt in eygen ende propre persoone verschenen ende gecompareert die voorscreven Aleken Gommaerts als wittige naergelaten wedue van Handrick Roeloffs Santegoets meer genoempt ende heeft geconstitueert ende gemechticht, constitueert ende maeckt wittelycke machtich by dese, Lowys Waltheri, bode ende leenvinder vande voorscreven Ed. leenhove, omme inden naeme ende van wegen der voorscreven constituante te compareren voor den voorscreven Ed. leenhove, ende aldaer indyen des nodich sy ende behoort, de hellicht der voorscreven parceelen ackerlant ende heylant tharen behoeffve te verheffen, te doen hulde ende manschap met deen eedt van eeren ende trouwen ende wat sy constituante naer leenhoffs recht in dese gelegentheyt schuldich is ende behoort te doen ende sy constituante present ende voor ogen synde selffs soude mogen oft comen gedaen, alwaert oock soo dat dese saecke naerder oft speciaelder macht vereyschte als voorscreven staedt, promittens super omnia et habenda ratum servare et indemnare, versoeckende hier van door my notarius gemaeckt ende gepasseert te worden.
Acte notariael in forma. Aldus gesciet, gelooft ende gepasseert binnen der baronnye van Boxtel ter presentie ende overstaen van Jan Rutten vanden Berselaer woonachtich tot Gemonden ende Jan Roeloff Santegoets wonende tot Boxtel tot getuijgen hier over geroepen die dese neffens gemelte constituante ende my notarius hebben onderteeckent, veerthien daegen in augusto sestienhondert vierentsestich. ‘

Vervolgens horen we tijdenlang niets over Aelke, totdat in 1681 bij het testament15 van schoonzus Anneke Roelof Andriessen Santegoets zij zelf en de kinderen als erfgenamen worden genoemd van ‘ een hondert vijfftich gulden ‘ en ‘ eenen halven beempt gecomen van Dries Roeloffs ende een derdendeel in het Vonderbeemdeken, dies moeten sy daer uyt betalen thien ducatons aende erffgenaemen vanden testateur

In 1683 verkoopt zij voor 220 gulden ‘ een vierdepart onbedeylt in eenen hoybeempt genaemt Schoutens beempt, groot dit vierdepart een dachmaet ‘ het welk in Onrode is gelegen.16
In 1687 is Aelke kennelijk niet meer onder de levenden, want dat vindt de erfdeling plaats tussen de kinderen Jan, Gommert en Maria. Laatstgenoemde is reeds overleden en in haar plaats treden dan haar drie kinderen. Het totale bezit omvat 17 :
in Munsel :
‘- een stuck teullants genoemt den Langhacker,
– een stuck weijiants genoemt de Koeweij,
– een schuer, backhuys mette erffenisse daeraen liggende ende daertoe

behoorende,
– een stuck teullants genoemt den Driesacker,
– de gerechte hellichte onbedeijlt in eenen hoijbeempt,
– de gerechite twee derde parten onbedeijlt in een stuck hoijlants genoemt den

Vonderbeempt
In St.Oedenrode onder Ollant :
’t gerecht vierde part onbedeijlt in een stuck erve soo houtwas als heyde,
In Onrode :
– een perceel teullants gemeijnelyck genoemt ’t Heussken,
– een stuck hoijlants genoemt den Steenhoven,
– ’t gerecht derde part onbedeijlt in een stuck hoijlants,
een en ander met den last van twee cappuynen, vier smalhoenderen ende de helft in drye stuijvers acht penningen chyns in twee texten respective jaerlycx aen de heer baron van Boxtel, met den last van hier uyt jaerlycx te vergelden drije stuijvers ende vier penningen chyns in twee texten jaerlycx aende heer baron van Boxtel.


1 Boxtel R.94 f.311v  2 Boxtel R.95 f.92v  3 Boxtel R.51 f.356 en R.95 f.132  4 Boxtel R.96 f.39v 
5 Boxtel R.52 f.3  6Boxtel R.99 f.107v  7 Idem f.162v  8 Boxtel R.100 f.285v  9 Idem f.259 
10 Not.4721 f.217  11 Not.4710 f.575  12 Not.4722 f.13  13 Not.4711 f.312  14 Not.4722 f.58 
15 Not.4716 f.526  16 Boxtel R.111 f.41  17 Boxtel R.135 f.22v

naar Top

07.h05   EVERT  SANTEGOETS

07.h05  EVERT  SANTEGOETS,  zoon van Roelof Andries 06.e3

Geboren : rond 1614 ,  overleden : rond 1670.
Gehuwd 1. : met Aleyda. Zij is overleden voor 1640.
Kinderen :
08.h1   Jan,  gedoopt in Gemonde op 1 maart 1635
Gehuwd 2. : met Anna, dochter van Peter Aarts (omstreeks 1640).
Zij is overleden omstreeks 1680.
Kinderen :
08.h2   Roelof,  gedoopt in Boxte1 op 2 jan 1641. Als kind overleden.
08.h3   Peter,  gedoopt in Boxtel op 22 feb 1642
08.h4   Goelke,  gedoopt in Boxtel op 28 mei 1645
08.h5   Roelof,  gedoopt in Boxtel op 22 feb 1648. Geen verdere gegevens bekend.
08.h6   Henrick,  gedoopt in Boxtel op 2 juli 1651

Over het eerste huwelijk van Evert is, afgezien van het doopsel van zoon Jan, niets bekend.
Tot de jaren 1640 wordt Evert enkele malen genoemd als doopheffer van de kinderen van zijn broer, vervolgens trouwt hij opnieuw rond 1640 en vindt er met de regelmaat van de klok gezinsuitbreiding plaats.
In 1643 komt Evert voor het eerst voor bij een transactie 1 : de aankoop van ‘ een moervelt in alder grooten ende toebehoorten gelegen binnen deser baronie van Boxtel, inden gehuchte van Muntsel ‘.

In 1644 is hij als getuige aanwezig bij een notariële akte welke hij mede ondertekent 2 :

1644%20ht%20Evert%20Roelof
St. Michielsgestel Not.4718 1644-09-03

In 1648 markeert de Vrede van Munster het einde van de Tachtigjarige Oorlog, maar daarmee breekt voor Brabant een tijd aan van uitbuiting en achterstelling.

Evert wordt genoemd in het testament van zijn moeder in 1655 3 en vervolgens bij de erfdeling in 1661.4 Hij erft daarbij in Onrode:
– een stuck ackerlants, genoempt den Neuwenacker, …..
– Item een stuck ackerlants, genoempt den Lange-acker, …..
– Item een koeijweij, gelegen inde Beucoms, …..
– Item het derde part onbedeijlt inde Beucoms Busselen, …..
– Item het derde gedeelte der condividenten gerechtigheijt inde Geemonsche Beempden, …..
– Item een weyken gelegen tot Munsel aenden Langenbergh, …..
– Item een halff cuteren torffrecht op de gemeijntte van Kempen, …..
Onder laste van hier uijt te vergelden drije stuijvers twee ort chijns aen den heere van Boxtel, ende sal dit loth moeten genieten van sijnen swaeger de somme van vijffentwintich guldens eens
.’

Wat Evert betreft zijn we nu al toe aan zijn laatste vermelding, namelijk zijn testament in 1666: 5
Inden naeme ons heeren, amen.
Byden inhouden van dese iegenwoordighe openbaere instrumente van testamente sy kennelyck eeniegelycken, hoe dat op heden vier daegen inne september des jaers naerde geboortte des selffs ons Heeren sestienhondert seschende tsestich voor mij openbaer geadmitteert notarius ende gelooffwerdighe ghetuijgen ondergenoempt, in eygen persoone is verschenen ende gecompareert Evert Roeloffs Andriessen Santegoets ende Anneken dochtere Peter Aertssen wittige beddegenooten ende ingesetenen der parochie van Gemonden onder die baronnye van Boxtel, die lestgenoemde Anneken gesondt, gaende, staende, maer die voorschreven Everdt cranck te bedde liggende, nochtans syn volle verstandt, memorie ende alle syne vyff sinnen wel machtich ende volcomelyck gebruyckende, die welcke overdenckende ende voor oogen hebbende die broosheyt der menschelycker natuere, die seeckerheyt vander doot ende onsekerheyt vande ure der selver, hebben uyt henne vrye wille ombedwongen ende onverleydt van malkanderen soo sy bekenden ende verclaerden, samenderhant gemaeckt ende geordineert hun testament, leste ende uijtterste wille inder forme, vuegen ende manieren hier naer volgende.

Inden iersten bevelen ende recommanderen sy testateuren henne zielen soo wanneer die uyt dit sterffelycke leven sullen geroepen werden inde oneijndelycke genaede van Godt Almachtich henne Scepper ende Salichmaecker, ende hare doode lichamen der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende vort tot dispositie van henne tijtelycke goederen, verclaerde die voorscreven testateur hoe dat hy naer doodt van syne ierste huysvrouwe egene inventaris heeft gemaeckt vande erffhaeffelycke meubelen daerinne syns ierste huysvrouwe bestorven was, doch verclaerde effenwel deselve dyertyt niet seer veel te syn geweest. Oock verclaerde die testateur dat sy Jan synen voorsone van syn ierste houwelyck syne moederlycke goederen heeft laeten trecken, daerinne hem testateur nochtans de tochte was competerende, mits dat hy Jan aen hem testateur jaerlycx soude betaelen negenthien guldens, die Jan hem oock in lange jaeren niet en heeft betaelt.
Oversulcx willen ende begeeren sij testateuren dat Jan syns testateurs voorsoone naer doodt des lestlevende deser testateuren neffens de kinderen van desen houwelyck hooftsgewijse sal deijlen in allen de erffelycke goederen die den testateur van syne ouders aengecomen sijn, als wesende henne samentelycke vaderlijcke goederen, mitsgaders in allen de erffhaeffelycke ende haeffelycke goederen die den lestlevende deser testateuren metter doodt ruijmen ende naerlaten sal, gelyck off dat de kinderen waeren van eenen bedde, sonder alsdan te pretenderen de erffhaeffelycke goederen daer syne moeder in bestorven is, onder conditie dat die voorscreven Jan des testateurs voorsoone dese samendeilinge aennemende oock terstondt naer doodt des testateurs sal moeten opleggen ende betaelen de resterende jaerlijcksche negenthien gulden die alsdan ten achter soude mogen wesen.
Dat oock de kinderen van desen houwelijck naer doodt des lestlevende alleen sullen behouden ende beerffven henne moederlijcke goederen met de melioratie van timmeringhe soo die ten sterffdaege des lestlevende sullen bevonden werden sonder dat die voorscreven Jan, des testateurs voorsoone, op deselve melioratie als hebbende schyn van conquesten sal mogen pretenderen, in vuegen voorscreven henne voorsoone ende kinderen van desen bedde samenderhant naer doodt des lestlevende voor henne erffgenaemen verclaerende.
Maer oft gebeurde dat die voorscreven Jan des testateurs voorsoone hem hier mede niet en hielde vervueght ende hem hier tegens opponeerden, syne tachterheijt van 19 gld jaerlijcx als voor niet betaelde ofte der testatrice oft kinderen van desen bedde affvorderende de erffhaeffelycke goederen van syne moeder, oft bij andere middel dese hunne tegenwoordige dispositie trachte te infringeren ende onwillich waere naer te comen, soo maecken ende sluyten sy testateuren den selven Jan, des testateurs voorsoone. uyt allen de erffelycke goederen die den testateur van syne ouders heeft beerft voor soo verre sijne macht daer in is streckende, mitsgaders uyt allen de erffhaeffelycke ende haeffelycke meubelen die den lestlevende deser testateuren naerlaten sal, ende dat mette schuldt van negentien gld jaerlyckx die hij aen den testateur ter saecke van syne tocht schuldich is ende maecken deselve in dyen gevalle aende kinderen van desen bedde, die sij in gevalle als voor voor henne erffgenaemen verclaren inde selve goederen pleno jure.
Item willen ende begeren sy testateuren dat die lestlevende sal schudich wesen henne kinderen van desen bedde soo wanneer die tot den houwelyck oft andere eerlycke ende geapprobeerde staedt sullen gecomen wesen, ieder van dyen tot onderstandt vande selve staet mede te geven die somme van tweehondert vijfftich guldens eens, ende aen Jan des testateurs voorsone soo wanneer die tot den houwelyck sal gecomen wesen de beste koije t’synen keuse sonder gehouden te wesen inde tweehondert vijfftich gld gelyck dander kynderen werdt toegelaedt.
Alle dwelcke voorscreven staedt …… (etc.) ‘

Evert overlijdt en Anneke zet het bedrijf voort.
Moeilijke tijden breken aan als in 1672 de Fransen zuid Nederland bezetten. Weliswaar betekent dit een grotere godsdienstvrijheid, maar de op te brengen lasten zijn schrikbarend hoog.

In 1674 koopt Anneke voor 30 gulden een zesde gedeelte van een recht in zowel de ‘ erffelijcke goederen als allen de erffhaeffelycke ende de haeffelycke goederen ‘ van haar broer, welke in de akte Hendrick van Vlijmen genoemd wordt.6 :
Des sullen die voorscreven cooperen thenne laste aennemen ende betaelen alle schulden, pachten, renthen, chijnssen ende lasten soo reele als personele, egeenderhande uytgescheijden te samen met allen achterstellen van dijen, ende heeft de gemelte Hendrick van Vlijmen gelooft vant voorscreven derdegedeelt de meergenoemde coperen voor scepenen daert behoort te doen goede vaste ende verseeckerde bewaernisse, gelyck in sulcx behoort, ende wedersyts hebben die coperen gelooft de veste in vuegen voorscreven aentenemen ende te ontfangen, ende hebben partyen daerop malkanderen den palmslach gegeven ende daerby gelooft onder verbant van henne respective persoonen ende goederen hebbende ende vercrygende.’

Ook in 1678 breidt Anneke haar bezit uit, namelijk met 7 :
– een stuck ackerlanift genoemt den Schomberch groot ontrent een sestersaet off soo groot ende kleyn tselve is gelegen binnen deser baronnye van Boxtel onder Munsel, …..
– Item alnoch een stuck weylant groot ontrent acht loopensaet off soo groot ende kleyn tselve is gelegen onder Munsel ontrent den Axan wiel, …..
– Item alnoch een stuck hoylandts genoemt den Tuijer dries, groot ontrent de seventich roeden off soo groot ende cleyn tselve is gelegen inde Geemonse Bemden, …..

– Item alnoch een portie ofte gedeelte in het Rouven aende Langenbergh, ….. ‘
Een en ander blijkt 180 gulden te kosten, waarover dan 4 gld 10 st belasting betaald moet worden (40e penning).

Als Anneke Roelof Santegoets in 1681 een testament maakt, worden de kinderen van Anneke en voorzoon Jan afzonderlijk onder de erfgenamen genoemd. Annekes kinderen krijgen
twee deelen in eenen beempt tot Onrode ende deser testateuren portie in het Busselen tot Onrode ‘.8  

Als laatste gegeven volgen nog twee erfdelingen, namelijk in 1683 en 1684. Bij de eerste deling worden de bezittingen van Evert verdeeld onder Jan, Peeter, Hendrick en de 3 kinderen van Goiltie (Goelke). Dit bestaat uit 9 :
Onrode :
‘- een stuck ackerlants, groot vyff loopensaet, genaemt den Nieuwenacker, …..
met last hieruyt te vergelden drie stuyver twee oort chijns aende heer van
Boxtel,
– een houtvelt genaemt de Bussel,
– hoy, gelegen inde Gemonse Beemden,
– een stuck ackerlant, genaemt den Langenacker, groot vier loopensaet,
– een stuck ackerlant, genaemt den Sluijsacker, groot twee loopensaet steijff,

– een parceel weylants, genaemt den Buckumse wey,
Munsel :
– eenen weycamp gelegen aen de Langenbergh,
en :   – een ceuteren torffrecht opde gemeynt van Kempen.
De goederen van Anneken Peeter Aerts, weduwe Evert Roeloff Santegoets worden verdeeld onder Peeter, Hendrick en de 3 onmondige kinderen van Goelke en omvatten 10 :
Gemonden :
‘- een stuck teullants, gemijnelijck genaempt ’t Buytenlant,
– een stuck teullants genaempt den Smisacker,
– een stuck teullants genaempt ’t Cranen stuck,
– een stuck teullants genaempt den Wielacker, hieruyt elff sester roggen

te gelden,
– een stuck teullants genaempt ’t Willigh stuck,
– een stuck teullants genaempt de Streep,
– een stuck weylants genaempt de Dommelwey,
– een huys, schuer, schop, hoff mette erffenisse daeraenleggende ende daertoe
behoorende, gelegen ter plaetse genaempt den Langenbergh,
– een stuck teullants genaempt den Schombergh,
– een stuck teullants,

– een stuck hoijlants, in de Gemonsche Beempde ter plaetse genaempt d’ Oterschotel,
– een stuck hoijbeemps,
– een stuck hoijbeempts genaempt den Teijver dries,
– twee streepen hoijbeempts,
– een streepken hooijbeempts,
– een stucxken weijlants,
– drije perceeltiens hoijbeemds, gecomen van Bergaignije,
– een stucxken beempts,
– een stucxken hoijbeempt genaempt den Weert,
– een stucxken hoijbeempts,

– eenen weijcamp,
– eenen heijcamp genaempt ’t Diepenbroeck,
– een heijveldeken,
– een moerveldeken,
– een stuck erve bestaende soo in houtwas als moer, gelegen ter plaetse genaempt ’t Rouwen,
– een stuck erve genaempt de Sandtbergh,

Onrode :
eenen hoijbeempt,
– een houtvelt,
– een houtvelt,

Munsel :
– een moerveldeken,
Strijpt :
een huijs, schop, hoff met de erffenisse daer aen leggende ende daer toebehoorende, gelegen ter plaetse genaempt de Strijpt, hieruyt te vergelden een stuyver, twee penningen ende twaalff hoenders,
Boxtel Binnen :
– een stuck teullants genaempt den Haeghacker,
– een stuck hoijlants,

(en verder 🙂 – een halff ploegh recht opde gemeijnte van Barisvelt, ‘
en in uitstaand kapitaal 59 leningen van totaal 5.955 gulden !
en een schuld van 100 gld. !!!!!
Van moeders zijde is in dit geval dus veel meer te erven dan van vaders kant.


1 Boxtel R.95 f.46v  2 Not.4718 dd.1644-09-05  3 Boxtel R.52 f.5  4 Boxtel R.100 f.259 
5 Not.4712 f.70  6 Not.4715 f.218  7 Boxtel R.104 f.l29v  8 Not.4716 f.526  9 Boxtel R.111 f.30 
10 Idem f.84 

naar Top

07.h06   ANDRIES  SANTEGOETS

07.h06 ANDRIES SANTEGOETS, zoon van Roelof Andries 06.e3

Geboren : rond 1616 ,  overleden : na 1668.
Gehuwd : op 29 januari 1663 in Boxtel met Meggelke, dochter van Maurus Slegers,
weduwe van Cornelis Wouters. Zij is na 1678 overleden.
Kinderen: geen

Andries wordt voor het eerst genoemd in 1644, wanneer hij samen met zijn broer Hendrick te kennen geeft dat een bedrag van 300 gld door zijn vader in 1637 uitgeleend, weer is terugbetaald.1  Zijn vader is immers in 1639 overleden.
In 1645 zien we Andries optreden namens zijn moeder bij de aankoop van ‘ een acker teullants, houdende ontrent seven loopensaet ofte in alder grooten ende toebehoorten gestaen ende gelegen binnen deeser baronie van Boxtel inden gehuchte Onroye, genoemt den Langenacker ‘.2

In 1648 (Vrede van Munster, einde van de Tachtigjarige Oorlog) komt Andries voor als doopheffer, in 1649 treedt hij weer op voor zijn moeder 3. Dat hij ook zelf bezittingen had blijkt uit het verpondingsregister in Boxtel, onder Munsel en Onroy 4 :
Andries Roeloffs Santegoets, proprietaris van
Corte Rullen, 1 lopen 40½ roede ………………………………………  1 –   4  –   8
Hopvelt, 30 roede …………………………………………………………..  0 –   8  –   2
Donck, Nieu Erve ende lant, 2 lopen 39½ roede …………………  0 – 19  –   0
halve Putacker, 2 lopen 10½ roede …………………………………….  1 –   9  – 12
Sluiacker, 3 lopen 47 roeden …………………………………………….  2 – 13  –   4
lant van Cornelis Jans, 1 lopen 6 roeden …………………………….  0 – 15  –   2
Dries acker, 1 lopen 48 roeden…………………………………………. 1 –   6  –   8
Dommelhoy int Elsbroeck, 2 lopen 12½ roeden   ………………… 1 –   2  – 12
drieskens aent Corte Rullen……………………………………………… 0 – 16  –  0
drieske inde oude hoffstat van Cornelis Joris………………………… 0 –   6  –  0
⅓ vande Busseelen inde Beuckums…………………………………… 0 – 19  –   6
                                                                                     12  –  0  –  2

In 1655 en 1657 laat moeder Neeske respectievelijk een testament en een codicille vastleggen. Daarin wordt met name aan de ongetrouwde inwonende kinderen een en ander in het vooruitzicht gesteld 5, 6 , o.a. aan Andries, ‘ voor hunne getrouwe hulpe ende dienst ‘.

Andries verkoopt in 1659 ‘een stuck ackerlandt genoemt den Dystelacker’ in Munsel en ‘ een stuck ackerlant genoemt den Hoeck ‘ en ‘ een stuck wey genoemt den Dries ‘ aan broer Hendrick 7 en bij de erfdeling in 1661 krijgt hij 8 :
in Onroy :
– een stuck ackerlants genoempt Muncus hoff, …..
– de hellichte inde Sluysacker, gelegen int Claverblat, …..

in Munsel :
een stuck ackerlant genoempt den Buttacker, …..
– de hellichte in eenen hoijbeernpt gelegen in d’Elsbroeck, ….
– het derdepart onbedeijlt in Beucoms Busselen,
– het vierde part in een plaeghrecht opde gemeynte van Oetendonck,
onder laste van hier uyt te vergelden jaerlycx twee stuyvers een oort chyns aen den heere van Boxtel; ende moet dit loth genieten van Handrick Roeloffs deyldere in dese de somme van dertigh guldens.

Nog meer bezit verwerft Andries door de overname van ‘ de hellichte van allen de leengoederen daer Roeloff Andriessen, sijnen vader inne bestorven is ‘ van zijn oudste broer Hendrick in 1662.9
Het jaar 1663 is voor Andries erg belangrijk, want dan treedt hij op ongeveer 45-jarige leeftijd nog in het huwelijk 10 :
Naer de behoorelijcke drie sondaeghse proclamatien syn getrouwt Andries Roeloff Santegoets ende Meggelken Maurus Slegers. Actum den xxviiij januarij 1663.’
In ditzelfde jaar wordt hij nog genoemd als getuige en als ‘ out verpondingen beurder ‘ voor Munsel.11

In 1664 machtigt Andries de ‘ bede ende leenvinder vanden Ed. Leenhove van Brabant ‘ om 12
– inne behoorlycke forme te verheffen alsulcke gerechte hellichte van een parceel lants, genoempt d’Oude Hoffstadt, wesende hoplandt, met de gerechticheyt van de voorpotinge, …..
– Item de gerechte hellicht van een stuck ackerlants, geheten het Cort Rullen met den hopvelt daerby liggende, groot omtrent vier lopensaet, …..
– Item alnoch de hellicht van eenen acker lants, geheeten den Berchacker, groot omtrent een lopensaet, …..
– Item die gerechte hellicht van een heijvelt geheeten die Donck, met alnoch de gerechte hellicht van een ander heyveldt daer neffens gelegen ‘

Deze goederen liggen in Onrode en zijn door Andries in 1662 van broer Hendrick gekocht
(zie boven).

Vervolgens wordt het 1666 en dan verkoopt Andries een hooiland in Gemonde 13  en wordt hij als getuige gevraagd bij de notaris bij het testament van14 :

1666%20ht%20Andries%20Roelof
St. Michielsgestel Not.4712 f103 1666-12-31

In 1668 maken Andries en Mechtelt een testament 15:
Andries Roeloffs Santegoets ende Mechtelt dochtere Maurits Slegers, te voorens naergelaten wedue van Cornelis Wouters, wittige beddegenootten ende ingesetenen der baronnije van Boxtel onder den hertganck van Zelissen, die lestgenoemde Mechtelt gesont, gaende, staende, ende die ierstgenoemde Andries Roeloffs eenichsins sieckelyck’
Inden jersten bevelen ende recommanderen sy testateuren henne sielen soo wanneer die uyt dit sterffelycke leven sullen geroepen werden inde oneyndelycke genaede van Godt Almachtich henne Scepper ende Salichmaecker ende haere doode lichaemen der aerde ende christelycke begraeffenisse.
Comende verders tot dispositie van henne tytelycke goederen verclaerden sy testateuren hoe dat sy voor het aenvangen van hennen houwelyck met advies van henne wedersyts naeste vrienden hebben beraempt een contract antenuptiael, welcker inhout sy testateuren in dese tegenwoordige dispositie repeterende ende ten deelen corrigerende, van meyninge syn, dat gevolcht sal werden gelyck hier naerder is volgende, ende dijenvolgende willen ende begeeren sy testateuren oft gebeurde dat Dirck der testatrice voorsoone staende desen houwelyck ende voor ’t scheyden van desen bedde quame tot den houwelycken staedt ofte andere eerlycke ende geapprobeerde staedt, dat die voorscreven Dirck alsdan uyt henne testateuren samentlycke gereede goederen tot onderstant vanden selven staedt sal hebben gelyck der selver testatrice voordochter heeft gehadt, te weeten
– tweehondert guldens aen gelt, een peerdt oft hondert gulden daervoor.
– Item twee koyen off vyffenteeventich guldens daer voor, ten keuse vande voorscreven Dirck.
– Item een tweejaerige beeste,
– item vier sacken roggen ende twee sacken boeckweyt met de sacken,
– item alnoch het cooren met den stroy vanden acker te haelen van tweeentseventich royen landts,
– een bedde met drie paer lakens,
– een deecken,

– een reckleedt,
– twee cussens met haer oirfluwynen.
– item een hooftpeulue,
– ende een syde specx, tob ende stande,
– item de cleerkas van Erken vanden Amer.
– item een cooperen podt met een coopere melckanne,
– ende twee steenen vlasch, met een lopen lynsaet te sayen.
Maer oft gebeurde dat Dirck desen testatrice voorsoone staende desen houwelyck niet en quam tot staedt, soo sal Andries Roeloffs, testateur, ongehouden wesen in dit bovenstaende houwelycx goet van Dirok der testatrice voorsoone, maer sal indyen gevalle tselve uytsetsel moeten vinden uyt syns moeders goederen.

Item willen ende begeren sy testateuren dat naer henne respective afflyvicheyt hunder testateuren wedersyts erffelycke goederen wederom sullen keeren ende devolueren naer de syde ofte staeck daer van die gecomen syn, te weten de erffelycke goederen gecomen vander syde des testateurs weder aen syne hier onder te noemen erffgenamen, ende de erffelycke goederen gecomen van de syde des testatrice weder aende ondertenoemen erffgenamen vander testatrice, gereserveert voorden lestlevende de tochte vande goederen des ierste afflyvighe, met sulcken conditien nochtans, dat de erffgenamen des ierste afflyvighe dese tochte binnen den tyt van een halff jaer naer doot des ierste afflyvighe sullen mogen lossen ende redimeren metter somme van vyffhondert guldens eens, welcke penningen alsoo gescooten synde, sal die lestlevende ten naesten tyde vanden jaere huerlinghs gewyse moeten affstandt doen vande erffelycke goederen des ierste afflyvige.
Van gelycke willen ende verstaen sy testateuren dat by de afflossinge der tochte als voor is verhaelt oock allen de erffhaeffelycke meubelen van coper, ten, pellewerck etc. by de testateuren in desen houwelyck ingebrocht, weder sullen keeren aende syde daervan die gecomen syn, maer alle bouwgereetschap als karren, waegen, ploech, eeghde, ende dergelycke bouwgereetschap, mitsgaders oock allen binnen sleedtwerck dat daegelyckx gebruyckt werdt sal halff ende halff tussen deser testateuren wedersyts erffegnamen werden gedeylt ende belangende de haeffelycke meubelen sullen blyven voor den lestlevende t’synen oft haeren vrijen wille, ende alle geconquesteerde erffelycke goederen sullen naer doot des lestlevende tusschen deser testateuren wedersijts erffgenamen halff ende halff werden gedeijlt, gereserveert nochtans voor den lestlevende de tochte daer van syne off haere leven lanck geduerende.
Item maeckt ende legateert die voorscreven Andries Roeloffs testateur naer syne afflyvicheyt aen Mechtelt syne huijsvrouwe alle sijne cleederen tot synen lijven behoorende, om deselve in vollen eijgendorn ende erffelyckheijt behouden te worden.
Item maecken ende legateren sy testateuren tsamenderhant aenden convente vande Arme Clarissen tot Boxtel tot een aelmisse de somme van vyfftich guldens eens.

Item aen het Cloosterken tot Ommelen tot een aelmisse vyffentwintich guldens eens, ende aen het Clooster vanden Uijlenborch binnen Shertogenbosch mede tot eene aelmisse gelycke vyffentwintich guldens eens, ieder gulden tot twintich stuyvers te rekenen, welcke penningen oft aelmissen die testateuren willen dat voldaen sullen werden terstondt naer doot des iersten afflyvige, deene helfft van dyen byden lestlevende ende dander helft by d’erffgenaemen desierste afflijvige, die sy testateuren willen dat bij henne respective erffgenaemen (soo wijen dat gevallen sal) promptelyck sullen werden bygeleydt all voor ende eer sij eenich recht totten erffdeel des ierste afflijvige sullen moghen pretenderen, veel min eenige goederen aenveerden, ofte den voornoemden losch versoecken.
Verclaerende die voorscreven testateur voor syne erffgenamen alle syne susters ende broeders hooftsgewyse, omme allen syne naer te laeten goederen die hy van synder syde naerlaten sal, soo wel leengoederen als allodiaelen egeenderhande uijtgescheyden, egalyck onder hun gedeylt te worden, ende indyen iemant van syne susters ofte broeders voor hem testateur waeren overleden wilt ende begeert hy testateur dat der selver wittige kinderen by representatie sullen comen in plaetse van henne overleden ouders ende alsoo die doode hant deylen met die levende.’

Daarmee is het hoofdstuk Andries afgesloten.

In het boek van de notaris komen we echter in 1702 een aantekening tegen dat de akte van huwelijksvoorwaarden nog niet is betaald 16 :
Andries Roelof Santegoets ende Mechtel Maurits Slegers N.B. 50 gulden.
Hierinne moet Adriaen Jans van Voort de helft betalen.

Deze Adriaen is getrouwd met Jenneke, een dochter uit het eerste huwelijk van Mechtelt met Cornelis Wouters van Abeelen. In 1678 heeft zij nog een testament gemaakt wat daarop betrekking heeft.17 Andries Santegoets is dan reeds overleden. Het besloten testament wordt op 24 october 1700 geopend, mogelijk is Mechtelt kort daarvoor overleden.


1 Boxtel R.94 f.311v  2 Boxtel R.95 f.l08v  3 Boxtel R.97 f.22  4 Boxtel Gem.Arch. Verp. f2 Munsel en Onroy f.64
5 Boxtel R.52 f.3  6 Not.4709 f.326  7 Boxtel R.99 f.162v  8 Boxtel R.100 f.259  9 Not.4721 f.217  10 Boxtel 19 f.28 
11 Not.4722 f.10v en 13  12 Idem f.50  13 Boxtel R.100 dd.1666-03-10  14 Not.4712 f.103  15 Not.4713 f. 260  16 Not.4729 f.9  17 Not.4728 dd.1678-09-14

naar Top

07.h07   JAN  SANTEGOETS

07.h07   JAN  SANTEGOETS,   zoon van Roelof Andries   06.e3

Gedoopt : in Boxtel op 19 mei 1618 ,  overleden : in 1670.
Gehuwd : in 1655 met Arike, dochter van Jan Hendricx Santegoets (zie 06.a1) en
Engelke van de Sande. Zij is overleden op 26 november 1703 in Boxtel.
Kinderen :
08.j1   Jan,  gedoopt in Boxtel op 23 december 1656. Geen verdere gegevens bekend.
08.j2   Agnes,  gedoopt in Boxtel op 12 februari 1659. Geen verdere gegevens bekend.
08.j3   Roelof,  gedoopt in Boxtel op 28 juli 1660.
08.j4   Henrick,  gedoopt in Boxtel op 12 november 1665. Geen verdere gegevens bekend.
08.j5   Andries,  gedoopt in Boxtel op 8 november 1669.

In het testament van moeder Neeske in 1655 wordt Jan samen met de andere ongetrouwde kinderen genoemd1. In 1657 bij het codicille hoort Jan bij de getrouwde kinderen 2. Nemen we ook het doopsel eind 1656 in aanmerking dan moet het huwelijk eind 1655 of begin 1656 gesloten zijn.

In 1659 is Jan betrokken bij de verkoop van ‘ een stuck erve, eensdeels ackerlandt, eensdeels groesse, ….. Item alnoch een acker teullandt genoemt den Pickenacker, groot ontrent 4 loopensaet, met de kanten ende toebehoorten, … Item een parceel hey Nieulandt ‘ 3 door de familie van zijn vrouw. Jan zelf verkoopt tegelijkertijd ‘ een stuck ackerlants gemeynelyck genoemt den Langenacker, gelegen int Elsbroeck ‘.4  Al deze landerijen zijn gelegen in Munsel.

Een jaar later verkoopt hij samen met zijn schoonmoeder in Liempde ‘ deen hellicht van een stuck hooijlants, gelegen ter plaetse genoemt den Prinsbunder ‘ 5, in 1661 op dezelfde wijze
henne gerechticheijt vande plantagie van het voorhooft vanden Baetencamp, gelegen in Casteren ter plaetsen gemeynelycken genoemt inde Schutsstraet ‘ en op dezelfde plaats ‘ seecker stuck erve wesende eensdeels houtwasch ende eensdeels heylant ‘ 6  waarvoor zij maar liefst 1.000 gulden ontvangen.

In 1661 vindt ook de erfdeling van de bezittingen van zijn ouders plaats. Jan komt daardoor in het bezit van 7 :
Munsel :’- een stuck ackerlants genaempt den Deijstelacker, gelegen int Elsbroeck,
– een stuck acker genaempt den Hoeck,
– een stuck lants genaempt den Langhecker,

Gemonde: – een stuck ackerlants genaempt den Haeverstreep,
Munsel : – de hellicht van een dries in d’elsbroeck,
Onrode : – seecker wey, genaempt Sacharias weijcken,
het derde part in mijn heer Bergauvens hoijbeempt,
het vierdepart van een plaeghrecht op de gemeintte van Barnisveldt,
Munsel : – de hellicht onbedeijlt in een heucamp gelegen ter plaetse genaempt aen Ell,
– het sesde gedeelte in het cleijn Vonderbeemptien,
onder laste van hier uijt te vergelden twee cappuijnen mett een halff blanck chijns jaerlijcx aende heer van Boxtel ende te vergelden dartich gulden eens aen Adriaen Roeloffs, sijnen broedere, deijldere in desen.’

Een gedeelte van deze bezittingen verkoopt Jan in 1662 weer aan broer Adriaen, namelijk 8 :
‘- een stuck ackerlants genoempt den Haverstreep, gelegen inden hertganck van Gemonden aenden
Langenbergh, …..
– item een stuck heylants gelegen inden hertganck van Munsell

en verder aan zus Anneke 9 :
– het derde paert in eenen hooybeempt gelegen inden gehuchte van Onrooy, …..
– item alnoch het seste gedeelte van eenen hooybeempt genoempt den Cleynen Vonderbeempt,

gelegen inden hertganck van Munsell ter plaetse genoemt int Elsbroeck, …..
– item alnoch een stuck weylant, gelegen inden hertganck van Onraoy, gemeynelycken genaempt

Sagaria weyken.

In 1664 is Jan als getuige aanwezig bij een notariële akte van Aelke, de vrouw van zijn overleden broer Hendrick. Daaruit blijkt dat ook hij de schrijfkunst machtig was 10 :

1664%20ht%20Jan%20Roelof
St. Michielsgestel Not.4722 f.58 1644-08-14

Nadat in 1669 nog zoon Andries is geboren, wordt Adriaentien in 1671 als weduwe genoemd bij een erfdeling. Daarbij worden eerst de goederen verdeeld die wijlen Jan samen met zijn schoonmoeder bezat en vervolgens worden de bezittingen van zijn schoonfamilie verdeeld tussen Adriaentien en de andere kinderen van Jan Hendricx Santegoets.
Bij de eerste erfdeling krijgt Adriaentien 11 :
In Cleynder Lyempde :
‘- huys, hoffstadt, hoff, varckens koye, backhuys, torffschoppe ende aengelegen erffenisse,
– een stuck ackerlants gemeynelycken genoemt den Langenschorst,
– een stuck ackerlants gemeynelycken genoemt den Cortenschorst,
– een stuck ackerlants genoempt den Achterste Heghacker,
– een stuck ackerlants genoempt Mestmakersacker met een stuck weijelants daer t’eynde aengelegen,
– een stuck erfve genoempt Gerisacker,
– een stuck erffve genoempt den Laeracker,

– een stuck weylants genoempt de Groote Hulser,
– een parceel genoempt d’Erftopelen,

In Onroode :
– een parceel hoylants genaempt het Brugbeemptien,
In Lyempde :
– twee dachmaeten hooylants gelegen inden Berenbempt,
– een stuck hoijlants genoempt Steghveldt,

In Cleynder Lyempde :
– een stuck heylants,
onder last van hier uijt te vergelden thien loopen rogge ende twelf loopen garste jarelycx aen het capittel alhier,
item een part ende een vierdendeel wasch chyns, item alnoch twelf stuyvers chyns ende alnoch eene vastelavant hinne alles aende heere van Boxtel jarelycx ‘

Bij de tweede erfdeling komt daar nog bij 12 :
In Cleynder Lyempde :
‘- een stuck ackerlants genaempt het Afterbosch,
– item alnoch eenen acker genoempt het Hofken, ende alnoch een stuck weijlants genoempt het

Slipbeeck, alles aen malcanderen gelegen,
– een stuck ackerlants genoempt den Lange Asch,
– een stuck ackerlants genaempt den Laeracker,
– een stuck ackerlants,

Onrode : – een derde paert van een parceel hoijlants, streckende van erfve genoempt het Rullenbeemptien tot op de reviere genoempt de Dommele,
onder last vanhier vuijt jarelycx te vergelden twelff loopen garste aen het cappittel alhier ende twee chyns hoenderen aende heere van Boxtel

Nog meer uitbreiding in 1672, als Ariken voor 225 gulden van haar zus ‘ een houtvelt genoemt het Cleyn Hulserken, gelegen onder Cleynder Lyempde ‘ koopt, waaruit aan de heer van Boxtel ‘ twee stuyvers twee ort chyns, in twee texten ‘ moet worden betaald. 13

Na een tussentijdse vermelding als doopheffer in St.Michielsgestel komt Adriaentien weer voor in akte van 1677, betrekking hebbende op de aankoop van haar broer Jan van ‘ een stuck ackerlants genoempt den Mesmaeker, groot ontrent twee loopensaet, gelegen onder Cleynder Lyempde ‘ voor 100 gulden.14

In 1681 maakt Anneke Roelofs Santegoets (zus van wijlen Jan Roelofs en schoonzus van Adriaentien) een testament waarbij aan ‘ Ariken wedue Jan Roeloffs drye hondert vyffenveertich gulden ‘ wordt toegezegd en aan de kinderen van wijlen Jan ‘ een ackerken met een weijken aen malkanderen gelegen tot Onrode, genaempt den Lyribous, mits dat de kinderen van Jan Roeloffs daer uyt sullen van haer keeren aen de kinderen van Ariaen Roeloffs de somme van tachtentich gulden tot verbeteringe van hun loth ‘.15

Arike blijft actief het bedrijf voortzetten en in 1685 koopt zij in Klein Liemde
een stuck ackerlants genaempt den Heuvelacker, groot ontrent anderhalff loopensaet, ….. Item een stuck weylant genaempt Everts Stoppelen weyke,16  en in 1687 in dezelfde plaats nog een heiveldje 17 .

In 1689 verschijnt zij met enkele andere ‘ gebruyckeren van syn excellentie den heere prince de Hornes respective hoeven binnen deser baronnije ‘ voor de schepenen en verklaart daarbij onder ede ‘ dat sy deponente hare portie van seecker stuck fyn lynwaet wel te hebben gegeven sonder te weten oft ’t gelooft is, maer gesegt te hebben dat sy doen souden als een ander, ende verclaert voorders noch te weten dat tselve lynwaet is gegeven voor het verdorven jaere van 1600 twee entseventigh 18

In 1694 wordt zij nog genoemd als erfgename in het testament van Jenneke Jans Santegoets 19  en daarna rest slechts haar overlijden 20 :
(26 november 1703): Adriana Jan Santegoets, Obiijt Adriana Jan Santegoets, vidua, Cleyn Liempt


1 Boxtel R.52 f.3  2 Not.4709 f.326  3 Boxtel R.99 f.160  4  Idem f.163  5 Liemde R.40 f.38v  6 Idem f.58v  7 Boxtel R.100 f.259  8 Idem f.32  9 Idem f.33  10 Not.4722 f.58  11 Boxtel R.103 f.12v  12 Idem f.16v  13 Idem f.33v  14 Boxtel R.104 f.104 
15 Not.4716 f.526  16 Boxtel R.111 f.100  17 Boxtel R.112 f.19v  18 Boxtel R.135 f.69  19 Not.419 f.187  20 Boxtel DTB.5

naar Top

07.h08   HEYLKE  SANTEGOETS

07.h08   HEYLKE  SANTEGOETS,   dochter van Roelof Andries   06.e3

Geboren : rond 1620 ,  overleden : voor 1681.
Gehuwd : met Jan, zoon van Peter Huybert van Tuyl. Hij is voor 1687 overleden.
Kinderen : Emke, Mayke, Roeloffke, Anneke.

Na een vermelding als doopheffer in 1637 komen we Heylke tegen bij de erfdeling in 1661 .1
In 1666 koopt zij van broer Adriaen een halve wei in Gemonden 2  en in 1670 in hetzelfde gehucht een stuk land. 3

In het testament van zus Anneke in 1681 erven ‘ de kinderen Jan Peters Huyberts van Tuyl eenen
acker ‘ 4, zodat we mogen aannemen dat Heylke toen reeds was overleden.
Tenslotte valt nog de erfdeling tussen de vier dochters te melden in 1687 .5


1 Boxtel R.100 f.259  2 Idem f.272  3 Boxtel R.102 f.23v  4 Not.4716 f.526  5 Boxtel R.135 f.34v

07.h09   ANNA  SANTEGOETS

07.h09   ANNA  SANTEGOETS,   dochter van Roelof Andries   06.e3

Gedoopt : in Boxtel op 13 januari 1622 ,  overleden : na 1681.
Gehuwd : op 18 juni 1662 in Boxtel met Aert, zoon van Peter Aertsen.
Ook hij is overleden na 1681.
Kinderen : Adriaentje.

In het testament van moeder Neeske in 1655 en de codicille van 1657 wordt Anneke met name genoemd als een ongetrouwde behulpzame dochter 1, 2. Verder komt zij voor bij de erfdeling in 1661 3 en bij de aankoop van enig land in 1662 van broer Jan 4. In die tijd heeft zij trouwplannen en in juni verschijnen bij de notaris 5 :
Aerdt Peters Aertssen, jonghman ende toecomende bruydegom, ter eenre ende Anneken Roeloffs Andriessen Santegoets, jonghe dochter ende toecomende bruyt ter andere, verclaerende metten anderen besloten te hebben ter eere Godts een toecomende houwelyck ende voor alle banden van houwelyck met malkanderen overcomen ende geaccordeert te syn dat tselve sal werden voltrocken ende gesolemniseert op dese naervolgende antenuptiaele conditien.
Te weten dat die voorschreven toecomende beddegenooten tot onderstant van dese toecomende houwelyck sullen inbrenghen ieder van synder syde tgene Godt Almachtich hun op dese werelt heeft verleendt, waermede partyen hun wedersyts houden vernuegt.
Verders is tussen dese toecomende beddegenooten besproken endewel expresselijcke gecondioneert, oft gebeurde dat een van hun binnens jaers sonder wittighe gheboorte naertelaeten geraeckte afflyvich te worden, dat den langhstlevende uyt de goederen des ierste afflyvige sal verbetert wesen metter somme van eendusent guldens eens boven ende behalven de haeffve die niettemin mits dese blijft ten proffijte ende wille vanden langhstlevende, des is mede besproken dat den langhstlevende ontfangende die voorscreven eendusent guldens vande erffgenamen des ierste afflyvighe sal gehouden ende verbonden wesen soo aenstondts ende ipso facto allen de erffelycke goederen vander syde des ierste afflyvige gecomen, aende vrienden oft erffgenamen des ierste afflyvige te laeten volgen sonder enighe tochte oft actie daer aen oft inne te behouden.
Item is alnoch tussen partyen besproken ende geconditioneert oft gebeurde dat d’ierste jaer geexpireert synde dese toecornende beddegenooten eenige meer jaeren met malkanderen in desen houwelycken staedt geleeft hebbende, ende egene kindt oft kinderen by malkanderen verweckten, oft stervende naerlieten, dat in sulcken gevalle den langhstlevende van hun beyde allen de erffelijcke goederen des ierste afflyvige syne leven lanck tochtsgewijse sal blijven besitten ende gebruycken ende naer doodt vanden langhstlevende sullen allen deselve erffelijcke goederen wederom keeren, devolueren ende vervallen aende syde daervan die gecomen syn, ende allen conquesten ende erffhaeffelycke goederen staende desen houwelyck vercregen sullen in sulcken gevalle tussen dese toecomende beddegenooten wedersyts erffgenamen halff ende halff werden gedeijlt, des sullen de aenbestorven goederen, die deen off dander staende desen houwelyck mochten aencomen ende aenbesterven, voor egene conquesten gehouden worden, maer voor stockgoederen gekendt ende gerekent worden, blyvende altyt de haeffelycke goederen ter wille ende eygendom vanden langhstlevende.
Allen welcke poincten ende conditien ………(etc.) ‘
Anneke ondertekent met een kruisje omdat zij de schrijfkunst niet machtig is.

In 1667 is waarschijnlijk een dochter geboren, maar omdat het doopboek uit die tijd slechts patroniemen (voornamen) noemt is dit niet helemaal zeker. Bij het testament in 1681 wordt in ieder geval geen kind genoemd en de bezittingen worden daarbij aan de respectieve familieleden toebedacht.6  
Anneke blijkt daarbij een kapitaal van 1.165 gulden en van 750 gulden te hebben uitstaan en bovendien nog over de nodige landerijen te beschikken. Het testament wordt overigens dan opgesteld omdat Aerdt ziekelijk was.
Tot slot zij nog vermeld dat bovenstaande akte in verband met hun voorgenomen huwelijk genoemd wordt in een register in 1702, met de aantekening ‘ N.B. 50 gld ‘.7  Als die post toen nog open stond zal er van betaling wel niets meer gekomen zijn.


1 Boxtel R.52 f.3  2 Not.4709 f.327  3 Boxtel R.100 f.259  4 Idem f.33 5 Not.4710 f.550  6 Not.4716 f.526  7 Not.4729 f.9

naar Top

07.h10   ADRIAEN  SANTEGOEDS

07.h10   ADRIAEN  SANTEGOEDS,   zoon van Roelof Andries   06.e3

Geboren : rond 1624 ,  overleden : rond 1675.
Gehuwd : in september 1660 in Liemde met Margriet, dochter van Goyaert Goyaert
van de Bichelaer. Zij is overleden tussen 1662 en 1680.
Kinderen :
08.k1   Goyaert,  geboren rond 1661.

Met Adriaen wordt de rij van personen uit de zevende generatie afgesloten.
In 1655 wordt hij genoemd in het testament van zijn moeder waarbij hem o.a. een bed, een zwart pak en een zwarte mantel wordt toegezegd.1  Ook in 1657 krijgt hij een eervolle vermelding vanwege zijn ‘ getrouwe hulpe ende dienst ‘ als ongetrouwde zoon.2  
Lang blijft hij dan niet meer vrijgezel, want in 1660 in september 3 :  ‘ syn getrouwt, Adriaen Roeloffs Andries Santegoets ende Margriet dochtere Goyert Gooijerts vande Bichelaer.’
Misschien heeft hij zin in het huwelijk gekregen toen hij als peetvader optrad in de eerste helft van dat jaar.

De erfdeling in 1661 komt hem goed van pas. Hij erft 4 :
in Munsel : ‘– een stuck ackerlants genoempt den Sceijffacker,
in Gemonde : – de hellichte van een stuck ackerlants genoempt Lieubeeck,
in Olland (St.Oedenrode) : – het vierdepart in een stuck ackerlants genoempt de Driessen,
aen Ell : – de hellicht onbedeijlt in eenen weycamp,
– het derde part van der condividenten gedeeltte in de Geemontsche Beempden,
– het vierde gedeellte in eenen camp genoempt het Bordelen, eensdeels hout en eensdeels heij,

gelegen ter plaetse genoempt de Viergemalen,
– de helffte van seker hunder condividentten gerechticheyt in een moerven onbedeijlt gelegen

inde hertganck van Geemonden ter plaetse genoempt den Langenberch in de heij aldaer,
onder laste van hieruijt te vergelden ’t vierde part vande chijns inde Bordelen ende het achtste gedeeltte in eenen erffpacht van vier gulden negen stuijver jaerlycx ten Bosch. Item het achtste gedeeltte van elff stuijver grontchijns aende Vrouwe van Mechelen, ende moet dit loth genieten van Jan Roeloffs, deijlder in desen de somme van dartigh guldens eens.

Van genoemde broer Jan koopt Adriaen in 1662 ‘ een stuck ackerlants genoempt den Haverstreep, gelegen in Gemonden ter plaetse aen de Langenbergh 5.
In 1666 besluit Adriaen tot verkoop aan zus Heylke van ‘ seeckere halfve weye erve om te gebruyeken tot mosnoegh ‘ voor een prijs van 19 gulden.6  
Na een vermelding als getuige in 1668 komen we Adriaen niet meer tegen.

Bij het testament van Anneke Roelef in 1681 wordt nagelaten 7 :
aen Margriet wedue Adriaen Roeloffs twee hondert guldens, aen de kinderen van Arien Roeloffs de somme van tachtentich gulden tot verbeteringe van hun loth
alsmede een aandeel in het na te laten kapitaal van 2.000 gulden.


1 Boxtel R.52 f.3  2 Not.4703 f.527  3 Liemde R.40 f.1  4 Boxtel R.100 f.259  5 Idem f.32  6 Idem f.272  7 Not.4716 f.526 

naar Top